Door Antonio Cimino (Universitair docent Radboud Universiteit)

Een prachtig boek van de Italiaanse schrijver en kunstenaar Carlo Levi draagt de titel De woorden zijn stenen (Le parole sono pietre, 1955). Deze titel is een zegswijze geworden die in Italië gebruikt wordt om te onderstrepen dat we voorzichtig moeten omgaan met woorden, met name woorden die zich in het publieke debat verspreiden. Het kiezen en gebruiken van woorden is immers nooit neutraal. De woorden die we kiezen en de manier waarop we ze gebruiken, zijn een teken van onze denkpatronen, vooroordelen, opvattingen en levensbeschouwingen. Dat geldt niet alleen voor individuen, maar ook voor instellingen en organisaties.

De namen van de ministeries zijn geen uitzondering, want ze kenmerken zich door een zeer belangrijke symbolische connotatie. Ze duiden zowel op de prioriteiten van de regering als op de aanpak van bepaalde vraagstukken. Afgelopen zomer werd bij de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie bijvoorbeeld het commissariaat “Onze Europese levenswijze beschermen” voorgesteld (Europese Commissie 2019d). Deze woordkeuze gaf onmiddellijk aanleiding tot heftige debatten, omdat de naam zeer problematische associaties oproept. Maar achter de formulering “Onze Europese levenswijze beschermen” zit ook een groot aantal andere historische, filosofische en politieke vraagstukken die vanuit een breder perspectief benaderd moeten worden. Elk woord dat in die formulering voorkomt, is zeer interessant en onze aandacht waard.

De woorden die we kiezen en de manier waarop we ze gebruiken, zijn een teken van onze denkpatronen, vooroordelen, opvattingen en levensbeschouwingen.

Laten we beginnen met het woord “beschermen”. De politieke ideeën ‘bescherming’ en ‘veiligheid’ hebben een heel lange geschiedenis. Sommige Romeinse munten noemen zelfs de godin Veiligheid, die in het Latijn Securitas heet (zie Hamilton 2013, 58). De personificatie van de veiligheid vinden we ook in de beroemde fresco’s van Ambrogio Lorenzetti. Toch is veiligheid niet alleen een politiek idee, maar vooral een fundamentele behoefte die in onze natuur zit. We kunnen er namelijk van uitgaan dat veiligheid in principe een prioriteit is voor alle mensen in alle culturen en tijdperken.

De Europese Unie is geen uitzondering. Veiligheid is inderdaad een agendapunt dat staat centraal in de geschiedenis van Europa in de tweede helft van de twintigste eeuw. De Europese Unie is ook ontstaan om de veiligheid van Europa te garanderen na twee wereldoorlogen. Ook blijft veiligheid nog steeds van grote betekenis op vele gebieden van de Europese Unie. Als we naar de officiële webpagina’s van de Europese Unie of van de Europese Commissie kijken, vinden we een groot aantal woorden zoals “veiligheidsbeleid” (Europese Unie 2019b), “civiele bescherming” (Europese Commissie 2019c) en “voedselveiligheid” (Europese Unie 2019d).  De laatste jaren zijn ook veel andere strategische domeinen opgedoken waarin veiligheid cruciaal is, zoals de cyberveiligheid. In 2004 is zelfs een specifiek agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA, d.i. European Agency for Network and Information Security) opgericht (Europese Unie 2019a).

Met veiligheid, security, beveiliging enz. is helemaal niets mis. We willen veilig zijn. We willen ons ook veilig voelen. Toch kan veiligheid ook zeer gevaarlijk en onveilig zijn, zoals de geschiedenis van Europa laat zien. Opmerkelijk is dat veiligheid altijd een prioriteit niet allen voor de democratische samenleving, maar ook voor dictaturen en totalitaire regimes is geweest. Het is geen toeval dat het Italiaanse fascisme, het Duitse nazisme en het Sovjet-communisme zo grote aandacht aan de veiligheid besteedden dat vele van hun symbolen gebaseerd waren op de retoriek van de veiligheid. Het Italiaanse fascisme richtte de Milizia volontaria per la sicurezza nazionale op, de Vrijwillige Militie voor de Nationale Veiligheid (zie Bosworth 2005, 188). De afkorting SS stond in het Duitse nazisme voor “Schutzstaffel”, die “Beschermingseenheid” betekent (zie Evans 2005, 228). En de afkorting KGB betekent Comité voor Staatsveiligheid (zie Hamilton 2013, 31). Blijkbaar maakten zich deze regimes veel zorgen over de veiligheid van de mensen.

Welke lessen kunnen we leren uit de geschiedenis van Europa? Veiligheid is niet per se waardevol als ze niet gecombineerd is met de rechtsstaat. Onder het mom van de veiligheid hebben het Italiaanse fascisme, het Duitse nazisme en het Sovjet-communisme het mensdom in de onveiligste situaties gebracht. Hetgeen ze “veiligheid” noemden, was inderdaad geen veiligheid en rijmde niet met de rechtsstaat. Als de woorden stenen zijn, dan moet de wisselwerking van veiligheid en rechtsstaat ook in alle duidelijkheid uitgesproken worden. We hebben er geen enkele twijfel over dat de Europese Unie en de Europese Commissie voor onze veiligheid willen zorgen. En hun nadruk op de rechtsstaat is heel duidelijk in vele beleidsdocumenten (zie bv. Europese Commissie 2019b). Desondanks is een goede intentie in de politiek niet genoeg. Symbolen en woorden zijn ook van grote betekenis als onze veronderstelling (“de woorden zijn stenen”) klopt.

Een goed voorbeeld van een zeer geschikte bewoording vinden we op de webpagina van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid: “Het ministerie van Justitie en Veiligheid zorgt voor de rechtsstaat in Nederland, zodat mensen in vrijheid kunnen samenleven, ongeacht hun levensstijl of opvattingen. Justitie en Veiligheid werkt aan een veiliger en rechtvaardiger samenleving door mensen rechtsbescherming te geven en waar nodig in te grijpen in hun leven” (Rijksoverheid 2019).  Twee punten vallen op als we deze verwoording vergelijken met de benaming “Onze Europese levenswijze beschermen”. 

Ten eerste onderstreept de naam “Justitie en Veiligheid” de cruciale wisselwerking van veiligheid en rechtsstaat. Dat ontbreekt in de formulering “Onze Europese levenswijze beschermen”. Uiteraard zijn andere commissariaten van de Europese Commissie bezig met de rechtsstaat, maar de tekst van het Nederlandse ministerie is veel krachtiger omdat “Justitie” en “Veiligheid” als twee zijden van dezelfde munt worden beschouwd en ook genoemd. Er bestaat geen rechtsstaat zonder veiligheid, er bestaat geen veiligheid zonder rechtsstaat. Ten tweede is er in het ene geval sprake van “Europese levenswijze”, terwijl men in het andere geval expliciet maakt dat rechtsstaat én veiligheid voor alle mensen gelden “ongeacht hun levensstijl”. De tegenstelling zou niet groter kunnen zijn. 

De formulering van de nieuwe Europese Commissie lijkt inderdaad te impliceren dat de “Europese” levenswijze of levensstijl bijzondere bescherming waard is, terwijl andere levenswijzen of levensstijlen tweederangs zijn, althans binnen de Europese Unie. Ook wordt gesuggereerd dat “onze Europese levenswijze” aangevallen wordt of aangevallen kan worden, zodat een bescherming nodig is. Toch is onduidelijk wie “onze Europese levenswijze” heeft aangevallen of wil aanvallen. Bovendien wordt de definitie van “onze Europese levenswijze” niet uitgelegd. Dat moet een onoplosbaar raadsel blijven. Wat wordt bedoeld met “onze Europese levenswijze”? We komen een groot aantal andere vragen en raadselen tegen als we de onderdelen van de formulering “onze Europese levenswijze” analyseren.

De formulering van de nieuwe Europese Commissie lijkt inderdaad te impliceren dat de “Europese” levenswijze of levensstijl bijzondere bescherming waard is, terwijl andere levenswijzen of levensstijlen tweederangs zijn.

Filosofen die naar de zogenaamde “biomacht” onderzoek hebben gedaan (bijvoorbeeld Foucault, Agamben en Esposito), laten zien dat de moderne machtsmechanismen zich inderdaad steeds meer focussen op het “leven”. De biomacht wil  het “leven” van de burgers beschermen, controleren, verzekeren, versterken én efficiënter maken. Maar de biomacht van de nieuwe Europese Commissie wil zich niet beperken tot het biologische leven van de burgers. Het doel van de Commissie lijkt veel ambitieuzer te zijn, want ze wil vooral de manier “beschermen” waarop we ons “leven” vormgeven op basis van onze waarden, opvattingen, levensbeschouwingen, ethische beslissingen en esthetische keuzes. Dus de nieuwe biomacht wil niet alleen het biologische leven van de Europeanen, maar ook hun “levenswijze” of levensstijl controleren. Maar bestaat er wel een “Europese levenswijze”?

Nee, er bestaat géén “Europese levenswijze”. Er bestaan wel veel Europese levenswijzen. Veel denkers en intellectuelen zijn bezig geweest met de vraag hoe we de Europese identiteit zouden moeten definiëren. Het is overbodig te zeggen dat ze verschillende definities van de Europese identiteit hebben gegeven. Misschien is de vraag zelf op een verkeerde manier geformuleerd, want men gaat ervan uit dat er een Europese identiteit bestaat, die ook definieerbaar is. Daar kunnen we veel twijfels over hebben. Laten we er een paar noemen.

Wie mag of moet de Europese identiteit definiëren? Intellectuelen, filosofen, politici of burgers? De definitie van de Europese identiteit is geen neutrale bepaling, maar wel een politiek gebaar, dat insluitings- en uitsluitingsmechanismen onvermijdelijk met zich meebrengt. Een definitie trekt altijd geografische, mentale en culturele scheidslijnen en grenzen, wat ook potentiële conflicten als gevolg heeft. 

Laten we veronderstellen dat er één Europese identiteit bestaat. Die identiteit zou dan het product van een bepaalde culturele en historische evolutie zijn. Maar er bestaat geen algemene, abstracte en uniforme Europese identiteit die elke fase van de Europese geschiedenis bepaalt. Als we kijken naar de webpagina’s van de Europese Commissie of Europese Unie, kunnen we een lijst van “Europese waarden” zien, zoals vrijheid, gelijkheid en rechtsstaat (zie Europese Unie 2019c). Maar deze “Europese waarden” zijn geen eeuwige entiteiten die uit de hemel zijn gevallen. Ze zijn het resultaat van een lange geschiedenis, die niet lineair is verlopen en ook conflicten, oorlogen, contradicties en enorme tragediën heeft bevat. Het gaat om waarden waarvoor vele generaties van Europeanen hebben moeten vechten.

Zowel terugblikkend als vooruitkijkend zijn deze waarden niet vanzelfsprekend. De geschiedenis van Europa had ook anders kunnen verlopen. Gelukkig voor ons is dat niet gebeurt. Ook moeten deze waarden onafgebroken beschermd en uitgesproken worden. Waartegen of tegen wie moeten we de “Europese waarden” beschermen? Tegen gevaren die van buiten de Europese Unie komen? Niet alleen. De “Europese waarden” moeten óók beschermd woorden tegen de gevaren die in de Europese Unie zelf zitten. Deze gevaren zijn bijvoorbeeld de egoïsmes van de lidstaten van de Europese Unie, nieuwe nationalismen of pogingen om nieuwe muren te bouwen binnen en buiten de Europese Unie.

Als we de “Europese waarden” serieus nemen, dan moeten we concluderen dat een formulering zoals “Onze Europese levenswijze beschermen” precies die waarden tegenspreekt. De geschiedenis van Europa leert dat de Europese Unie niet kan zonder een radicale verscheidenheid aan levenswijzen, culturen en talen. De donkerste periodes van de geschiedenis van Europa zijn precies de periodes geweest waarin men probeerde zulke verscheidenheid te onderdrukken. In de Europese Unie is de verscheidenheid aan levenswijzen niet alleen een feitelijke situatie, maar ook een waarde op zichzelf, die vooral beschermd moet worden tegen onze angsten. Bij een poging om de Europese identiteit te definiëren komen we misschien tot de conclusie dat er geen “Europese levenswijze” bestaat. Dat is precies de kenmerk van het breekbare wonder dat we “Europese Unie” noemen. 

De nieuwe Europese Commissie heeft uiteindelijk begrepen in hoeverre de naamgeving “Onze Europese levenswijze beschermen” zeer misplaatst is. Het commissariaat “Onze Europese levenswijze beschermen” is daarom tot “Bevordering van onze Europese levenswijze” herdoopt (Europese Commissie 2019a). Bij nader inzien lost deze nieuwe naam toch helemaal niet alle problemen op. Maar dat verdient een afzonderlijke discussie.

Bibliografie

Bosworth, R. J. B. 2005. Mussolini’s Italy: Life under the Fascist Dictatorship, 1915–1945. New York: Penguin Books.

Europese Commissie. 2019a. “De commissarissen: De leden van de Europese Commissie”. Geraadpleegd op 13 december 2019. https://ec.europa.eu/commission/commissioners/2019-2024_nl.

Europese Commissie. 2019b. “Eerbiediging van de rechtsstaat”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://ec.europa.eu/info/policies/justice-and-fundamental-rights/upholding-rule-law_nl.

Europese Commissie. 2019c. “Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://ec.europa.eu/info/departments/humanitarian-aid-and-civil-protection_nl.

Europese Commissie. 2019d. “Kandidaat-commissarissen”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://ec.europa.eu/commission/interim/commissioners-designate_nl.

Europese Unie. 2019a. “Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA)”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://europa.eu/european-union/about-eu/agencies/enisa_nl.

Europese Unie. 2019b. “Buitenlands en veiligheidsbeleid”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://europa.eu/european-union/topics/foreign-security-policy_nl.

Europese Unie. 2019c. “De EU in het kort”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://europa.eu/european-union/about-eu/eu-in-brief_nl.

Europese Unie. 2019d. “Voedselveiligheid in de EU”. Geraadpleegd op 4 november 2019. https://europa.eu/european-union/topics/food-safety_nl.

Evans, Richard J. 2005. The Coming of the Third Reich. New York: Penguin.

Hamilton, John T. 2013. Security: Politics, Humanity, and the Philology of Care. Princeton: Princeton University Press.

Rijksoverheid. 2019. “Ministerie van Justitie en Veiligheid”. Geraadpleegd op 4 november 2019.https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-justitie-en-veiligheid


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *