Door Roos Slegers (Universitair docent Tilburg University)

Voor wie zich stierlijk verveelt en zich afvraagt wat daartegen te doen is het instructief om naar de 19e eeuw te kijken en dan vooral naar de cynische romanticus Stendhal. Hij beschrijft de 19e eeuw als de saaiste eeuw tot dusver: de naweeën van de Franse revolutie zijn weggeëbd, Napoleon is gekomen en gegaan, en mensen zijn verveeld en vervelend.

Om wat leven in de brouwerij te brengen heb je volgens Stendhal twee opties: 1) bezoek een uitvoering van een opera van Rossini; 2) word verliefd – liefst op een hopeloze manier zodat het proces van begin tot eind jaren in beslag kan nemen.

Het object van onze verliefdheid is hetzelfde lot beschoren als dat takje in de zoutmijn

Nu zijn opera’s van Rossini ook vandaag de dag nog vrij makkelijk te vinden, maar hoe zit het met het object van jouw hopeloze liefde? Stendhal geeft aan dat je ook naar haar of hem niet ver zal hoeven zoeken. Om deze beloftevolle suggesties in praktisch advies om te kunnen zetten, moeten we eerst begrijpen hoe verliefdheid werkt, en wie je het best uitkiest om verliefd op te worden.

In Salzburg, zo beschrijft Stendhal in De l’amour, gooit men voor het winterseizoen dode twijgjes in de zoutmijnen. Terwijl de mijnen gesloten zijn, vormen zich rond deze takjes complexe constellaties van zoutkristallen waardoor het oorspronkelijke twijgje onherkenbaar is als het in de lente weer wordt opgevist.

Het object van onze verliefdheid is hetzelfde lot beschoren als dat takje in de zoutmijn. We voelen ons aangetrokken tot iemand op een feestje, op het werk of op vakantie. Dan (en dit is essentieel) zien we die persoon even helemaal niet. Voor fijnbesnaarde zielen is 24 uur genoeg; voor anderen moeten er weken overheen gaan. Die tijd gebruiken we om in onze verbeelding aan ons liefdesobject talloze mooie eigenschappen toe te dichten.

Alles wat er gebeurt koppelen we aan onze geliefde. Een mooie zonsondergang? Zij houdt vast ook van mooie zonsondergangen. Wat een verrukkelijke vrouw! Je breekt je arm? Zijn toegewijde zorg zou alle leed verzachten. De man van je dromen!

Niets maakt een man zo interessant als een doodvonnis

Ondertussen heeft de tak geen weet van de kristallen waaronder jouw actieve verbeelding haar of hem bedelft. Sterker nog, het flonkerende kunstwerk dat je in afwezigheid hebt gecreëerd heeft weinig tot niets van doen met de persoon waar je nu verliefd op bent. En dat is maar goed ook, want mensen – in tegenstelling tot in de verbeelding ontworpen kroonluchters – hebben allerlei vervelende eigenschappen. Nu kun je hopeloos verliefd zijn op een perfect wezen dat nooit de jouwe zal zijn omdat hij of zij niet echt bestaat. 

Een waarlijk creatieve en romantische geest is dus in staat zo’n beetje op iedereen (en dus op niemand) verliefd te worden. Voor degenen onder ons die wat meer aanleiding nodig hebben om het kristallisatieproces in gang te zetten is er Mathilde uit Stendhals roman Le Rouge et le noir. “Niets maakt een man zo interessant als een doodvonnis,” verzucht zij. Temidden van een “wervelstorm van besnorde jongemannen” vraagt ze zich af: “Zou zelfs maar een van hen in staat zijn zichzelf ter dood veroordeeld te krijgen, zelfs onder de meest gunstige omstandigheden?”

Ze schat de kansen laag in. Het is de zoveelste door haar ouders georganiseerde soiree en ze verveelt zich kapot. Dan ontmoet ze Julien Sorel, een man uit een onaanzienlijke familie die in zijn vrije tijd de dagboeken van Napoleon leest en graag op rotsige bergtoppen staat om zich daar als een arend verheven te voelen boven de massa. Vanaf het moment dat Mathilde besluit verliefd op hem te worden, verveelt ze zich niet meer. Ze dicht hem alle eigenschappen toe van ter dood veroordeelde helden uit het verleden en wanneer ze toch aan hem gaat twijfelen, gaat ze naar de opera. 

neem iemand mee die graag in de bergen wandelt en je waarschijnlijk na afloop van je date minstens een weekje gaat ghosten.

Daar brengt een aria (lyrics: “Ik moet gestraft worden voor mijn wilde liefde; ik houd veel te veel van hem!”) haar zo in vervoering dat ze opnieuw overtuigd is van haar liefde voor Julien. Haar vertrouwen is terecht: Julien schiet in een kerk zijn vroegere geliefde neer (lang verhaal) en wordt ter dood veroordeeld.

Mathilde rijdt met zijn afgehakte hoofd op haar schoot de lijkwagen achterna om Juliens lichaam een laatste rustplaats te gaan geven in een grot in de bergen. Ze zal altijd van hem blijven houden – een dode twijg laat zich immers nog beter kristalliseren dan een levende.

De remedie tegen de verveling is dus eenvoudig. Check het programma van de Stopera en de Munt, boek je kaartjes voor Rossini, en neem iemand mee die graag in de bergen wandelt en je waarschijnlijk na afloop van je date minstens een weekje gaat ghosten. Als zij of hij dan ook nog iets Robespierre-achtigs heeft zit je helemaal gebakken en kun je uitzien naar jaren of misschien zelfs een leven zonder verveling.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *