Door Simon Jacobs (Master student, Radboud Universiteit Nijmegen)

Hebben bedrijven een sociale verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij? Is het terecht dat we boos zijn op Shell omdat ze de klimaatproblematiek lijkt te bagatelliseren, of trots op Nike omdat ze zich in haar recente reclamecampagnes uitspreekt tegen racisme en politiegeweld? En zo ja, hoe zien we graag dat deze sociale verantwoordelijkheid van bedrijven in de praktijk gestalte krijgt?

Deze vragen hebben onder de noemer van corporate social responsibility de afgelopen dertig jaar een steeds centralere plek ingenomen in het bedrijfskundig discours. Waar men een aantal decennia geleden het maken van winst nog als enige verantwoordelijkheid van het bedrijf zag, schijnt men tegenwoordig meer en meer sympathie te krijgen voor het idee van corporate social responsibility. Deze wending lijkt mede aangewakkerd door grote schandalen (Enron, BP, Volkswagen) en de toenemende vraag in de maatschappij naar sociale en ecologische duurzaamheid.

Volgens een aantal filosofen en bedrijfskundigen gaat aan het vraagstuk of een bedrijf alleen economische of ook sociale verantwoordelijkheden heeft nog een fundamentelere vraag vooraf. Is een bedrijf eigenlijk wel het type ding dat op een betekenisvolle manier morele verantwoordelijkheid kan hebben? Kan een bedrijf eigenlijk wel handelen? Of, met andere woorden, is een bedrijf een moral agent?

Kunnen bedrijven verantwoordelijk zijn?

In ons dagelijks taalgebruik doen we regelmatig uitspraken als “Blokker opent een nieuwe winkel”, of “Shell wil de uitstoot van CO2 met 20% verminderen.” Bij nader inzien is het echter helemaal niet zo duidelijk hoe een bedrijf als bedrijf een winkel kan openen, of hoe een bedrijf als bedrijf iets kan willen.

Hetzelfde geldt voor toeschrijvingen van morele verantwoordelijkheid. Als we zeggen dat het “Apple’s verantwoordelijkheid is om zelfmoorden in haar fabrieken tegen te gaan,” is het niet duidelijk hoe het bedrijf als bedrijf voor zoiets verantwoordelijk kan zijn. De vraag in hoeverre we op een betekenisvolle manier morele verantwoordelijkheid aan bedrijven als bedrijven toe kunnen schrijven staat bekend als het vraagstuk van corporate moral agency.

Volgens filosoof David Rönnegard is een bedrijf onder geen beding een moral agent, en dus ook niet het type ding dat morele verantwoordelijkheid kan hebben. Verantwoordelijkheden die we normaal aan bedrijven toeschrijven rusten enkel en alleen op de schouders van individuele werknemers.

Het bedrijf Volkswagen beboeten voor het dieselschandaal is dan ook onrechtvaardig. Sterker nog, redeneert jurist John Hasnas, het is een vorm van collectieve straf, en daarmee een schending van internationaal recht volgens de verdragen van Genève.

De verkeerde vraag

Men kan proberen om deze lijn van argumentatie op inhoudelijke gronden te weerleggen. Zo stellen sommige denkers dat het handelen van een bedrijf vaak niet volledig te reduceren valt tot de handelingen van haar medewerkers. Denk bijvoorbeeld aan een fusie tussen twee bedrijven. Als we zeggen dat KLM fuseert met Air France, dan is dit fuseren niet te begrijpen als een handeling op het niveau van individuele medewerkers, alleen op het niveau van de bedrijven zelf.

Ik wil hier de argumenten van Rönnegard en Hasnas echter op een andere manier problematiseren. Deze denkers begaan namelijk een fundamentelere fout, en wel door moreel agentschap als noodzakelijke voorwaarde te stellen voor morele verantwoordelijkheid. Peter Strawsons opvatting van morele verantwoordelijkheid kan een oplossing bieden voor het vraagstuk van corporate moral responsibility.

Strawsons Freedom and Resentment

In Freedom and Resentment gaat Peter Strawson het gesprek aan met de incompatibilistische ‘pessimist’ die beweert dat morele verantwoordelijkheid wegvalt in een gedetermineerde kosmos. Als alle gebeurtenissen in de kosmos noodzakelijk gebeuren, heeft de mens geen vrije wil.

Strawson wijst ons op de manier waarop we in de dagelijkse praktijk verantwoordelijkheid aan iemand toeschrijven. De meest fundamentele manier waarop we dit volgens Strawson doen is via onze reactieve attitudes: een familie van emotionele reacties op het gedrag van anderen, zoals dankbaarheid, wrok, waardering en verontwaardiging.

Als iemand mij pijn doet, bijvoorbeeld door op mijn voet te gaan staan, dan is mijn eerste emotionele reactie om boos op deze persoon te worden. We schorten onze emotionele reacties soms op, als we besluiten dat het oneerlijk is om iemand verantwoordelijk te houden voor een actie. Als blijkt dat iemand bijvoorbeeld per ongeluk op mijn voet is gaan staan, dan is het waarschijnlijk dat ik mijn oorspronkelijke boosheid opschort.

Volgens Strawson is het echter ondenkbaar dat we permanent al onze emotionele reacties kunnen opschorten omwille van een abstracte these. Dat ik geloof in een gedetermineerde kosmos kan er nooit toe leiden dat ik al mijn emotionele reacties permanent opschort.

Bovendien zou het permanent opschorten van deze reacties volgens Strawson bijzonder onwenselijk zijn. Zonder onze emotionele reacties op het gedrag van anderen worden allerlei belangrijke sociale omgangsvormen zoals liefde, schuld en dankbaarheid onmogelijk.

Het toeschrijven van morele verantwoordelijkheid is dus totaal onafhankelijk van een abstracte these als determinisme, het is een sociale praktijk, en om logische en pragmatische redenen kunnen en willen we niet zonder.

Strawson en corporate moral responsibility

David Silver laat in zijn paper A Strawsonian Defense of Corporate Moral Responsibility zien dat we deze analyse eveneens op onze emotionele houdingen ten opzichte van bedrijven kunnen toepassen. Ten eerste zien we bijvoorbeeld in het Volkswagen Dieselschandaal dat het gebruikelijk is boos te worden op een bedrijf als bedrijf. Mensen nemen het Volkswagen kwalijk dat er met de dieseltesten is gesjoemeld, en niet (alleen) individuele topmanagers.

Ten tweede stelt Silver dat het net als bij individuele emotionele reacties onmogelijk én onwenselijk is om deze emotionele reacties ten opzichte van bedrijven permanent op te schorten. Het feit dat de acties van een bedrijf voor de buitenwereld vaak alleen op bedrijfsniveau te begrijpen zijn, betekent dat we in onze emotionele reacties op de acties van een bedrijf vaak genoodzaakt zijn ons op het bedrijf als bedrijf te richten. Aangezien het een groot verlies zou zijn om bedrijven niet langer verantwoordelijk te houden voor hun acties, stelt Silver, is het pragmatisch gerechtvaardigd om verantwoordelijkheid toe te schrijven aan bedrijven als bedrijven.

Dit houdt niet in dat iedere emotie ten opzichte van bedrijven gerechtvaardigd is. Het zou op inhoudelijke gronden mogelijk zijn te beargumenteren dat het onterecht is om in een bepaald geval trots of boos op een bedrijf te zijn.

Wat Strawson en Silver echter wel laten zien is dat het niet per definitie ongegrond zou zijn om bedrijven morele verantwoordelijkheid toe te schrijven. Het zou op inhoudelijke gronden mogelijk zijn te beargumenteren dat het onterecht is dat we boos zijn op Shell, of dat we trots zijn op Nike, maar zulke emotionele reacties aan het adres van bedrijven als bedrijven zijn in ieder geval niet per definitie misplaatst.

Verder lezen

David Rönnegard (2015). The Fallacy of Corporate Moral Agency. Dordrecht: Springer.

David Silver (2005). “A Strawsonian Defense of Corporate Moral Responsibility.” American Philosophical Quarterly 42 (4), pp. 279-293.

Peter Strawson (1962). “Freedom and Resentment.” Proceedings of the British Academy 48, pp. 1-25.


Meer:

3 Comments

  1. Hier wordt een bedrijf gezien als een ding. Maar een bedrijf is een verzameling individuen die hun gedrag op elkaar afstemmen. In meerdere of mindere mate dragen zij medeverantwoordelijkheid voor het ‘handelen van het bedrijf’ als geheel. Leden van een misdadige bende kiezen voor het gezamenlijk overvallen van een bank en dragen daar naar vermogen aan bij. Zij zijn verantwoordelijk naar gelang hun bijdrage. Dat de ceo van de ING zijn gigantisch salaris terwijl hij het bepaald niet goed heeft gedaan en zelfs ‘beloond’ wordt met een prachtige baan in Zwitserland kan terecht moreel afgekeurd worden, ook al is hij niet in zijn eentje verantwoordelijk. Individuen verdienen afkeuring naar rato van hun bijdrage aan het bedrijf.

  2. Hier wordt een bedrijf onterecht gezien als een ding. Maar een bedrijf is een verzameling individuen die hun gedrag op elkaar afstemmen. Mensen kiezen of ze hun bijdrage wikken leveren of niet. In meerdere of mindere mate dragen zij medeverantwoordelijkheid voor het ‘handelen van het bedrijf’ als geheel. Leden van een misdadige bende kiezen voor het gezamenlijk overvallen van een bank en dragen daar naar vermogen aan bij. Zij zijn verantwoordelijk naar gelang hun bijdrage. Dat de ceo van de ING zijn gigantisch salaris blijft behouden, terwijl hij het bepaald niet goed heeft gedaan en zelfs ‘beloond’ wordt met een prachtige baan in Zwitserland kan terecht moreel afgekeurd worden, ook al is hij niet in zijn eentje verantwoordelijk. Individuen verdienen afkeuring naar rato van hun bijdrage aan het bedrijf.

    1. Een rechtspersoon is een juridische constructie waardoor een abstracte entiteit of organisatie op kan treden als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer behept met rechten en plichten zoals een natuurlijk persoon dat kan doen, dat wil zeggen, ook een rechtssubject wordt. (wikipedia)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *