Door Marc Slors (Hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen)

Door Harmen Ghijsen (Postdoc Radboud Universiteit Nijmegen)

In de afgelopen weken werd er veel kritiek geleverd op mensen die zich niet hielden aan alle corona-richtlijnen. Zijn mensen die geen anderhalve meter afstand houden of die elkaar toch een hand geven, inderdaad dom of asociaal? Hoe moeilijk kan het zijn om zulke simpele omgangsvormen in acht te nemen? Het idee achter veel commentaar is dat alleen onwil kan verklaren waarom mensen zich niet massaal nieuwe omgangsvormen aanmeten. 

Als onwil inderdaad het probleem is, moeten we mensen zo veel mogelijk aanspreken op hun morele verantwoordelijkheid. Arjen Lubach deed dat waarschijnlijk het meest effectief, maar je vond dezelfde boodschap van de NRC tot aan RTL Boulevard. Bart Engelen wijst in een eerder stuk op Bij Nader Inzien terecht op de tekortkoming van deze benadering: de bewuste verwerking van adviezen is een veel minder effectieve vorm van gedragsverandering dan het manipuleren van onbewuste processen met behulp van zogenaamde ‘nudges’. Dat is een belangrijk inzicht. Maar er speelt bij dit soort gedragsveranderingen nog iets anders mee. 

Door omgangsvormen te standaardiseren houden we ruimte in ons hoofd over voor de dingen waarvoor we bewustzijn nodig hebben

Conventies zoals handen schudden en een bepaalde afstand tot elkaar houden hebben juist de functie om ons gedrag zo onbewust mogelijk te bepalen. Het zijn gedeelde automatismen die er voor zorgen dat we onze bewuste aandacht aan andere dingen kunnen besteden. Het doorbreken van zulke automatismen vraagt niet alleen om onbewuste beïnvloeding, maar vooral ook om het aanpassen van de fysieke omgeving waarmee die automatismen verweven zijn.    

Conventies als cognitive offloading

Eén van de dingen waarin menselijke cognitie verschilt van die van dieren (en één van de redenen waarom wij het evolutionair vrij goed hebben gedaan) is dat wij, behalve onze hersens, ook onze omgeving gebruiken om te denken. Dat heet ‘cognitive offloading’: taken die we in principe in ons hoofd kunnen doen, doen we makkelijker en sneller door er apparaten, objecten of andere mensen bij te betrekken. Het standaardvoorbeeld is onze smartphone, waarin een deel van ons geheugen zit. Maar offloading kan ook veel simpeler. 

Eén belangrijke vorm van cognitive offloading is het inrichten van onze omgeving op zo’n manier dat we zo makkelijk mogelijk de weg vinden en elkaar daarbij zo min mogelijk in de weg zitten. Vergelijk het met strepen en verkeersborden die het wegverkeer behoeden voor verstopping. Op eenzelfde manier zit onze omgeving vol met aanwijzingen over waar we bepaalde mensen en dingen kunnen vinden en hoe we efficiënt met ze kunnen omgaan.

We zien dit bijvoorbeeld aan wie wat voor soort kleren draagt (denk aan de politieagent, maar ook aan de supermarktmedewerker) en aan hoe de architectuur van een supermarkt verschilt van die van benzinestations. En net zoals in het verkeer, gebruiken we ook sociale regels en aanwijzingen om onze interacties met elkaar zo snel en moeiteloos mogelijk te laten verlopen.

Sociale conventies zijn dus ook een vorm van cognitive offloading. Door omgangsvormen te standaardiseren kunnen we een deel van onze interacties op de automatische piloot doen. Daarbij houden we ruimte in ons hoofd over voor de dingen waarvoor we bewuste cognitie nodig hebben: onze dagelijks taken, ons werk, onze hobby’s, onze vrienden en sociale contacten. 

Het is niet voldoende om mensen bewust op hun verantwoordelijkheid te wijzen

Wat er gebeurt als we naast die dagelijkse taken ook onze bewuste aandacht moeten houden bij de omgangsvormen die we gebruiken, kun je zien aan het verschijnsel van ‘culture shock.’ De meesten van ons die langere tijd in een vreemde cultuur verblijven, krijgen te maken met de gevolgen van een permanente cognitieve overbelasting. Weinig mensen kunnen het aan om de hele tijd bewust na te moeten denken over de dagelijkse omgang met anderen.

Zelfopgelegde culture shock

Nu heel basale omgangsvormen niet meer automatisch kunnen plaatsvinden, ondergaan we een zelfopgelegde vorm van culture shock. Onbewust mensen toch een hand geven of die anderhalve meter afstand even vergeten is niet alleen onwil, maar vooral onvermogen om geautomatiseerde omgangsvormen opeens bewust te moeten aanpassen. Het is net als links rijden in Engeland. Het gaat goed zolang er anderen op de weg zijn die je kunt volgen zonder er veel bij na te denken, maar wacht maar tot je alleen op een stil weggetje rijdt en er pas na een half uur een tegenligger aankomt… 

Het is niet voldoende om mensen bewust op hun verantwoordelijkheid te wijzen. We zullen ook moeten erkennen dat de maatregelen onze normale mechanismen van cognitive offloading verstoren op een manier die om meer bewuste aandacht vraagt dan we normaliter kunnen opbrengen. Naast het elkaar blijven aanspreken op verantwoordelijkheid zullen we dus ook onze fysieke omgeving moeten aanpassen op manieren die ons zo veel mogelijk op het goede pad zetten. Op die manier wordt een vorm van cognitive offloading die normaal door onze conventies wordt vervuld, nu door onze omgeving overgenomen.

Op verschillende plaatsen zijn strepen op de vloer gezet die de nieuwe juiste afstand tussen mensen aangeven. Bij de zelf-scan afdeling van de Albert Heijn is elke tweede zelf-scan uitgezet zodat mensen vanzelf de nieuwe juiste afstand houden. Ook simpelweg bordjes ophangen om mensen bij de les te houden helpt, liefst met concrete regels om nieuwe handelswijzen te standaardiseren (“wacht bij aanwezigheid van 3 personen tot iemand naar buiten komt voordat u naar binnen gaat”). 

Erkennen wat het cognitieve mechanisme is achter de moeite die we hebben om 1,5 meter afstand te houden en geen handen meer te schudden, helpt in te zien dat het aanpassen van de omgeving beter helpt dan elkaar de les te lezen. Hoe meer we onze omgeving aanpassen aan onze nieuwe sociale omgangsvormen, hoe sneller de aanpassing zal gaan.


Meer:

3 Comments

  1. “Eén van de dingen waarin menselijke cognitie verschilt van die van dieren (en één van de redenen waarom wij het evolutionair vrij goed hebben gedaan)” suggereert dat dieren het evolutionair minder goed hebben gedaan. Wij is dan homo sapiens neem ik aan? Ten eerste is dat ook een diersoort. Ten tweede bestaat deze soort echter pas zo’n 300.000 jaar, terwijl de pissebed (om maar eens wat te noemen) al meer dan 300 miljoen jaar de aarde bevolkt.

  2. Mooi essay, Marc en Harmen.
    Eén bedenking en twee suggesties.
    De bedenking: In de laatste zin schrijven jullie “we” en dan is het duidelijk dat jullie niet in abstracto verwijzen naar ‘homo sapiens’ (zie de opmerking van ‘mirrormundo’), maar in concreto naar een bepaald collectief. Maar wie kan voldoende macht naar zich toe trekken om de omgeving van iedereen te veranderen? Dan komen zorgen van politieke aard op. Want het is prima als de ANWB bij ons op straat witte strepen zet en bij kruispunten verkeerslichten plaatst, maar het is een heel ander verhaal als de Chinese overheid met camera’s sociale punten gaat bijhouden om te reguleren wie waar op straat mag lopen.
    Eerste suggestie: direct hieruit voortvloeiend moet ik denken aan een kruispunt in Friesland (als ik het goed onthouden heb) waar ze expres de verkeerslichten weer weggehaald hebben om weggebruikers te dwingen minder aan cognitive offloading te doen, met minder ongelukken als gevolg.
    Tweede suggestie: er is meer dan alleen *cognitive* offloading. Het lijkt er op dat er ook sprake is van wat ik *volitional* offloading zou willen noemen. Ik weet niet of daar onderzoek naar gedaan is, maar als jullie bronnen kennen, hoor ik het graag. Ik moet denken aan zelfbindingscontracten en aan mensen die met roken willen stoppen en daarom alle asbakken uit huis verwijderen. Ook hoorde ik ooit een verhaal van iemand die met roken wilde stoppen en zijn hele huis volgehangen had met post-its waarop maar twee letters stonden: “NO”.

  3. Ha Jan, dank voor je reactie!
    Over je eerste suggesties: Bij het kruispunt zouden verschillende dingen een rol zouden kunnen spelen, bijv:
    (1) te veel regels, waardoor offloading geen offloading meer is maar weer in multitasking verandert (stoplichten, haaientanden, gewone verkeersregels, etc.)
    (2) regels worden slechts door een deel van de weggebruikers opgevolgd, hierdoor wordt niet langer aan de voorwaarden voor conventies en daarmee offloading voldaan.
    Daarnaast wordt bij het weghalen van alle verkeerslichten de ene conventie door een andere vervangen; het gaat niet meer om wachten bij rood, maar naar elkaar kijken (eventueel met gebaren en gezichtsuitdrukkingen) en natuurlijk het volgen van de algemene verkeersregels. Juist dit soort standaard praktijken om op terug te vallen zijn de verkeerde bij corona: we zijn niet standaard geneigd om de 1,5 m afstand te houden. Daarom is het structureren van de omgeving juist nu zo belangrijk!
    Over je tweede suggestie: volitional offloading is een interessant idee. Maar dat raakt minder aan de conventies waar we het over hebben.
    Wat betreft je bedenking: om te beginnen moet je aan niet al te radicale ingrepen denken. Cameratoezicht, bijvoorbeeld, speelt geen rol in wat we voorstellen (is ook geen vorm van offloading). Een eerdere versie van het artikel is vijf of zes weken geleden geschreven en eigenlijk is het al achterhaald omdat het soort van ingrepen waar we het over hadden nu massaal worden toegepast. Overal zie je strepen met ducttape op de stoep, winkelwagentjes worden gebruik om zonder na te denken afstand te houden, elke tweede zelfscan kassa dicht is, bioscopen en restaurants zijn nieuwe inrichtingen aan het bedenken en zelfs de inrichting van vliegtuigen wordt opnieuw doordacht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *