Door Eva Meijer (Postdoctoraal onderzoeker Universiteit Wageningen)

Corona maakt mensen niet alleen ziek maar ook bang. Dat heeft positieve gevolgen: angst maakt voorzichtig en dat kan ons helpen te overleven – het kan ons helpen om anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Maar de angst zelf kan ook tot problemen leiden.

Wil je dit artikel liever beluisteren? Hier vind je de audioversie:

De maatschappelijke ervaring van angst

Veel mensen zien angst als een individuele aangelegenheid: het is een gevoel, en gevoelens zijn privé. Angst heeft echter ook een sociale component.

In haar boek Depression: A Public Feeling, schrijft Ann Cvetkovich over hoe depressie – toch bij uitstek een individuele en isolerende ervaring – gevormd wordt door maatschappelijke processen. Sociale structuren, zoals racisme, homofobie en kapitalisme zorgen ervoor dat bepaalde sociale groepen er sterker door worden getroffen dan andere.

Culturele factoren beïnvloeden bovendien hoe psychische gesteldheden gewaardeerd worden, wat weer invloed heeft op hoe individuen die ervaren. Als een psychose wordt gezien als contact met het hogere, heeft het een andere status dan wanneer het een ziekte is die je met medicijnen moet bestrijden.

Veel mensen zien angst als een individuele aangelegenheid: het is een gevoel, en gevoelens zijn privé.

Hetzelfde geldt voor angst: onze ervaring en waardering ervan zijn historisch en cultureel bepaald. Volgens Peter Stearns heeft de moderne mens last van andere angsten dan de premoderne. Zo is angst voor de nacht en het donker nu minder dan bij eerdere generaties, dankzij straatverlichting en verlichting in huis. Ook werden angsten die verbonden zijn met bijgeloof minder naarmate het vertrouwen in wetenschappelijke kennis toenam.

Hoe het precies zit weten we overigens niet: in de geschiedenis van emoties is nog veel onduidelijk. Dat geldt zeker voor angst – over liefde, woede en schaamte is meer bekend. We weten bijvoorbeeld niet of angst historisch gezien structureel veranderd is, of dat er in de geschiedenis altijd pieken en dalen zijn, terwijl de ervaring daarvan gelijk blijft.

Dat er pieken en dalen zijn staat wel vast. Sommige angsten verdwijnen: bijvoorbeeld die voor honger in welvarende streken. Daar komen nieuwe voor terug: er is sinds 9/11 angst voor terrorisme en aanslagen ontstaan, en de angst voor kinderontvoering is bijvoorbeeld ook relatief nieuw.

Ecologieën van angst

In de ecologie, het vakgebied dat relaties bestudeert tussen organismen en tussen organismen en hun omgeving, wordt onderzocht hoe angst het gedrag van andere dieren vormgeeft.

Prooidieren stemmen hun gedrag af op het gedrag van de roofdieren in hun leefgebied. Daarin speelt angst een belangrijke rol. Omdat ze bang zijn, vermijden ze bijvoorbeeld bepaalde plekken, of bepaalde plekken op bepaalde tijden. Muizen moeten rekening houden met roofvogels, vossen en huishonden. Ze wegen de gevaren daarvan af tegen hun honger. Vossen moeten weer rekening houden met mensen en huishonden. Roofvogels weer met andere roofvogels, en ga zo maar door. Dit soort systemen noemt Joel Brown ecologieën van angst.

Angst voor het coronavirus is onder andere gevormd door Hollywoodfilms en de berichtgeving in de media.

In sociale relaties tussen mensen zie je iets vergelijkbaars. Vrouwen worden gesocialiseerd om bang te zijn wanneer ze alleen in het donker naar huis lopen of fietsen (de angst voor het donker is dus niet voor iedereen in gelijke mate afgenomen) en om op hun hoede te zijn wanneer ze hardlopend in een bos een man of groepje mannen tegenkomen. Ze passen daardoor hun gedrag aan. Hetzelfde geldt voor andere gemarginaliseerde groepen.

Hoewel persoonlijke ervaringen met geweld een rol spelen in hoe mensen zich in dit soort situaties gedragen, houden ook degenen die daar niet expliciet mee te maken hebben gehad rekening met de mogelijkheid van geweld. Opvoeding, scholen, films, boeken en televisieseries dragen bij aan de structuur van dit soort ecologieën.

Het vormgeven van een virus

Angst voor het coronavirus krijgt op een vergelijkbare manier gestalte, en is onder andere gevormd door Hollywoodfilms, cultureel bepaalde ideeën over hygiëne en lichamelijkheid, en misschien vooral de berichtgeving in de media.

Kranten en nieuwssites hebben net als bij aanslagen en andere rampen live-blogs met steeds nieuwe updates, mensen krijgen pushberichten met het aantal doden van die dag, radio en televisie hebben een aangepaste programmering.

Ook via sociale media – dit is de eerste pandemie waarin ook ouderen in groten getale op Facebook zitten – worden we geconfronteerd met afbeeldingen van noodtoestanden in buitenlandse ziekenhuizen, met meningen en met de angsten van anderen.

Angst disciplineert: het zorgt ervoor dat mensen zich bepaald gedrag eigen maken

Toegang tot informatie is belangrijk, maar de media functioneren vaak als een trechter: er wordt veel informatie ingegoten, die wordt samengeperst en komt er als hapklare brokken weer uit. Vervolgens worden die brokken steeds herhaald, waardoor ze groter lijken dan ze zijn.

Maar de complexiteit van de werkelijkheid kun je ook tijdens een pandemie niet met clichés en dooddoeners beschrijven. En de keuze voor welk nieuws er gebracht wordt is niet neutraal: dat kan angst versterken of juist doen afnemen.

Corona-angst en macht

Een belangrijk aspect van een sociale ecologie van angst is dat zij machtsverhoudingen instelt of bevestigt. Neem de angst van vrouwen om in het donker over een landweg te fietsen in een patriarchale samenleving. Die draagt bij aan de onderdrukking van vrouwen, perkt hun bewegingsvrijheid en vrijheid van expressie in (toch maar geen kort rokje, toch maar geen uitdagend gedans), zorgt voor zelfcontrole, en leidt misschien zelfs tot een gevoel van waardeloosheid of minderwaardigheid. Angst disciplineert: het zorgt ervoor dat mensen zich bepaald gedrag eigen maken.

De enorme nadruk op corona doet het ook lijken of andere rampen niet tellen.

Ook corona-angst is deels gevormd door machtsverhoudingen en bestendigt die. Ouderen hebben nu bijvoorbeeld niet alleen van het virus meer te vrezen, maar ook van een deel van de mensen, dat ze als (economisch) minder waard beschouwt. Een vergelijkbare discussie speelt nu in relatie tot dikke mensen. De racistische uitingen tegen mensen met een Aziatisch uiterlijk die vlak na het begin van de uitbraak plaatsvonden zijn hier ook een voorbeeld van.

Angst maakt mensen bovendien vatbaar voor propaganda. Maatregelen tegen het virus zullen omarmd worden als ze veiligheid beloven. Dit is iets om voor op te passen. Die maatregelen kunnen namelijk andere ontwrichtende gevolgen hebben. Zo is een lockdown schadelijk voor mensen en huisdieren die mishandeld of misbruikt worden. De enorme nadruk op corona doet het ook lijken of andere rampen niet tellen. Denk bijvoorbeeld aan het opschorten van klimaatbeleid of het uitstellen van de aanpak van misstanden in de psychiatrie.

Hiermee wil ik niet betogen dat we individueel moeten gaan rebelleren. Maar om weloverwogen over coronamaatregelen te kunnen oordelen, moeten we ook reflecteren op ecologieën van angst – met betrekking tot gezondheid, economie, en andere zaken – en onderzoeken wie daar garen bij spint.

Verder lezen

Brown, Joel S. “Ecology of Fear.” Encyclopedia of Animal Behavior  (2019): 196.

Cvetkovich, Ann. Depression: A Public Feeling. Duke University Press, 2012.

Stearns, Peter N. “Teaching about the history of fear.” International Journal of Fear Studies, 2:1 (2020) 9-16.


Meer:

1 Comment

  1. Door het brein is de mens een gemankeerd dier geworden. Daardoor zijn angsten van mensen vaak irrationeel en aangepraat. Bij dieren is angst functioneel.
    Door onze moderne media worden tsunamis van emotionele informatie als verdienmodel veroorzaakt.
    Weinig mensen zijn in staat dit te ruguleren tot adequate informatie.
    Angst voor Corona is reeel, maar wordt ook irreel door gemankeerde-, te veel en vaak tegenstrijdige boodschappen. Die vaak worden afgegeven vanuit verkeerde motivaties, zoals:
    . Verdienmodel
    . Geld staat boven de mens
    . Politieke voorkeur
    . Electorale overwegingen
    . Onfatsoenlijk mensbeeld
    . Eigen angsten van de boodschappers
    . Bewuste ontregeling en ophitsing
    . (meda)productie gedreven
    . Babbelaars als moderne filosofen, -experts en -autoriteiten in de massamedia
    . Gebrek aan inzicht in verhoudingen

    Deze pandemie maakt veel duidelijk, vooral het gebrekkig functioneren van de mens als intelligent dier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *