Door Maryam Babur (Juniordocent PPLE, Universiteit van Amsterdam)

“Het is beslist waar, zoals de filosofen zeggen, dat het leven achterwaarts moet worden begrepen. Maar ze vergeten de andere kwestie: dat het leven voorwaarts moet worden geleefd” merkt de Deense filosoof Kierkegaard op in zijn Journalen. Hij zegt voorts dat het lijkt alsof er op geen enkel moment “de nodige rustplek” te vinden valt waar men het leven “achterwaarts” kan begrijpen.

Als we reflectie zo karakteriseren, als een kijken-naar-achteren terwijl je naar-voren-loopt in je leven, hoe komen we tot een volledig ‘begrip’ van je leven? Is dat pas op het moment van doodgaan te krijgen, zoals in veel bucketlist-films het geval is? Maar is het dan niet te laat om reflectie te zoeken?

Bedoelt Kierkegaard dan misschien dat we continu moeten reflecteren om reflectie een zinvolle plek te geven in onze levens? Het omgekeerde, dat je gewoon doorgaat in je leven, zonder te veel te reflecteren, lijkt immers psychopathologisch. Of misschien wat zachter (of, afhankelijk van hoe je het bekijkt, wat harder): immoreel.

Kierkegaards reflectie raakt een groter onderwerp in de filosofie. Hoe kan het dat de mens zich moreel kan oriënteren in de tijd, terwijl die eindige mens zich continu bevindt in het voortvloeien van de grotere, misschien zelfs oneindige, stroom van tijd?

We kunnen ons niet losmaken van de tijd. We kunnen dus niets objectiefs–noch subjectiefs–zeggen over wat we zouden moeten doen op elk gegeven moment. Ook ‘achteraf gezien’, vanuit die bekende filosofenleunstoel, kunnen we nooit met zekerheid zeggen dat hoe we ooit hebben gehandeld ‘goed’ of ‘slecht’ was. Want wie weet komt er een tijd waarin mijn morele keuzes, die nu juist lijken, als onjuist worden gezien–door mijzelf, door anderen, of door de ‘geschiedenis’.

Een dynamisch en open beeld van tijd lijkt een onoplosbare onzekerheid te introduceren in de ethiek. Enerzijds krijgt moreel relativisme houvast: doe maar wat, want er zijn toch geen vaste antwoorden. Anderzijds bereikt de menselijke vrijheid, en daarmee de kwestie van verantwoordelijkheid, slechts bij zo’n beeld van de tijd zijn volle kracht.

Vanuit het oogpunt van de handelende mens ligt niet alleen de toekomst open. Ook is er geen concreet verleden, want nog veel kan gebeuren wat het verleden mogelijk ‘ongedaan’ kan maken. Actie en verantwoordelijkheid worden hiermee een nog serieuzere zaak dan ze al zijn: onze levens krijgen betekenis, juist omdat veel nog kan.

Verder lezen

Kierkegaard, S.A., Journals, IV A 164, 1843.
Het citaat in het Engels: “It is perfectly true, as philosophers say, that life must be understood backwards. But they forget the other proposition, that it must be lived forwards. And if one thinks over that proposition it becomes more and more evident that life can never really be understood in time because at no particular moment can I find the necessary resting-place from which to understand it.”

Kierkegaard schrijft vaak over de tijd en openheid. Nog een boek dat deze thema’s raakt:
Kierkegaard, S.A., 1849. The Sickness Unto Death: A Christian Psychological Exposition for Upbuilding and Awakening.

Wollheim, R., 1984. The Thread of Life.
Hoofdstuk “The Examined Life” voor een andere blik op Kierkegaards uitspraak.

Gadamer, H.G. 1960. Truth and Method.
Met het begrip ‘History-of-effect’ legt Gadamer goed uit hoe we niet los kunnen komen van de tijd.

Bared, K. 2007. Meeting the Universe Halfway: Quantum Physics and the Entanglement of Matter and Meaning.
Lessen uit de quantumnatuurkunde gecombineerd met ethiek, en post-koloniale en feministische theoriëen. Hoe kunnen we de focus wegnemen van concrete begrippen in de ethiek en epistemologie? Ze oppert, onder meer, het vervangen van de statische metafoor van ‘reflectie’, die vaak gebruikt is in de ethiek en epistemologie, door de haar inziens meer zeggende optische metafoor uit de quantumnatuurkunde, ‘diffractie’.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *