Door Bij Nader Inzien (redactie)

Soms is het beter om niet voluit te gaan, niet alles te geven, zodat een ruimte kan ontstaan waarin we ons veilig voelen. De Vlaamse filosoof Peter Venmans pleit voor een nieuwe terughoudendheid. Een kort pleidooi voor een vergeten deugd.

Zolang je in een welomschreven, hiërarchische groep leeft – een familieverband bijvoorbeeld – ken je je specifieke plaats (die in de loop der tijd ook kan wisselen) en daardoor ben je ook iemand. 

Een dergelijke groep kan natuurlijk ook beklemmend werken maar in elk geval ben je als lid van een dergelijke groep een ‘publieke persoon’ in de betekenis die Richard Sennett daaraan gaf: iemand die zich goed kan identificeren met de sociale rol die hem toebedeeld is en die daarom geen grote behoefte heeft aan een privéleven. 

In een massa daarentegen is iedereen inwisselbaar geworden en zijn er strikt genomen geen personen meer, alleen nog van elkaar geïsoleerde, vereenzaamde individuen. Volgens Hannah Arendt vormt de massamaatschappij die voedingsbodem voor totalitaire bewegingen die beloven om een nieuwe mens te creëren – de oude mens stelde al bij al toch niet zoveel meer voor. Totalitaire bewegingen waren eropuit om de massa te mobiliseren en het ‘tussen’, dat al zwaar aangetast was, verder te ontmantelen. In plaats van de oude wereld kwam een logisch, consistent principe. 

In totalitaire omstandigheden is het haast onmogelijk om in de publieke ruimte te verschijnen of in elk geval heb je er een uitzonderlijke moed voor nodig. Conformisme is de regel en het is niet voor iedereen weggelegd om een dissident te worden. 

Maar eigenlijk is er altijd wel enige lef vereist om uit het comfort van de privésfeer te treden en een publieke persoon te worden. Het risico is namelijk inherent aan de openbaarheid; politiek is per definitie een waagstuk. In een beroemd tv-interview met Günter Gaus, uit 1964, omschrijft Hannah Arendt het als volgt:

‘Het waagstuk van de openbaarheid: het lijkt mij duidelijk waarin dat bestaat. Men geeft zich bloot in het licht van de openbaarheid, en wel als persoon. Ik ben van mening dat men nooit op zichzelf teruggeplooid in de openbaarheid mag treden en handelen, maar ik weet ook dat de persoon zich in elk handelen toont zoals in geen enkele andere activiteit. Waarbij het spreken ook een vorm van handelen is. Dat is punt één. Het tweede waagstuk is: we beginnen iets; wij spinnen onze draad in een web van betrekkingen. Wat daaruit voortkomt, weten we nooit.’

Tussen vier muren

Zolang je je in de beschermende omgeving van de privésfeer bevindt, kun je de illusie van soevereiniteit koesteren. Tussen de vier muren van je huis ben je in principe baas over je doen en laten. Natuurlijk klopt dit idyllische beeld niet helemaal, zoals iedereen die samenwoont met een partner of kinderen heeft wel weet, maar in vergelijking met het leven in de wereld te midden van vreemden, is het leven binnen de vertrouwdheid van je huis een stuk comfortabeler.

Zodra je je in de wereld begeeft en met onbekenden te maken krijgt, moet je de illusie van soevereiniteit opgeven. Je wordt dan geconfronteerd met behoeften en verlangens van andere mensen die nooit helemaal overeenkomen met die van jou; veelal zijn ze zelfs incompatibel. Wat jij wil, wil ik niet, en omgekeerd. Tegelijk kun je je niet volledig van de anderen distantiëren; je bent afhankelijk van elkaar omdat je dezelfde beperkte ruimte deelt. 

In de publieke ruimte blijken je eigen behoeften, verlangens en opvattingen ineens veel minder mee te tellen en komt het er op de eerste plaats op aan om een modus vivendi te vinden. 

De situatie is dus paradoxaal. Enerzijds moet je in de wereld verschijnen om een volwaardige mens te kunnen worden, anderzijds verlies je bij dat verschijnen juist je soevereiniteit en word je kwetsbaar. De wereld is voor de mens een noodzakelijke maar tevens onveilige plek. Je moet je vertonen maar dat vertoon is risicovol. 

Hoe nu om te gaan met deze paradox? Hoe kunnen we ons beschermen tegen de wereld maar ons ook weer niet zo hermetisch afschermen dat we daardoor onze menselijkheid verliezen? De meest voor de hand liggende oplossing is dat we ons regelmatig even terugtrekken in de privésfeer om daar rust en veiligheid te vinden. Onvoorwaardelijk engagement in de wereld noch een totale terugplooiing op het zelf is mogelijk of wenselijk. Daarom is er discretie nodig: omdat we niet geheel van de wereld en niet geheel van onszelf zijn. En omdat we dat van elkaar weten. 

Dit is een licht bewerkt fragment uit Discretie van Peter Venmans. Het boek staat op de shortlist voor de Socratesbeker, de prijs voor het beste filosofieboek van het afgelopen jaar. De winnaar wordt 21 juni bekendgemaakt. Michaël van Remoortere schreef voor Bij Nader Inzien een recensie van het boek


Meer:

1 Comment

  1. De mens is sinds 100 jaar in toenemende mate gericht op het leven in massa’s. De 200.000 jaar daarvoor leefden we in kleine groepen. Het economisch model dat is ontstaan in die laatste 100 jaar, en de mede daaruit ontstane explosieve bevolkingsgroei, heeft het leven in grote steden en grote groepen bevorderd. Anonimiteit was nooit onderdeel van het maatschappelijk leven. Nu dit economisch model obsoleet is geworden, omdat de uitbuiting van aarde, middelen en mensen buitenproportionele vormen heeft aangenomen, met grote risico’s op het gebied van sociaalpsychologische-, maatschappelijke aspecten, klimaat en milieu, veiligheid, gezondheid etc., ontstaat het inzicht dat we terug moeten naar meer kleinschalige leefwijzen.
    Het huidige economische regiem heeft echter een tegenovergestelde doelstelling en beweegt zich nog steeds in vergroting van de massaliteit. De huidige pandemie kan gezien worden als een natuurlijke rem op deze puur mens-gerelateerde ontwikkeling. Massaliteit is in het belang is van het huidige systeem, dat wordt aangestuurd door de sterken op aarde die eigen belang stellen boven maatschappelijk belang. Zelfs de gedachte van uitbreiding van de leefomgeving op andere planeten komt hieruit voort.
    Deze extreme gedachte zal de bescherming van de leefomgeving op aarde verder ondermijnen. Het toekomstige belang van de machtige enkeling ligt dan immers buiten de aarde, die eenvoudig wordt opgegeven.
    Er zijn daarom vele goede redenen om het huidige economische systeem- en de daaraan ten grondslag liggende maatschappijvisie van uitbuiting, om te vormen naar een maatschappij die uitgaat van coöperatieve, kleinschaliger- en duurzame economische activiteiten, waarbij het welzijn van mensen centraal komt te staan. Ook welvaart blijft dan mogelijk, maar op een duurzame wijze gerealiseerd. Het beste is dit via het stemhokje te realiseren. We zien echter dat revolutionaire activiteiten soms nodig zijn voor verandering.
    Autoritaire regiems kent de mensheid al heel lang. Dit heeft bestaansrecht waarin de onontwikkelde massa zich laat verleiden en leiden door charlatans. Dat was vroeger de normale verhouding, tegenwoordig zijn mensen meer ontwikkeld en staan mensenrechten meer centraal. Deze trend zal zegevieren op autoritaire regiems. De huidige voorbeelden van autoritaire regiems laten echter zien dat hier nog een eindstrijd te voeren is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *