Door Simon Truwant (Postdoctoraal onderzoeker FWO, KU Leuven)

“Gevangen tussen schroom en urgentie.” Met deze bekentenis begint het essay voor de Maand van de Filosofie 2020, die als thema ‘Het uur van de waarheid’ heeft.

Filosofe en schrijfster Alicja Gescinska beschouwt het thema waarheid namelijk enerzijds als “filosofisch drijfzand”, maar erkent anderzijds de grote actuele relevantie van dit onderwerp in een ‘post-truth tijdperk’ waarin leugens en desinformatie het publiek debat sturen. Kinderen van Apate: Over leugens en waarachtigheid doet zeker recht aan die urgentie, zij het inderdaad met “de nodige voorzichtigheid en omzichtigheid”.

Voorzichtigheid

Kinderen van Apate is inderdaad geschreven met een voorzichtigheid die kenmerkend is voor waarachtig filosoferen. Het essay bestaat uit vier hoofdstukken die achtereenvolgens de oorzaken van post-truth, de essentiële kenmerken van leugens, de dimensies van waarachtigheid en de relaties tussen waarachtigheid en vrijheid onderscheiden. Gescinska weet daarbij telkens erg vlot een heldere conceptuele analyse te kruiden met verwijzingen naar talloze figuren uit de geschiedenis van de filosofie.

Zo etaleert Kinderen van Apate op toegankelijke wijze de analytische, historische en politieke dimensies van de filosofie in hun onderlinge verwevenheid.

Het nawoord behandelt de constructieve maatschappelijke rol van filosofische reflectie voor de “herwaardering van politiek als stiel en maatschappelijke dienstverlening”. Gescinska verdedigt hier filosofie als een oefening in zelftwijfel door kritische introspectie én dialoog. Zo etaleert Kinderen van Apate op toegankelijke wijze de analytische, historische en politieke dimensies van de filosofie in hun onderlinge verwevenheid.

Gescinska toont zich verder een scherpe observator van onze tijd. Ze doorziet de dynamiek tussen relativisme en dogmatisme in de uitspraak ‘ieder zijn waarheid’, en identificeert de harmonie tussen oprechtheid (waarachtigheid tegenover anderen) en authenticiteit (waarachtigheid tegenover jezelf) als graadmeter voor een rechtvaardige samenleving.

Erg interessant is ook de funeste relatie die ze ontwaart tussen onwaarachtigheid en de verschillende filosofische en politieke opvattingen van vrijheid: negatieve vrijheid (tot niets gedwongen worden), positieve vrijheid (reële mogelijkheden hebben) of republikeinse vrijheid (niet gemanipuleerd of gedomineerd worden). In een cultuur waarin liegen en belogen worden de norm is, wordt elk van deze vrijheden ingeperkt. Gescinska besluit dan ook dat “ongeacht welke visie op vrijheid men aanhangt, wie naar vrijheid streeft, moet de strijd aanbinden met leugens”.

de term ‘post-truth’ verwijst in de eerste plaats naar de hedendaagse devaluatie van waarachtigheid

Omzichtigheid

Maar Kinderen van Apate is dus ook geschreven met een bepaalde omzichtigheid. Het is de lezer van deze recensie misschien al opgevallen dat Gescinska het thema waarheid eigenlijk wat uit de weg gaat.

Het werkelijke onderwerp van haar essay is waarachtigheid: het oprecht vertellen wat je denkt dat waar is. Gescinska’s ‘anatomie van de leugen’ toont aan dat “eerder dan onwaarheid […] onwaarachtigheid een fundamentele eigenschap van de leugen” is. Men kan immers liegen en toch per toeval de waarheid vertellen (dit heet ‘epistemisch geluk’), en omgekeerd ook de waarheid willen spreken maar ze per ongeluk verdraaien (dit heet gewoon ‘je vergissen’).

Gescinska concludeert vervolgens dat de term ‘post-truth’ in de eerste plaats verwijst naar de hedendaagse devaluatie van waarachtigheid: “We kunnen misschien beter van een ‘post-truthfulness tijdperk’ dan van een ‘post-truth tijdperk’ spreken”.

Onze huidige samenleving is er dan één waarin emoties en ideologische overtuigingen onze interesse in de waarheid ondermijnen. In het nawoord stelt Gescinska dan ook dat “we naar waarachtigheid moeten streven, niet alleen naar waarheid”.

Deze focus op waarachtigheid hoeft niet helemaal te verbazen. Eerdere filosofische analyses van het fenomeen post-truth grepen vaak terug naar Harry Frankfurts notie van bullshit. (Het is wél verrassend dat Gescinska meermaals naar Frankfurt verwijst, maar nooit naar deze notie.)

‘Bullshit’ wordt hier begrepen als een totale onverschilligheid ten aanzien van de waarheid. Terwijl de leugenaar volgens Frankfurt nog probeert bepaalde feiten te ontkennen (wat een indirecte erkenning ervan inhoudt), laten deze de bullshitter volledig koud: ‘hij praat maar raak’.

Daarom wordt ook bullshit niet bepaald door de waarheidswaarde van een uitspraak, maar door de intentie -de waarachtigheid- van de spreker. Voor Gescinska gaat het eveneens “niet langer om de kwaliteit van beweringen, maar om de kwaliteit van personen”. Het zegt misschien ook wel heel veel over ons post-truth tijdperk dat waarachtigheid herkenbaarder en zelfs interessanter is geworden dan waarheid.

In elk geval leidt deze “subtiele, maar substantiële betekenisverschuiving” van waarheid naar waarachtigheid tot een morele en politieke blik op de post-truth problematiek: “De uitdaging waarvoor we staan is geen epistemologische […] maar een ethische”. Deze insteek valt op zich absoluut te verdedigen – ‘post-truth’ werd verkozen tot Engels woord van het jaar 2016 na het Brexit-referendum en de verkiezing van Donald Trump.

Voor een ethisch en politiek betoog blijft Gescinska’s finale boodschap echter wel wat vrijblijvend. Zo pleit ze voor “meer waarachtigheid in het politieke bestuur en publieke debat” en om “de politiek als iets nobels zien en de leugen als de aberratie en niet als de norm beschouwen”.

Die oproepen zullen het tij niet keren. De huidige bedreiging van waarachtigheid en vrijheid vragen om een duidelijkere richtlijn dan dat we “meer moeten loskomen van het onwrikbare geloof in het eigen gelijk”.

Wanneer leugens en desinformatie onze waarachtigheid en vrijheid danig onder druk zetten, is de tijd aangebroken waarop filosofen hun handen misschien ook maar eens moeten vuil maken.

Waarheid

Wie bang is om door drijfzand te worden bevangen, lijkt maar twee opties te hebben: zich zo licht mogelijk maken zodat men (met de blik naar boven) zelf blijft drijven, of er uit voorzorg in een wijde boog omheen lopen.

Een nadeel is dat men in beide gevallen weinig over dit natuurfenomeen te weten komt. Zo vergaat het ook de voorzichtige en omzichtige benaderingen van het thema waarheid: dit enkel theoretisch beschouwen of het er slechts onrechtstreeks over hebben, brengt ons uiteindelijk niet veel dichter bij de waarheid.

Voor wie het aandurft, is er echter een derde optie. Met de juiste trapbewegingen kan men zich eerst tot op borsthoogte laten opslokken door het drijfzand -dieper zinken mensen immers niet- en zich daarna alsnog in horizontale ligging manoeuvreren. Wanneer leugens en desinformatie onze waarachtigheid en vrijheid danig onder druk zetten, is de tijd aangebroken waarop filosofen hun handen misschien ook maar eens moeten vuil maken.

Dit uur van de waarheid vraagt om een diepgaand onderzoek naar de vele vormen en actoren van onwaarachtigheid die het publieke debat bevuilen en ontwrichten: internettrollen die niet om feiten geven maar wel fora vullen met bullshit, politici met een hondenfluitje die zich een ironische levenshouding aanmeten, populistische leiders die de beleefde waarheid van één bevolkingsgroep verabsoluteren en die van anderen miskennen, sociale mediabedrijven waarvoor spektakelwaarde de enige norm is, en traditionele media die onoprechte posities legitimeren omdat de waarheid zogezegd in het midden ligt.

Dit onderzoek leidt niet alleen tot een modderige confrontatie met de politieke realiteit, maar ze verschaft ook een nieuwe toegang tot de corresponderende vormen van waarheid die nog steeds ons persoonlijke en publieke leven vormgeven: feitenkennis (wat correct is), een coherent wereldbeeld (wat ‘steek houdt’), ideologische zekerheden (wat Waar is), pragmatiek (wat ‘werkt’) en beleefde ervaring (wat juist aanvoelt). Filosofie hoeft hierbij geen kant te kiezen, maar kan net aantonen hoe elk van deze waarheidsconcepten zijn eigen rechtsdomein heeft, hetzij de wetenschap, de politiek, of ons dagelijkse leven.  

Gescinska laat helaas na om deze boeiende en belangrijke stap van waarachtigheid terug naar waarheid te zetten. Desalniettemin beveel ik Kinderen van Apate zonder schroom aan als introductie tot een urgent maatschappelijk en filosofisch debat.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *