Door Frank Hindriks (Hoogleraar, Rijksuniversiteit Groningen)

Tijdens de coronacrisis nemen veel mensen hun verantwoordelijkheid. Ze blijven thuis of houden afstand om verdere verspreiding van het virus te voorkomen.

Dat is niet vanzelfsprekend. Als een collectief, zoals een samenleving, verantwoordelijk is voor de onbedoelde uitkomsten van gedrag, komt er vaak weinig van terecht.

Nederlanders scheiden massaal hun afval en recyclen papier en glas. Maar ze gaan (of gingen) ook massaal met het vliegtuig op vakantie. Onze inzet voor het klimaat is dus selectief. En daardoor niet zo effectief. We doen vooral de dingen die niet te veel kosten.  

Het is dus niet vanzelfsprekend dat mensen hun deel van de collectieve verantwoordelijkheid nemen. Mensen doen dat soms ook niet. Uitzonderingen, zoals files naar het strand in tijden van corona, zijn onvermijdelijk. Waarom zou jij dan wel je verantwoordelijkheid nemen?

Iedereen doet het toch?

Verwarring alom

Collectieve verantwoordelijkheid is een ingewikkeld begrip. Het is psychologisch zelf-ondermijnend, methodologisch problematisch en ideologisch verdacht. Want hoe verhouden individuen zich tot de groep waarvan zij deel uitmaken?

Het is toch niet zo erg als één iemand een uitzondering maakt voor zichzelf? Of toch wel? Stel dat iedereen naar het strand zou gaan: dan ligt dat zo vol. Deze redenering suggereert dat niemand het dus moet doen.

Toch blijft de verleiding. Wat één iemand doet, maakt tenslotte niets uit.

En wat nu als iedereen het doet?  Als iedereen te hard rijdt, bijvoorbeeld? Hoe erg kan het dan zijn? Als iedereen te hard rijdt, kan het zelfs gevaarlijk zijn om je keurig aan de snelheidslimiet te houden.

Verantwoordelijkheid in een collectieve context is vaak verwarrend.

Tegelijkertijd, als iedereen zo redeneert, dan komen daar ongelukken van. Maar ook hier geldt: de verleiding blijft.

Deze wirwar van overwegingen is moeilijk te ontrafelen. Verantwoordelijkheid in een collectieve context is vaak verwarrend. En er meer over nadenken kan zelfondermijnend zijn. Dat leidt tot collectief onverantwoordelijk gedrag.

De onderdrukking van het individu

H.D. Lewis noemt collectieve verantwoordelijkheid “een barbaars begrip”. Een individu is volgens hem alleen verantwoordelijk voor wat hij zelf doet en niet voor wat een ander doet. En hij wijst collectieve schuld af als een gevaarlijk idee.

Volgens Lewis kan schuld niet gedeeld worden.

Collectieve schuld weerhoudt ons ervan, volgens Lewis, om goed uit te zoeken welke individuen iets verkeerd hebben gedaan. Hij concludeert dat schuld niet gedeeld kan worden.

Het is niet toevallig dat Lewis dit in 1948 schreef. De nazi’s waren net overwonnen. Het communisme was de nieuwe vijand. Karl Popper had in 1945 zijn tweeluik The Open Societies and Its Enemies gepubliceerd waarin hij alle vormen van collectivisme afwees. Zij vormen een gevaar voor het liberalisme en haar ideaal van de open samenleving.

Alleen het individu is van waarde. Collectivisme leidt tot de onderdrukking van het individu.  Het is bijvoorbeeld gevaarlijk om een natie verantwoordelijk te houden voor de oorlog, omdat bepaalde individuen zich daar fors tegen verzet hebben. Die worden op die manier slachtoffer van een collectieve veroordeling.

Mysterieus

Collectieve verantwoordelijkheid wordt ook bekritiseerd als iets onbegrijpelijks. Elke groep bestaat uit individuen. De groep kan niets doen zonder dat een individu iets doet. Dus zogenaamd groepsgedrag moet verklaard worden in termen van individueel gedrag.

Jan Narveson illustreert dit aan de hand van genocide. Het zijn niet de Hutu’s die als groep de Tutsi’s hebben afgeslacht. Dat hebben individuen gedaan met een Hutu-identiteit. Het verklaren van collectieve uitkomsten in termen van groepen wordt daarom vaak afgewezen als methodologisch problematisch, zo niet mysterieus.

Grappen over homo’s

Verrassend genoeg merkt Lewis op dat individuen vaak niets kunnen doen aan de omstandigheden waarin ze verkeren. Ze moeten samenwerken om die te veranderen.

Stel je voor dat een verdrinkende zwemmer wordt gered doordat mensen een lange keten vormen. Dan speelt die keten toch een essentiële rol in de reddingsoperatie?

Anders houden we schadelijke stereotypen in stand

Of denk aan iemand die grappen maakt over homo’s zonder daar verder bij na te denken. Er wordt om gelachen en hij heeft geen slechte bedoelingen. Dat erom gelachen wordt en dat hij niet door heeft dat hij schadelijke stereotypen in stand houdt, heeft te maken met de groepsdynamiek. Dit verdwijnt te makkelijk uit beeld als groepen geen rol mogen spelen in onze verklaringen van de collectieve gevolgen van ons gedrag.

Lewis heeft een punt wanneer hij strijdt tegen het afwentelen van schuld op een land, volk of natie. Maar het toeschrijven van verantwoordelijkheid aan een collectief is goed te combineren met oog voor de rol van individuen in het geheel. De vraag is alleen hoe je dat moet doen.

Contouren van een oplossing

Een individu kan virussen geen halt toeroepen of klimaatrampen voorkomen. Betekent dit dat het collectief dus verantwoordelijk is? De Nederlandse bevolking? Of misschien zelfs de wereldbevolking?

Misschien. Maar je schiet pas iets op met zo’n stelling als je duidelijk kunt maken wat de rol van het individu is in zo’n geval. En wanneer moet je dat dan doen?

Als je een reële kans hebt om daarmee bij te dragen aan een oplossing. Hoe groter het probleem, des te kleiner die kans hoeft te zijn om als reëel te kwalificeren.

We hebben idealisten nodig die initiatief nemen, ook als dat kansloos lijkt.

Het is belangrijk dat sommige mensen een voortrekkersrol spelen. Idealisten die initiatief nemen—ook als dat kansloos lijkt. Zij doen meer dan van hun verwacht kan worden en lopen daarmee op de troepen vooruit.

De apathie waar denken over collectieve verantwoordelijkheid toe kan leiden, moet doorbroken worden. Ga in gesprek met buren die naar het Scheveningse strand wilden gaan tijdens een lockdown. Spreek iemand erop aan wanneer hij een foute grap over homo’s maakt. Houd je in als je de foto’s wilt liken van iemand die op vliegvakantie naar Barbados is geweest.

Sommige mensen scheiden hun afval, vliegen niet, en houden zich keurig aan de coronamaatregelen. Zij doen alles wat goed is, maar vergeten één ding: collectieve verantwoordelijkheid neem je samen.

Als ‘iedereen het doet,’ dan heeft het geen zin als je zelf niet vliegt. Het is dan ook belangrijk dat de eenzame moralist actief onderdeel wordt van het geheel en ook anderen mobiliseert. Zo geven we samen vorm aan collectieve oplossingen voor collectieve problemen.  

Verder lezen

Een overzichtsartikel over collectieve verantwoordelijkheid is beschikbaar op de Stanford Encyclopedia of Philosophy.

De contouren van de besproken oplossing worden verder besproken in het volgende artikel:

Hindriks, F. (2019). The Duty to Join Forces: When Individuals Lack Control. Monist, 102, 204–220.

De besproken kritieken zijn hier te vinden:

Lewis, H.D. (1948) Collective Responsibility. Philosophy, 23(84), 2-18.

Narveson, J. (2002). Collective Responsibility. The Journal of Ethics, 6(2), 179–198.

Voor recente bijdragen aan het debat, zie:

Kagan, S. (2011). Do I Make a Difference? Philosophy and Public Affairs, 39(2), 105–141.

Björnsson, G. (2014). Essentially Shared Obligations. Midwest Studies in Philosophy, 38(1), 103–120.

Budolfson, M. B. (2019). The Inefficacy Objection to Consequentialism and the Problem with the Expected Consequences Response. Philosophical Studies, 176(7), 1711–1724.


Meer:

2 Comments

  1. Dit is een redenering die ook veel gebruikt wordt als het gaat over anti-racisme en andere identiteitsvraagstukken (zoals feminisme en acceptatie van transgenders): je neemt pas verantwoordelijkheid als je niet alleen zelf het goede gedrag vertoont, maar ook anderen aanspreekt op hun ‘foute’ gedrag. Het is echter maar de vraag hoe effectief dat is. De meeste mensen die worden aangesproken op hun gedrag zetten de hakken in het zand, zeker als ze ergens wel aanvoelen dat dat gedrag niet helemaal okee is. Moralisten kunnen zich dan goed voelen over zichzelf, maar misschien is hun gedrag juist contraproductief en dragen ze daarom niet bij aan een betere wereld, maar doen ze er juist afbreuk aan.

    Het is uiteraard geen zwart-wit-kwestie. Ik denk dat er wel manieren zijn om anderen positief te beïnvloeden door middel van gesprek. Maar dan moet het dus wel dat zijn: een gesprek. ‘Aanspreken op’ klinkt niet als een gesprek, maar als eenrichtingsverkeer. Op wat voor manieren zou je het gesprek zo kunnen voeren dat het wel productief is?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *