Door Henk Smeijsters (Filosofisch cultuurcriticus en publicist)

Illustratie: Wies Tesselaar

In deze tijd van corona roepen we elkaar op meer te gaan lezen. Maar tegelijkertijd weten we ons niet meer langdurig te concentreren en zijn we het lezen van diepgravende boeken elitair gaan vinden. Het wordt daarom tijd om onze aandacht te richten op wat je ‘Het drama van de Unbildung’ zou kunnen noemen: het gebrek aan bildung.

Wellicht is juist nu een geschikt moment om het drama van de Unbildung een andere wending te geven.

Lezen als tijdverspilling

Bildung staat voor het ontwikkelen van de geest, in de breedte en diepte–door filosofie, literatuur en kunst die op diepzinnige wijze de menselijke existentie aan de orde stellen. Door bildung kunnen mensen levenswijsheid verwerven. Het bestuderen van vakliteratuur en het genieten van dingen en activiteiten ter ontspanning, valt niet onder bildung. 

Dat onder jongeren sprake is van Unbildung (het gebrek aan bildung) blijkt uit de PISA-2018 meting die eind 2019 werd gepubliceerd. Daarin werd vastgesteld dat bijna de helft van de 15-jarigen lezen tijdverspilling vindt en 60% alleen leest als het moet of om informatie op te zoeken. 

Ook bij volwassenen is de ontlezing toegenomen. In hun conform de heersende mode ingerichte huis is geen plek voor boekenkasten. Door het veelvuldig gebruik van de smartphone ontbreken tijd en rust om geconcentreerd een boek te lezen en ervan te leren.

Je stijgt in aanzien als je geen boek gelezen hebt

Tegenwoordig stijg je in aanzien als je geen boek gelezen hebt, schreef Gerrit Komrij.

Unbildung blijkt tevens uit het feit dat het publiek dat klassieke concerten bezoekt vergrijst en museumbezoekers gemiddeld 28,63 seconden besteden aan het kijken naar een schilderij en drukker bezig zijn met het maken van selfies.

De nivellering van hoog en laag

De nieuwste dingen aanschaffen en veel activiteiten ondernemen is de belangrijkste waarde van de consumptiemaatschappij. Wat mensen in hun vrije tijd aanschaffen en doen vergt, door de grote hoeveelheid en hoge amusementswaarde, meestal geen bijzondere geestelijke inspanning.

In het bijzonder de vele, korte en snelle berichten in de sociale media belemmeren het vasthouden van de concentratie. Het diepzinnige, dat alleen met veel toewijding verworven kan worden en meer voldoening geeft naarmate je je meer inspant, heeft plaatsgemaakt voor emotionele, sensationele, verrassende en spannende tweets en Facebookberichten.

Steeds opnieuw wordt het verwijt in stelling gebracht dat het onderscheid tussen hoog en laag, moeilijk en gemakkelijk, elitair is en mensen buitensluit. Maar het verwijt miskent dat het omgekeerde het geval is.

Het hoge en moeilijke wordt buitengesloten.

Het hoge en moeilijke wordt buitengesloten. George Steiner bekritiseerde dit als volgt: “[…] het nivelleringsideaal tracht het voortreffelijke te temmen”, en “[…] de meer begaafde, gecompliceerde mensen […] worden uit het openbare leven geweerd”. Niet de nivellering naar beneden, maar de nivellering naar boven zou beleid moeten zijn.

Toen een journalist Steiner vroeg hoe hij zijn zoon van vijftien – die nooit boeken las en aankondigde alle boeken van zijn vader weg te gooien als deze er niet meer zou zijn – kan overtuigen om dat niet te doen, was Steiners kordate tegenvraag: “Vertelt u mij eens, wiens fout is het dat uw zoon niet leest?”. 

Nodig zijn opvoeders die de moed hebben tegenover hun kinderen het hoge en moeilijke te verdedigen.

Alles moet nut hebben

In de ‘kennismaatschappij’ staat niet het verwerven van levenswijsheid, maar het beschikken over up-to-date en nuttige instrumentele kennis en vaardigheden voorop. Hét criterium voor kennis en vaardigheden is dat zij resulteren in een bruikbaar product (‘valorisatie’). 

Oorspronkelijk betekende het woord school vrij zijn van arbeid om over de mens en de wereld te kunnen reflecteren. Daar waar valorisatie het belangrijkste criterium is, werden scholen omgevormd tot rendementsgerichte ondernemingen, waarbij toepasbare kennis-outputemployability, concurrentiekracht en het aanpassingsvermogen van afgestudeerden eindtermen zijn. 

Als bildung in gevaar is, zijn jongeren in gevaar.

Onderwijskundigen die de digitale werkelijkheid als maatstaf voor de educatie nemen, bereiden jongeren voor op kunstmatige intelligentie, maar verzuimen bij hen de levenswijsheid te ontwikkelen die nodig is om een goed leven te leiden. Als de bildung in gevaar is, zijn de jongeren in gevaar.

Nutteloze geestelijke ontwikkeling

Nuttige werkzaamheden uitvoeren, hoort bij het leven. Je vermaken, hoort bij het leven. Jezelf geestelijk ontwikkelen, hoort eveneens bij het leven. 

Hoe kunnen we de Unbildung terugdringen? Een populair standpunt is dat een eenvoudig aanbod, dat zoveel mogelijk aansluit bij de belevingswereld, ervoor zorgt dat mensen gestimuleerd worden op zoek te gaan naar diepgravende filosofie, literatuur en kunst. Klopt deze veronderstelling? Zetten tv-programma’s als De slimste mens en Maestro mensen ertoe aan in de diepte te gaan, of blijft het bij het consumeren van soortgelijk laagdrempelig amusement? 

Het nuttigheidsstandpunt betoogt dat bildung door filosofie, literatuur en kunst nuttig is met het oog op andere zaken. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het brein, het taalvermogen, het vermogen samenhang te zien, het empathisch vermogen, het inzicht in ethische kwesties en het democratisch functioneren.

geen nuttige kennis, wel levenswijsheid

Er is een derde standpunt dat existentieel meer overtuigt: je verdiepen in filosofie, literatuur en kunst die op diepzinnige wijze de menselijke existentie aan de orde stellen, is een doel in zichzelf. Je krijgt er geen nuttige kennis, maar wel levenswijsheid voor terug. De coronacrisis kan de aanleiding zijn tot een herbezinning.

Verder lezen

Bieri, P. (2017). Wie wäre es gebildet zu sein? Grünwald: Komplett-Media.

Komrij, G. (1989). Lof der Simpelheid. Amsterdam: De Arbeiderspers.

Liessmann, K.P. (2014). Geisterstunde. Die Praxis der Unbildung. Wien: Paul Zsolnay Verlag.

Smeijsters, H. (2019). Doorlopen en stilstaan. Zoeken naar het goede leven. Leusden: ISVW-uitgevers.

Steiner, G. (1963). Humane geletterdheid. In: R. Riemen (red.). Terugkeer naar de Toverberg. Nexus (2019), Nummer 82. Amsterdam: Nexus Instituut.

Steiner, G. (1990). Het verbroken contract. Amsterdam: Bert Bakker.

Steiner, G. (2002). Grammatica van de schepping. Amsterdam: De Bezige Bij.

Steiner, G. (2009). Waarom denken treurig maakt. Utrecht: Klement.

Steiner, G. (2018). Ein langer Samstag. Ein Gespräch mit Laure Adler. Zürich: Kampa Verlag.


Meer:

2 Comments

  1. Dansen op de vulkaan, lijkt op onze tijd eerder van toepassing dan reflectie en nadenken over onze wereld waarin we leven, en wat daaruit de conclusies zijn. Daarin past diepgang niet.
    Onze moderne, op volledige vrijheid en zogenaamde democratie gerichte maatschappij, is gericht op bevrediging op de ultra korte termijn. Democratie is ideaal in een wijze maatschappij, geleid door wijze mensen, maar gevaarlijk als de idioten en manipulanten in meerderheid en achter de schermen, aan de macht zijn.
    Bevrijding van armoede, zuilen, en vanzelfsprekende sociale- en culturele voorbestemming en van daaraan gebonden regels, zijn m.i. belangrijke redenen van ontworteling en individualisme, van egoïsme en korte termijn denken.
    Aan de aanbodkant het valse ideaalbeeld van volledige vrijheid en bewust over de grenzen gaan, het gewenst egoïsme van het neoliberalisme, met daaraan gekoppeld de noodzaak van prestatie- en tijdsdruk en verleiding van de burger/consument tot hyperparticipatie en ongebreidelde hyperconsumptie als verdienmodel.
    Aan de vraagkant het zich willen verliezen in een roes van genieten van alle kortzichtige mogelijkheden van deze onbegrensde tijd, erbij willen zijn, er onderdeel van uit willen maken, niets voorbij laten gaan zonder erin te participeren. Altijd tijd tekort, zeker om na te denken. Het nieuwe valse sociale gevoel, vaak via het beeldscherm of in de kroeg, de horeca en het beeldscherm als cultuurdragers.
    Je kan het zien als dansen op de vulkaan, maar ook als een onvolgroeide fase in ontwikkeling van de maatschappij en individu, naar een nieuw evenwicht.
    Gebrek aan goede scholing en opvoeding is een belangrijke randvoorwaarde die momenteel ontbreekt voor inzicht, nieuwsgierigheid en wijsheid, en om tegenwicht te bieden tegen de vernietigende kracht van het neoliberalisme op deze randvoorwaarden en de gevolgen daarvan.
    Voor de korte termijn ben ik pessimistisch omdat de verslaving aan het huidige bestel gigantisch is. We zullen dus moeten afkicken.
    Echter de afkickverschijnselen worden langzaam zichtbaar. Bij gebrek aan leiderschap zullen andere invloeden nodig zijn. Klimaatangst, economische uitbuiting, milieueffecten op de gezondheid, consumptieschaamte, de kennelijk grote psychosociale, en economische gevolgen van de pandemie, lijken bij bepaalde bevolkingsgroepen toch tot reflectie te leiden. De reflectiepioniers.
    Dat schept hoop en aanknopingspunten voor de toekomst. En wellicht nieuwe voorgangers.
    Een nieuwe maatschappijvorm, waarin de economie dienstbaar wordt gesteld aan de realisatie van maatschappelijke doelstellingen op middellange en lange termijn, sterke inzet op scholing en opvoeding en het obsoleet maken van het neoliberalisme als antimaatschappelijk, zijn m.i. instrumenten om een nieuwe maatschappelijke orde te realiseren. Een nieuw verdienmodel, met daarin ambitieuze kwalitatieve doelstellingen als missie voorop en beheerste kwantitatieve doelstellingen als hulpmiddelen tot realisatie.
    Rampen zijn kennelijk nodig om tot versnelde inkeer te komen. De geschiedenis toont aan dat de mensheid dat nodig heeft om zich te ontwikkelen.
    Financieel- economische crisis, klimaatproblematiek, milieuschade, gezondheidsschade, armoede, pandemieën, oorlog wellicht, zijn kennelijk vrienden van de vooruitgang.
    Inderdaad, gebrek aan wijsheid, maar hopelijk niet hardleers.

  2. Fotografeer de boekenkast van je kinderen en wissel het uit met je vrienden.
    Praat met je kinderen over de inhoud van boeken waarvan je verwacht dat ze hun belangstelling voor boeken kunnen vergroten.
    Lees kleine kinderen voor; zij leren zo dat geschreven taal in beelden kan worden omgezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *