Door Maarten van Doorn (Central European University)

Sinds de Verlichting hechten we in het Westen veel waarde aan openheid van informatie en denken voor jezelf. Je moet anderen niet je mening laten bepalen. Dat moet je zelf doen.

Ooit was dat misschien een realistisch streven, maar tegenwoordig is het onmogelijk.

We wisten nog nooit zoveel. Dankzij het internet heeft vrijwel iedereen toegang tot deze kennis en we kunnen ons ook nog eens allemaal mengen in het maatschappelijke debat. Dat klinkt positief, maar juist die toegenomen hoeveelheid en feiten en meningen maakt het moeilijk om je eigen mening te vormen.

Je zou denken dat de beschikbare data ons in staat stelt om dingen voor onszelf uit te zoeken. Het tegenovergestelde is waar: door de toename van informatie is het hebben van een onafhankelijke mening haast onmogelijk geworden. Zelf nadenken leidt eerder tot kinderen met mazelen dan tot inzicht.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Hyperspecialisatie

Waarom is dat? Hoewel omvangrijker en toegankelijker dan ooit, is kennis nog nooit zo verknipt geweest. Moderne samenlevingen kennen namelijk een ongekende arbeidsdeling. Aan de ene kant hebben we daardoor zoveel kennis kunnen genereren. Aan de andere kant is er daardoor steeds meer dat ik niet weet, maar iemand anders wel weet.

Bovendien is er ook steeds meer kennis die we niet begrijpen, omdat we de begrippen van andere vakgebieden niet beheersen.

De zo gevierde toegankelijkheid van kennis is grotendeels een lege huls

Specialisten doen tegenwoordig namelijk meer dan alleen specifieke informatie onthouden of specifieke taken uitvoeren. Vaak ontwikkelen ze hun eigen jargon en eigen manieren van kijken en denken. Met als gevolg dat iemand die niet de juiste tijdrovende inwijding heeft gehad de specialisten nauwelijks kan begrijpen – laat staan er iets van vinden.

Vroegmoderne wetenschappers konden nog wereldtop zijn in meerdere disciplines. Tweehonderd jaar na de Verlichting is het haast onmogelijk om de theorieën van klimaatwetenschappers of economen te doorzien als je er niet zelf zo’n wetenschapper bent – of om een onderbouwde mening te hebben over de grafiekjes waarop de arts haar behandelplan voor je hersentumor baseert.

Daarom is de zo gevierde toegankelijkheid van kennis – zoals ‘open access’ gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek – grotendeels een lege huls. Dat we toegang hebben tot steeds meer informatie, wil nog niet zeggen dat we die informatie ook begrijpen. Daarvoor is vaak jarenlange training nodig.

De informatie-explosie

Het informatielandschap is nog op een andere manier onbegaanbaarder geworden. Het is niet enkel gefragmenteerd, maar ook vervuild. En dan heb ik het nog niet eens over nepnieuws, dat in Nederland maar zelden voorkomt. Het feit dat ‘dankzij’ het internet iedereen kan publiceren is al genoeg om de gemiddelde kwaliteit van informatie flink omlaag te halen.

Dat Henk en Ingrid de wereld kunnen verblijden met hun hersenspinsels zonder dat ze eerst langs een redacteur moeten, is eerder een vloek dan een zegen: hoe groter de hooiberg aan content, hoe langer we moeten zoeken naar de speld van informatie.

Zonder begeleiding van experts verstikken we in een brei van feiten, meningen en nepnieuws

En het erge is: we zouden die speld niet eens herkennen als we ‘m tegen zouden komen. Daarvoor moeten we de informatie beoordelen op haar inhoud, maar daartoe zijn we door de hoeveelheid en complexiteit van informatie dus onvoldoende in staat.

Recente studies van de Universiteit Twente en Stanford University laten ter ondersteuning zien dat mensen online slecht het verschil zien tussen (a) feiten en meningen, (b) ware verhalen en verzinsels en (c) gesponsorde stukken en nieuwsberichten. De onderzoekers concluderen: we overschatten onze vaardigheden om de kwaliteit en betrouwbaarheid van online artikelen te beoordelen.

Zonder begeleiding van experts verstikken we in een brei van feiten, meningen en nepnieuws.

Een ondergewaardeerde paradox rondom kennis

Samen hebben hyperspecialisatie en het internet geleid tot een ondergewaardeerde paradox rondom kennis. Hoewel we toegang hebben tot meer informatie dan ooit, zijn we juist meer afhankelijk van anderen en minder in staat zelfde waarheid te achterhalen.

Psychologisch onderzoek toont bovendien aan dat ‘meningsvorming’ vooral een kwestie is van je denkvermogen dat probeert om je onderbuikgevoel (‘vaccins zijn gevaarlijk’) te bevestigen. We denken na om te kunnen geloven wat we willen geloven, niet om onze ideeën meer in lijn met de realiteit te brengen.

Hoewel we toegang hebben tot meer informatie dan ooit, zijn we minder in staat zelf de waarheid te achterhalen

De grenzeloze keuze aan informatie versterkt zulke cognitieve neigingen, en maakt zo onze grip op de waarheid minder sterk. Het is makkelijker en gebruikelijker dan ooit voor mensen om hun ‘eigen feiten’ te selecteren en hun ‘eigen waarheid’ te geloven.

Als dit nog autonome meningsvorming mag heten, is het niet erg waardevol. Als zelf nadenken ons niet dichterbij de waarheid brengt, waarom zouden we het dan überhaupt nastreven?

Evalueer de betrouwbaarheid van de bron, niet de inhoud van de beweringen

Op basis van inhoudelijke overwegingen inschatten wie er gelijk heeft gaat waarschijnlijk mis. Maar op een andere manier kunnen we nog wel intellectuele autonomie uitoefenen: door ons nadenkwerk te richten op de betrouwbaarheid van een bron in plaats van de waarachtigheid van haar claims. Duik niet de materie in, maar stel vragen over de oorsprong en sociale status van de informatie.

Waar komt deze informatie vandaan? Zie ik belangenverstrengeling, of wil deze bron de waarheid achterhalen? Is de conclusie slechts gebaseerd op één wetenschappelijke studie of zijn de resultaten gerepliceerd? Heeft deze persoon een goede naam en aantoonbare vakkennis? Welke autoriteiten geloven haar en welke juist niet? Wat zegt dat?

Waarom geloof je in klimaatverandering? Niet omdat je zelf het bewijs bent nagegaan

We moeten nog hierbij nog steeds op specialisten vertrouwen wiens beweringen we niet kunnen staven. Toch kunnen we door ons zo te richten op de wijze waarop informatie vorm heeft gekregen een zekere intellectuele autonomie uitoefenen. Op deze manier kunnen we namelijk ons vertrouwen stellen in iemand op basis van wat wij zien als goede redenen om iemand te geloven.

Waarom geloof je bijvoorbeeld in klimaatverandering? Niet omdat je zelf het bewijs bent nagegaan, maar omdat jij de autoriteit onderschrijft van de bronnen waar je de informatie vandaan haalt. Misschien vertrouw je de methode van wetenschappelijk onderzoek. Of vertrouw je jouw krant om de bevindingen van de wetenschap accuraat voor je samen te vatten.

Je bent dan al twee stappen verwijderd van de feiten: je vertrouwt het vertrouwen van anderen in gerenommeerde instituties. Maar meer zit er misschien niet in. We kunnen de inhoud van zulke beweringen immers niet meer beoordelen. Daarom zouden we onze kritische blik beter kunnen richten op de intenties en competenties van degenen die de informatie hebben gecirculeerd en de autoriteiten die deze informatie geloofwaardig achten.

De schrijvers en redacteurs van Bij Nader Inzien werken op vrijwillige basis. Maar om het platform draaiend te houden, hebben we wel financiële middelen nodig. Wil je ons steunen, word dan vriend of doneer eenmalig.

Meer:

12 Comments

  1. Dag Maarten,
    Terug naar de betrouwbaarheid van de bron, omdat de betrouwbaarheid van de claims (veelal) door de niet-kenner niet zijn te toetsen. Eens, maar dan alleen indien de betrouwbaarheid van de bron per claim wordt beoordeeld. De ‘algemene’ betrouwbaarheid van de kenner (b)lijkt niet voldoende te zijn.
    John CvV.

    1. Hi John,

      Dank voor de reactie! Per bewering is misschien niet helemaal het beste, denk ik. Deskundigen verdienen toch ook wat credit voor juiste claims? Bijvoorbeeld: als Maurice de Hond 5 weken achter elkaar het aantal coronagerelateerde IC-opnames goed voorspelt (stel he), begint hij bij zijn volgende claim over corona niet ‘op nul’. In de inschatting van zijn betrouwbaarheid over corona neem je zijn track record mee. Je beoordeelt de beweringen dus niet onafhankelijk van elkaar.

      Misschien is per domein een betere vuistregel. Met zijn accurate beweringen over corona verdient De Hond geen krediet voor beweringen over het weer. Gaat hij daar ook ineens van alles over stellen, dan begint hij wel op nul.

  2. Internet is niet de belangrijkste kennis verschaffer, ondanks dat het wel die potentie heeft en de meningsvorming sterk beïnvloed. Het internet is door verkeerd gebruik door velen en het vermeende waarheidsgehalte voor velen, juist een negatieve invloed op kennis en inzicht, de juiste kennis en inzicht.
    Internet heeft vrijheid van meningsuiting en van meningsvorming een monster gemaakt.
    Het medium is in verkeerde handen gevallen.
    Door informatie en zogenaamde kennis via internet is de wereld een dorp geworden, met ouderwets dorpse kenmerken, zoals niet buiten de grenzen kijken, focussen op de eigen vooringenomenheid, het blikveld klein houden want is overzichtelijker, gemakkelijke groepsvorming, gemakkelijke, snelle beïnvloeding en manipulatie door enkelingen, slaafsheid aan de groep waartoe ik wil behoren, emotie vóór feiten, ons kent ons. Tot aan tunnelvisie, pathologische ontkenning en geaccepteerd pathologisch liegen toe. De wereld als dorp uit de 19e eeuw, waarvan de bewoners de aansluiting met de echte wereld verloren hebben.
    Juist doordat daardoor kennisontwikkeling, informatie, inzicht, integraal denken en context bij velen sterk zijn verzwakt, ontstaat een proces van zelfversterking. Dat is de explosieve en zichtbare ontwikkeling de afgelopen 5 jaar.
    De mensen hebben ook niet geleerd de juiste informatiebronnen te raadplegen voor feiten en waarheidsvinding. En de media als kranten en televisie hebben hun rol in waarheidsvinding jarenlang niet waargemaakt. Sommige kranten, radio en TV programma’s zien het ook meer als hun taak om oplages te verkopen en kijkcijfers te realiseren dan goede informatie, feiten en kennis te verschaffen. Ook hebben zij zich niet gepositioneerd bij nieuwe generaties, waardoor deze de “ouderwetse” media van hun ouders de rug hebben toegekeerd.
    Wij zien dan ook de nadelige effecten van de emancipatie van de nieuws- en kennisconsumenten, de ongebreidelde mogelijkheden om onzin aan te bieden op internet en de overkill aan informatie, daar de daartoe aangewezen media niet in staat zijn gebleken dit te filteren, kanaliseren en te marketen voor nieuwe generaties in behapbare porties.
    Verder hebben ouders en scholen de nieuwe generaties onvoldoende geleerd om zelfstandig na te denken, hebben marktpartijen een continue stroom van onwaarheden geïnjecteerd via hun communicatie, politieke partijen die valse beloftes doen die zij niet waarmaken en zich vooral bezighouden met immigratie als profileringsmethode om de onderontwikkelde kiezer te paaien. En media in Nederland die zich vooral bezighouden met onbelangrijke zaken en vooringenomenheden bij hun lezers, als verslavende consumptie voor onderontwikkelde doelgroepen. Uitzonderingen daargelaten.
    Ook onze kennisinstituten en wetenschappers weten niet hoe zij majeure onderwerpen voor een breed publiek zichtbaar moeten maken. Zij zijn in het algemeen vooral bezig met zichzelf en houden zich vooral onderling bezig met minoriteiten en kleine onderwerpen en thema’s, ook op deze site. Daartoe worden ze ook nog eens aangezet door een overheid, die overal de controle op wil houden door systemen en altijd te kleine budgetten. Ook dit hoort bij een neoliberale, kleine overheid.
    Dit maatschappelijke bestel gaat aan haar eigen kortzichtigheid te gronde. Tot de wal het schip keert….
    Volg het komende jaren goed wat er in de USA gebeurt……. Ons ooit gekozen voorland.

    1. Ronald heeft 496 woorden nodig om een reactie te formuleren op een blog van 1112 woorden. Op de argumenten van de blog reageert hij eenvoudig met uitspraken in de trant van ‘het is totaal anders’. Bovendien gaat hij de nodige superlatieven niet uit de weg. Jammer, het is een uitstekende blog die te denken geeft.

    2. Hi Ronald,

      Dank voor je lange reactie. Ik loop er even doorheen.

      “Het internet is door verkeerd gebruik door velen en het vermeende waarheidsgehalte voor velen, juist een negatieve invloed op kennis en inzicht, de juiste kennis en inzicht. Internet heeft vrijheid van meningsuiting en van meningsvorming een monster gemaakt.” – Internet heeft wel bijgedragen aan de democratisering van de informatievoorziening. Dus ik weet niet of ik mee zou gaan in je algehele negatieve oordeel. Maar ik deel zeker de zorg die je hier uit. Dat was een van de redenen voor het schrijven van deze blog. Wat je later ook zegt, dat er “nadelige effecten” zitten aan “de ongebreidelde mogelijkheden om onzin aan te bieden op internet en de overkill aan informatie”, daar ben ik het mee eens.

      “Sommige kranten, radio en TV programma’s zien het ook meer als hun taak om oplages te verkopen en kijkcijfers te realiseren dan goede informatie, feiten en kennis te verschaffen.” – Ik weet niet hoe media hun taak zelf zien. Laat ik me beperken tot digitale platforms: Youtube, Facebook, enzo. Daar is het zeker zo dat ze zo zijn ontworpen met als achterliggend doel jou zoveel mogelijk te laten klikken en kijken, inderdaad niet om goede informatie te verschaffen en waarheidsvinding te faciliteren. Zie ‘The Social Dilemma’ (Netflix) en ‘De Online Fabeltjesfuik’ (Zondag met Lubach)

      De dingen die je zegt over waar media, wetenschappers en scholen zich mee bezig houden (hoe je dit dan ook precies bedoelt) – dat zijn grote beweringen waar ik zonder empirisch bewijs (over hoe zij hun tijd besteden) ter ondersteuning niet zoveel mee kan.

      1. Dag Maarten,
        Ik voer geen wetenschappelijke discussie, maar geef commentaar, meningen en interpretaties op basis van directe of indirecte feiten, inzichten en ervaringen. Als anderen dit met bewijsvoering willen weerspreken of ondersteunen is dat prima. Ik zal het volgen.
        Met het een ben je het eens, met het ander ken jij geen bewijs, wellicht ook niet van het tegendeel.
        Ik laat me graag inpireren door goede artikelen, zoals op de site. Maar ik kan me gelukkig de vrijheid permitteren, doordachte meningen te uiten. Misschien inspireer ik wel anderen tot nadenken of tot nader specifiek onderzoek.
        In je laatste alinea geef je ook aan genoemde meningen niet te kunnen onderbouwen. Als je het belangrijk vindt, bewijs het tegendeel tzt. Groeten, Ronald

  3. Stel, louter hypothetisch, dat ik mijn kritische blik zou richten op de intenties en competenties van degene die deze informatie heeft gecirculeerd. En stel, alweer louter hypothetisch, dat ik mij daar negatief zou over uitlaten. Zou u dan als gediplomeerd filosoof niet volgende bedenking maken: die dilettant heeft blijkbaar nog nooit van een ad hominem gehoord?

    1. Hi Johan,

      Ik snap denk ik wat je bedoelt. Echter: ‘negatief’ moet je hier niet in de morele zin zien. Maar als in: ‘Gegeven die causale informatie over hoe deze bewering van deze persoon tot stand is gekomen heb ik reden om te twijfelen aan haar waarheidsgehalte.’

      Bijvoorbeeld Kellogg’s-Werknemers die publiceren over hoe ontbijtgranen voor je zijn (intenties). Of mijn nichtje van 14 die betoogt dat we volgende week groepsimmuniteit aantikken (competentie).

      Wellicht protesteer je: maar je moet naar de inhoudelijke argumenten van Kellogg’s en van je nichtje kijken, daar gaat het om! En ik ben het met je eens dat je dat idealiter zou doen, dat technische argumenten prioriteit zouden moeten krijgen en informatie over de oorsprong van een mening overrulen. Mijn punt in de blog is dat het voor niet-experts steeds minder vaak mogelijk is om beweringen op zulke inhoudelijke gronden te evalueren. En dan lijkt het niet onredelijk om te stellen dat we op basis van informatie over hoe een mening tot stand is gekomen toch nog iets kunnen schatten over haar waarschijnlijke accuraatheid. Want informatie over de oorzaak van een mening kan wel degelijk relevant zijn voor hoe je die mening op waarde moet schatten.

      1. Dag Maarten,
        Het is een gedachte experiment. Jij hebt informatie gecirculeerd. Ik heb daar mijn bedenkingen bij. Een consequente houding van je standpunt zou dan betekenen dat je informatie verstrekt over de oorzaak van mijn mening.

        1. Als ik de bewering niet op inhoudelijke gronden kan evalueren, dan zal dat de locus van mijn evaluatie worden, inderdaad. Alhoewel: niet alleen ‘oorzaak’, maar bron in het algemeen. Dus ook bijvoorbeeld reputatie, track record, intenties, hoeveel en welke andere mensen je wel/niet geloven.

          Met die stap kan je het oneens zijn, maar een dergelijke evaluatie is niet een ad hominem drogreden.

          1. “Daarvoor moeten we de informatie beoordelen op haar inhoud, maar daartoe zijn we door de hoeveelheid en complexiteit van informatie dus onvoldoende in staat.”
            Ik blijf dus razend benieuwd naar je analyse van mijn reputatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *