Door Daan van den Berg (Universiteit van Amsterdam)

“Wie ben jij om kritiek te leveren op mijn vlieggedrag? Je vliegt toch zelf ook nog? Kijk eerst naar jezelf, voor je anderen de maat neemt!” Wie zich publiekelijk waagt aan kritiek op individueel gedrag, weet één ding zeker: vroeg of laat krijg je een beschuldiging van hypocrisie aan je broek.

Ben je zelf ook niet van onbesproken gedrag, dan word je met die dubbele standaard in de hand vakkundig de mond gesnoerd. Eerst zelf boete doen, dan pas anderen bekritiseren. Deze redenering is alomtegenwoordig, maar laat hij zich ook ethisch rechtvaardigen? Kun je iemand het zwijgen opleggen omdat diegene een hypocriet is?

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Een drogreden?

Dat een hypocrisiebeschuldiging in de praktijk werkt, weten we allemaal. De eerste reactie is namelijk om jezelf te verdedigen door te beargumenteren dat er helemaal geen sprake is van hypocrisie. Daarmee heeft de aantijging z’n werk al gedaan: de aandacht is afgeleid van het oorspronkelijke punt, en verschoven naar een soort metaniveau waarop bepaald wordt of de spreker het oorspronkelijke punt überhaupt had mogen maken.

De hypocriet plaatst zich buiten ons morele systeem

Tegelijkertijd doet de argumentatieleer de hypocrisiebeschuldiging af als een drogredenering. De morele status van mijn handeling houdt immers logisch gezien geen verband met de vraag of de beschuldiging aan jouw adres terecht is. Met andere woorden, we kunnen geheel los van mijn doen en laten beoordelen of jouw handeling goed of slecht is.

Dit artikel is onderdeel van de serie over de luchtvaart op BNI.
Andere artikelen in deze serie:
Deel 1: Vliegen, verantwoordelijkheid en het goede leven (Dick Timmer)
Deel 2: Hoe we het debat over de luchtvaart moeten voeren (Ingrid Robeyns)
Deel 3: Schijt-aan-klimaat-vliegers (Jan Willem Wieland)
Deel 4: Vliegschaamte (Marc Davidson)
Deel 5: Ook een hypocriet heeft recht van spreken (Daan van den Berg)
Deel 6: Vliegen: een verbonden wereld uit balans. Een interview met Joris Melkert (Dick Timmer & Willem van der Deijl)

Maar als de beschuldiging van hypocrisie een drogredenering is, waarom werkt hij dan zo goed? Een interessant antwoord uit de filosofische literatuur luidt: omdat je voor het uiten van kritiek een zekere morele positie dient te bekleden, die je door hypocriet te zijn uit handen geeft.

Over hoe dat in z’n werk gaat bestaan verschillende ideeën, maar de meest aansprekende (en verstrekkende) is dat een hypocriet zijn positie ondermijnt omdat hij, door zijn hypocrisie, zichzelf buiten ons morele systeem plaatst. Hij staat voor het raam naar binnen te schreeuwen, maar heeft zojuist zelf de deur achter zich dichtgeslagen.

De hypocriet doet niet meer mee

De hypocriet, zo stelt de literatuur, zet zichzelf buitenspel omdat hij door zijn eigen vergelijkbare fouten niet te erkennen, de fundamentele gelijkwaardigheid van personen ontkent. Hij zegt in feite: “De morele standaard waar ik jou aan houd, is op mijzelf niet van toepassing.”

Deze gelijkwaardigheid is een van de belangrijke fundamenten waarop ons moreel systeem rust. Zonder gelijkwaardigheid is er hooguit sprake van een standensamenleving waarin wat voor de één verboden is, voor de ander is toegestaan. Mits zo’n vorm van samenleven niet is waar de hypocriet op uit is, luidt de conclusie: hij zet zichzelf met zijn dubbele standaard buitenspel. De hypocriet doet niet meer mee.

Het gaat niet over wát iemand zegt, maar over of diegene dat wel mag zeggen

Dat klinkt mooi en is een flinke veer op de muts van hen die hypocrisie aan de kaak stellen. Zij zijn dus bezig ons morele systeem overeind te houden. Het verklaart ook waarom hypocrisie gezien wordt als zo’n doodzonde, en waarom je met de aantijging van hypocrisie iemand zo effectief de mond kunt snoeren.

Maar het is wel maar één kant van de medaille.

De noodzaak van een morele positie

Bovenstaande analyse steunt degene die “hypocrisie!” roept namelijk in precies datgene wat de hypocriet verweten wordt: het niet erkennen van de eigen fouten en het zoeken van een uitzonderingspositie.

Stel het oorspronkelijke punt van de hypocriet stond eigenlijk als een huis. De persoon die aangesproken werd op zijn vlieggedrag, zou er inderdaad goed aan doen vaker de trein te pakken. Door de aantijging van hypocrisie bereikt het gesprek dat punt echter helemaal niet.

De hypocriet wordt verondersteld de morele positie niet te bezitten om zijn vliegkritiek te uiten, en dus gaat de vervuiler vrijuit. Deze heeft voortaan de ideale immuniseringsstrategie. Zelfs als hij het in principe eens is met de kritiek, kan hij zich verschuilen achter de ontoereikende morele positie van zijn tegenstander, om zo geen verantwoording over zijn eigen gedrag af te hoeven leggen. Hij claimt op die manier de uitzonderingspositie die hij de hypocriet ontzegt.

Ik ben ook geen heilige. Maar wat doe jij voor een betere wereld?

Het is dus onmogelijk iemand de mond te snoeren met een hypocrisiebeschuldiging zonder in een patstelling te belanden, waarbij het alleen nog maar gaat over wie er recht van spreken heeft. Dat is wat we overal zien gebeuren, tot aan de Tweede Kamer aan toe. Het gaat niet over wát iemand zegt, maar over of diegene dat wel mag zeggen.

We zijn verwikkeld in een permanente jij-bak, een metadiscussie die een echt gesprek in de weg staat. Het laatste wat we als filosofen zouden moeten doen, is die jij-bak ter harte nemen en ijverig uitwerken aan welke voorwaarden iemand moet voldoen voordat hij of zij kritiek mag uiten. Bovenstaande analyse laat zien hoe gemakkelijk zo’n uitwerking in het gat valt dat voor de ander gegraven is.

Beter is het om ons te richten op de inhoud van de kritiek, en de metadiscussie te laten voor wat hij is. Vlieg ik inderdaad te veel? Zou ik minder vlees moeten eten? Heb ik die nieuwe kleren echt nodig? Zo ja, dan doet het er niet toe wie dat zegt. Verantwoordelijkheid dragen voor het eigen gedrag, dat geldt voor beide partijen in een discussie. Hypocriet of niet.

De volgende keer dat iemand met een hypocrisiebeschuldiging je vliegkritiek omzeilt, mag je dus antwoorden: “Ik ben ook geen heilige. Maar we hadden het over jou. Wat doe jij voor een betere wereld?”

De schrijvers en redacteurs van Bij Nader Inzien werken op vrijwillige basis. Maar om het platform draaiend te houden, hebben we wel financiële middelen nodig. Wil je ons steunen, word dan vriend of doneer eenmalig.

Meer:

1 Comment

  1. De klimaatopwarming, het kappen van het regenwoud, de herrie in de Randstad en de keuze die je maakt in de supermarkt, zijn vier verschillende niveaus van maatschappelijke gebieden, waarop het individu meer of minder invloed kan uitoefenen.
    Daarom is het goed dat we ons organiseren in een structuur, waarin op verschillende niveaus aan verbeteting kan worden gewerkt.
    Zo kunnen de rijkste en grootste landen van de wereld op leidersniveau het meest effectief afspraken maken om de klimaatopwarming tegen te gaan, en het milieu op aarde te beschermen. Hiertoe zullen wereldleiders wereld omvattende maatregelen moeten nemen
    In europa kunnen we dat doen door uitwerking hiervan te geven op EU- en landen niveau. Door wet- en regelgeving, een moreel appel en voorbeeldgedrag.
    Op lokaal bestuurlijk- en individueel niveau dient dit op alle maatschappelijke niveaus te worden vormgegeven, uitgevoerd en gedragsverandering te worden bereikt.
    Het individu is binnen dit internationale-, nationale- en lokale kader verantwoordelijk voor de implementatie. Bij de overheden, koepelorganisaties, financiers, bedrijven, instellingen, werknemers en burgers in het algeneen.
    Individuen hebben dus veel mogelijkheden om een bijdrage te leveren.
    Zo veel dat dat niet binnen een korte periode gerealiseerd kan worden. Daarom nemen we er 30 jaar voor.
    Als het om het moreel juist gedrag gaat, is het belangrijk dat je op veel terreinen een bijdrage levert en de nieuwe regels volgt.
    Iemand die dan toch nog een gebied vindt waarop jij nog geen bijdrage levert, mag dat best zeggen. Maar als het erom gaat die ander als hypocriet te labelen, is dat natuurlijk dom, vals en het getuigt van weinig inzicht en een slecht karakter.
    Als antwoord lijkt mij het blootleggen hiervan dan op zijn plaats. Als leermomentje best effectief.
    Dat neemt niet weg dat we elkaar best mogen aanspreken op beter gedrag. En als dat niet veilig is, dan moet de overheid sterker met wet- en regelgeving sturen en handhaven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *