Door Savriel Dillingh (Erasmus Universiteit Rotterdam)

De kans is groot dat onze volksvertegenwoordigers zich tijdens de volgende persconferentie wederom zullen beroepen op solidariteit. “Beste mensen,” zal Hugo de Jonge zeggen, “we moeten het écht samen doen.” Hij herhaalde het op 3 november tot tweemaal toe. En hij zei ook:

“De maatregelen die we vandaag extra nemen, die nemen we met een goede reden. Uit solidariteit met mensen die werken in de zorg. Uit solidariteit met de mensen die zorg nodig hebben. En ook uit solidariteit met de mensen die juist geraakt worden door de maatregelen die noodzakelijk zijn.”

Het woord is onderhand een welbekend stijlfiguur in de persconferenties op dinsdagavond. Maar wat betekent solidariteit voor dit kabinet en, misschien belangrijker, waarom lijkt dit pleidooi steeds minder gehoor te vinden bij zoveel Nederlanders?

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Om deze vraag te beantwoorden, is een korte zoektocht naar de oorsprong van het woord geboden. ‘Solidariteit’ vindt zijn oorsprong in het Latijn (solidus – solide, geheel), maar werd pas rond de 18e eeuw in de ons bekende zin gebruikt. De utopische filosofen Charles Fourier en Pierre Leroux drukten het concept toen uit als sociale eenheid en harmonie en zagen het als een humanistisch alternatief op christelijke liefdadigheid. Het doel van solidariteit zou een alomvattende vorm van sociale gemeenschap zijn, waarin iedereen een plek heeft. Broederschap alom!

 “Geen mens is vrij als alle mensen om hem heen niet ook gelijkwaardig vrij zijn”

Hierin weerklinkt al zachtjes het startschot van de Franse Revolutie. Maar toen de rook ging liggen, werd het concept al snel door de vroeg-socialistische beweging van een invulling voorzien. Deze beweging legde zich vooral toe op de arbeidersklasse. Marx en Engels drukten solidariteit uit als fundamenteel voor de vereniging van het proletariaat. Door middel van solidair klassenbewustzijn zou deze de bourgeoisie omver kunnen werpen.

De anarchistische filosoof Mikhail Bakunin verzette zich echter tegen deze invulling, omdat deze naar zijn mening te autoritair was. Volgens hem kwam solidariteit voort uit het idee dat “geen mens vrij is als alle mensen om hem heen ook niet gelijkwaardig vrij zijn.”

Solidariteit voor wie?

Bakunins definitie zal ongetwijfeld niet de betekenis zijn waar Mark Rutte en Hugo de Jonge op doelen, maar biedt wel een suggestie over waar het misgaat. Solidariteit is ietsdat betrekking heeft op sociale wederkerigheid. De één is immers niet vrij als de ander dat niet ook is. Kortom: als ik jou vraag solidair te zijn, moet ook ik me solidair opstellen.

En laat het nou precies deze wederkerigheid zijn die veel Nederlanders lijken te missen. “Dit was heftig,” zegt IC-verpleegkundige Christel Schilders-Mols in een NRC-artikel uit augustus. “Daarom voelt het ook alsof de politiek ons nu in de steek laat. We hebben zo hard gewerkt, maar waar blijft de waardering?” De maatregelen worden door de verpleegkundige niet als solidair ervaren.

Als ik jou vraag solidair te zijn, moet ook ik me solidair opstellen

Ook kleine ondernemers hebben het moeilijk. “We voelen ons zwaar in de steek gelaten,” zegt Groningse horecaondernemer Jules Carels tegen Omroep Groningen na de persconferentie in november. “Wat ik ook jammer vind is dat de gemeente, onze eigen gemeenteraadsleden, zo stil blijven.”

Niet alleen de verpleegkundigen en de horecaondernemers moeten solidair zijn, maar ook diegenen die een geliefde moeten begraven, of geliefden die juist willen trouwen. De uitgelekte huwelijksfoto’s van minister van Veiligheid en Justitie Ferd Grapperhaus getuigden van eventjes iets minder solidariteit. Maar hij behield zijn positie wel. We doen het samen, maar blijkbaar zonder de overheid.

Voor Rutte en de Jonge behelst solidariteit eerder een vorm van liberale zelfredzaamheid. “We moeten volhouden,” wordt veelal met dezelfde strekking gebruikt. Oftewel: de maatschappij is een uurwerk. Zolang zij enigszins intact blijft, gaat de klok op een gegeven moment weer tikken. Dat is voor iedereen het beste.

Een wederkerig kabinet

Deze interpretatie gaat echter voorbij aan het element van wederkerigheid. Het zegt enkel: blijf volhouden en vertrouw de gevestigde orde. Niet ‘wij’ maar ‘jullie’ moeten volhouden.

Ironisch genoeg weerklonk dit sentiment al in de beroemde (en bespotte) vraag van NOS-journalist Albert Bos op de persconferentie van 21 april: “Meneer Rutte, al weken zegt u dat Nederland zich voorbeeldig gedraagt en wat krijgen mensen ervoor terug? Nog eens drie weken verlenging. Hoe rijmt u dat met elkaar?”

Niet ‘wij’ maar ‘jullie’ moeten volhouden

Bos werd in de media flink belachelijk gemaakt, maar wellicht dat de vraag ons onderhand nét iets minder bezopen in de oren klinkt. Maar hoe ziet een solidair kabinet er dan uit?

Hoogleraar politieke filosofie Rutger Claassen pleitte recentelijk voor een ander soort steunverdeling: wel voor de burger, niet voor het bedrijf. Zijn suggestie had als doel te voorkomen dat de burger opdraait voor de kosten en dat bedrijven misbruik maken van de overheid. Maar zou zo’n ingreep ook niet een solidair signaal afgeven aan de burger?

 “Maakt u zich geen zorgen,” zou Mark Rutte kunnen zeggen. “U zorgt voor elkaar, en wij zorgen voor u.” Misschien dat Nederlanders zich zo met iets meer solidariteit behandeld voelen. Eén ding is zeker: wil het kabinet dat de burger zich solidair gedraagt, dan zal het zich met een hogere mate van wederkerigheid op moeten stellen.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

3 Comments

  1. Ik vind dit een uitstekende stelling die ik solidair wens te onderschrijven.

    Misschien is het nog van enig nut het concept ‘sociale camouflage’ toe te voegen, dat menig politicus van zowat elke kleur, elke partij en elk pluimage met grote regelmaat misbruikt om opportunistische en louter individualistische commerciële agenda’s geheim te houden, en clandestien te blijven doordrukken. Typisch in deze camouflage is volgens mij het misbruik van lange reeksen vage algemeenheden, beginnend met de woorden ‘Wij’ en ‘Onze samenleving’ bijvoorbeeld, gelardeerd met nog langere reeksen cijfers, die wel uitblinken in hun lengte en complexiteit, maar die geen ander doel hebben dan verborgen, persoonlijk-private winstmaximalisatie en verliesminimalisatie te consolideren. Sociaal bedrog, kortom. De combinatie volume en complexiteit is nog steeds een effectieve methode om sociaal narcisme te verbergen, niet alleen in de politiek, maar ook in de wetenschap, de religie en de filosofie.

  2. Wat een buitengewone smalle opvatting van solidariteit! Niet anderen ‘moeten’ solidair zijn, maar ik moet solidair zijn. Solidariteit kan niet geëist worden; juist de vrijwilligheid is essentieel omdat die is afgeleid van ‘hogere’ motieven als bijvoorbeeld mededogen. Solidariteit kan wel aangetast worden bij gebrek aan wederkerigheid, maar die wederkerigheid is geen schuldvereffening.

  3. Wat de bestrijding van een pandemie vereist is:
    – een maximaal pakket effectieve maatregelen tegelijkertijd, gericht op geen fysiek contact tussen mensen uit verschillende huishoudens, gedurende 1 – 1,5 maand, in bijvoorbeeld geheel Europa tegelijkertijd. Liefst wereldwijd. Het virus dooft vanzelf uit. Daarna mogelijke brandhaarden bestrijden.
    – discipline om zich hieraan te houden, en de strenge controle en sanctie hierop (dood en ziekte door schuld)
    – ondersteuning van alle groepen en personen die hieronder lijden, financieel, en moreel, rechtsbescherming gedupeerden. Het is maar voor korte tijd en daardoor relatief goedkoop..
    Deze combinatie wordt in de westerse wereld onvoldoende toegepast, omdat wij kortzichtig zijn en hopen een pandemie juist met zo weinig mogelijk maatregelen te kunnen beheersen. Omdat we ons vooral laten leiden door onze cultuur van routineus genot en vermaak, onze vele verslavingen, onze individuele vrijheid en de economie en deze vooropstellen aan de echte solidariteit in kortstondig ongemak van allen. En onze oren laten hangen naar populisten.
    Zo sudderen we lang door met zeer grote schades.
    Op de middellange- en lange termijn is zo een streng en breed pakket echter economisch- en moreel gezien veruit de beste investering. Het zal een korte economische dip geven, maar direct daarna een inhaalslag, ongekende blijvende solidariteit, wederkerigheid en een betere maatschappij daarna brengen.
    De kennis hierover is aanwezig, maar de ernstige pandemie wordt gepolitiseerd, wat het domste is wat een maatschappij kan doen. Vooral door politici die bang zijn voor hun kortzichtige electoraat en hun eigen zwakte om echt te regeren. De eigen positie, die van de partij en het behoud van de macht, ook van de achterban, is belangrijker dan de beheersing van de pandemie. Kijk om je heen en je kan het zelfs zien.
    E.e.a. wijst m.i. op het failliet van de huidige politiek, het westerse maatschappelijk bestel en de democratie in moeilijke tijden. Van onze huidige leiders en hun stakeholders.
    Om een gevaarlijke toekomst onder deze omstandigheden te voorkomen, hebben wij een nieuw elan en nieuwe leiders nodig.

Laat een reactie achter aan Jan Braeken Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *