Door Wouter Cohen (University of Manchester)

Het Zweedse woordenboek kent sinds 2015 naast ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij) ook het genderneutrale ‘hen’ en in het Engels kun je ‘they’ gebruiken als neutrale variant van ‘he’ en ‘she’. Er is ook al langere tijd behoefte aan een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord in het Nederlands. Een dergelijk voornaamwoord kunnen we dan gebruiken om naar mensen te verwijzen die zich niet thuis voelen bij ‘hij’ of ‘zij’.

Maar het zou nog veel beter zijn als we ‘hij’ en ‘zij’ helemaal niet meer gebruiken en iedereen met eenzelfde neutraal persoonlijk voornaamwoord aanduiden.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Gedachtenexperiment

Het is eigenlijk best gek dat we in de derde persoon moeten kiezen tussen een mannelijke en vrouwelijke variant, terwijl we in bijvoorbeeld de tweede persoon alleen ‘jij’ hebben. Als iemand mannelijke en vrouwelijke varianten voor ‘jij’ zou willen introduceren, dan ligt er een vraag heel erg voor de hand: waarom? Toch stellen we die vraag niet bij ‘hij’ en ‘zij’.

Stel je voor dat de Nederlandse persoonlijke voornaamwoorden ‘wijs’ en ‘zijs’ in plaats van ‘hij’ en ‘zij’ waren. Je gebruikt ‘wijs’ wanneer de persoon aan wie je refereert een witte huidskleur heeft en ‘zijs’ als de persoon een zwarte huidskleur heeft. Dit gedachtenexperiment bedacht Douglas Hofstadter, auteur van het bekende boek Gödel, Escher, Bach, in de jaren ’80 voor het Engels.

Het zou beter zijn als we iedereen met eenzelfde neutraal persoonlijk voornaamwoord aanduiden

Deze variatie op het Nederlands is overduidelijk problematisch. Robin Dembroff en Daniel Wodak identificeren in hun nog te verschijnen essay ‘How Much Gender Is Too Much Gender?’ wat er mis is met zulke persoonlijke voornaamwoorden. Allereerst sluit de scheiding tussen witte en zwarte huidskleuren bijvoorbeeld licht getinte huidskleuren uit. Maar het grotere probleem is dat de zwart/wit-classificatie van huidskleuren in de grammatica van deze taal is ingebakken. Die classificatie komt dus continu voorbij, zelfs als ze niet relevant is.

Het zou niet moeten uitmaken welke huidskleur mijn partner heeft, maar in deze fictieve taal moet ik toch steeds aangeven wat haar (!) huidskleur is. Als we huidskleur op deze manier continu impliciet benoemen, dan versterkt dat het idee dat er essentiële verschillen tussen mensen met verschillende huidskleuren bestaan.

Hokjes

Als je het met mij eens bent dat er iets goed mis is met ‘wijs’ en ‘zijs’, vraag je nu dan af wat het verschil met ‘hij’ en ‘zij’ is. Het binaire onderscheid tussen man en vrouw sluit andere genderidentiteiten uit. Ook is een bepaald aspect van je identiteit, in dit geval gender, een onvermijdelijk onderdeel van de grammatica gemaakt.

In de vorige alinea moest ik bijvoorbeeld kiezen tussen ‘haar’ en ‘zijn’ bij het uitroepteken. De Nederlandse taal forceert me om mijn partners gender prijs te geven terwijl dat overduidelijk onnodig is.

De situatie met ‘hij’ en ‘zij’ is net zo problematisch als die met ‘wijs’ en ‘zijs’, alleen zijn we de eerste gewend en de tweede niet.

Het is niet lastig andere gedachtenexperimenten te bedenken. Wat als we voor verschillende leeftijden verschillende persoonlijke voornaamwoorden hadden? Of voor verschillende salarisschalen? Verschillende opleidingsniveaus? Keer op keer wringt er iets. Deze fictieve grammatica’s, net als onze grammatica, dwingen je om mensen in hokjes te plaatsen.

Identiteiten benoemen

Dat we van ‘hij’ en ‘zij’ af moeten betekent niet dat we alle aanduidingen van genderidentiteiten moeten schrappen. De woorden ‘man’, ‘vrouw’, ‘transgender’, ‘non-binair’, enzovoorts, zijn van cruciaal belang als we seksisme en genderonrechtvaardigheden willen aanvechten, zoals Dembroff en Wodak ook beargumenteren. Je hebt het woord ‘transgender’ nodig als je voor transrechten wilt vechten.

Maar woorden als ‘man’, ‘vrouw’ en ‘transgender’ zijn niet onderdeel van de grammatica. Je hebt een keuze. Je hoeft ze niet te gebruiken als ze niet relevant zijn. Je kunt een publiek bijvoorbeeld aanspreken met ‘geachte dames en heren’ of neutraler met ‘geacht publiek’. In plaats van ‘man’ of ‘vrouw’ kun je ‘persoon’ gebruiken.

Identiteiten zouden geen onderdeel van de grammatica moeten uitmaken

Dat zit met persoonlijke voornaamwoorden wel anders. Zulke functiewoorden zijn een essentieel onderdeel van de taal, je kunt eigenlijk niet zonder ze. Probeer maar eens een hele dag op werk ‘hij’, ‘zij’, ‘hem’, ‘haar’ en de bezittelijke vormen ‘zijn’ en ‘haar’ te vermijden. Je moet jezelf in rare talige bochten wringen om dat vol te houden.

Identiteiten moet je kunnen benoemen, maar ze zouden geen onderdeel van de grammatica moeten uitmaken.

Kwetsbare groep

Met ‘hij’ en ‘zij’ geven we onder andere aan welke gendernormen we relevant achten voor de betreffende persoon. Voor een transgender vrouw kan het dus heel belangrijk zijn om met ‘zij’ te worden aangeduid, namelijk omdat ze als vrouw geaccepteerd wil worden. Als we alleen nog maar een neutraal persoonlijk voornaamwoord gebruiken, dan ontnemen we trans-vrouwen en -mannen deze mogelijkheid om hun gender uit te drukken.

Aangezien trans-personen al een kwetsbare groep vormen, is het dan niet toch beter om iedereen de keuze te geven tussen ‘hij’, ‘zij’ en een derde, neutrale constructie?

Ik denk het niet. Dat het voor een trans-vrouw zo belangrijk is om met ‘zij’ aangeduid te worden, komt onder andere doordat het alternatief ‘hij’ is. Als we maar één, neutraal persoonlijk voornaamwoord hebben, dan kun je ook niet meer met een verkeerd woord worden aangeduid.

Of bekijk het op deze manier. Een trans-vrouw is een vrouw en wil dus zo behandeld worden. Je doet haar daarom onrecht aan als je haar niet, maar cis vrouwen daarentegen wel ‘zij’ noemt. Dat betekent echter ook dat dat onrecht wegvalt, zelfs als dat in eerste instantie niet zo voelt, als je iedereen met een neutrale constructie benoemt.

We moeten een neutraal persoonlijk voornaamwoord aan het Nederlands toevoegen

Ik doe iets fout als ik je met een voornaamwoord aanduid dat met de verkeerde genderidentiteit geassocieerd wordt. Daaruit volgt niet dat ik je moet aanduiden met een voornaamwoord dat met de juiste genderidentiteit wordt geassocieerd.

Het alternatief is dat ik je aanduid met een voornaamwoord dat helemaal niet met gender geassocieerd wordt, zolang ik dat ten minste bij iedereen doe. En er zijn goede redenen om dat alternatief te kiezen.

Zoals Dembroff en Wodak schrijven, blijven er genoeg mogelijkheden over om talig uiting te geven aan genderidentiteiten. Wat we willen is dat het echt mogelijkheden zijn: je moet kunnen kiezen wanneer en hoe je ze gebruikt. Zolang gender met de grammatica verweven is, hebben we die keuze niet altijd.

Neutralere taal

We moeten een neutraal persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon enkelvoud aan het Nederlands toevoegen. Maar laten we vooral niet alleen een neutrale constructie toevoegen en gebruiken, maar ook ons gebruik van de mannelijke en vrouwelijke vormen afbouwen totdat we ze kunnen schrappen.

In een enquête van het Transgender Netwerk Nederland in 2016 kregen ‘hen’ en ‘die’ de meeste stemmen als neutrale vorm van ‘hij’ en ‘zij’. Een zin als ‘hen fietst door rood’ klinkt in het begin wellicht gek, maar dat zou ons er niet van moeten weerhouden om een neutraal persoonlijk voornaamwoord aan onze taal te voegen. Euro’s waren eerst ook raar, maar inmiddels denkt niemand meer aan de gulden. En ‘die’ gebruiken we soms al in deze context, bijvoorbeeld in: “Niet te geloven, die fietst gewoon door rood!”

Seksisme is hiermee natuurlijk niet opgelost. Dat taal een grote rol speelt in het in stand houden van sociale onrechtvaardigheden staat buiten kijf, maar de problemen gaan uiteraard veel dieper dan taal. Bovendien kun je geen ijzer met handen breken: het lukt waarschijnlijk niet om van de ene op de andere dag op te houden met ‘hij’ en ‘zij’ te gebruiken. Toch kunnen we ernaar streven ons taalgebruik op de juiste manier aan te passen en daarmee een stap in de goede richting doen.

Verder lezen

Hofstadter, D. (1985). ‘A Person Paper on Purity in Language.’ In zijn (!) Metamagical Themas: Questing for the Essence of Mind and Pattern. New York: Basic Books.

Dembroff, D. en D. Wodak. (2021). ‘How Much Gender Is Too Much Gender?’ In J. Khoo en R. Sterken (eds), The Routledge Handbook of Social and Political Philosophy of Language.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Wanneer wil je een e-mail ontvangen?

Steun ons

Doneer Word vriend

9 Comments

  1. Ik ben er niet helemaal voor. Ik vindt het meer dat we meerdere pronouns erbij moeten krijgen. En dat het genormaliseerd wordt om voor Pronouns te vragen! (komende van iemand die Zij/hun gebruikt)

  2. Voor verandering moet draagvlak zijn. Wat is hiervoor het onderzochte draagvlak?

      1. Hallo L,
        je bedoelt dat het verwijzen naar de geschriften van bijv. Foucault en Seneca als onderbouwing wel filosofisch is, maar verwijzen naar een onderbouwd draagvlak niet?
        En dat een contraire mening: we moeten de genderaanduiding, zonder onderbouwing, absoluut handhaven, wel filosofisch is?
        En de “filosofische”, gebruikte zin:
        “Maar het zou nog veel beter zijn als we ‘hij’ en ‘zij’ helemaal niet meer gebruiken en iedereen met eenzelfde neutraal persoonlijk voornaamwoord aanduiden”
        ombouwen naar:
        Het zou beter zijn om “hij” en “zij” te blijven gebruiken, en mensen met een andere seksuele identiteit als “het”. Als eveneens een filosofische mening.
        Tja, lekker filosofisch.

  3. Helemaal mee eens, en ik hoop dat “hen” of “die” gauw normaler wordt! In mijn moedertaal (fins) heb je helemaal geen “hij” of “zij” en dat is veer handiger. Naast het feit dat je mensen niet in hokjes hoeft te plaatsen geeft het ook een fijne flexibiliteit in literatuur en poëzie. Je hoeft dan niet gelijk te noemen wat iemands geslacht is.

  4. Angstaanjagend pleidooi. Het moedwillig verwijderen en toevoegen van woorden uit een taal, hoort thuis bij totalitaire regimes en politiestaten, als instrument om ideeën, gedachten en concepten te kunnen controleren. Het resoneert met “newspeak” uit Orwell’s 1984.

    1. Interessant punt Michiel, en ik ben het eens dat de taal veranderen heel ingrijpend is, en niet altijd goed. Maar dat doen we toch ook met andere woorden die het verkeerde beeld geven, racistische termen of bijvoorbeeld “hoogopgeleid” en “laagopgeleid” veranderen naar “theorietisch” en “praktisch-opgeleid.” Ik vind het best oke om taal soms expres te veranderen om slechte ideeën (zoals het idee dat iedereen altijd of man of vrouw moet zijn) kunnen ontsnappen.

  5. Hallo Mandi,
    Mijn punt is dat een verandering in de taal cultuurgebonden is, en vanzelf ontstaat, als men daaraan toe is. Veel talen kenmerken zich nu eenmaal door mannelijke- of vrouwelijke voornaamwoorden. Het zou edel en autoritair ineen zijn om de taal zo drastisch en verplicht aan te passen voor een zo kleine gekwetste groep.
    Veel praktischer zijn de Belgen. Het Team Taaladvies van de Vlaamse overheid stelt bijvoorbeeld voor:
    “Als u vindt dat een mannelijk voornaamwoord niet sekseneutraal genoeg is, kunt u een combinatie van een mannelijk en een vrouwelijk voornaamwoord gebruiken, met het woordje of ertussen: hij of zij, hem of haar, zijn of haar.
    Een minister moet zijn of haar verantwoordelijkheid nemen.”
    Niet zo filosofisch, wel bruikbaar, niet taalontregelend, wel respectvol.
    https://www.vlaanderen.be/taaladvies/hij-hij-of-zij
    Zie daar voor nog andere mogelijkheden om het verwijsprobleem te omzeilen.

  6. Ik heb inderdaad ook moeite met het complexer maken van de verzameling persoonlijke voornaamwoorden. Vaak is gender niet relevant, en dan is het onzin eraan te refereren. Door de relatieve zeldzaamheid zal een derde pvn voor non-binary personen zelfs tot nog meer nadruk op dat aspect leiden, wat volgens mij in de meeste contexten helemaal niet relevant is. Gaan we tegelijkertijd met zijn allen over op een nieuw neutraal pvn, dan zou dat een hele verbetering zijn. Het invoeren van extra pvn-woorden voor bepaalde groepen is een stap terug.

    Neem een voorbeeld aan andere talen. In Filipijnse talen bv zijn veel meer woorden neutraal: siya voor hij/zij, anak voor zoon/dochter, iksoon voor broer/zus, asawa voor man/vrouw, enz. Het onderscheid kan gemaakt worden, maar is niet verplicht. Prachtig!

Comments are closed.