Door Tonya Sudiono (Waag)

Adriana Knouf is transvrouw en doet onderzoek naar haar eigen biochemie. Is ze de wereld daardoor anders gaan zien?

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

De artistiek onderzoeker is verbonden aan de Northeastern University (Boston) en doet interdisciplinair onderzoek in xenologie (de studie van het buitenaardse), genderstudies en biotechnologie. De Amerikaanse onderzoeker kwam dit jaar naar Nederland om te werken aan het Art4Med project van Waag, een Europese samenwerking tussen kunstenaars, wetenschappers, technologie-experts en medici.“Wat meespeelde in mijn keuze voor Nederland, is dat ik hier rechten heb als transpersoon, op nationaal niveau.”

Wat zijn de verschillen in de gezondheidszorg die je opvielen toen je naar Europa kwam?

Ik kwam als bevoorrechte transgender vrouw naar Europa. In Boston ging ik naar een queer- en transgenderkliniek, maar veel mensen kunnen zich dat niet veroorloven. In de Verenigde Staten krijgen de meeste mensen toegang tot de gezondheidszorg via hun werkgever. Geen werk? Geen gezondheidszorg. Obamacare geeft je niet de zorgvergoeding die je nodig hebt. De Amerikaanse publieke gezondheidszorg is extreem duur.

Sommige dingen zijn wel makkelijker in de Verenigde Staten. Zodra je een gespecialiseerde dokter of kliniek hebt gevonden, kun je meteen behandeld worden. Op de eerste afspraak leggen ze de risico’s uit van hormooninname, moet je een toestemmingsformulier invullen en krijg je een bloedtest. Als de bloedtest goed terugkomt, krijg je bij het tweede bezoek je hormonen.

Je hoeft geen psychologische evaluatie te doen, er zijn geen ‘poortwachters’ of lange wachtlijsten. In Nederland zijn er jarenlange wachtlijsten als je transgendergezondheidszorg nodig hebt.

Het aromatase-enzym speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van oestrogeen. Credits: Adriana Knouf

Voorheen was ik een sociaal constructivist met betrekking tot gender: dat het voornamelijk performatief is, en dat je vooral moet doen waar je je goed bij voelt. Maar tijdens mijn hormoonbehandeling kwam ik erachter dat gender ook een biochemische component heeft. Dat voel je vooral wanneer hormonen je veranderen in een lichaam met meer oestrogeen dan testosteron.

Toen ik in Nederland aankwam, moest ik mijn oestrogeenhormonen rantsoeneren voor anderhalve maand, omdat het papierwerk voor het residency-formulier en de gezondheidsverzekering nog afgerond moesten worden. Hierdoor ondervond ik de ongelooflijke kracht van hormonen. Door de gerantsoeneerde, kleinere hoeveelheid oestrogeen ervoer ik angst en depressie. Mijn emoties waren all over the place.

Hormoonpleisters zijn levensreddende middelen voor mij. Ik wil nooit meer terug naar hoe het was voordat ik ze gebruikte. Door deze ervaringen zou ik nu zeggen dat sekse en gender biochemisch met elkaar verbonden zijn.

Dat hormonen een enorme impact hebben op je emotionele staat weet bijna elke vrouw die is begonnen/gestopt met de anticonceptiepil, maar zij voelen zich niet opeens meer of minder vrouw. Waaruit blijkt dat hormonen ook impact hebben op je gender?

Hormonale verandering bepaalt niet mijn gender. Wel zorgt het ervoor dat ik andere aspecten ervaar van mijn lichamelijkheid. Dankzij oestrogeen-inname en testosteronremmers ontwikkelde ik zichtbare secundaire geslachtskenmerken: borsten, een zachtere huid, een andere vetverdeling, verkleinde testikels.

Mijn affectieve gevoelens werden sterker. Als meer mensen dit zouden ervaren, dan hadden we misschien minder essentialistische ideeën over gender en sekse, en een dieper begrip over de veranderlijkheid en toevalligheid van het leven.

Microscopisch beeld van een gebruikte hormoonpleister. Credits: Adriana Knouf

Vorig jaar was je artist in residence bij het Kersnikova Instituut, Ljubljana (Slovenië). Waar werkte je toen aan?
Al sinds ik klein was, heb ik ernaar verlangd om ergens anders heen te gaan. Als kind voelde ik me vervreemd van de rest van de wereld, zelfs van mijn eigen lichaam. Als dat gevoel heel sterk werd, ging ik de achtertuin in en zond ik lichtsignalen richting het heelal, om de ruimtewezens te vragen om me ergens anders mee naartoe te nemen waar het minder vijandig zou voelen.

Daarom verdiepte ik me de laatste jaren in xenologie. Het stelt de vraag hoe we onszelf ‘de ander’ kunnen maken, om vanuit daar de mogelijkheden van verandering te onderzoeken. De ruimte is daar een markeringsteken voor. Hoe zou ik als transvrouw de ruimte in kunnen gaan? Hiervoor zou ik in de eerste plaats mijn hormonen nodig hebben. Bij Kersnikova werkte ik aan zowel wetenschappelijke als kunstzinnige projecten rond dit onderwerp.

Wat was het wetenschappelijke gedeelte waar je aan werkte?

Voor het project Xenological Entanglements. 001: Eromatase werkten we met de testiculaire cellen van muizen om beter te begrijpen hoe je zulke cellen kweekt en hoe hun hormoonproductie werkt. De onderzoeksvraag luidde: kunnen we CRISPRa gebruiken (een genetische methode waarmee genen in een cel ‘geactiveerd’ kunnen worden) om de aromatese genen in deze cellen “aan te zetten” zodat ze geen testosteron maar oestrogeen aanmaken?

Uiteindelijk wil ik werken met mijn eigen cellen, door biopsie te plegen op mijn eigen testikels. Ik wil onderzoeken of mijn cellen oestrogeen in plaats van testosteron kunnen produceren. Het laat ons opnieuw nadenken over testikels en hun culturele connotaties. Ik wil het idee verlaten dat het hypermannelijke elementen van het lichaam zijn. Het zou goed zijn om de mannelijke en vrouwelijke connotaties die genitaliën hebben weg te nemen.

Microscopisch beeld van gecultiveerde testiculaire cellen. Credits: Adriana Knouf

Veel mensen vinden genetische modificatie maar eng. Wat zou jij hierop zeggen?
Het enigszins saaie, voor de hand liggende antwoord is dat de mensheid al bezig is met genetische modificatie van planten en dieren. Al sinds de opkomst van de landbouw. Ik maak me minder zorgen over genetische modificatie als zodanig, maar meer over het winstoogmerk waarmee het op dit moment bedreven wordt. Gen-methodes worden vooral gebruikt door grote farmaceutische bedrijven en academische onderzoekslabs.

Waarom zouden we het experimenteren met genetische technologie aan de grote commerciële bedrijven overlaten? We moeten zorgen dat deze technologie toegankelijk is voor iedereen, binnen het juridisch toegestane. In mijn onderzoek naar translichamen verken ik de mogelijkheden die al in ons liggen. We veranderen ons lichaam al hormonaal en plastisch chirurgisch, dus waarom niet ook genetisch?

Maar als je je lichaam genetisch verandert, dan sleutel je toch aan de genetische verzameling van de mensheid omdat genen worden doorgegeven aan volgende generaties? 
Hier zijn wat zaken die uitgelegd moeten worden. Ten eerste wordt onze genetische code niet doorgegeven aan de volgende generatie, tenzij we onze kiemcellen – spermatozoa of eicellen – veranderen. Bovendien ben ik waarschijnlijk steriel geworden door mijn hormoontherapie, dus dat is niet eens aan de orde voor mij.

Ten tweede kan ons genoom ook veranderen door omgevingsfactoren. Onze genexpressie (waarbij genen ‘uit’ of ‘aan’ gaan) kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren zoals armoede, stress en honger. Deze genetische modificaties als gevolg van maatschappelijke factoren zijn net zo belangrijk om rekening mee te houden.

Adriana Knouf in het BioTehna laboratorium aan het Kersnikova Instituut. Foto: Hana Joši?


Wat heb je nog meer gedaan bij Kersnikova?

Ik heb een heel klein kunstwerk naar het International Space Station kunnen sturen: TX-1. Daarin zaten deeltjes van mijn hormoonvervangende medicaties. Eén van de deeltjes kwam van een hormoonpleister die ik had gedragen.

Dus een klein deeltje van een transvrouw is eigenlijk de ruimte in geweest?

Ja! Het kunstwerk draaide een maand mee op het ruimtestation door de ruimte, waarna het terugkeerde naar aarde.

Ga je de wereld anders zien zodra je begint te knutselen aan je biochemische zelf?

Zeker weten! Er is een complexe wisselwerking gaande die we net een beetje beginnen te begrijpen. Hopelijk betekent dit het einde van de tegenstelling tussen een sociologische en biologische benadering van ervaring. Op het fundamentele niveau hebben onze ervaringen een materiële basis. Sleutelen aan die basis zal onze ervaringen veranderen. Er zijn nog heel veel potentiële ervaringen die erom vragen onderzocht te worden.

Op de hoogte blijven? Volg het Tranxxenolab op InstagramFacebook en Twitter. Of kijk voor meer info op tranxxenolab.net. Mail: asknouf@tranxxenolab.net

Documentatie van Xenological Entanglements. 001a: Trying Plastic Variations, 7.10.2020, Kapelica Gallery, Ljubljana, Slovenië. Foto: Nada Žgank
Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

2 Comments

  1. Geachte Adriana Knouf,

    Kan u a.u.b uitleggen waarom u gevoelsmatig blijft vasthouden aan het voorbijgestreefde, theoretische materialistische standaardmodel van het leven, van ons planetaire ecosysteem en ons universum als geheel, terwijl het de laatste decennia steeds duidelijker wordt dat materie in de praktijk van de experimentele fysica veel meer lijkt op energie dan voorheen werd aangenomen ?

    Ik kan mij wel voorstellen dat dit theoretische standaardmodel voor velen enige tijdelijke emotionele houvast biedt, onder andere omdat onze woorden ‘vaste materie’ daartoe uitnodigen, maar waarom zou een dergelijke theorie het praktische misbruik van proefdieren rechtvaardigen, voor welke doeleinden ook ?

    Ik kan mij niet voorstellen dat die gekooide proefdieren gelijk welke theorie en gelijk welke praktijk van henzelf zouden accepteren om proeven op mensen uit te voeren, laat staan die van ons. Wat denkt u daarover ?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *