Door Henk Smeijsters (Filosofisch cultuurcriticus en publicist)

De klimaatcrisis is mede ontstaan door de consumptieve levensstijl van de moderne mens. De klimaatcrisis is dus ook een levensstijlcrisis. Volgens het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) verandert het klimaat sneller dan gedacht en draagt de mens daar verantwoordelijkheid voor.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Gedragsverandering kan een verschil maken en het is dringend tijd dat ook te doen. Maar er is nog een goede reden om onze levensstijl te veranderen: de crisis in onze sociale en geestelijke ontwikkeling die mede wordt veroorzaakt door de drang om steeds meer materiële behoeften te bevredigen.

Economische groei en de homo economicus

In 1955 formuleerde de Amerikaanse econoom Simon Kuznets een curve die beschrijft hoe meer economische groei de oplossing biedt voor zelf veroorzaakte problemen. Sociale ongelijkheid, milieuverontreiniging, klimaatverandering en andere schadelijke effecten nemen volgens deze curve aanvankelijk toe, maar nemen daarna af bij nog meer economische groei. Het idee: eerst rotzooi maken om zo voldoende welvaart te genereren om die rotzooi efficiënt op te ruimen.

Technologieoptimisten stellen dat we voor elk klimaatprobleem een technische oplossing zullen vinden

De Kuznets-curve werd het gouden kalf van de economische groeitheorie, maar de klimaatverandering laat dat gouden kalf nu zien als een olifant in de porseleinkast: wordt een kantelpunt overschreden, dan zijn de schadelijke effecten niet meer terug te draaien. Gesmolten ijskappen haal je niet meer terug.

Belangrijk bij die groeigedachte is het idee van de econoom en filosoof Adam Smith, dat als iedereen zijn (m/v/x) eigenbelang nastreeft, een ‘onzichtbare hand’ het algemeen belang zal verzorgen. Als vanzelf.

De homo economicus werd het daarbij passende mensbeeld. Smith wees er wel op dat behartiging van het eigenbelang ook tegengewicht nodig heeft, namelijk in de vorm van een moreel gevoel voor het sociaal belang. Als je de klimaatverandering uitsluitend aan de marktwerking overlaat, gebeurt wat geld oplevert, niet per se wat het sociaal belang dient.

Technologische innovatie

Technologieoptimisten stellen dat we voor elk klimaatprobleem een technische oplossing zullen vinden. Denk aan turbines die CO2 uit de lucht halen en ruimtespiegels die zonlicht reflecteren. Maar dergelijke technieken staan nog in de kinderschoenen, zijn duur, niet op grote schaal toepasbaar en hebben onvoorspelbare neveneffecten.

We veronachtzamen de deugd van de matigheid

Ideeën als ‘ontkoppeling’, ‘energietransitie’ en ‘groene groei’ spiegelen ons voor dat we grondstoffen efficiënter kunnen gebruiken en fossiele brandstoffen door duurzame energiebronnen kunnen vervangen zodat we economisch kunnen blijven groeien.

Maar ook als we andere grondstoffen gaan gebruiken, zijn de voorraden eindig. Waterstof, elektriciteit, accu’s, laadpalen, zonnepanelen, windmolens moeten gemaakt worden en daarvoor zijn veel energie en grondstoffen nodig.

Van wegwerpeconomie naar hersteleconomie

Economische groei heeft de welvaart, gezondheid, levensduur en het opleidingspeil doen toenemen. Maar omdat de mens de deugd van de matigheid veronachtzaamt, is de materiële consumptie tot ongekende hoogte gestegen.

Op grote schaal gaan mensen funshoppen en vliegen zij de wereld rond. Als gevolg van fastfashion puilen de kleerkasten uit met kleren die amper gedragen worden. Online bestelde consumptieartikelen worden geretourneerd en vernietigd. In onze wegwerpeconomie worden producten in hoog tempo gemaakt, kortstondig gebruikt en weggegooid.

Een hersteleconomie is ook een oplossing voor de crisis in onze sociale en geestelijke ontwikkeling


In plaats daarvan is een hersteleconomie nodig, waarin kortstondig gebruik van grote hoeveelheden consumptieartikelen tot het verleden behoort. In een hersteleconomie gaan producten zo lang mogelijk mee. Ze worden niet vervangen omdat innovatie dat voorschrijft, maar hersteld totdat ze versleten zijn. Kenmerkend voor zo’n economie is dat bij het bevredigen van behoeften niet gedaan wordt alsof de aarde onuitputtelijk is.

Naar een sociale en geestelijke levensstijl

De hersteleconomie is niet alleen de oplossing voor de klimaatcrisis, maar ook voor de crisis in onze sociale en geestelijke ontwikkeling: omdat in de hersteleconomie minder geconsumeerd wordt, komt tijd vrij voor de mens om zich om zijn naasten te bekommeren, te leren, te filosoferen.

De optimistische geluiden over economische groei en technologische innovatie zien over het hoofd dat sociale en geestelijke ontwikkeling belangrijker zijn dan materiële welvaart. Het zijn de dieperliggende existentiële vragen die zich bij ieder mens vroeg of laat aandienen, over wat er in het leven echt toe doet, wat je talenten zijn en hoe je deze het beste kunt ontwikkelen, hoe je voor anderen iets kunt betekenen, hoe je met de aarde omgaat.

Er bestaat geen verband tussen voortgaande economische groei en geestelijk welbevinden

De natuur en kunst aanschouwen, over het leven reflecteren, diepgaande sociale relaties aangaan: dit soort activiteiten leveren geestelijk de meeste bevrediging op.

Voor Aristoteles bestond het goede leven uit het zoeken naar waarheid. Renaissance filosoof Michel de Montaigne schreef dat de geest gelukkig is als het filosofische zelfonderzoek daarin woont. Arthur Schopenhauer zag de verlossing van het grenzeloze verlangen als grootste geluk. Filosoof Charles Taylor noemt een leven waarin het individu uitsluitend zijn eigenbelang najaagt zinloos.

Geluksonderzoek van de econoom Richard Easterlin bevestigt deze filosofische inzichten. Er bestaat geen verband tussen voortgaande economische groei en geestelijk welbevinden. De mens is op zoek naar zingeving en heeft behoefte aan diepe persoonlijke contacten. Zoals de hersteleconomie de ware oplossing is voor de klimaatcrisis, is een sociale en geestelijke levensstijl het antwoord op mateloos, doelloos en vruchteloos gedrag.

Verder lezen

Aristoteles (2015). Ethica Nicomachea. Groningen: Historische Uitgeverij.

Easterlin, R.A. (2010). Happiness, Growth and the Life Cycle. Oxford and New York: Oxford University Press.

Göpel, M. (2021). Unsere Welt neu denken. Eine Einladung. Berlin: Ullstein.

Montaigne, M. de (2005). Die Essais. Köln: Anaconda Verlag.

Raworth, K. (2018). Doughnut Economics. Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist. London: Random House.

Schopenhauer, A. (1977). Die Welt als Wille und Vorstellung. Zürich: Diogenes Verlag.

Smeijsters, H. (2021). Grenzen aan de vooruitgang. Op weg naar een behoedzame levensstijl. Leusden: ISVW-uitgevers.

Smith, A. (2010). The Theory of Moral Sentiments. London: Penguin Books.

Taylor, C. (2007). Bronnen van het zelf. De ontstaansgeschiedenis van de moderne identiteit. Rotterdam: Lemniscaat.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

1 Comment

  1. Alles wat is beschreven, is m.i. juist. Probleem is dat de grote meerderheid der mensen deze inzichten ontberen. Dat zij ook niet geleid en opgevoed worden in deze richtingen, juist andersom worden zij door zowel industrie als overheid aangezet tot groei in alles. Tot voor kort waren de beschreven ideeen als redicul en onrealistisch verketterd. De mensheid zal deze hervorming alleen vanuit dwang kunnen realiseren. Als overlevingsstrategie voor een relatief comfortabel leven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *