Door Keje Boersma (Universiteit Wageningen)

Door Gerrit Schaafsma (Universiteit van Amsterdam)

De uitkomsten van de recente COP26-onderhandelingen in Glasgow zijn verontrustend. Volgens de Climate Action Tracker is het beste scenario voor de toekomst van de planeet een opwarming van 1,8 graden tegen het einde van de eeuw – als we alle beloften van de regeringen in Glasgow mogen geloven. Het meest waarschijnlijke scenario is dat we op koers liggen voor een opwarming van ongeveer 2,4 graden. Dit zal catastrofale gevolgen hebben de mens, maar ook voor veel van de planten en dieren waarmee we de planeet delen.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Hoe moeten we omgaan met de toenemende dreigingen van deze crisis? Wat zijn de (conceptuele) instrumenten die we nodig hebben om onze rol als individuen, als samenleving en als soort in deze tragedie die zich voor onze ogen ontvouwt te begrijpen? Op deze vragen zijn al enkele voorzichtige antwoorden gegeven, maar die hebben niet de aandacht gekregen die ze verdienen. Slechts heel langzaam beginnen we grip te krijgen op de verantwoordelijkheden die we hebben bij het omgaan met klimaatverandering.

Dit moet veranderen. Er is meer milieufilosofie nodig, zeker in Nederland, zodat we directer kunnen ingaan op de conceptuele instrumenten en denkwijzen die tot deze crisis hebben geleid.

Een verandering van perspectief

Filosofie helpt ons te reflecteren op ons denken, op de aannames die ten grondslag liggen aan onze wereldbeelden en op de ethische normen die onze interacties met elkaar en de wereld om ons heen reguleren. De milieufilosofie stelt daarbij de vraag wat de natuur is en hoe wij ons ertoe zouden moeten verhouden.

Ons vermogen om zorgvuldiger na te denken over onze relatie met de natuur moet gevoed worden

Milieufilosofie helpt ons te begrijpen dat de klimaatcrisis (grotendeels) het gevolg is van een bepaalde reeks praktijken die gebaseerd zijn op diepgewortelde culturele aannames over natuur, materie en aarde en de manier waarop de mens zich daartoe verhoudt. Klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit zijn vandaag problemen omdat vorige generaties onze relatie met de natuurlijke wereld vooral door een economische of wetenschappelijk-technologische lens bekeken.

Om met deze problemen om te gaan, moeten we ons perspectief veranderen. Ons cultureel en maatschappelijk vermogen om zorgvuldiger na te denken over onze relaties met de natuur en de planeet moet geactiveerd en gevoed worden.

Waar blijft de Nederlandse milieufilosofie?

Gebrek aan belangstelling voor deze vraagstukken is het probleem niet. In onze hoedanigheid als onderzoekers en docenten in de milieufilosofie komen wij veel studenten tegen met een sterke interesse in de ethische en metafysische vraagstukken rondom mens-natuurrelaties en klimaatverandering. Deze groep studenten zal in aantal toenemen naarmate de problemen omtrent klimaatverandering urgenter worden.

Ze lopen rond met allerlei prangende vragen. Zo vragen ze zich af wat klimaatverandering betekent voor onze relaties met elkaar – met mensen in landen die het meest getroffen worden, of met toekomstige generaties. Maar ze hebben vooral vragen over onze relaties met de niet-menselijke natuur, over onze concepten van natuur en aarde, en over ons zelfbeeld en zelfbegrip.

Er bestaat in Nederland geen opleiding milieufilosofie, zelfs niet in de vorm van een minor

Het probleem is dat er maar weinig plaatsen zijn waar deze studenten zich uitvoerig met dit soort vragen kunnen bezighouden. Dit gebrek aan aandacht voor milieufilosofie aan Nederlandse universiteiten is een merkwaardige en moeilijk te verdedigen lacune. Er bestaat in Nederland geen opleiding milieufilosofie; er bestaat zelfs geen minor milieufilosofie.

Belangstellende studenten zijn aangewezen op een beperkt en versnipperd aanbod aan keuzevakken. Of ze voelen zich genoodzaakt zich te wenden tot cursussen en opleidingen in aanpalende maar geenszins vergelijkbare disciplines, zoals duurzaamheids- of klimaatwetenschappen.

De afgelopen jaren is er wel een verandering te zien in het hogeronderwijslandschap. Zo boden de universiteiten van Amsterdam en Groningen winterscholen aan over klimaatverandering, en heeft de Radboud Universiteit cursussen over duurzaamheid verplicht gesteld voor al haar studenten. Dit zijn zonder meer lovenswaardige initiatieven.

Ons punt is dat milieufilosofie juist ook de grondslagen van onder meer klimaatverandering en -wetenschap en het concept duurzaamheid bevraagt. Bovendien dragen dergelijke cursussen niet bij aan kritisch en fundamenteel milieufilosofisch onderzoek naar de genoemde problematiek.

Twee suggesties

Daarom zouden Nederlandse filosofiefaculteiten en universiteiten meer aandacht moeten besteden aan onderwijs en onderzoek in de milieufilosofie. Om hiermee een begin te maken, doen wij de volgende twee praktische suggesties.

In een opleiding milieufilosofie kunnen studenten de belangrijkste ethische kwesties van onze tijd onderzoeken

Ten eerste stellen wij voor dat iedereen die zich binnen Nederland al met milieufilosofie bezighoudt – versnipperd over onze universiteiten –  zich inzet voor de gezamenlijke oprichting van de eerste volwaardige academische opleiding in de milieufilosofie binnen Nederland. Onze universiteitsbesturen moeten hiervoor hun gezamenlijke morele verantwoordelijkheid nemen door de ontwikkeling van deze opleiding actief te stimuleren, ondersteunen en huisvesten. De opleiding zou studenten in Nederland een kans bieden die zij nu niet hebben: om de belangrijkste ethische kwesties van onze tijd te onderzoeken in een diepgaand, gebalanceerd en coherent onderwijsprogramma.

Ten tweede stellen wij voor dat dezelfde groep betrokkenen een onderzoekscentrum voor milieufilosofie opricht aan een van onze publieke universiteiten, gelieerd aan de opleiding.  Dit zou een ruimte zijn waar belangstellenden uit de academische wereld, de overheid en de maatschappij kunnen samenkomen om zich te buigen over de milieuvraagstukken waarmee we worden geconfronteerd. Een dergelijke faciliteit zou het mogelijk maken om in Nederland vooraanstaand onderzoek te verrichten en dat toegankelijk te maken voor een breder publiek.

Dicht bij huis

Klimaatverandering is zowel in oorzaak als in aanpak een mondiale aangelegenheid. Toch is er voor de Nederlandse universiteiten een aanvullende reden, dicht bij huis, om aan onze oproep te beantwoorden. Nederland is wereldberoemd vanwege zijn geschiedenis van actieve beheersing van het milieu via onze dijken, waterwegen en andere milieu-ingrepen. Het technologisch ‘oplossen’ van milieuvraagstukken is diep verankerd in de Nederlandse cultuur.

Milieufilosofie daagt precies deze cultuur uit en vraagt om andere perspectieven op de milieuvraagstukken waar we vandaag voor staan. Nederland is, juist vanwege zijn geschiedenis van milieu-ingrepen die eeuwen teruggaat, bij uitstek geschikt voor het verkennen van de complexiteit van milieufilosofische vraagstukken in tijden van klimaatverandering.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

1 Comment

  1. Ik worstel hier ook mee. Ik studeer cultuurwetenschappen met filosofie als verdieping en probeer een passend curriculum samen te stellen in mijn vrije ruimte van 30 ECTS van de faculteit natuur- en milieuwetenschappen om me te kunnen bekwamen. Het is wel lastig bepalen wat zinvol is en wat niet. Het zou heel behulpzaam zijn als duidelijker zou zijn wat zinvol is en wat juist niet!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *