Door Govert den Hartogh (Emeritus hoogleraar, Universiteit van Amsterdam)

Volgens Epicurus is het irrationeel om bang te zijn voor de dood. De dood kan ons immers niet schaden. Uiteraard niet zolang wij leven, maar evenmin als wij dood zijn, want dan kunnen wij überhaupt niet meer geschaad worden. 

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Zoals ik in een eerdere blog heb uitgelegd, zijn de meeste filosofen het er tegenwoordig over eens waarom dit argument niet opgaat. Het is juist dat de dood ons geen schade toebrengt, maar het kwaad van de dood bestaat in wat hij ons afpakt. Het is geen positief kwaad, ellende en narigheid, maar een negatief kwaad, gemis van het goede.

Ervaringen mislopen

Maar ook op dit antwoord aan Epicurus hebben de Epicureeërs in de Oudheid al een tegenargument geformuleerd. Of Epicurus daar zelf al mee kwam weten we niet, er zijn van hem maar heel weinig teksten overgeleverd. De oudste tekst waaruit we dat tegenargument kennen is het grote leerdicht Over de natuur van de dingen van de Romeinse dichter Lucretius (ca. 60 voor Christus), waarvan één manuscript in 1417 onverwachts voor de dag kwam. 

Het klopt, aldus Lucretius, dat wij, als wij op een bepaald moment sterven, allerlei ervaringen mislopen, en wellicht meer positieve dan negatieve. Maar precies hetzelfde is het gevolg van het feit dat wij op een bepaald moment verwekt zijn. Als ons bestaan eerder was begonnen, hadden we ook een groot aantal extra ervaringen gehad, en wellicht meer positieve dan negatieve. 

Het kwaad van de dood bestaat in wat hij ons afpakt

Er is echter niemand die zich daar druk over maakt. Dus waarom zouden we ons druk maken over wat we missen na onze dood? Dit staat bekend als het ‘symmetrie-argument’: alle tijd van leven die ons ontgaat is even erg, of dat nu tijd voor onze geboorte of na onze dood is.

Het kan natuurlijk zijn dat het voor je geboorte juist een geweldige tijd was om te leven en om die reden kunnen mensen misschien betreuren dat ze niet eerder geboren zijn. Dat gevoel kun je ook hebben als je leven per saldo niet langer was geweest dan het nu zal zijn. Het argument van Lucretius heeft echter geen betrekking op de locatie van een leven van dezelfde lengte in de geschiedenis, maar op de extra tijd die je bent misgelopen door niet eerder te zijn geboren.

Inbreuk

Stel dat je in 1970 bent verwekt. Vijftig jaar geleden kon Thomas Nagel nog tegen het argument van Lucretius inbrengen dat niemand die, laten we zeggen, in 1950 was verwekt, identiek kon zijn met jouw persoontje, omdat het onmogelijk was geweest om de zaad- en de eicel waaruit jij bent ontstaan op dat moment bijeen te brengen. Dat argument is nu vervallen omdat het inmiddels mogelijk is om een zaad- en een eicel in te vriezen en daarmee de samensmelting daarvan uit te stellen. Als je zo bent ontstaan, zou je kunnen betreuren dat je moeder die zaad- en die eicel niet eerder uit de vrieskist heeft gehaald. 

Maar Nagels punt kan ons wel op het spoor zetten van een andere repliek op Lucretius’ symmetrie-argument. Ook als jij twintig jaar eerder verwekt had kunnen worden, had de toen verwekte persoon niet dezelfde identiteit gehad als jij, in een andere betekenis van dat woord. Die persoon was wel hetzelfde wezen geweest als jij, maar niettemin een heel ander mens. 

Had je moeder die zaad- en eicel maar eerder uit de vrieskist gehaald

Stel dat een deel van de reden waarom je het erg zou vinden om op dit moment te moeten sterven is dat je een langdurige intieme relatie met iemand hebt en daar graag nog een poosje mee door zou willen gaan. Als je twintig jaar eerder geboren was, had je je huidige partner hoogstwaarschijnlijk niet ontmoet. Als je haar ontmoet had, waren jullie hoogstwaarschijnlijk geen relatie begonnen. En als die relatie wel was gestart, had die zich heel anders ontwikkeld dan nu. 

Je had dus niet kunnen wensen dat je die specifieke lijn in je levensverhaal verder had kunnen doortrekken. Zo kun je ook de naderende dood betreuren omdat die het onmogelijk maakt om je verder in te zetten voor een doel waaraan je je leven hebt gewijd.

In mijn vorige blog heb ik al betoogd dat de dood voor ons niet een kwaad is omdat hij ons berooft van extra tijd om te leven of extra ervaringen, maar omdat hij inbreuk maakt op het patroon in ons levensverhaal. Maar een verhaal kan alleen verpest worden als het al voor een deel is verteld. Daarom interesseert het ons niet dat ons levensverhaal niet eerder is begonnen. Sterker nog, het hele idee staat ons tegen.

Honderd jaar

Toen Job al zijn beproevingen had doorstaan zonder God te verloochenen, beloonde God hem door hem twee keer zoveel runderen en slaven terug te geven als hij daarvoor had gehad, en een gelijk aantal kinderen (tien). Job schijnt zich volledig gecompenseerd te hebben gevoeld. Blijkbaar was het voor hem alleen van belang hoeveel kinderen hij had, niet welke kinderen dat waren. 

Een verhaal kan alleen verpest worden als het al voor een deel is verteld

Stel dat iemand zo bang is voor de dood dat hij zich voor honderd jaar in laat vriezen, in de verwachting dat tegen die tijd verdere veroudering geheel kan worden voorkomen. Als die meneer kinderen heeft, moet hij daar dezelfde relatie mee hebben als Job. In elk geval vergist hij zich deerlijk: invriezen, of een totaal en blijvend geheugenverlies, is net zo erg voor ons als de dood, en om dezelfde reden. 

Na honderd jaar kun je niet doorgaan waar je gebleven was. Dat de dood voor ons doorgaans een kwaad is, hangt af van de specifieke persoon die ieder van ons is, niet alleen door onze genen maar ook en vooral door onze biografie. 

Portret door Laura Y

Verder lezen

Lucretius, De Rerum Natura, III, 830-842, 972-977. Vertaald door Piet Schrijvers, De natuur van de dingen, tweetalige uitgave, Historische Uitgeverij Groningen.

Frederik Kaufman, Pre-Vital and Post-Mortem Non-Existence, American Philosophical Quarterly 36 (1999), 1-19.

Thomas Nagel, Death, in: Mortal Questions, Cambridge University Press 1972, 1-10.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

1 Comment

  1. Leuke, maar wel denkbeelden die alleen de mens kan hebben in zijn onnozele vooringenomenheid van creatieve “alwetendheid”. Er is geen wezen die zo denkt en wij denken dat we daardoor superieur zijn, en denken centraal te staan in het universum. Het tegendeel is waar.
    Per definitie bestaat het leven uit een periode die begint bij de verwekking en eindigt met de dood. Voor iedere levensvorm. Waarom dan een andere invulling bedenken?
    Omdat we hechten aan het leven, of een ander leven wensen. Het is een geloof dat vooral om deze reden ontwikkeld is als overlevingsstrategie en tevens misbruikt door heersers in hun poging te heersen over de massa en het individu.
    Het leven is eindig, met of zonder ernstige problemen.
    Dat te ontkennen is onnozel vanuit ons wensenpatroon. Niet alleen t.a.v. het leven. Wij zijn zelfs niet tevreden met het feit dat wij het leven doorgeven via onze kinderen.
    Filosofie die deze wensdromen ondersteunt, ondersteunt ons onvermogen en niet de wijsheid die filosofie nastreeft.
    Zo wordt filosofie zelf een geloof.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *