Door Maurits de Jongh (Universiteit Utrecht)

Het ontzagwekkende militaire verzet van de Oekraïners, en de minstens zo ontzagwekkende wijze waarop ze macht organiseren omwille van vrede en vrijheid, wordt veel toegeschreven aan hun moed. Van Zelensky’s opmerking dat hij geen lift maar munitie nodig heeft, tot het geweldloze protest van de inwoners van Cherson ten overstaan van de Russische bezetter: dat de Oekraïners ongekend moedig zijn, is boven alle twijfel verheven.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Hoogst twijfelachtig is echter de manier waarop wij, als toeschouwers in betrekkelijk veilige Westerse havens, deze moed gadeslaan en toejuichen. In alle drama en tragiek van het moment lijken we nauwelijks te beseffen dat moed als zodanig op losse schroeven gezet wordt door het nucleaire gevaar dat op de achtergrond sluimert. Dit vormt het laatste inzicht dat Hannah Arendt ons aanreikt voor dit derde deel van het drieluik over het nucleaire spook. Het existentiële gevaar van kernwapens verbleekt volgens Arendt de politieke moed die vereist is om de wereld beter achter te laten.

Liberale leegte

De afgelopen maanden hebben we gezien hoe Zelensky alom wordt geprezen voor zijn heldhaftigheid en staatsmanschap. De loftrompet die Westerse leiders over hem steken is al te begrijpelijk, en het zou van cynisme getuigen wanneer we ontkennen dat alle lauwerende woorden welgemeend zijn. En toch roept onze loftrompet voor de Oekraïense moed een groot ongemak op.

We mogen ons afvragen welke waarde de Oekraïners aan onze woorden mogen hechten terwijl de jarenlange provocaties van Poetin nagenoeg onbestraft zijn gebleven; terwijl financiële en juridische dienstverleners in het Westen de Russische oligarchen zo ijverig hebben gefaciliteerd in hun kleptocratische voornemens; indien de Westerse militaire steun en economische sancties too little and too late zouden blijken; wanneer halfslachtige beloftes worden gedaan over NAVO- of EU-lidmaatschap; en nu onze kortzichtige energieafhankelijkheid de oorlogskas van het Kremlin blijft spekken.

Onze loftrompet voor de Oekraïense moed roept een groot ongemak op

Pijnlijke vragen als deze zijn echter niet de enige reden voor ongemak met onze ode aan de Oekraïense onverschrokkenheid. Dit ongemak raakt aan een diepere desoriëntatie van rijke en vrije samenlevingen. Toen Francis Fukuyama dertig jaar geleden in de liberale democratie en de kapitalistische markteconomie het einde van de geschiedenis constateerde, wees hij er al op dat ‘de laatste mens’ gekweld zou worden door een ondraaglijk gevoel van leegte en verveling. We kunnen nauwelijks heil vinden in onze conspicuous consumption en onze treurige obsessie met sociale stijging. We schieten voortdurend tekort in onze solidariteit naar elkaar, laat staan met de rest van wereld.

Juist omdat we het zo moeilijk vinden om betekenis en oriëntatie te vinden in de wereld is het verleidelijk om de moed van Zelensky en zijn volk te ervaren als een extase die ons voor even bevrijdt van de vervloekte liberale leegte – een vervreemde wereld waarin heldendom uitsluitend is voorbehouden aan topsporters en popartiesten, waarin we er kennelijk maar niet in slagen om onze eigen individualiteit te omarmen.

Hoe kortstondig die extase duurt, blijkt maar al te duidelijk uit onze afkalvende aandacht voor de oorlog naarmate de weken en maanden voorbijgaan. Hoe dan ook is waakzaamheid voor een gratuite of aan sensationalisme grenzende verheerlijking van de Oekraïense moed op zijn plaats. Aangezien aanhoudende Russische terreur de prijs is die de Oekraïners dagelijks betalen voor hun moed, is het ronduit pervers om daarin onze eigen vergankelijke psychologische behoeften te bevredigen.

Wereldse onsterfelijkheid

De betekenis van politieke moed ligt van oudsher juist in een zorgzaamheid voor de wereld, het stelt geen belang in de eigen geestesgesteldheid of individuele levensduur. Moed vereist zelfopoffering omwille van de wereld, de aarde, en de mensheid als geheel. Arendt onderstreept het besef dat “de mens niet onsterfelijk is, dat hij een leven opoffert dat op een dag toch wel van hem wordt weggenomen” als voorwaarde voor moed.

Zonder onze sterfelijkheid valt er immers weinig te riskeren of op te offeren. Zelfopoffering veronderstelt op haar beurt weer de opvatting dat de dood te prefereren valt boven een leven dat beroofd is van waardigheid en vrijheid – met name wanneer dit het gevolg is van politieke onderdrukking.

De betekenis van politieke moed ligt van oudsher juist in een zorgzaamheid voor de wereld

Moed krijgt echter niet alleen betekenis door onze individuele sterfelijkheid. Naast onze eigen eindigheid vormen juist de bestendigheid van de wereld, en het voortbestaan van de mensheid en de menselijke soort als geheel, noodzakelijke voorwaarden om moedig te kunnen zijn. Alleen in dat besef kunnen we als stervelingen volgens Arendt onze sporen achterlaten op deze wereld – een gedeelde wereld die voorafgaat aan, maar ook voortduurt na, de tijdspanne van ons individuele verblijf in haar midden.

Door politieke moed te tonen, door je op te offeren voor de vrijheid van je land, voor het behoud van de wereld, en voor de waardigheid van al het leven, verkrijg je als sterveling als het ware een tweede leven. Jouw bijdrage leeft voort in de grote én in de kleine verhalen die mensen elkaar navertellen. Moed ligt dus niet in de verwachting van een eeuwig leven in het hiernamaals, wat religieuze terroristen lijkt te drijven, maar bestaat in essentie uit deze aspiratie naar een ‘wereldse onsterfelijkheid’.

Moed berust op de overtuiging, zo stelt Arendt, “dat volgende generaties de opoffering van de individuele sterveling zullen begrijpen, herinneren, en respecteren. De mens kan alleen moedig zijn zolang hij weet dat hij wordt overleefd door mensen zoals hijzelf, dat hij een rol vervult in iets dat duurzamer is dan hijzelf, ‘de voortdurende kroniek van de mensheid,’ zoals Faulkner het eens stelde.” Zo bezien brengt de dreiging van een kernoorlog een onherstelbare cesuur teweeg in menselijke moed.

Zijn we überhaupt nog in staat om moedig te zijn als het voortbestaan van de mensheid niet langer voor lief genomen kan worden? Als we gerede twijfel hebben of volgende generaties onze bijdragen überhaupt kunnen navertellen? Als er geen wereld is na te laten en er geen nageslacht meer zou volgen? Arendt is stellig dat met de komst van het nucleaire spook de conventionele betekenis van moed verloren is gegaan. Op dezelfde manier kunnen we stellen dat het risico van een alomvattende klimaatcatastrofe ons gangbare begrip van moed ook ondermijnt.

Moderne hoogmoed heeft de aloude notie van moed en onverschrokkenheid doen verbleken

Tegenover deze nucleaire en klimaatbedreiging van de onsterfelijkheid van de mensheid, vinden we bovendien een ander uiterste. Medisch technologen spreken inmiddels al van ouderdom, en dus van sterfelijkheid, als een ziekte. Ze zijn meer dan optimistisch over de toekomstige omkeerbaarheid van het ouderdomsproces waaraan al het individuele organische leven onderworpen is – een proces dat pasgeleden nog onomkeerbaar werd geacht.

De moedige mens van vandaag kan dus niet gerust zijn dat de mensheid als geheel onsterfelijk is.  Maar hij weet evenmin of de individuele mens een sterveling zal blijven. De gemene deler van beide scenario’s is dat moderne hoogmoed de aloude notie van moed en onverschrokkenheid doet verbleken.

Uit het inzicht dat politieke moed in tijden van atoombommen zijn oude betekenis heeft verloren, volgt echter niet de conclusie dat het betekenisloos is geworden. Arendt protesteert tegen deemoed als reactie op de dreiging van vernietiging en catastrofe – een reactie die de Franse filosoof Maurice Blanchot treffend omschreef met zijn stelling dat “de Apocalyps teleurstelt”.

In plaats van ons te laten verlokken door defaitisme, nihilisme, en doemdenken, is het aan de huidige en toekomstige generaties om politieke moed opnieuw betekenis te geven. “Door het overleven van de mensheid zelf in gevaar te brengen en niet alleen het individuele leven of hoogstens dat van een heel volk,” concludeert Arendt, “transformeert moderne oorlogsvoering de individuele sterfelijke mens tot een bewust lid van het menselijke ras, van wiens onsterfelijkheid hij zeker moet zijn om überhaupt moed te tonen en voor wiens overleving hij meer moet geven dan wat dan ook.”

Als er nooit meer op het spel heeft gestaan dan nu, kunnen we ook stellen dat politieke moed juist nu betekenisvoller is dan ooit. Zoals de Extinction Rebellion van onze jongeren haar pijlen richt op het klimaatspook, zullen we ook het spook van nucleair geweld en totalitaire terreur moeten blijven bedwingen. Het is aan ons allemaal om daar in soberheid de vereiste moed voor te verzamelen.

Verder lezen

Arendt, Hannah ‘Europe and the Atom Bomb’ in Essays in Understanding (New York: Schocken, 2005)
Over Geweld (Amsterdam: Olympus, 2019 [1969])
The Human Condition (Chicago: University of Chicago Press, 1958)
The Origins of Totalitarianism (London: Secker and Warburg, 1951)
The Promise of Politics (New York: Schocken, 2007)

Blanchot, Maurice ‘L’Apocalypse Déçoit’ in L’Amitié (Paris: Gallimard, 1971)

Jaspers, Karl Die Atombombe und die Zukunft des Menschen (Munich: Piper Verlag, 1958)

Schell, Jonathan ‘In Search of a Miracle. Hannah Arendt and the Atomic Bomb’ in Politics in Dark

Times. Encounters with Hannah Arendt (Cambridge: Cambridge University Press, 2010) ed. Seyla Benhabib

Dit stuk vormt het laatste deel van een drieluik waarin Maurits de Jongh reflecteert op de oorlog in Oekraïne vanuit het perspectief van Hannah Arendt. Het eerste en tweede deel verschenen gisteren en eergisteren.

Illustratie: Clara Stokhof

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Wanneer wil je een e-mail ontvangen?

Steun ons

Doneer Word vriend

3 Comments

  1. Dit geëxalteerde betoog gaat voorbij aan het feit dat een kernoorlog niet met moed, maar door grote voorzichtigheid vermeden moet worden. En zeker: we bewonderen de moed en strijdlust van de Oekraïners, maar we mogen ook niet voorbijgaan aan de toestand van de Oekraïne zelf. Voor een deel gaat het om een burgeroorlog van Russisch gezinden tegen onafhankelijkheid gezinden. De Oekraïne was (heb ik begrepen) een land waar corruptie welig tierde. Het waren buren, geen vrienden. De hartelijkheid waarmee Oekraïners nu in Europa onthaald worden doet mij het schaamrood op de kaken komen ten opzichte van vluchtelingen van elders. En tot slot Arendt, wiens oordeel het op cruciale momenten nogal eens laat afweten: verkeerde vrienden (Heidegger) en verkeerde inschattingen. Eichmann blijkt allesbehalve banaal te zijn geweest, zoals uit een recente studie blijkt, maar een doortrapte Nazi waardoor zij zich filosofisch gezien mooi liet inpakken. Mooie en grootse woorden lossen complexe praktische problemen niet op.

  2. Wat nu als het bezit van kernwapens door de geopolitieke tegenpolen tot een status quo leidt, omdat men weet dat de inzet ervan de wederzijdse uitroeiing betekent.
    Wat nu als de economische, technologische- en financiële sancties tegen Rusland effectief zijn en Rusland vastloopt
    Wat nu als de moderne wapens van het westen de Oekraïners helpen de agressie te stoppen.
    Wat nu als toekomstig overleg met Rusland een voor alle partijen acceptabel resultaat zal bieden
    Wat nu als er een interne strijdt losbarst in Rusland tussen de haviken/nationalisten en de duiven/internationalisten, die door de laatste groep gewonnen wordt en er een start wordt gemaakt met integratie met de wereld, de berechting van de cleptocraten en criminelen, de rechtstaat en de fossiele industrie wordt omgebouwd naar een duurzame industrie. Met hulp en investeringen van het westen.
    Het streven naar deze uitkomsten is pas moedig. De rest is domheid.

  3. Dank voor je boeiende reacties Ronald, ook op de eerste twee delen. Gezien het existentiële gevaar van kernwapens hebben we de dure plicht om ons juist nu in te spannen voor een ambitieuze agenda van nucleaire ontwapening, zoals de Stockholm Initiative for Nuclear Disarmament. De focus kan niet eenzijdig liggen op verhogingen van de defensie uitgaven nu de Russiche beer zo hard brult. Het zal een stevig staaltje communicatieve macht vereisen om deze agenda op het wereldtoneel te bevorderen, en daarmee het nucleaire spook te blijven bedwingen.

    Dank ook voor jouw reactie Chris, het klopt dat er vele complexe aspecten aan het conflict zitten waar we niet aan voorbij moeten gaan. Interessant wel dat jij een essay dat oproept tot soberheid weet te interpreteren als geëxalteerd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *