Door Seppe Segers (Universiteit Gent)

Hou je vast: in de vooraanstaande Stanford Encyclopedia of Philosophy komt ‘Iris Murdoch’ niet voor als lemma. Als je daardoor niet van je stoel bent gevallen, bereid je dan voor om dat alsnog te doen nadat je Katrien Schaubroecks boek Iris Murdoch: Een Filosofie van de Liefde hebt gelezen. Sommigen kennen Iris Murdoch (1919-1999) slechts als romanschrijver of als filmpersonage vertolkt door Kate Winslet en Judi Dench. Als filosoof is zij echter zo goed als vergeten.

In haar boek geeft Katrien Schaubroeck, filosoof aan de Universiteit Antwerpen, genoeg redenen om het filosofisch werk van Murdoch wel au sérieux te nemen. Daarmee sluit Schaubroecks boek aan bij een voorzichtige heropleving van de belangstelling voor het filosofische gedachtegoed van Iris Murdoch. Daar durf ik aan toe te voegen dat het aansluit bij de huidige, eveneens voorzichtige, wederopleving van de deugdethiek. Ik weet het, etiketten kleven op filosofisch werk is soms lastig – het gaat niet om apothekersflesjes – maar toch!

Zelfvergetelheid als deugd

Doorgaans zien we filosofen zoals Bernard Williams, Philippa Foot en Alasdair MacIntyre als de gangmakers van de hedendaagse heropleving van deugdethiek. (Die laatste heeft trouwens ook geen lemma in de Stanford Encyclopedia of Philosophy.) Filosofen vermelden Murdoch zelden in dit lijstje, ondanks belangrijke gelijkenissen zoals de gedeelde nadruk op het belang van morele psychologie, en de kritiek op nutsdenken en de Kantiaanse plichtenleer.

De sleutel tot het goede leven is liefhebbend kijken naar de ander

Bovendien staat Murdoch – zoals Schaubroeck ons laat zien – in de traditie van Plato en Aristoteles waarbij concepten als deugdzaam leven, het goede leven, en een gelukkig leven elkaar, welja, liefdevol de hand geven.

Bij Murdoch heeft die deugdzaamheid te maken met liefde, en dus met begrippen als ‘ontzelving’ en ‘zelfvergetelheid’ (woorden die in het Nederlands zo mooi klinken, dat ik er toch even van schrok). Met deze termen onder de arm, en in heldere en zorgvuldig gekozen bewoordingen, brengt Schaubroeck ons tot de kern van Murdochs morele theorie: de sleutel tot het goede leven ligt niet in geoefende zelfcontemplatie, maar veeleer in het liefhebbend kijken naar de ander. Vandaar: ‘Een Filosofie van de Liefde’.

De grootste vijand van de ethiek

In Murdochs systeem is liefde de centrale deugd die ons toelaat om ontvankelijk, en dus zorgvuldig, naar de werkelijkheid te kijken, zonder dat het o zo dominante ego in de weg zit. Dat ego, opgeblazen met zelfgerichte wensen, noemt Schaubroeck in navolging van Murdoch ‘het dikke ik’. Dat heeft als zodanig niets met coronakilo’s te maken: het gaat om het onverbiddelijke ego dat ons al te vaak belemmert om wezenlijk aandachtig te zijn voor de ander.

Murdoch bestempelt het ‘dikke ik’ dan ook als ‘de grootste vijand van de ethiek’. Zelfzuchtigheid en giftige vooroordelen vertekenen de werkelijkheid, en de gevolgen kunnen vernietigend zijn. Wat Schaubroeck aantoont, is dat een zeventigtal pagina’s ons een heel eind op weg helpen om dat nog eens piekfijn uitgelegd te krijgen.

Murdochs denken mag niet tot het stof van de geschiedenis behoren

In die bladzijden krijgt de lezer een stijlvol exposé over de filosofische inzichten van Murdoch. Schaubroeck blijft daarvoor niet in Platoonse of Aristoteliaanse sferen. Kants copernicaanse omwenteling wordt even tegen het licht gehouden, Wittgensteins betekenistheorie komt aan bod, en er gaat heel wat aandacht naar Sartres beroemde anekdote over de jonge meneer die twijfelt tussen dienst nemen tegen de Wehrmacht of thuis bij moeder blijven.

Voor de liefhebbers: nu en dan wordt er ook een meta-ethisch uitstapje gemaakt (een kritiek op het emotivisme bijvoorbeeld, of een argument voor het bestaan van morele waarheden). Incidentele hedendaagse verwijzingen naar Donald Trump, Nick Cave of Friends staan niet in de weg, maar Schaubroeck heeft ze eigenlijk niet nodig om duidelijk te maken dat Murdochs denken niet tot het stof van de geschiedenis zou mogen behoren, maar relevant is voor ons vandaag.

Liefde als filosofisch onderwerp

Het meest indringende stuk van dit boek? Wel, waar Schaubroeck een dialoog opzet tussen Iris Murdoch en Harry Frankfurt, met als inzet hun filosofische opvatting van de liefde, daar zijn in mijn exemplaar de marges volgekrabbeld met uitroeptekens, kruisjes, en een sporadische ‘yes!’ Wie goed luistert, hoort hier Schaubroecks zinnen tussen de lijntjes door fluisteren over haar enthousiasmerende fascinatie en toewijding voor de liefde als filosofisch onderwerp. En vergeef me dit vuistregeltje, maar als volzinnen eenmaal beginnen met fluisteren, dan zit het goed.

Wie goed luistert, hoort Schaubroecks zinnen fluisteren

Ik vind dit een goed boek, in een overigens mooie uitgave van uitgeverij Letterwerk. Niet helemaal terzijde: volgens Murdoch is schoonheid een gemakkelijke weg naar goedheid, dus dat is ook mooi meegenomen. Slotsom: zoek niet vergeefs naar Murdoch in de Stanford Encyclopedia of Philosophy. Als je nieuwsgierig bent naar of geïnteresseerd bent in haar werk, lees dan Iris Murdoch: Een Filosofie van de Liefde van Katrien Schaubroeck.

Over de canonisering van vrouwelijke denkers zouden we het trouwens ook nog eens moeten hebben.

Meer over Iris Murdoch en de filosofie van de liefde? Op maandag 17 mei organiseren Rob Compaijen en Katrien Schaubroeck een studiedag over Iris Murdoch als (moraal)filosofe. Schrijf je in via deze link.


Meer:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *