Door Bij Nader Inzien (redactie)

Het doorsnee filosofiehandboek staat vol grote namen: Nietzsche, Hume, Kant. Niet zelden horen die namen bijna allemaal bij witte, westerse mannen. Misschien vind je tussen alle manspersonen een paar pagina’s over Arendt of Nussbaum, maar andere vrouwelijke filosofen schitteren door afwezigheid. Naar filosofen van kleur hoef je eigenlijk niet eens te zoeken. Zij komen nauwelijks voor in de curricula van westerse universiteiten.

Dat leidt de laatste jaren steeds vaker tot openlijke kritiek – niet in de laatste plaats van binnenuit, afkomstig van studenten en onderzoekers. Dat wordt hen niet altijd in dank afgenomen. Filosoof Carlo Ierna, die een beurs ontving om de filosofische canon op te schudden, zegt in Trouw dat hij weerstand ervaart van collega’s binnen de universiteit. “Plotseling moeten ze zich verantwoorden en staat het vanzelfsprekende van hun positie op de tocht.” Het is niet alleen onwil, zegt hij, het kost ook gewoon veel tijd om zelf onderzoek te doen buiten het standaard lesmateriaal. Die tijd is er vaak niet.

Het artikel maakte veel los. Op Twitter struikelden veel academici en filosofieliefhebbers over de passage “Locke en Spinoza, die halen het niet en ik twijfel aan Hume, die kan ik ook onderbrengen in een bespreking van Kant.” Ook in andere kranten en tijdschriften volgden reacties. “Een canon is niet per se bedoeld om je in te herkennen”, schrijft Elma Drayer in de Volkskrant. Daarop reageerde wetenschapsfilosoof Lukas M. Verburgt in dezelfde krant dat de aanpassing van de canon nodig is en juist een rijk debat oplevert.

Kappen met de canon?

In een nieuwe serie duikt de redactie van Bij Nader Inzien dieper in deze kwestie. Hoe eenzijdig is ons beeld van filosofie? Moeten we kappen met de canon? Waarom is het zo moeilijk om een canon te veranderen? En hoe organiseer je vernieuwing en verandering binnen een universiteit?

Dit artikel is onderdeel van een serie over diversiteit.
Andere artikelen in deze serie:
Deel 2: Hoe dekoloniseer je het curriculum? Drie lessen uit de praktijk (Seunghyun Song)
Deel 3: Het belang van Afrikaanse filosofie (Angela Roothaan)

Onze aanpak is enerzijds onderzoekend. De komende maanden publiceren we artikelen over vraagstukken die ten grondslag liggen aan de eenzijdigheid van de huidige canon. Waarom is diversiteit belangrijk? Gaat het om een eerlijke kans om gelezen te worden ongeacht gender, kleur, geaardheid, functiebeperking of anderszins (ervan uitgaande dat die kans nu niet eerlijk is)? Gaat het om een correcte representatie van de geschiedenis die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden (ervan uitgaande dat de weergave van de denkgeschiedenis nu feitelijk onjuist is)? Gaat het om het verbreden van de definitie van ‘kwalitatief goed werk’ (ervan uitgaande dat die nu te eenzijdig is, en vooral bepaald wordt door witte, westerse, mannelijke normen)?

Filosofiestudenten lezen nog steeds bijna uitsluitend teksten van dode witte mannen

Binnen dit debat kun je verschillende posities innemen, dat merken wij al binnen onze redactie. Alle redacteuren van Bij Nader Inzien zien het belang van diversiteit, maar dragen daar verschillende – misschien zelfs tegenstrijdige – redenen voor aan. In navolging van Carole Pateman zou je kunnen stellen dat we stuiten op het Wollstonecraft Dilemma, vernoemd naar de achttiende-eeuwse feministe Mary Wollstonecraft, waarin twee manieren van denken tegenover elkaar komen te staan. Vanuit het perspectief van gelijkheid gaat het om het recht op gelijke toegang en representatie. Vanuit het perspectief van verschil brengen niet-westerse, niet-mannelijke, niet-witte stemmen specifieke capaciteiten, talenten, behoeften en zorgen met zich mee.

Blinde vlekken

De filosofische discussie over het belang van diversiteit is onnoemelijk complex en interessant, deze wordt nu al decennia gevoerd. Maar ondertussen lezen filosofiestudenten nog steeds bijna uitsluitend teksten van dode witte mannen. Waarom verandert er niets in de praktijk? Hebben academische docenten of auteurs te weinig tijd, te weinig interesse, onvoldoende toegang tot alternatieve teksten? Welke machtsdynamieken houden de huidige canon in stand, en hoe zou het anders kunnen? In aanvulling op filosofische artikelen, organiseren we een rondetafelgesprek met academici van verschillende universiteiten. Samen gaan we op zoek naar antwoorden en onderzoeken we nieuwe oplossingsrichtingen. Over onze bevindingen schrijven we weer op Bij Nader Inzien.

We zijn onderdeel van het systeem dat we bevragen

Onze redactieleden hebben allemaal een aanstelling aan een universiteit (gehad). Enerzijds is dat een voordeel. We kennen de academische omgeving. We kunnen relatief makkelijk het gesprek aangaan met andere academici. En het biedt de mogelijkheid om gedane inzichten om te zetten in concrete actiepunten binnen de universiteit. Maar onze verwevenheid met de academie heeft ook nadelen. We zijn onderdeel van het systeem dat we bevragen. Dat betekent dat we ongetwijfeld blinde vlekken hebben. Het kost meer moeite om gevoeligheden te signaleren waar wij niet direct door geraakt worden.

Daarom roepen we iedereen op om een bijdrage te leveren aan deze serie. Onze redacteuren helpen collega’s die de Nederlandse taal niet machtig zijn graag door stukken te vertalen. Een academische aanstelling is niet noodzakelijk voor het schrijven van een bijdrage, maar we focussen ons in deze serie wel op diversiteit en inclusie binnen de academische filosofie, omdat we denken juist op dat gebied een verdiepende en constructieve bijdrage te kunnen leveren aan het bredere maatschappelijke debat over diversiteit.

Oproep

Wij zijn op zoek naar academische filosofen die willen deelnemen aan het rondetafelgesprek over diversiteit, de canon, en het filosofie curriculum. Interesse? Laat het ons weten door een mail te sturen naar bijnaderinzienblog@gmail.com.

Verder lezen

Carole Pateman (1989), ‘The Patriarchal Welfare State: Women and Democracy’.


Meer:

6 Comments

  1. We zouden om te beginnen eens kunnen kijken naar de belangrijkste filosofen in de niet-westerse cultuur, en bijvoorbeeld door de standpunten iemand als Al Ghazali te vergelijken met Kant, of de Indiase advaita filosofie te vergelijken met westers non-dualisme, of de ethiek van Confucius te vergelijken met die van Aristoteles. Waar we dan al snel tegenaanlopen is dat de moderne westerse scheidslijn tussen filosofie, religie, en politiek vaak veel minder duidelijk is, en daarnaast, dat het vertalen van dergelijk werk zeer lastig is door de vele technische begrippen die gebruikt worden.

  2. Uitstekend initiatief. Ik kijk er naar uit !
    Ik hoop dat dit debat de filosofie op haar grondvesten doet daveren, en dat de kaarten grondig worden dooreengeschud. De oude-mannen-spelletjes die sommigen nog steeds willen spelen moeten definitief afgelopen zijn.

  3. Filosofie is vaak gebaseerd op het verleden, van “overwegingen of waarheden” van toen, al dan niet toegepast op het heden, van conservatisme, wat mij betreft.
    Het vernieuwingsthema zou m.i. niet zo zeer over diversiteit moeten gaan, dat is ook maar een mode, maar over actualisering, modernisering, aanpassing aan de huidige en toekomstig tijd. Daarin is diversiteit slechts een onderdeel.
    Vernieuwing van de filosofie door levende filosofen met moderne en in de huidige tijdgeest passende filosofische uiteenzettingen, vanuit een actuele context.
    Daaraan lijkt mij behoefte, ook om het vak relevant te houden.

  4. Darwin is een belangrijke figuur in de biologie. Lees je hem omdat hij een witte man is? Of omdat hij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het vakgebied?

    Wie de theorie van evolutie door middel van natuurlijke selectie ook bedacht, doet voor de theorie niet ter zake. Enkel empirische toetsing bepaalt of de theorie hout snijdt of niet.

    Dit illustreert dat de biologie een écht vakgebied is, met een inhoud waarover gediscussieerd kan worden. Waarin empirische toetsing, bij een geschil in opvattingen, de doorslag kan geven.

    Het groeiende verlangen meer diversiteit in de filosofie te blazen, laat zien dat de filosofie geen écht vakgebied is.

    Het is een vrijblijvende uitwisseling van ideeën, zonder dat er echt iets op het spel staat. Men kan eindeloos over allerhande kwesties door blijven discussiëren. Tot hoogste goed wordt verheven dat het kringgesprek inclusief is en dat iedereen mee moet kunnen blijven doen.

    1. Ja en nee. Diversiteit is goed, omdat het de vijver waaruit goede ideeen gevist kunnen worden veel groter maakt, en kruisbestuiving zorgt voor een veelheid van combinaties waaruit bijzondere nieuwe dingen kunnen ontstaan (Laten we als we Darwin noemen, Mendel als oervader van de genetica niet vergeten — en de biologische mechanismes die evolutie sturen, en waar ik hier nu graag ook metaforisch aan refereer.)

      Maar de huidskleur van de persoon die het winnende idee uiteindelijk formuleerd doet inderdaad niet ter zake.

      Ik zie filosofie ook als iets meer dan een vrijblijvend discussieclubje. Ik zie het meer pragmatisch. Het legt de basis voor ons begrip van de wereld, is de fundatie van onze wetenschap, en de demarkeerd grenzen van onze kennis. Tegelijkertijd zien we dat de filosofie eerder een achterhoede dan een voorhoede is. Gedwongen door de nieuwe inzichten van de wetenschap, past men langzaam de fundamenten aan — of poogt ze totaal te slopen, als in het post-modernisme.

  5. Het spijt mij, maar de hele vraagstelling komt mij nogal gezocht voor. Mocht men dat willen, dan zou men een relatie kunnen leggen tussen de HUIDIGE Westerse wereld en de geschiedenis van het denken. Dat denken wordt gedomineerd door witte mannen. Het zij zo. En, het is ook niet moeilijk om de bijdragen van witte vrouwen (van recenter datum) te bespreken.
    Maar dan? Thans wonen er veel ‘niet-witte’ mensen in Nederland, maar in hoeverre dat een rol speelt in onze HUIDIGE manier van denken? Het lijkt mij niet.
    Voor de TOEKOMSTIGE Nederlandse maatschappij is het veel belangrijker ons te verdiepen in Chinese filosofie.

Laat een antwoord achter aan Jeroen Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *