Door Bernice Brijan (Promovendus Tilburg University)

“Grijs dat alle kleur opzuigt tot er alleen nog een herinnering aan kleur overblijft.” Met deze woorden beschrijft Eva Meijer beeldend hoe de wereld bij depressie verandert. Een depressie roept associaties op met rouw, angst en verdriet. Al deze woorden hebben met elkaar gemeen dat ze een toestand van verlies of de angst voor verlies beschrijven. Ook depressie is volgens Eva Meijer een vorm van verlies, maar wel van een andere orde. 

De structuur en betekenis van depressie vormen het onderwerp van haar essay De grenzen van mijn taal. Een klein filosofisch onderzoek naar depressie. Eva Meijer gebruikt daarbij haar eigen ervaringen als lens om het fenomeen mee te onderzoeken. Een van de uitgangspunten van het essay is dat depressie niet alleen een chemisch probleem is, maar onlosmakelijk verbonden is met fundamenteel menselijke vragen die betrekking hebben op de grond van het bestaan. 

Depressie lijkt weliswaar op verwante zaken als rouw, angst en verdriet, maar is niet hetzelfde

De grenzen van mijn taal kan daarmee worden omschreven als een zoektocht langs de thema’s die een persoon met depressie kunnen bezighouden. Zo wordt geruime tijd stilgestaan bij de dood en de grenzen van de vrijheid, bij eenzaamheid en kwetsbaarheid. Tegelijkertijd is het een zoektocht naar wat ons leven betekenis geeft. Door het essay heen maakt Eva Meijer gebruik van de inzichten van filosofen en kunstenaars om haar gedachten verder uit te werken en voert ze de lezer langs zaken die voor haar persoonlijk van grote waarde zijn: de stilte, huisdieren, hardlopen, winterbomen en kunst. Ook de sociale en culturele dimensies van depressie blijven niet onbesproken. Leven in een maatschappij waarin geluk te koop lijkt te zijn en waarin mensen vooral als consumenten worden gezien, draagt bij aan de depressie-epidemie. 

Over wortels en groei

Het essay is vormgegeven rondom een fundamenteel inzicht in het eigene van depressie. Depressie lijkt weliswaar op verwante zaken als rouw, angst en verdriet, maar is niet hetzelfde. Waar iemand die een verlies doormaakt doorgaans geworteld blijft in de wereld, grijpt een depressie juist hierop in. Het gevolg hiervan is dat iemand zich niet meer thuis voelt in de wereld en mogelijk zelfs ervaart dat er niet zoiets is als een thuis, een veilige plek. Omdat het de verbinding met de wereld is die verloren gaat beschrijft Eva Meijer depressie als een verlies van realiteit.

De fenomenologie komt daarbij naar voren als de filosofische discipline die kan helpen om een dergelijke ervaring verder te verstaan. Depressie verandert waarneming en gevoel. Individuele beschrijvingen helpen te verstaan hoe dit zich onderscheidt van gewone ervaringen van angst, verveling of verdriet. Het is vooral de diepte en langere duur van depressie die hierin het verschil maakt. 

Waar iemand die een verlies doormaakt doorgaans geworteld blijft in de wereld, grijpt een depressie juist hierop in

De diepte reikt tot aan de grondstructuren van het bestaan. Dat wil zeggen: depressie raakt aan de relatie met de wereld en met het zelf. Depressie verandert iemands normale beleving en weerstand, met als gevolg dat je niet meer kunt zien hoe de wereld is. Ook wordt de verhouding tot tijd en ruimte beïnvloed, vooral de toekomst. Verlies van verbinding kan iemand opsluiten in wat Eva Meijer een ‘zompig nu’ noemt, los van de rest van de wereld. 

Niet iedereen wordt sterker van zoiets doorstaan en niet iedereen kan het doorstaan. Eva Meijer stelt daarom dat niet alleen de hersenen onder terugkerende, langdurige depressie lijden, maar de ziel eveneens. Met ziel bedoelt ze hier geen onsterfelijke onzichtbare geest, maar ‘iemand’, degene tegen wie je praat als je tegen iemand praat. Het is als een boom die door tegenslag scheef kan groeien, beschrijft ze beeldend.

Metaforen als grenzen van taal

De metafoor van de scheefgroeiende boom is een van de vele vormen van beeldspraak die Eva Meijer in haar essay gebruikt. Ze wijst daarmee op het belang van taal voor het verstaan van de structuur en betekenis van depressie. Taal is immers onze ingang om de werkelijkheid mee te duiden. Tegelijkertijd wijst de titel van het essay op de grenzen ervan. Zoals wij onaf, soms paradoxaal en gebrekkig zijn, zo is taal dat ook.   

Misschien is het juist daarom dat in beschrijvingen van depressie zo vaak gebruik wordt gemaakt van metaforen. Hier moet nauwkeurig mee worden omgegaan, beargumenteert Eva Meijer. Ze beschrijft dat ze depressie niet met grote woorden en aanwezigheid in verband brengt, maar eerder met subtiliteit en met afwezigheid. Niet zwart is volgens haar de kleur van depressie, maar grijs of zelfs wit – de afwezigheid van kleur. 

Depressie verandert iemands normale beleving en weerstand, met als gevolg dat je niet meer kunt zien hoe de wereld is

In de manier waarop in het essay deze onderwerpen worden samengebracht –depressie als het verlies van verbinding, de rol van beeldspraak en het belang van fenomenologie – lees ik een pleidooi voor het serieus nemen van deze metaforische beschrijvingen. Metaforen reflecteren de moeilijkheid van het vinden van de juiste woorden voor wat wordt ervaren wanneer iemand is afgesneden van de realiteit. Tegelijkertijd bieden ze een manier binnen onze taal om het eigene van deze ervaringen in beeld te brengen. 

In beweging blijven 

Daarmee gepaard gaand klinkt er een andere oproep in het pleidooi: om letterlijk in beweging te blijven en standvastig te zijn. Beweging brengt ons in contact met ons lichaam én met de ander. Beweging kan, net als taal, de afstand tot de ander verkleinen en zo een vorm van therapie zijn. Het is juist in gesprekken met anderen dat we het vermogen hebben onszelf opnieuw vorm te geven. Door te praten over gebeurtenissen en gevoelens kan iemand met ervaringen van depressie de waarde en inzichten van de ervaringen ontdekken en zo op goede momenten de eigen wortels versterken en hoop en vertrouwen doen groeien.

Eva Meijers pleidooi voert de lezer zo langs complexe thema’s. Toch leest het licht en vlot door haar nuchtere en eerlijke schrijfstijl. De hoofdstukken zijn vergezeld van uitgebreide noten achterin het boek, die het pleidooi ondersteunen met nog meer persoonlijke inbreng en achtergrondinformatie. 

De grenzen van mijn taal is een waardevolle aanvulling in het vakgebied, waar geleidelijk aan meer aandacht komt voor wat depressie met iemands leven doet. De boodschap is bovendien rijk. Eva Meijer verheldert het eigene van depressie, hoe het iemand ‘in eindes wikkelt’. Ze tilt het denken over depressie echter ook boven deze concrete ervaring uit: ze laat zien hoe ervaring met depressie mensen een unieke blik op het leven geeft én hoe voor ieder mens bepaalde aspecten van depressie ook in zekere mate herkenbaar zijn. Het leven laat niemands vorm volledig onberoerd. Zo wordt de ervaring van depressie verbonden met universele aspecten van menszijn.

Socratesbeker

De grenzen van mijn taal. Een klein filosofisch onderzoek naar depressie is genomineerd voor de Socratesbeker, de prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek van 2019. Alle twintig genomineerde boeken vind je hier.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *