Door Daan Wierdsma (Student Universiteit voor Humanistiek)

Een ode is een vurig betoog voor een idee of ding. Minstens zo interessant is het echter wanneer iets vurig bestreden wordt. Een meester in het houden van vurige betogen was Friedrich Nietzsche (1844-1900) en met zijn scherpe pen hemelde hij een idee met net zo’n gemak op als dat hij het afkraakte. Dit is een Kleine Ode aan zijn kritiek op het medelijden, een menselijk affect dat het in zijn gehele oeuvre moet ontzien. 

Het woord ‘medelijden’ heeft in het Nederlands voor sommigen misschien al een vervelende bijsmaak. In het woord lijkt neerbuigendheid door te klinken. Dit verwijt van paternalisme maakt Nietzsche ook: een gevoel van medelijden gaat volgens hem altijd gepaard met een gebrek aan respect. 

Daarnaast heeft degene voor wie men medelijden voelt er in de eerste plaats niks aan dat er medelijden met hem of haar is. Het hebben van medelijden vermeerdert zelfs het leed in de wereld, het bestaande leed wordt verdubbeld, omdat het ook gevoeld wordt door het medelijdend subject. Als er vervolgens vanuit medelijden wordt gehandeld, welk leed wordt daarmee dan verholpen? Dat van het subject of dat van degene die het medelijden toekomt?

Het idee dat medelijden een altruïstische emotie is wordt door Nietzsche dus bestreden en daarom kan medelijden niet gebruikt worden voor als ijkpunt van ethiek. Deze kritiek is van groot belang omdat Nietzsche ‘medelijden’ ziet als de hoeksteen van de Christelijke naastenliefde, het utilisme en de zedenleer van zijn leermeester Schopenhauer.

We kunnen echter wel iets leren van medelijden, namelijk wanneer we het omgekeerd toepassen: in plaats van het lijden van anderen te voelen als ons eigen lijden moeten we [u]nsere eigenen Erlebnisse mit dem Auge ansehen, mit dem wir sie anzusehen pflegen, wenn es die Erlebnisse anderer sind ”. Beschouw dus eens je eigen situatie alsof het iemand anders zou betreffen en relativeer op die manier je eigen lijden.

Verder lezen

Nietzsche, Friedrich. 1881 (1983). Morgenröte – Gedanken über die moralischen Vorurteile. Frankfurt am Main: Insel Verlag. Aforismen 130-140.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *