Door Josette Daemen (Promovendus Leiden University)

Corona stelt de mens zwaar op de proef. Uiteraard is er de ellende waar we hier en nu mee geconfronteerd worden. Ontwrichting van het dagelijks leven ervaren we allemaal; ziekte en zelfs dood vormen de realiteit voor sommigen. Maar er is nog een bron van leed in het spel: onzekerheid over de toekomst.

De beproevingen die we vrezen zijn van verscheidene aard: zonder wc-papier komen te zitten, inkomen verliezen, ziek worden, in een recessie terechtkomen, doodgaan. Of deze scenario’s zich ook daadwerkelijk zullen ontvouwen is niet duidelijk, maar de mogelijkheid dat ze zich in de toekomst zullen voordoen is genoeg om ons nu al te kwellen. 

Er is nog een bron van leed in het spel: onzekerheid over de toekomst

De Britse filosoof Jeremy Bentham (1843) verwoordde het ooit als volgt: “we must consider that man is not like the animals, limited to the present, whether as respects suffering or enjoyment; but that he is susceptible of pains and pleasures by anticipation.” 

Wat onzekerheid is

Maar waarom verhouden we ons zo tot onze toekomst? En hoe gaan we om met onzekerheid? Laat ik beginnen met het onderscheiden van drie dimensies van onzekerheid, gebaseerd op het werk van securityfilosoof Jonathan Herington (2019). 

Onze zorgen over de toekomst worden zelfs fysiek voelbaar – ze geven ons gespannen schouders; leggen een knoop in onze maag; grijpen ons bij de keel

Ten eerste is er de feitelijke dimensie van onzekerheid: wat er in de toekomst te gebeuren staat is op dit moment daadwerkelijk nog onbepaald. Het verleden ligt vast. Zo sprong het coronavirus enkele maanden geleden op een markt in Wuhan over van dier op mens. Aan dat feit valt niks meer te veranderen. De toekomst, daarentegen, ligt nog open. Afhankelijk van de keuzes die we nu als individuen maken, de maatregelen van de overheid, en de grillen van de natuur, kan de situatie zich nog verschillende kanten op ontwikkelen. 

Ten tweede kent onzekerheid een overtuigingsdimensie: ook in ons hoofd is het onduidelijk wat er in de toekomst gaat gebeuren. We zijn er niet honderd procent van overtuigd dat we gezond zullen blijven, of dat de schappen in de supermarkt over een maand nog gevuld zijn. 

Ten derde zit er aan onzekerheid een gevoelsdimensie: we voelen ons nerveus, onrustig, bang. Onze zorgen over de toekomst worden zelfs fysiek voelbaar – ze geven ons gespannen schouders; leggen een knoop in onze maag; grijpen ons bij de keel.

Waarom onzekerheid ons dwarsboomt

Hoe onzekerheid over de toekomst precies nadelig voor ons is, is onderzocht door politiek filosofen Jonathan Wolff en Avner De-Shalit (2007). 

Hoe meer verschillende scenario’s er in ons hoofd openliggen, hoe meer verschillende voorzorgsmaatregelen we nemen

De eerste manier waarop onzekerheid ons parten kan spelen heeft te maken met de feitelijke dimensie. Het feit dat nare scenario’s niet zijn uitgesloten betekent natuurlijk dat ons welzijn in de toekomst mogelijk aangetast zal worden. Als er zich bijvoorbeeld daadwerkelijk een economische crisis zal ontvouwen, dan zullen we daar tegen die tijd ellende van ervaren. 

Dan de overtuigingsdimensie van onzekerheid. Doordat we niet weten wat we moeten verwachten, zien we onszelf gedwongen om ons voor te bereiden op toekomstscenario’s die misschien wel helemaal niet verwezenlijkt gaan worden. 

We gaan maar niet op bezoek bij de buurvrouw voor het geval zij ons zal besmetten. We kopen nog maar even geen huis voor het geval we straks zonder werk komen te zitten. Daardoor lopen we nu het gezellige praatje met de buurvrouw mis, en het genot van een eigen woning. Hoe meer verschillende scenario’s er in ons hoofd openliggen, hoe meer verschillende voorzorgsmaatregelen we nemen, en hoe minder efficiënt we onze aandacht, energie, en middelen kunnen wijden aan de werkelijke loop van het leven. 

Neem, tot slot, de gevoelsdimensie van onzekerheid. De stress en angst die vaak met onzekerheid gepaard gaan, kunnen ons ernstig in ons levensgeluk beperken en uiteindelijk zelfs in ons lichamelijk en psychisch functioneren verlammen.

Hoe we met onzekerheid omgaan

Wij mensen vinden onzekerheid over de toekomst zo onprettig dat we er verscheidene afweermechanismen tegen hebben bedacht.

Religie, ten eerste, kan gebruikt worden om de feitelijke dimensie van onzekerheid op te heffen: als het leven op aarde zich voltrekt volgens de wil van God, dan is de toekomst dus helemaal niet onbepaald – ook al kunnen wij die als aardse wezens zelf niet voorzien. In onzekere tijden zoals deze berusten veel gelovigen in dit idee. 

Wij mensen vinden onzekerheid over de toekomst zo onprettig dat we er verscheidene afweermechanismen tegen hebben bedacht

De wetenschap, ten tweede, kan dienen ter bestrijding van de overtuigingsdimensie van onzekerheid: door de wetmatigheden van de natuur en de samenleving te ontrafelen, worden we er steeds beter in om de toekomst te voorspellen en ons daarop voor te bereiden. Pogingen daartoe zien we vandaag de dag terug in de risicoanalyses van medisch deskundigen, de evidence-based adviezen van crisisexperts, en de verwijzingen van historici naar de Spaanse grieppandemie begin vorige eeuw. 

De strijd tegen onzekerheid zullen we vermoedelijk nooit winnen

Ten slotte kunnen we, om aan de gevoelsdimensie van onzekerheid te ontsnappen, onze toevlucht zoeken tot meditatie en mindfulness. Zo hopen we de kalmte te bewaren ondanks de storm die dreigt.

De strijd gaat door

Onzekerheid is dus een veelkoppig monster. Het maakt eventueel lijden in de toekomst reëel voelbaar in het heden – alsof de ellende in het hier en nu nog niet genoeg was. Vandaag de dag zijn we ons daar meer van bewust dan ooit, al is de vijandschap tussen de mens en zijn onzekere toekomst al eeuwenoud. De strijd tegen onzekerheid zullen we vermoedelijk nooit winnen. En de strijd tegen corona? Wie zal het zeggen. Er is nog veel onzeker.

Vanaf nu lees je iedere maand een bijdrage van Josette Daemen op Bij Nader Inzien. Wil je nooit meer een blog missen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief via de homepage.

Verder lezen

Bentham, J. (1843). Principles of the Civil Code. In R. Hildreth (Ed.), The Theory of Legislation (pp. 88–236). London: Trübner & Co.

Herington, J. (2019). The Contribution of Security to Well-Being. Journal of Ethics and Social Philosophy14(3), 179–203.

Wolff, J., & De-Shalit, A. (2007). Disadvantage. Oxford: Oxford University Press.


Meer:

2 Comments

  1. In deze onzekere Corona-tijden kan ik de lectuur van de roman ‘La Peste’ (in het Nl. vertaald als De Pest) van de Franse Nobelprijswinnaar Albert Camus ten zeerste aanbevelen.
    In de romans van Albert Camus wordt het absurde van de twintigste-eeuwse samenleving afgezet tegen een persoonlijke moraal van vriendschap en menselijkheid.
    De pest is een kroniek van een stad in de greep van een dodelijke ziekte. In de kuststad Oran breekt plots en onverwacht de pest uit. De slachtoffers sterven een snelle en vreselijke dood, en als gevolg van de quarantaine worden de andere inwoners geplaagd door gevoelens van angst en claustrofobie. Elke persoon reageert verschillend op de dodelijke ziekte: sommigen leggen zich neer bij hun lot, anderen zoeken schuld en wraak. En een paar, onder wie de antiheld dokter Rieux, proberen kost wat kost de terreur te weerstaan. De pest is een meeslepende vertelling over moed en vastberadenheid en de broosheid van het menselijk bestaan.

    1. Dank voor de tip, Eric! Klinkt als interessante kost in het kader van de vraag hoe mensen (verschillend) omgaan met de onzekerheid die met een pandemie gepaard gaat!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *