Door Jamie van der Klaauw (Promovendus Erasmus Universiteit Rotterdam)

Afgelopen januari was het International Film Festival Rotterdam en als fervente Rotterdammer ben ik hier dan ook al jarenlang vaste gast. Hoewel het festival bomvol interessante, abstracte, of juist persoonlijke films zat, was er voor mij één specifieke film die er filosofisch bovenuit stak. Een film met een humanistische les: vrouwen zijn op de eerste plaats mens.

Feministische horror

Ik heb het over de feministische horrorfilm I Blame Society, waarin we de jonge documentairemaakster/scenarist Gillian Horvat volgen in haar zoektocht naar een nieuw onderwerp voor een documentaire. De aanleiding is dat zij ooit een ‘interessant’ compliment kreeg; een bevriend stel vertelde haar namelijk dat ze een uitstekende moordenaar zou zijn. 

Hoewel dit een waargebeurd element in de film is, neemt de film hierna een vlucht in de fictie. Gillian Horvat speelt een gefictionaliseerde versie van haarzelf en onderzoekt dit compliment: kan zij een moord voorbereiden en uitvoeren en er vervolgens mee wegkomen? Kan zij de ‘perfecte misdaad’ begaan?

Hoewel dit onderzoek speels begint, gaat het al snel een duistere kant op. Terwijl ze zich afvraagt hoe ze de perfecte moord kan begaan, escaleren haar plannen. Zelfs bij het overgaan tot moorden zelf stopt die escalatie niet. En het blijft niet bij een enkele moord. Ze vindt genot in het geweld en in de transgressie van (morele) wetten zonder gesnapt te worden. 

Noodzakelijke omwegen

In Lacaniaanse begrippen kun je dit zien als een vorm van jouissance. Dat is niet het genot dat je krijgt door te handelen vanuit het lustprincipe, waarbij je lust probeert te maximaliseren en onlust te minimaliseren; bijvoorbeeld door het behalen van een zelf gesteld doel.

Nee, jouissance is het genot dat je verkrijgt in het voorbijgaan aan het lustprincipe. Want niet de bestemming verschaft jouissance, maar juist de weg ernaartoe en de omwegen die daar noodzakelijkerwijs deel van zijn. 

Ten tijde van deze ‘killing spree’ zijn wij getuigen. De film wijst ons daarop door de manier waarop de documentairemaakster de moorden schakelend tussen derde-persoons objectieve cameraposities en vlogs in beeld brengt. Soms doet ze dit zelfs met zelfgebouwde complexe camerahouders en statieven – wat de film een humoristisch/absurdistische boventoon geeft. 

Ze vindt genot in het geweld en in de transgressie van morele wetten

Naast getuigen van de moorden, zijn we ook getuigen van haar poging om haar daden te rationaliseren. Dit proces is dynamisch, het is een constante bevraging van haarzelf gevolgd door pogingen haarzelf te duiden, haar zoektocht naar een antwoord op de bij uitstek Lacaniaanse vraag: “wat wil de ander van mij?”

In eerste instantie vermoordt ze alleen ‘slechte’ mensen, hoewel we deze ‘slechtheid’ vooral moeten opvatten als ‘hoogst irritant’. Vervolgens beredeneert ze dat haar modus operandi zo te opvallend is, daarom besluit ze ook willekeurige slachtoffers te maken. Tot zover is de film vermakelijk, maar het ‘venijn’ zit in de staart. 

Broducers omgelegd

De film, waarvan wij tot dan toe toeschouwer zijn geweest, wordt namelijk in de film zelf vertoond aan twee bobo’s van een productiehuis (the Broducers). Maar, omdat zij niet weten dat het een documentaire is, ontstaat er een absurdistisch commentaar: de film/documentaire is ‘ongeloofwaardig’ en het hoofdpersonage is ‘onaardig’.

Hun conclusie over de film is dat ze een ‘strong female lead’ willen en niet de ogenschijnlijk verwarde en constant zichzelf bevragende moordenaar waarmee ze geconfronteerd worden. U kunt nu wel raden wat er vervolgens gebeurt: het hoofdpersonage wordt woedend over de afwijzing van de film en besluit deze producenten ook te vermoorden, waarbij ze uiteindelijk triomfantelijk bevestigt: “I am a strong female lead!”.  

Alle categorieën zijn ergens problematisch omdat ze nooit in staat zijn om datgene wat ze categoriseren volledig te duiden

In een interview beargumenteert Gillian Horvat dat het punt van de film is om te laten zien hoe belachelijk het concept ‘strong female lead’ is: “I hope this film kills the term ‘strong female lead’. To me, it’s just another aspirational, unrealistic category that authentic, complicated women are being forced into. Only a guy could have come up with it”. Wat ze zegt is bewonderenswaardig; zo’n categorie wordt maar al te vaak gecoöpteerd om vrouwen juist in een specifieke mal te duwen. 

‘Strong female lead’ staat in de taal van de Broducers dus eigenlijk slechts voor aardig, ‘likeable’ en geloofwaardig, ‘believable’. Codewoorden voor de voortzetting van vrouwelijke stereotypes. Toch wil ik een kleine filosofische twist geven aan dit punt. De les is wat mij betreft niet dat categorieën problematisch zijn, alle categorieën zijn ergens problematisch omdat ze nooit in staat zijn om datgene wat ze categoriseren volledig te duiden. De categorie van ‘strong female lead’ ook, maar daarmee moeten we het niet vermijden, maar juist verwerkelijken!

Emancipatie door categorisatie

Emancipatoire holle frasen zoals ‘strong female lead’ kunnen we namelijk ook serieus nemen. Waar de roep van de producenten om een ‘strong female lead’ in lijkt te gaan tegen de gewone manier waarop vrouwen worden geportretteerd, is dat namelijk niet zo. Onder het mom van een emancipatoir doeleinde willen ze in feite precies wat we maar al te goed kennen: een aardige en ‘dus’ geloofwaardig gespeelde vrouw. 

Het punt is dat de producenten precies hebben gekregen wat ze zeiden te willen: een ‘strong female lead’. Maar, juist dat accepteren ze niet. De implicaties van een waar geëmancipeerde vrouw – een ‘strong female lead’ – is dat ze zowel tot goed als fout in staat is, niet slechts in staat is tot liefdoenerij, maar ook de gruwelijkste moorden kan plegen, kil en berekend kan zijn, en bovenal iedereen te slim af kan zijn. Dat willen de producenten zelf niet onder ogen zien, waarmee ze symbool staan voor de traditionele filmindustrie.

We kunnen de logica van vrouwen in film dialectisch benaderen, dat wil zeggen door te laten zien hoe schijnbare tegenstellingen de limieten van een bepaald denkbeeld aangeven. Mannen zijn complexe tegenstrijdige karakters, vaak ruig, gebrekkig, maar worden met een goed hart geportretteerd, soms zelfs beschouwd als ‘love-to-hate’ of eigenlijk misschien ‘hate-to-love’.

Maar, vrouwen zijn vaak geportretteerd als platte karakters, inferieur en minder intelligent. Of juist als het ogenschijnlijk tegenovergestelde hiervan, als het sublieme. Vrouwen zijn in dat geval vooral ‘muze’. Ze zijn puur, aardig, zorgzaam, kunnen geen fouten begaan, en zijn dus ook vooral – in lijn met het inferieure karakter – in nood, ze moeten gered worden. Zowel als inferieur of puur missen ze een innerlijk. 

Zelfs de hiervan in het verlengde liggende hedendaagse trend om vrouwen als superhelden te casten ontsnapt hier niet aan. Een overvloed aan zogenaamde handelingskracht – denk aan Supergirl, Wonder Woman, of Captain Marvel – slaat om in zijn tegengestelde: platheid, puurheid, ofwel ‘objectificatie’.

De meeste van deze typen filmpersonages zouden de Bechdel-test niet halen, de test waarin wordt gekeken of twee vrouwen in een film een inhoudelijk gesprek hebben die niet gaat over mannen. De gedachte achter de test is juist om te zien in hoeverre vrouwen zelf bepalend zijn voor de vrouwelijke karakters, onafhankelijk van wat wordt genoemd: the male gaze, de mannelijke blik waarlangs vrouwen worden ‘geobjectificeerd’, ofwel van een innerlijk worden beroofd. 

De roep om een vrouwelijk subject

De les van I Blame Society is juist dat als wij de roep om een vrouwelijke subject als subject – dat wil zeggen: met een tegenstrijdig innerlijk, ofwel ‘strong female lead’ – serieus nemen, dit eigenlijk de categorisering zelf ondermijnt, wat we kunnen noemen: zijn universalistische dimensie.

De ‘strong female lead’ is krachtig, actief, niet aardig, ze manipuleert haar omgeving, gebruikt zwakkeren om haar heen, maar tegelijkertijd ook gedreven door perfectie, plannen, de zoektocht naar kunst, etc. Ze is dus precies het soort karakter dat we traditioneel terugzien in horrorfilms met mannelijk hoofdrollen, zoals Raising Cain van regisseur Brian de Palma, een inspiratiebron voor I Blame Society, waarin een soortgelijke rol wordt gespeeld door acteur John Lithgow. 

De implicaties van een waar geëmancipeerde vrouw is dat ze zowel tot goed als fout in staat is

Het hoofdpersonage van I Blame Society raakt meer en meer ingenomen met het moorden, terwijl tegelijkertijd de impotentie, de psychoanalytische term voor onmacht, duidelijk wordt die ze hiermee probeert te uiten; het lukt haar namelijk niet om echt voet aan grond te zetten in de problematische wereld van de Hollywood cinema.

Op universalistische wijze wordt de ‘strong female lead’ herkenbaar voor ons allemaal in haar worsteling met het leven en het onderdrukken, ombuigen, en managen van die worsteling. Wij zien hier een volledig subject aan het werk, een vrouw die niet alleen vrouw is, maar bovenal mens. 

Verder lezen

Lacan – Écrits: the first complete edition in English

Todd McGowan – Lacan and Contemporary Film


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *