Door Naomi Kloosterboer (Universiteit Utrecht)

Net voordat de coronacrisis niet meer te missen was, zat Fleur Jongepier in bad. Ze voelde dat haar lichaam rustig werd. De eerder gevoelde onrust had te maken met haar geplande weekend toerskiën: moest ze dit vanwege corona afzeggen? Redenen voor en tegen, de Wilnie en Wilwel, zoals Jongepier beschrijft, wisselden elkaar af.

En toen ging ze maar in bad. En na het bad was de beslissing opeens gemaakt. Zonder dat Wilnie en Wilwel er nog aan te pas waren gekomen.

“Mijn lichaam besloot,” schrijft Jongepier. Een stelling die in strijd is met een lange traditie in de filosofie ten aanzien van het denken in het algemeen, en beslissingen in het bijzonder. Er staat, filosofisch gezien, dus nogal wat op het spel. Als Jongepiers lichaam besloot, is beslissen dan nog iets cognitiefs? Is beslissen dan nog iets wat we actief doen?

Beslissen als nieuwe houding

Jongepiers belangrijkste reden om te zeggen dat haar lichaam besloot, is dat het de beste verklaring voor haar ervaring is. Ze heeft geen bewuste gedachten gehad die op een beslissing duidden, maar wél ervaren hoe haar lichaam rustig werd in bad.

Een dergelijke redenering, waarbij je de beste verklaring tot de juiste benoemt, laat altijd ruimte open voor een alternatieve verklaring. Mocht de intellectualistische benadering van beslissingen Jongepiers ervaring ook goed kunnen verklaren, dan hebben we zo’n alternatief. Hoe past Jongepiers ervaring in het ‘traditionele’ plaatje van beslissen?

Als ik beslis om het toerskiën te annuleren, dan is mijn houding ten opzichte van de reis veranderd.

Allereerst is er een vraag die door Jongepier onbesproken blijft, maar volgens mij bepalend is voor een antwoord op deze vraag: Wat is een beslissing eigenlijk?

Vaak wordt gedacht dat een beslissing een gebeurtenis of handeling is (optie 1), of een proces is (optie 2). Kort gezegd, als het teweegbrengen van iets (hier kom ik straks nog op terug).

Ik denk dat beslissen iets anders is, namelijk het aannemen van een houding of commitment (optie 3). Als ik beslis om het toerskiën te annuleren, dan is mijn houding ten opzichte van de reis veranderd. Hoewel ik de redenen om wel te gaan (mijn eigen plezier; ik heb al betaald) nog steeds op mijn schouders voel wegen, kan ik er niet onderuit te erkennen dat het asociaal is om te gaan toerskiën en het besmettingsrisico te verhogen.

Welke optie je het meest overtuigend acht, beïnvloedt hoe je Jongepiers ervaring duidt. Immers, de opties voorspellen een andere fenomenologie van beslissing. Omdat lichamelijke en cognitieve ervaringen gebonden zijn aan gebeurtenissen en processen, zou je alleen bij optie 1 en 2 verwachten dat een beslissing daarmee gepaard gaat. Omdat ik optie 3 aanhang, verwacht ik niet dat beslissen op een hele duidelijke en specifieke manier wordt ervaren.

Vergelijk het met een overtuiging. Er is bij mij een verschuiving geweest tussen niet en wel geloven dat het coronavirus een mondiale crisis heeft veroorzaakt, maar wanneer ik dat precies ben gaan geloven weet ik niet en doet er ook niet toe.

Hetzelfde geldt voor beslissen. Er hoeft niet een specifiek moment van beslissen te zijn. Een beslissing kan direct tot stand komen maar ook gradueel, bewust of onbewust. Het gaat erom dat je van houding veranderd bent. Dit houdt niet in dat er geen psychologische of neurologische processen bij beslissingen betrokken zijn. Wel ben ik van mening dat een beslissing niet samenvalt met en niet te reduceren valt tot deze processen.

Een beslissing kan dus een einde zijn van een proces van denken en voelen en is niet zelf een proces

Zoals ik het zie, maken Wilnie en Wilwel en het in bad gaan deel uit van het proces voordat de beslissing genomen is. Het in kaart brengen van de opties om wel of niet op vakantie te gaan, het onderzoeken van de gevolgen van beide opties, en het tegen elkaar afwegen van de opties zijn inderdaad processen die je cognitief en lichamelijk ervaart: de opties en gevolgen moet je ‘doordenken’ maar ook ‘doorvoelen.’ Dit laatste gebeurt regelmatig door er een nachtje over te slapen of, zoals Jongepier, in bad te gaan.

Zo’n proces kan op verschillende manieren tot een einde komen: je schuift de beslissing voor je uit of je beslist voor het één of het ander. Een beslissing kan dus een einde zijn van een proces van denken en voelen en is niet zelf een proces.

Door beslissen actief zijn

Waarom dan toch het verschil in gevoel voor en na een beslissing? Waarom voel je eerst onrust en daarna rust (of berusting)? Een manier om optie 3 te begrijpen, is dat je niet iets doet als je beslist, maar op een andere manier bent.

Onze overtuigingen en handelingen zijn geen meubels die we kunnen verplaatsen.

Als je je richt op het wel of niet op vakantie gaan, heb je daartegenover eerst een zwevende of onzekere houding. Als de beslissing gevallen is, ben je van houding veranderd: een houding waarin je gecommitteerd bent om niet op vakantie te gaan. Dat zie je als de juiste of verantwoorde gang van zaken. Beide houdingen voelen niet alleen verschillend, maar gaan, als je je gedachten weer op die mogelijke vakantie richt, ook gepaard met andere gedachten.

Dit brengt ons bij de uitdaging of beslissen iets actiefs blijft. Is op een andere manier zijn iets wat we actief doen?

Niet als we activiteit beperken tot het teweegbrengen van iets (optie 1 en 2). Dat is het geval als we meubels verplaatsen, een stuk schrijven of gaan toerskiën. Beslissen lijkt anders te zijn. Een beslissing brengen we niet teweeg. Want hoe komt dan de beslissing om de beslissing teweeg te brengen tot stand? Ook brengen we met een beslissing niet iets anders teweeg. Onze overtuigingen en handelingen zijn geen meubels die we kunnen verplaatsen.

Moeten we hieruit concluderen dat de houding van het lichaam het denken buitenspel heeft gezet?

Maar waarom zouden we ons begrip van activiteit niet verbreden? Beslissen overkomt ons niet zomaar. Voor rationele wezens is een houding aannemen – gecommitteerd zijn aan de waarheid van een overtuiging of het doel waartoe de handeling dient – een actieve manier van zijn.

Jongepier uit bad

Is Jongepiers voorbeeld een probleem voor deze, zoals zij het denk ik zou karakteriseren, ‘intellectualistische benadering’? Ik denk dat het alleen een probleem zou zijn als je lichamelijke signalen en gevoel totaal niet gereflecteerd worden in de gedachten die je over de betreffende keuze hebt.

Stel dat je lichaam volledig tot rust is gekomen en je je tas gaat uitpakken, maar dat je, als je over wel of niet op vakantie gaan nadenkt, nog steeds enorm twijfelt om toch te gaan. Dan is er sprake van een houding van het lichaam die niet overeenstemt met de houding van het (bewuste) denken.

Moeten we hieruit concluderen dat de houding van het lichaam niet door rationele vermogens tot stand is gekomen en het denken (de ratio) buitenspel heeft gezet?

Ik denk van niet. Mijn aangepaste voorbeeld lijkt mij een hele rare en vervreemdende situatie. Ons lichaam en denken zijn normaal gesproken niet zo gescheiden. Net als in Jongepiers oorspronkelijke voorbeeld. Daarover zou ik zeggen dat haar nieuwe houding zich eerst uitte in hoe ze zich lichamelijk voelde en daarna pas in haar gedachten.

Een houding of commitment mag van mij dus belichaamd zijn: je lichaam spat uit elkaar als je boos bent en voelt zwaar als je inziet dat het zien van je naaste familie, gezien de coronacrisis, voorlopig onverstandig blijft. Dat houdingen ook lichamelijk voelbaar zijn, lijkt me zelfs de meest plausibele filosofische benadering.

Ik denk dus niet dat Jongepiers lichaam besloot. Wel laat haar ervaring zien dat houdingen belichaamd zijn. Hopelijk voelt dit niet als een koude douche!

Audiovisueel werk van Mayke Haringhuizen


Meer:

1 Comment

  1. Wat een mooi stuk Naomi, veel dank hiervoor!
    Mijn lichaam is helemaal overtuigd, of moet ik zeggen: ik ben dat.

    Jouw stuk lezende denk ik ergens: ja, *dat* wilde ik precies zeggen. Of is dat flauw, en kan dat helemaal niet?

    Mijn stuk had in elk geval een zweem van dualisme, die jij er mooi uit hebt gehaald. Waar ik zei “mijn lichaam heeft besloten” was eigenlijk niet dualistisch bedoeld, ik bedoelde juist ook ik besloot”, in zoverre “ik = lichaam”. Maar jouw versie vind ik veel rijker, vooral dat jouw alternatief inhoudt “dat je niet iets doet als je beslist, maar op een andere manier bent.”
    Een warm bad, die zin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *