Door Fenna Kortooms (ROC Ter Aa)

In Langs de afgrond, het nut van foute denkers poogt essayist Arnold Heumakers iets te leren van ‘foute denkers’ als Carl Schmitt, Oswald Spengler en Georges Sorel.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Startpunt van Langs de afgrond is het tot op het bot verdeelde Europa van vandaag. Kijken we zo’n honderd jaar terug in de tijd, naar de periode tussen de twee wereldoorlogen, dan zien we een gelijkenis met nu. Misschien zouden we daarom iets kunnen leren van filosofen van toen.

Door al die ‘foute denkers’ weg te zetten kunnen we ook niet meer van ze leren

Toch hebben we de meeste denkers uit die tijd verbannen naar het verdomhoekje. Velen van hen waren een inspiratiebron voor fascisten en nationaalsocialisten, of sloten zich zelfs aan bij deze gewelddadige massa-ideologieën. Reden genoeg om ze te verplaatsen naar de vuilnisbelt van het denken en ze niet langer te lezen.

Problematisch onderscheid

Volgens Heumakers begaan we daar een fout: door deze denkers weg te zetten kunnen we ook niet meer van ze leren. Het feit dat Heidegger zich bij de nazi’s aansloot, weerhoudt ons er niet van om hem in het vaste curriculum op te nemen voor filosofieonderwijs. Kennelijk vinden we in zíjn denken nog veel waardevols.

Waarom kunnen we die andere ‘foute denkers’ – die vaak niet eens openlijk aanhanger waren van een gewelddadig regime – dan níet lezen? Deze vraag komt zeker op gezien een aantal denkers die Heumakers bespreekt op zichzelf genomen niet per se fout lijken te zijn.

Georges Sorel zou bijvoorbeeld fout zijn omdat Mussolini door hem was geïnspireerd en omdat hij een studie naar geweld deed en het niet afkeurde. Maar zelf heeft hij zich nooit aangesloten bij het fascisme en hij was al dood toen Mussolini aan de macht kwam.

Het onderscheid tussen goed en fout is troebel

Een denker als Carl Schmitt, die zich openlijk bij de NSDAP voegde, is wel duidelijk fout te noemen. Hij werd zelfs ‘de kroonjurist van het Derde Rijk’ genoemd. Het is vreemd dat hij nu juist een filosoof is die niet vergeten wordt. Hij wordt wereldwijd zelfs steeds populairder en er verschijnen geregeld boeken en artikelen over zijn politieke filosofie.

Het onderscheid tussen goed en fout is troebel, zo blijkt. Ook dat maakt het boeiend om eens rond te wandelen over de boekenbrandstapel van Europa’s recente geschiedenis.

Vertakte wortels

Vaak wordt de Europese cultuur rechtstreeks verbonden met het gedachtegoed van de Verlichting, waar ons huidige humanisme en universalisme een uitvloeisel van zijn. Hoewel dat ongetwijfeld het geval is, is de Europese cultuur óók beïnvloed door de Romantiek én door ideologieën als het communisme, nationaalsocialisme en fascisme. Daar vraagt Heumakers in Langs de afgrond aandacht voor.

De verlichte en romantische elementen in de Europese cultuur zijn precies de scheidslijn die we volgens Heumakers vandaag nog altijd voelen in de vorm van verdeeldheid. Denk aan ons idee van universele mensenrechten aan de ene kant en het idee van de natiestaat, grenzen en paspoorten aan de andere kant: een raadselachtige paradox.

Hoe kunnen we onze belangrijkste waarden van universele vrijheid en gelijkheid levend houden door het juist op een afgebakend stuk grond en voor een specifieke groep mensen in praktijk te brengen? Ontmantelen we op die manier niet de waarden die we pogen te behouden?

Door pessimisme blijven we realistisch en wendbaar

Toch is de tegenstrijdigheid van de waarden van het universalisme en de nadruk op het eigene die Heumakers benadrukt geen nieuw inzicht. Kijk bijvoorbeeld naar het existentialisme. Daarin wordt het individu centraal gesteld tegen het universalisme en het geloof in ‘de mens’ in. Tegelijkertijd zegt het existentialisme dat alle mensen vrij zijn en hun eigen leven vormen: universeel dus.

Methodisch pessimisme

In Langs de afgrond neemt Heumakers ons mee naar het deels in vergetelheid geraakte denken van het interbellum: een tijd waarin vooral Duitsland zijn wonden likte en verstikt werd door het Verdrag van Versailles. 15 miljoen mensen sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog, een oorlog die zo goed als nutteloos was.

Het denken van die tijd is daar een weerslag van. Het optimistische vertrouwen op een betere toekomst is verdwenen, pessimisme voert de boventoon. Het geloof in het belang van de natiestaat leeft weer op, in tegenstelling tot het kosmopolitische denken van de Verlichting.

Zoals Descartes de twijfel als methode gebruikte om tot zekerheid te komen, zo kunnen we het pessimisme volgens Heumakers eveneens als methode inzetten. Volgens Heumakers is dat wat we kunnen leren van de besproken foute denkers. In feite is het vooral een inzicht van de Franse filosoof Georges Sorel.

Met welke reden lopen we eigenlijk rond over die vuilnisbelt van het denken?

Sorel waarschuwde uitdrukkelijk voor een optimisme in de politiek. Optimisten houden geen rekening met moeilijkheden en tegenslagen en zijn daardoor geen geschikte leiders. De wereld zit vol tegenslagen, onverwachtheden en onberekenbare zaken. Optimisme brengt het gevaar met zich mee dat het ons bedwelmt met té rooskleurige toekomstbeelden. Door pessimisme blijven we realistisch en wendbaar.

Afgrond

De vraag is dus: met welke reden lopen we eigenlijk rond over die vuilnisbelt van het denken? Zijn we op zoek naar iets dat weggegooid is maar toch nog bruikbaar blijkt? Dat is de insteek van Heumakers. Maar wat hij uiteindelijk vindt – methodisch pessimisme – is niet zo’n waardevolle vondst.

Het betoog voor methodisch pessimisme is niet te herleiden tot al de besproken denkers en doet om die reden wat gekunsteld aan. Bovendien kunnen we dit pessimisme ook bij andere denkers vinden (denk aan Nietzsche, Schopenhauer, Sartre) en is het de vraag of we daar deze meer of minder foute denkers voor nodig hebben.

Dat neemt niet weg dat het wél van belang kan zijn terug te keren naar die vuilnisbelt. Als het zo is dat het nationaalsocialisme en het fascisme zijn ontstaan uit de wortels van onze geschiedenis, is het belangrijk om te onderzoeken hoe dat heeft kunnen gebeuren. Hoe heeft het denken van de Verlichting en Romantiek kunnen leiden tot gewelddadige massastromingen?

Hoe voorkomen we dat we nieuw ‘afval’ creëren?

Wij hebben ons afgekeerd van de vuilnisbelt van onze recente geschiedenis opdat we die nooit meer zullen meemaken. Maar door ons ervan af te wenden ontkennen we een belangrijk deel van de Europese ontstaansgeschiedenis. Bovendien zou het kunnen dat juist dat wegkijken ervoor zorgt dat we ‘fout denken’ niet herkennen als het opnieuw ontstaat.

Op school horen kinderen dat we van de geschiedenis kunnen leren. Dat kan alleen als we haar onderzoeken. Door dit foute denken heen wandelen kan dus nuttig zijn, al is het maar om te leren hoe we ervoor kunnen zorgen dat we niet weer dezelfde fouten maken. Dat ons systeem niet wéér op dezelfde manier vastloopt en we nieuw ‘afval’ creëren.

Sorel beschreef filosofie als “een erkenning van de afgronden” waartussen wij ons begeven. Bij werkelijke openheid en vrijheid van denken durven we in de diepte van álle afgronden om ons heen te turen, al is het maar om te beseffen daar nóóit in terecht te willen komen.

Dit boek werd genomineerd voor de Socratesbeker van 2020. Deze prijs wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek. Benieuwd naar de andere genomineerden? Klik hier voor meer recensies.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

3 Comments

  1. Universele vrijheid en gelijkheid contra het idee van de natiestaat en grenzen is precies het probleem wat ook onze tijd kenmerkt. Het is het universele tegenover het eigene, het grenzeloze tegenover het nabije en bekende. Universele waarden worden geprezen, de verdediging van het nabije, bekende eigene draagt al snel de geur met zich mee van bruine hemden en extreme partijen. Methodisch pessimisme is misschien geen erg geslaagde poging om een ‘filosofie van het nabije’ te formuleren, maar laat wel zien dat daar de nood het hoogst is.

  2. Alle manieren van kijken, analyseren en leren zijn interessant, door 1 persoon en door verschillende mensen met elkaar. Zeker ook die van Sorel; leren van het slechte. Actueel: leren van het gedachtengoed van extreem rechts en ontkenners van grote thema’s als klimaat-milieu-2-delings- en corona problematiek.
    Wordt er wel voldoende nagedacht en geleerd door mensen die richting moeten geven? Zijn er wel voldoende richting gevende menen die nadenken?

    1. Gewoon eens de discussie aangaan met een Trump aanhanger, of de boeken en artikelen lezen waarin het gedachtegoed van “de andere kant” tot uiting komt — en dan proberen door de rationalisaties de emoties te vinden die een rol spelen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *