Door Katrien Schaubroeck (Universitair hoofddocent Universiteit Antwerpen)

Identiteitspolitiek is een scheldwoord geworden. Iets waar je liever niet aan doet, want dan krijg je een hoop rotzooi over je heen. Niets dat zo polariseert als een mening over identiteit. Maar zogenaamde identiteitsstrijden zijn in oorsprong gevechten tegen onderdrukking. Vanuit moreel opzicht is het dan ook merkwaardig dat daar zo veel ophef over is ontstaan. 

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

De Zwarte feministen van het Combahee River Collective

Dat de term identiteitspolitiek een stevige ‘bad rap’ heeft gekregen komt doordat publieke intellectuelen zoals Francis Fukuyama, Greg Lukianoff en Jonathan Haidt en dichter bij huis mensen als Sid Lukkassen zich de term identiteitspolitiek toegeëigend hebben om er hun cultuurkritiek op te bouwen.  

Maar als we teruggaan naar de geboorte van het begrip, moeten we kijken naar het Combahee River Collective, een collectief van Zwarte feministen dat in de jaren zeventig actief was in Boston. In de missieverklaring van het collectief, gepubliceerd in 1977, lezen we dit:

“This focusing upon our own oppression is embodied in the concept of identity politics. We believe that the most profound and potentially most radical politics come directly out of our own identity, as opposed to working to end somebody else’s oppression.”

Wat de Zwarte feministen van het Combahee River Collective voor ogen hadden met de term identiteitspolitiek is eenvoudig: een strijd tegen hun onderdrukking, gevoed door hun eigen ervaringen. Ze komen op voor hun rechten als vrouwen, als arbeiders, als Zwarte mensen, als lesbiennes, kortom als mensen met een meerlagige identiteit.  

Zwarte vrouwen krijgen een speciale vorm van discriminatie te verduren

Of de term identiteitspolitiek nog te redden is, valt te betwijfelen. Maar aan het woord ligt het niet. De strijd die erachter zit, kan evengoed een antiracistische of antiseksistische of antikapitalistische strijd genoemd worden. Of alles tegelijk. Want daar was het de leden van het Combahee River Collective om te doen: intersectionaliteit avant la lettre.

Intersectionaliteit verwijst naar het idee dat verschillende assen van onze identiteit allemaal van invloed zijn op onderdrukking. Zwarte vrouwen krijgen immers een speciale vorm van discriminatie te verduren, anders dan die van Zwarte mannen en witte vrouwen:

“We also often find it difficult to separate race from class from sex oppression because in our lives they are most often experienced simultaneously. We know that there is such a thing as racial-sexual oppression which is neither solely racial nor solely sexual, e.g., the history of rape of Black women by white men as a weapon of political repression.”

Dus nee, de onderdrukking van witte vrouwen rechtvaardigt niet dat zij in de plaats van een Zwarte vrouw zouden mogen spreken, en nee – verwijzend naar een ophefmakende zaak in het zeer recente verleden – ook de verdrukking van non-binaire personen is niet inwisselbaar met die van een Zwarte vrouw in een dominant witte samenleving.

Huiswerk voor witte mensen

Dat minderheden solidair met elkaar zijn, betekent dat ze elkaars lijden erkennen en het voor elkaar opnemen. Het betekent niet dat ze zich door de meerderheid tegen elkaar moeten laten uitspelen.

Dat laatste gebeurde in het Vlaamse duidingsprogramma De zevende dag. Lisette Ma Neza was uitgenodigd om haar standpunt te verdedigen aangaande de keuze van Uitgeverij Meulenhoff om Amanda Gormans gedicht ‘The Hill We Climb’ te laten vertalen door Marieke Lucas Rijneveld. Presentatrice Lisbeth Imbo vroeg aan Ma Neza of het dan zo erg was dat Rijneveld de vertaling op zich zou nemen, want “die behoort toch ook tot een minderheid”.

Witte mensen hebben huiswerk te doen

Ik wil erkennen dat Imbo een rol speelde in haar functie als tv-presentatrice. Toch is het gepast om op zijn minst het personage dat ze speelt terecht te wijzen met deze passage uit het Combahee River Collective Statement:

“One issue that is of major concern to us and that we have begun to publicly address is racism in the white women’s movement. As Black feminists we are made constantly and painfully aware of how little effort white women have made to understand and combat their racism, which requires among other things that they have a more than superficial comprehension of race, color, and Black history and culture.”

Met andere woorden, witte mensen hebben huiswerk te doen. En dat is in België en Nederland niet anders dan in de Verenigde Staten.

Tragedie

Hoe moeilijk dat huiswerk ons valt, wordt mooi geïllustreerd in een aflevering van Alleen Elvis blijft bestaan, een programma van de Vlaamse openbare omroep dat is gemodelleerd naar het Nederlandse programma Zomergasten. Gastheer Thomas Vanderveken heeft in de laatste aflevering van 2020 de Vlaamse actrice en theatermaker met Iraanse roots Sachli Gholamalizad te gast. Naar aanleiding van de Iraanse cinema-fragmenten die ze had uitgekozen, gaat het gesprek van negentig minuten bijna uitsluitend over haar afkomst, en over haar moeilijke jeugd in Vlaamse middelbare scholen waar ze het gevoel had dat ze er niet bij hoorde.

Bijna de hele uitzending zit Gholamalizad zich te verdedigen. De gastheer vraagt of ze zich de uitsluiting niet inbeeldt – behalve “enkele klootzakken” zegt geen mens toch dat ze niet in Vlaanderen thuishoort? Hij vraagt of ze de uitsluiting niet zelf in de hand werkt door Iraanse filmfragmenten te kiezen waardoor ze overkomt als “een exotische Iraniër”. Hij vraagt of het niet tegenstrijdig is dat ze droomt van een wereld waar landsgrenzen er niet toe doen, terwijl ze het tegelijk heel belangrijk vindt dat mensen met een migratie-achtergrond zich kunnen identificeren met rolmodellen die niet wit zijn.

Als mensen van kleur zich niet uitspreken, neemt niemand anders het voor hen op

Zijn gesprekspartner is heel geduldig en zegt dat ze naar de uitzending is gekomen met een missie. Ze legt uit dat ze zich heeft neergelegd bij het idee dat zij haar energie en tijd moet stoppen in dingen uitleggen aan haar witte medemens, terwijl ze haar energie liever uitsluitend zou stoppen in het maken van theaterstukken. Ze noemt het glimlachend haar ‘tragedie’. Waarop de gastheer antwoordt: “We hebben allemaal onze tragedies.”

Het moet gezegd dat Vanderveken verschillende keren in de uitzending benadrukt dat de inspanning van Gholamalizad loont. Hij ziet de dingen nu anders. Maar is hij ook bereid zelf huiswerk te maken? Op een gegeven moment legt Gholamalizad nog maar eens uit dat zij het ook liever niet over onderdrukking en uitsluiting zou hebben. Maar als mensen van kleur het niet doen, zegt ze, dan neemt niemand anders het voor hen op. De presentator verdedigt zich en zegt: “Omdat je je er ook van bewust moet zijn, hè, Sachli. Sorry, maar dit is voor mij de eerste keer dat mij dat op die manier duidelijk wordt.”

Onwetendheid

Missie geslaagd, zou je denken. Maar verandering is een lang proces. Enkele minuten later, in een discussie over non-binaire voornaamwoorden en transgender personen, zegt Vanderveken dat niemand ertegen is dat iemand zich goed in zijn vel voelt, maar dat hij een probleem heeft met “regelneverij” en “cancel culture”. Hij legt uit: “Ik ben een cisgender witte man en alles wat ik zeg is bij voorbaat verdacht. Ik weet dat ik geprivilegieerd ben. Maar ik wil wel op het forum iets kunnen zeggen zonder afgeslacht te worden.”

Ziedaar het probleem. Dit is waarom de vrouwen van het Combahee River Collective beseften dat identiteitspolitiek noodzakelijk was. Iemand geeft toe dat hij eigenlijk niet weet hoe het is om tot een minderheid te behoren, en bedankt ‘de exotische gast’ in zijn studio om hem die ervaring van uitsluiting en non-representatie uit te leggen. Toch leidt dat hoegenaamd niet tot nederigheid.

De samenleving geeft vrouwen van kleur een uiterst ondankbare taak

Hoe krijgt men beide gedachten in het hoofd verzoend met elkaar: ‘ik ben onwetend’ en ‘ik vind dat ik mijn mening moet kunnen geven’? De witte gastheer komt zijn gast van kleur halverwege tegemoet: hij neemt, nadat ze zich flink verdedigd heeft, haar ervaringen voor waar aan. Maar de lastige tweede helft van het veranderingsproces voltrekt zich niet: hij besluit niet dat hij al die voorgaande tijd uit onwetendheid onzin heeft verteld.

Een oude les opnieuw geleerd

Wat de samenleving van vrouwen van kleur als Sachli Gholamalizad en Lisette Ma Neza verwacht is een uiterst ondankbare taak: dat ze zich komen verdedigen voor hun gevoel van uitsluiting onder een spervuur van vragen die de uitsluiting reflecteren en herbevestigen. De vele opiniestukken en ronkende analyses over Gorman en Rijneveld ten spijt, werd de kern van het probleem al 44 jaar geleden geformuleerd, en staat dat gratis en voor niets te lezen op het internet:

“We realize that the only people who care enough about us to work consistently for our liberation are us.”

Dat schreven de Zwarte feministen van het Combahee River Collective in hun missieverklaring in 1977. Gelijk hadden ze. En gelijk hebben ze nog steeds. Dat is wel het minste dat we van de Rijneveld-Gorman-vertaling hebben geleerd.*

*Graag dank ik Josette Daemen en Annemarie Van Stee voor hun commentaar.
Een eerdere versie van dit essay verscheen hier.

Verder lezen en kijken

The Combahee River Collective Statement

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

16 Comments

  1. Bedankt voor dit stuk! Ik vind het inderdaad vaak onduidelijk wat in het publieke debat met identiteitspolitiek wordt bedoeld en dit verheldert.
    Na het lezen vroeg ik me af of je voornamelijk denkt dat de term identiteitspolitiek iets anders betekent dan wat Fukuyama en Haidt er mee bedoelen in hun werk. Of ben je het ook oneens met de cultuurkritiek zelf: dat ‘identiteitspolitiek’ polarisatie en populisme in de hand werkt?

    1. Dag Daphne, wat de term identiteitspolitiek betekent, is niet voor mij om vast te leggen, denk ik. Ik heb daarom de neiging om terug te keren naar de oorspronkelijke betekenis, vastgelegd door de eerste gebruikers van de term. En als ik wat de Combahee River Collective ermee bedoelde als ‘de’ betekenis mag aannemen, dan denk ik niet dat het polarisatie en populisme in de hand werkt. Ik vermoed dat Haidt de identiteitspolitiek van de Combahee River Collective zou scharen onder wat hij de slechte vorm van IP noemt (namelijk the common enemy-IP, hij noemt intersectionele identiteitspolitiek als een voorbeeld) terwijl hij Martin Luther King noemt als iemand die de goede vorm van IP bedrijft (namelijk the common humanity-IP). Voor mij is dat geen duidelijk of overtuigend onderscheid. Ik vond dit een goede recensie van zijn boek: https://www.theguardian.com/books/2018/sep/20/the-coddling-of-the-american-mind-review
      Dank je voor je vraag wel! Heb jij er een mening over?

      1. Bedankt! Met je kritiek op Haidt ben ik het eens en ik vind zijn theorie om andere redenen ook wat inconsistent. Het boek van Fukuyama vond ik beter maar ik heb daar nog geen uitgesproken mening over! Het lastige aan zulke cultuurkritiek is dat het altijd wat speculatief blijft.

  2. Ziehier de kern van het hele probleem met dit artikel: “Ik ben een cisgender witte man en alles wat ik zeg is bij voorbaat verdacht. Ik weet dat ik geprivilegieerd ben. Maar ik wil wel op het forum iets kunnen zeggen zonder afgeslacht te worden.” — er wordt een punt gemaakt van van wie iets zegt, niet van wat hij zegt. Zolang je dat doet ben je onderdeel van het probleem en niet van de oplossing. Martin Luther King Jr. zat hier wel op het goede spoor: “I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin, but by the content of their character.”

    1. Identiteitspolitiek krijgt steeds meer het karakter van de erfzonde: als je behoord tot de verkeerde groep, dan ben je fout, en geen nederigheid kan je daarvan verlossen, geen excuses zijn ooit genoeg. De schuld van kolonialisme en slavernij kan nooit worden afgelost. Als atheist verwerp ik de erfzonde, en als mens ben ik alleen verantwoordelijk voor mijn eigen daden, niet voor die van mijn medemensen met dezelfde kleur als ik en ook niet voor die van mijn voorouders — maar ook, als mens, ligt op mij de plicht iedereen met respect te behandelen, en samen te werken aan een betere wereld voor ons allemaal, en lijdt ik onder de pijn die voorkomt uit de fouten van het verleden, en kortzichtigheid en discriminatie die ook vandaag nog voortwoekert.

      1. Ik ben dan wel geen atheïst, maar lees deze reactie met grote instemming. ‘Identiteit’ is echter niet alleen een erfzonde, maar is ook, zoals Herman de Dijn het noemt, een ritueel dat middels een collectief betekenis krijgt. Ook de morele plicht om gezamenlijk te werken aan een betere wereld hoort bij die identeit.

    2. Zou je wellicht wat voorbeelden kunnen noemen waar de mening van een witte cisgender man, in Nederland, wordt weggezet ALLEEN OMDAT het de mening van een witte cisgender man is? Het lijkt mij namelijk dat dit misschien in een aantal internetbubbels wel eens gebeurd, maar dat dit in het publieke debat (in de krant en op tv, bijvoorbeeld) vrijwel niet voorkomt. Met andere woorden, door de nadruk op dit probleem te leggen, creeer je, volgens mij, een vertekend beeld van de problematiek rond identiteitspolitiek en dat is jammer.

    3. Overigens wil ik ook nog even kwijt dat het heel normaal is om een punt te maken van WIE wat zegt (los van WAT gezegd is): als persoon A gespecialiseerd is in de Oudheid en persoon B niet, dan hecht ik meer waarde aan wat persoon A zegt over wat er in de Oudheid gebeurde dan aan wat persoon B zegt. Persoon B zou ongeloofwaardig zijn als die persoon A continu tegenspreek als het over de oudheid gaat.
      Op dezelfde manier lijkt het me niet gek om iets meer waarde te hechten aan wat een zwarte persoon zegt over het racisme dat zwarte personen ervaren dan aan wat een witte persoon daarover zegt. Dat betekent niet dat witte mensen niets zinnigs over racisme te zeggen hebben, maar dat een wit persoon die alles van wat de zwarte persoon te zeggen heeft ontekent niet heel geloofwaardig is, zeker als die geen sterke verdere argumenten heeft en duidelijk niet ingelezen is. Of zeg ik nu iets heel geks?

      1. Strict logisch gezien is het waar of niet waar zijn van een stelling niet afhankelijk van wie hem stelt (wat zelf-refererende constructies uitgezonderd); maar bij een autoriteit op een bepaald gebied is het prima geoorloofd om diens uitspraken eerder serieus te nemen — dat is een stuk efficienter (maar ontslaat ook die autoriteit niet van de plicht zijn stellingen te onderbouwen als daar om gevraagd wordt). Ook is het prima en waardevol om naar een zwart persoon te luisteren en die serieus te nemen als die iets zegt over diens ervaringen met racisme, zelfs al zijn die misschien wel anecdotisch. Het ontkennen van een persoonlijke ervaring is een godspe. Bovendien, ik denk dat de optelsom van al die persoonlijke ervaringen weer wel heel goed aantonen dat ook in Nederland systematisch racisme bestaat.

  3. Als op veel digitale- en fysieke fora, met deelneming van veel bekende en verstandige mensen, gedurende 30 jaar vaak wordt besproken dat vogels de mensen ten onrechte s’ morgens wakker maken met hun getjilp en dat we vooral rust nodig hebben op dat vroege tijdstip, dan zullen steeds meer mensen een hekel krijgen aan vogels.
    Ik ervaar het vaak als een weldaad dat mensen van verschillende kleur, ras, sekse, geloof, achtergrond etc. gewoon met elkaar praten, leven, actie ondernemen, het ergens over oneens zijn etc. Zonder identiteitsgepraat.
    Sommige groepen mensen ervaren zeker discriminatie als gevolg van achterstanden in ontwikkeling van diegenen die discrimineren. Maar het beste wapen ertegen is normaliserend gedrag. Voorbeeldgedrag. En onderontwikkelde mensen kunnen wij alleen maar hulp aanbieden.
    En als politici met een identiteitspolitiek doorbreken, betekent dat een onderontwikkeld kiezersvolk.

  4. Geachte mevrouw Schaubroeck,

    Ik ben volledig akkoord met uw positie, en ik vond ze een ernstige en noodzakelijke filosofische additie, die veel minder ernstige reducties op dit forum effectief contrasteert en overstijgt – zowel mannelijke als vrouwelijke. Samen met u is het voor mij overduidelijk dat het millennialange mannelijke cultuursolipsisme nog steeds diep verborgen zit onder vele religieuze en geopolitieke, pedagogische en financiële lagen van uitbuiting, en van sociale en intellectuele schijn.

    Mag ik u bijgevolg beleefd vragen waar en hoe u deze positie situeert binnen een niet-selectieve Grand Unified Theory, of Theory Of Everything, verwijzend naar ‘The Coherence Theory of Truth’ op SEP ?

    Ongetwijfeld zal u in uw antwoord elke oppervlakkige kritiek van mannelijke reductionisten (en van alle genders) naast u neerleggen, genre ‘zich alleen maar interessant maken’.

    1. Dank je voor je vraag, waarvan ik wou dat ik er een beter antwoord op kon formuleren. Mijn aanvoelen is dat identiteitspolitiek niet noodzakelijk moet samengaan met een coherentie-opvatting van waarheid. Ook een correspondentie-opvatting zou kunnen werken. De standpuntepistemologie, die twee handen op een buik is met de identiteitspolitiek van de Combahee River Collective, lijkt mij compatibel met minstens beide opvattingen. Het enige wat minimaal vereist is, is de aanname dat waarheid gelaagd, veelzijdig, vreselijk complex en onze kennis bijgevolg altijd onaf is.

      1. Nogmaals dank voor uw antwoord, dat ik inmiddels opnieuw heb overdacht.
        Als gevolg van enkele BNI-essays over vaccinatiebewijzen vond ik een voorbeeld van potentiële intertekstuele samenhang tussen deze teksten en dit geheel, waarvan ik niet weet of het relevant is. Het is de mogelijke methodologische samenhang tussen het creëren van superbacteriën door het misbruik van antibiotica, en het creëren van supervirussen door het misgebruik van vaccins. Wat denkt u daar over ?
        Denkt u dat de consequenties van het ontbreken van een geïntegreerde, holistische filosofie en wetenschap, zoals het weglaten of reduceren van identiteitspolitiek en dit voorbeeld, niet zo ernstig zijn in de praktijk zoals velen misschien impliciet voorwenden, bewust of onbewust, of juist veel ernstiger zijn dan wij tot nu toe aannemen ?

  5. Ware het niet beter om de mensheid niet te verdelen in verschillende identiteiten? Wat is het nut om je af te zonderen van anderen? In het licht van de klimaatcatastrofe die op ons afkomt, zouden we onze identiteit niet veralgemenen tot het mens zijn? Dus iedereen gelijk in de strijd voor onze planeet! Zoals u aangeeft voelen we die gelijkheid bijna altijd als we iemand vriendelijk tegemoet komen.

  6. Hartelijk dank voor deze bijdrage, wel enkele, als opmerking geformuleerde vragen:
    1) identiteitspolitiek zou pas in 1977 als concept zijn ontstaan? Dat lijkt me wel heel laat voor dergelijk universeel gegeven (cfr. Harari).
    2) als je het eens bent met de stelling “We realize that the only people who care enough about us to work consistently for our liberation are us.” dan zou jouw bijdrage – elke bijdrage van buiten de bedoelde groep – aan hun bevrijding zinloos zijn. Ik neem aan dat je dat niet zo strikt bedoelt, maar wat dan wel precies? Ik ken immers geen enkele emancipatiebeweging die zonder hulp van anderen resultaten heeft geboekt. Ik snap de uitspraak wel als reactie op bv. teleurstelling dat anderen het niet (willen) snappen maar het bestendigt wel de positie in de marge en is dus contraproductief. De uitspraak is een stellingname die ik begrijp en respecteer, maar is geen feit. Stel je een wereld voor waarin we enkel voor onszelf zouden kunnen zorgen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *