Door Lisa van de Voort (politicoloog en jurist)

Vorige maand kondigde Bol.com aan dat het bedrijf stopt met het aanbieden van producten waarop de beeltenis van zwarte piet te zien is. Zonder twijfel een stap richting een betere samenleving en een fijne mijlpaal voor activisten die al ruim tien jaar bezig zijn met de strijd tegen zwarte piet. Bol.com was zelf ook erg blij met de beslissing en maakte aan de lopende band gevatte grapjes op Twitter als reactie op mensen die zich niet in de beslissing konden vinden.

Bij het lezen van deze berichten moest ik terugdenken aan een longread in de Volkskrant van journalist Jeroen van Bergeijk, die een maand lang undercover werkzaam was in een distributiecentrum van Bol. De arbeidsomstandigheden bleken op zijn zachtst gezegd ondermaats. ‘Onmenselijk’ dekt de lading misschien beter. Arbeidsmigranten werken voor een schijntje shifts van tien uur per dag in distributiedozen zonder daglicht, worden aan onredelijke targets gehouden en hebben dankzij uitzendcontracten totaal geen sociale zekerheid.

De arbeidsomstandigheden bleken op zijn zachtst gezegd ondermaats

Eerder deze zomer paste HEMA eenzelfde trucje toe. HEMA kondigde op sociale media aan het wettelijk ouderschapsverlof voor LGBTIQ+-koppels aan te vullen tot het wettelijk minimum voor heterostellen. Wederom een sympathiek idee waarmee de winkel op Twitter veel lof binnenhaalde.

Nog geen maand eerder nam diezelfde HEMA een cao aan waarmee de maximumlonen voor nieuwe medewerkers flink werden teruggeschroefd. Daar kun je die paar weekjes extra verlof inderdaad wel van betalen.

Racisme, discriminatie en seksisme zijn ontzettend belangrijke maatschappelijke problemen die ik niet wil bagatelliseren. Met hun initiatieven dragen Bol en HEMA wel degelijk een klein steentje bij aan het bestrijden van dit soort onrecht. Maar naast alle lof die ze daarvoor oogsten, mag er best wat meer aandacht zijn voor de problematische kanten van hun eigen handelen.

Wokewashing

Om te beginnen vormen de beschreven acties mooie voorbeelden van ‘wokewashing’. Daarbij spelen grote bedrijven in op de toegenomen maatschappelijke betrokkenheid van stedelijke millennials om de populariteit van hun merk onder deze groep te vergroten. Bovendien leiden ze daarmee de aandacht af van grotere vragen over de rechtvaardigheid van het kapitalistische systeem en het eigen verdienmodel waar zij zo wel bij varen.

Ze veinzen zich in te zetten voor de bestrijding van sociale ongelijkheid

Exact deze strategie zien we bij Bol.com en HEMA. Ze veinzen zich in te zetten voor de bestrijding van sociale ongelijkheid, terwijl er in feite grof geld wordt verdiend over de rug van slecht betaalde werknemers. Met een klein gebaar waar vooral de mondige elite blij van wordt, verdoezelen ze de uitbuiting van een minder mondig deel van onze samenleving.

De denigrerende houding van de streefklasse

Maar is er meer aan de hand. Vroeger onderscheidde de elite zich van de massa door de aanschaf van dure consumptiegoederen. Aan de auto, het horloge of de kleding van iemand viel af te zien tot welke klasse diegene behoorde. Vandaag de dag is massaconsumptie echter breed toegankelijk en onderscheidt de elite zich niet langer op basis van goederen, maar op basis van cultureel kapitaal. De huidige elite leest boeken en een goede krant, kijkt naar documentaires op NPO2, gaat naar musea en theater en doet de boodschappen biologisch met een canvastasje in de hand. (En ja, ik beschrijf hier ook mezelf.)

Professor Elizabeth Currid-Halket noemt deze nieuwe elite de ‘streefklasse’. Deze klasse streeft naar een betere wereld en probeert daaraan bij de dragen door individuele keuzes. Diversiteit, feminisme en de antiracismebeweging zijn onderdeel geworden van het cultureel kapitaal waarover de streefklasse beschikt.

Het is een luxe om je te kunnen verdiepen in allerhande maatschappelijke problemen

Dat de elite probeert de wereld een stukje beter te maken door een aanpassing van haar consumptiegedrag is op zichzelf alleen maar toe te juichen. Maar wat niet vergeten moet worden is dat het een luxe is om je te kunnen verdiepen in allerhande maatschappelijke problemen. Net zo goed als dat het een luxe is om je boodschappen biologisch en lokaal te kopen. De elite beschikt over de middelen en de tijd om naar deze betere wereld te streven, terwijl het kansarme deel van de samenleving genoeg heeft aan zijn eigen problemen.

Helaas is de streefklasse zich nog onvoldoende bewust van het voorrecht dat zij geniet. Over mensen die feminisme en diversiteit niet zo hoog op de agenda hebben staan wordt meewarig gezegd dat zij nog niet ‘woke’ zijn, waarmee de streefklasse nog maar eens benadrukt dat haar agenda de enige juiste is.

Dit oordelen over mensen die hun prioriteiten anders leggen is problematisch. Zo makkelijk is het namelijk niet om cultureel kapitaal te vergaren als je dit niet van huis uit hebt meegekregen. Helemaal niet als je vooral druk bent met in je eigen levensonderhoud voorzien.

Dubbel gekrenkt

De streefklasse is daarnaast nogal makkelijk te paaien door middel van gevatte webcare of gelikete social media posts waarin bedrijven aandacht besteden aan de progressieve agenda. Minder bekommert ze zich om het kansarme deel van de samenleving dat zich uit de naad werkt in de winkels en magazijnen van de bedrijven in kwestie.

De kansarme groep wordt ondertussen twee keer gekrenkt. Niet alleen heeft ze zich te voegen naar de slechte arbeidsomstandigheden van deze bedrijven, ze wordt daarnaast door webcaremedewerkers ingezet als goedkoop vermaak voor de consument. Voor zulk ‘woke’ kapitalisme hoeven we niet te juichen.

Verder lezen

Elizabeth Currid-Halket, The Sum of Small Things: A Theory of the Aspirational Class, Princeton University Press 2017.

Nicholas Tampio & Enzo Rossi, “Taking the Racism out of Capitalism isn’t Good Enough”. Marketwatch.


Meer:

4 Comments

  1. Slavenarbeid, armoede, hard werkende onderklasse, grijze middengroep, welvarende middenklasse, culturele opinion leaders en een zeer kleine groep superrijken, hebben we al duizenden jaren.
    Problematisch is echter dat we de zwaar minder bedeelde groepen en de uitbuiters in onze moderne maatschappij nog steeds hebben. Dat we nog steeds geïnstitutionaliseerde slavernij hebben, ook in Nederland. Wij zorgen niet goed voor deze groepen.
    Rechtse en linkse politieke partijen, waarvan de kiezers te vinden zijn in alle bovengenoemde groepen, hebben er bewust voor gekozen om een neoliberaal maatschappij model te koesteren.
    De rijken omdat uitbuiting van mensen en middelen hun korte termijn streven naar winstmaximalisatie het beste diende, middengroepen omdat ze geloofden dat meedoen de beste baanzekerheid zou bieden en de armen omdat ze zich wel moeten voegen aan de macht en zich moeten laten uitbuiten om te overleven. De overheid dit dit geheel faciliteerde.
    De zogenoemde streefklasse is eigenlijk een groep maatschappij pioniers die de voorhoede vormen naar een betere maatschappij. Ik zou de life style achtige houding van sommigen daarvan niet over dramatiseren.
    Van belang is nu om uit de pioniersfase te komen en mainstream het neoliberalisme de rug toe te keren.
    Betere verdeling van rijkdom en inkomen, zeggenschap en aandeel van werkers in hun bedrijf, bedrijven omvormen naar coöperaties, basisinkomen voor de armste mensen, koppeling van belastingen aan klimaat, milieu en maatschappelijke waarde, breken van aandeelhoudersmacht, de financiële sector en grote internationale bedrijven die uitbuiting als verdienmodel hanteren, de uitbuiters en criminelen heropvoeden of uitsluiten, meer en betere sturing door een sterke overheid die de burgers, klimaat en milieu centraal stelt en bedrijven als middel voor inkomsten daaraan ondergeschikt maakt.
    Maatschappelijk en coöperatief zou m.i. de politieke richting moeten worden, en wel internationaal.
    Hierin past ook een goed geleid immigratiebeleid.
    Enerzijds vanuit mensenrechten en anderzijds vanuit absorptiecapaciteit en draagvlak en volwaardige integratiemogelijkheid in de maatschappij. Maar vooral ook van investering in onderontwikkelde landen in een basiswelvaart daar.
    Het is dus tijd voor een politieke omwenteling.
    Zijn de burgers daarvoor klaar? Of beter: worden zij daarop voorbereid door de politieke leiders? Hebben wij wel de juiste politieke leiders?

  2. Wat ik eigenlijk mis aan een artikel als dit is een richtsnoer voor sociaal rechtvaardig ondernemen. Zijn die even makkelijk te vinden als normen voor maatschappelijk verantwoord consumeren? Is dat überhaupt mogelijk?

    Volgens mij kan logisch gezien een onderneming als Hema prima gendergelijkheid nastreven in haar beloningsstructuur, en tegelijkertijd bezuinigen op het loon: iedereen is gelijk, er wordt rekening gehouden met intersectionaliteit, onder de streep krijgt iedereen weinig. Niks hypocrisie; niks witwas. Het één spreekt het ander gewoon niet tegen.

    Maar als ik het artikel goed begrijp is er een verschil tussen de daadwerkelijke inzet voor sociale rechtvaardigheid, en een louter (ijdel) streven. En dat er zoiets als geveinsd streven is. (Of alle streven “geveinsd” is leer ik er niet uit.) Dus wat is het dat de Hema nog niet goed doet, en (impliciet verondersteld) de sociaal bewuste burger wel? Dat blijft de auteur ons schuldig.

    Ik wil wel een schot voor de boeg wagen: herkenbaarheid, het hebben van een gezicht. Ik nam kennis van dit artikel via een connectie op linkedin, die het schrijfsel van een bekende likete (en bekenden die de repost weer liketen). Dat is amicaal van ze, want in “content” genereren gaat tijd zitten. Zo een soort sympathie vind je niet voor de Hema, en al zeker niet voor Bol.com. Het grootbedrijf is niemand dierbaar, en kunnen we als zodanig makkelijker de maat nemen; je dierbaren zijn niet perfect maar toch zeker niet slecht.

    “Woke”, “Hipster”, “Neoliberaal”, het zijn allemaal lege containerbegrippen die we voor de ander gebruiken. “Geveins”, “strategie”, volgens mij schieten we er bar weinig mee op.

  3. Wat ik eigenlijk mis aan een artikel als dit is een richtsnoer voor sociaal rechtvaardig ondernemen. Is dat überhaupt mogelijk? Zijn die even makkelijk te vinden als normen voor maatschappelijk verantwoord consumeren?
    Volgens mij kan logisch gezien een onderneming als Hema prima gendergelijkheid nastreven in haar beloningsstructuur, en tegelijkertijd bezuinigen op het loon: iedereen is gelijk, er wordt rekening gehouden met intersectionaliteit, onder de streep krijgt iedereen weinig. Niks hypocrisie; niks witwas. Het één spreekt het ander gewoon niet tegen.
    Maar als ik het artikel goed begrijp is er een verschil tussen de daadwerkelijke inzet voor sociale rechtvaardigheid, en een louter (ijdel) streven. En dat er zoiets als geveinsd streven is. (Of alle streven “geveinsd” is leer ik er niet uit.) Dus wat is het dat de Hema nog niet goed doet, en (impliciet verondersteld) de sociaal bewuste burger wel? Dat blijft de auteur ons schuldig.
    Ik wil wel een schot voor de boeg wagen: herkenbaarheid, het hebben van een gezicht. Ik nam kennis van dit artikel via een connectie op linkedin, die het schrijfsel van een bekende likete (en bekenden die de repost weer liketen). Dat is amicaal van ze, want in “content” genereren gaat tijd zitten. Zo een soort sympathie vind je niet voor de Hema, en al zeker niet voor Bol.com. Het grootbedrijf is niemand dierbaar, en kunnen we als zodanig makkelijker de maat nemen; je dierbaren zijn niet perfect maar toch zeker niet slecht.
    “Woke”, “Hipster”, “Neoliberaal”, het zijn allemaal lege containerbegrippen die we voor de ander en het andere gebruiken. “Geveins”, “strategie”, als het “iets” dat de ander van ons zou onderscheiden, volgens mij schieten we er bar weinig mee op.

  4. Interessevraagje, vanwege de koppeling tussen het boek van Currid-Halkett en de antikapitalistische kritiek van het artikel waarnaar wordt verwezen: zie je de streefklasse zo dat antikapitalistische academici die middelen hebben om de valstrikken van het streven te omzeilen? Is dat vanzelfsprekend, dat dat lukt?
    De reden dat ik dat vraag is dat ik een spanning tussen beide denkstromen aanvoel. Ik kan me een sterk linkse kritiek op Currid-Halket voorstellen die van haar kanttekeningen bij de streefklasse zegt dat ze verzwijgt waar het écht om gaat. Dat de streefklasse de gewone man óók onderdrukt met cultureel kapitaal, maar dat dat kapitaal zelf weer stoelt op het “ouderwetse” kapitaal van productiemiddelen.
    Currid-Halket zou die kritiek kunnen omdraaien: dat, ik noem maar een dwarsstraat, de antikapitalistische academicus – waarschijnlijk tegen wil en dank – een onderdeel is geworden van de streefklasse, omdat de samenleving zo is doortrokken geraakt van gepolitiseerde cultuur dat we het eigenlijk nergens anders meer over hebben. (Ik weet niet hoe ze haar stellingen uiteindelijk onderbouwt, maar dat is wat ik me er persoonlijk bij voorstel.)
    Ik denk dat ik eigenlijk twee vragen stel. De eerste is: waarom passen de beschrijving (is het kritiek?) van Currid-Halket van de streefklasse, en de linkse kritiek van op “woke” kapitalisme van Rossi en Tampio voor jou goed bij elkaar?
    De tweede vraag heeft daarmee te maken, vind ik: je lijkt een zekere “schaduwwerking” van cultureel kapitalisme op jouw eigen bewuste consumptie te herkennen. Daar lijk je geen obstakel in te zien. Hoe ga je daar mee om? Kan die spanning worden opgelost? Hoe spring je als linkse consument over je eigen schaduw heen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *