Door Bas van Woerkum (Radboud Universiteit)

Keer op keer blijkt: vermogens die we ooit als ‘typisch menselijk’ zagen, blijken na zorgvuldig onderzoek óók in andere diersoorten aanwezig te zijn.

Tenminste, dat wordt vaak beweerd. Maar wat is er eigenlijk ‘typisch menselijk’? Wat karakteriseert ons als soort? Volgens filosoof Cameron Buckner hebben veel filosofen en wetenschappers een vertekend beeld van typisch menselijke vermogens. Hij noemt de misvatting over onze eigen vermogens ‘antropofabulatie’, een samentrekking van antropos (mens) en confabulatie (overdrijven of verzinnen).

Neem het onderzoek naar sociale interactie. Lang veronderstelden wetenschappers dat een theory of mind, het vermogen om gedachten en emoties aan anderen toe te schrijven, ten grondslag lag aan de meeste vormen van menselijke interactie. Maar in veruit de meeste situaties berust interactie op gewoonten, rolverdeling, sociale normen, conventies en andere regelmatigheden. Dat maakt een theory of mind meestal overbodig. Zo ‘typisch menselijk’ is het dus niet.

Toch nemen we deze atypische theory of mind, en niet onze typische waarneming van rollen, gewoontes en conventies, als uitgangspunt en maatstaf om iets te leren over de sociale vermogens van andere diersoorten. We vragen ons af: heeft een chimpansee, raaf of dolfijn óók een theory of mind, net als wij?

Vervolgens tonen deze dieren zo’n ‘volwaardige’ capaciteit slechts bij benadering. In feite onderzoeken we dus of een vertekend beeld van onszelf in primitievere vorm aanwezig is in andere diersoorten. Dat bevestigt vervolgens weer een evolutionair perspectief op onszelf als cognitief meest ontwikkelde soort.

Welke vermogens delen we nu écht met andere dieren? En wat maakt ieder dier, waaronder de mens, uniek? Het vinden van het ‘mensachtige’ in andere diersoorten heeft vaak tot doel deze diersoorten te verheffen. Maar door andere dieren te vergelijken met een misplaatst idee van wat het betekent om mens te zijn, doen we recht aan dier noch mens.

Verder lezen

Buckner, C. (2013). Morgan’s Canon, meet Hume’s Dictum: avoiding anthropofabulation in cross-species comparisons. Biology and Philosophy, 28(5), 853-871. – In dit artikel werkt Buckner het idee van antropofabulatie uit.

Barrett, L. (2011). Beyond the Brain: How Body and Environment Shape Animal and Human Minds. Princeton University Press. – Louise Barrett beschrijft hoe we valkuilen als antropomorfisme en antropofabulatie kunnen voorkomen aan de hand van een ‘belichaamde’ en ‘gesitueerde’ theorie over cognitie.

Andrews, K. (2020). The Animal Minds: An Introduction to the Philosophy of Animal Cognition (2nd ed.). Routledge University Press. –Andrews’ The Animal Minds is een toegankelijke en volledige introductie in de filosofie van dierlijke cognitie. Het boek bevat onder andere hoofdstukken over het bestuderen van het gedrag van dieren, bewustzijn, gedachten en sociale cognitie.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

5 Comments

  1. Als er een sector is die berust op conventies en gewoonten, dan is het wel de juridische. Maar toch gaat die uit van een ‘theory of mind’. De grondslag van het hele juridische bouwsel van wetten en rituelen is dat mensen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hun handelen. De theorie daarachter is dat mensen bewuste keuzes maken. En dat die keuzes gevolgen hebben waar ze rekening mee kunnen houden bij hun beslissingen. Als je die opvatting bestrijdt, bestrijd je in feite ons hele juridische systeem.

    1. Beste Pim,

      Dank voor je reactie. Ik ben het met je eens dat, wanneer je ontkent dat mensen bewuste keuzes maken, dit gevolgen heeft voor ons juridische systeem. Alleen beweer ik dat hier niet. Ten eerste, mensen kunnen volledig bewuste keuzes maken, maar in veel situaties doen ze dat niet, omdat er makkelijkere strategieën voorhanden zijn. Ten tweede, je kunt ook verantwoordelijk gehouden worden voor deze ‘makkelijkere strategieën’, omdat rollen, conventies, normen, etc. je niet volledig bepalen en je ook daarop weer kunt reflecteren, zowel in het moment zelf, als vooraf en achteraf.

  2. waarom zouden we het unieke dier “de mens” centraal zetten in vergelijking met andere dieren, waarom zouden wij mensen de norm zijn. Omdat we de enige soort zijn die deze vergelijking maken?
    Als we kijken naar overeenkomsten dan zijn het juist de andere dieren die veel gemeen hebben, de mens is de uitzondering.
    Juist daarom zijn wij niet de norm maar de afwijking,

  3. Kunnen we eigenlijk wel iets anders dan onszelf centraal stellen? Jij bent het centrum van jouw wereld. Alleen jij kent je motieven en drijfveren. Alleen jij weet wat je weet en wat je beroert. De wereld draait letterlijk om jou. Draai jij je om, dan draait de wereld om je heen. En wat er niet tussen je oren zit, dat ken je niet. Alle wetenschap begint bij een gedachte, en kan door een gedachte verworpen worden. Eigenlijk is de fenomenologie de enige ware wetenschap. “Zurück zu den Sachen selbst”, zoals Husserl het zei. Het gaat om de wereld zoals jij hem ziet. Een alternatief is er niet.

  4. Hallo Pim, mijn bijdrage gaat over een fundamenteel verschil van inzicht. Wij mensen moeten gaan leren vanuit het zicht van de hele wereld te denken en handelen. Vanuit een geintegreerd belang en doelstellingen. Ons zelf, mij/jou centraal stellen zal m.i. leiden tot een catastrofe voor de mens, minder van de wereld, op lange termijn.

Laat een antwoord achter aan Ronald Heijman Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *