Door Florian van der Zee ()

Een inhuurkracht van de gemeente Utrecht zag onlangs een kunstwerk aan voor onkruid. Het betrof de ecologische trap achter het Centraal Museum. Die is de afgelopen drie jaar juist ijverig beplant om een ontmoetingsplek voor mens en natuur te worden. Ik lees overal dat de vernietiging van de plantjes zeer spijtig is. Maar toch zie ik de charme er wel van in.

In mijn verdediging: terwijl ik las over het voorval, moest ik denken aan het surrealisme. Ik wil het spijtige karakter van de wegbranding niet ontkennen. Het is triest voor de mensen die er hard aan hebben gewerkt, een ‘duur grapje’ en een gemis.

Ik heb niks tegen het kunstwerk of tegen de betrokkenen, integendeel. Maar juist dat tegendeel bezorgde me mijn mijmeringen. Ik vermoed namelijk dat het kunstwerk door deze vernieling geenszins aan kracht inboet. Het kunstwerk kan zich de vernieling toe-eigenen.

Meesters van de achterdocht

Toen ik las over het lot van het Utrechtse kunstwerk, moest ik dus denken aan het surrealisme. Zoals het voorwoord van André Bretons manifest beschrijft, liet het surrealisme zich inspireren door het marxisme en de psychoanalyse. Karl Marx en de vader van de psychoanalyse, Sigmund Freud, hielden zich allebei bezig met bewustzijn. En zoals Paul Ricoeur heeft opgemerkt, waren ze daarbij nogal achterdochtig.

Freud beschouwde de menselijke geest als een gespleten ding. Het menselijke bewustzijn verschijnt volgens hem in de confrontatie met verboden. In hun sociale omgeving maken mensen zich verboden eigen vanuit de gehechtheid aan verbiedende anderen.

Wie bovenaan de ladder staat, zal een gedachtegoed verspreiden dat de eigen dominantie goedpraat

Vanuit concurrentie om dezelfde dingen of mensen verbiedt de ander mij de bevrediging van sommige verlangens. Omdat ik niet aan die ander kan ontkomen en evenmin de concurrentiestrijd kan winnen, identificeer ik mij met hem of haar. Daarmee ‘word’ ik die ander en het verbod dat hij of zij belichaamt. Op die manier komt het verbod tenminste niet meer van buiten.

Maar een verbod is alleen zinvol als er iets te verbieden valt. Een mens is daarom tegelijkertijd verbod én verboden drift. Om zich staande te houden, verdringt de geest zowel ‘lagere’ verboden driften als ‘hogere’ verboden naar het onbewuste. Het gevolg is een in drieën gesplitste geest: een ‘laag’ onbewuste, een ‘hoog’ onbewuste en in het midden een schuldbewust ‘ik.’

Volgens Marx gaan achter het bewustzijn productieverhoudingen schuil. Zijn analyse begint bij het materiële bestaan van mensen. Hoe produceren mensen hun bestaansmiddelen? Wie doet wat, en waarmee?

Het komt eropaan dat onderdrukte bewustzijn te bevrijden

De geschiedenis bestaat uit verschillende antwoorden op die vragen, want de ene productiewijze brengt de andere voort. Die productiewijzen bepalen volgens Marx het bewustzijn. Wie bovenaan de ladder staat, zal veelal een gedachtegoed aanhangen en verspreiden dat de eigen dominantie goedpraat. Een ‘vals bewustzijn’ dus.

Revolutionaire kunst

De huidige productieverhoudingen heten ‘kapitalisme.’ En het kapitalisme creëert enerzijds een klasse die alle productiemiddelen bezit, en anderzijds een bezitloze klasse die al het werk doet. Zou laatstgenoemde klasse afrekenen met de eerste, dan zou een samenleving volgen zonder privaateigendom, hiërarchie of vals bewustzijn.

Het surrealisme zag de relevantie van deze achterdocht voor de kunst. Zowel psychoanalyse als marxisme openen de mogelijkheid van een bewustzijn dat misleidt, waarin de rechtvaardiging van onderdrukking als ‘het hogere’ of ‘het ware’ verschijnt.

Het marxisme vereist een revolutie op het niveau van de productieverhoudingen. De psychoanalyse levert een verzameling onderdrukte driften aan als geestelijke revolutionaire kracht, of tenminste als de restanten van een waar bewustzijn.

Het komt eropaan dat onderdrukte bewustzijn te bevrijden. Voor de surrealist is dat de weg naar de verdrongen waarheid en daarmee eventueel ook naar het doorbreken van het kapitalisme.

De surrealisten poogden hun onderdrukte bewustzijn in het kunstwerk tóch voor de geest te halen

Dat is waar voor de surrealisten de kunst kwam kijken. De mogelijkheid van een vrije uiting van het onderdrukte in de kunst werd aangereikt door Freud zelf. Volgens hem kan het onderdrukte ondanks aanhoudende onderdrukking toch tot uiting komen. Dat kan op twee manieren: in de malaise van de neurose, of in een verheven vorm als de kunst.

De surrealisten grepen die laatste mogelijkheid met beide handen aan. Zij poogden hun onderdrukte bewustzijn in het kunstwerk tóch voor de geest te halen. Daarmee wilden zij zich bevrijden van een vals bewustzijn en van de gevangenschap in een door dat bewustzijn gerechtvaardigde maatschappij.

Kunst, filosofie en (on)vanzelfsprekendheid

Hoe je hun theorieën verder ook waardeert, de marxistische en psychoanalytische achterdocht is zo gek nog niet. De filosofie leeft alvast van de gedachte dat niet alles wat ons bewustzijn vormt, zelf bewust is.

Een filosoof zoekt naar verborgen vooronderstellingen, naar aannames die voor ons zo vanzelfsprekend zijn dat ze ons niet meer opvallen. Die aannames sturen onze gedachten en handelingen. En Marx’ gedachtegoed herinnert ons eraan dat ze, bedoeld of onbedoeld, onderdrukking en andere kwalijke handelingspatronen kunnen goedpraten en helpen voortduren.

De inhuurkracht deed precies wat hij of zij diende te doen, zij het op de verkeerde plaats

Door ons perspectief te verschuiven en dingen in een andere context te plaatsen, kan kunst het vanzelfsprekende uit de vanzelfsprekendheid halen. Wat dat betreft verschillen kunst en filosofie niet zoveel van elkaar, en kunnen filosofen en kunstenaars steeds van elkaar leren.

Ik denk dan aan Giorgio de Chirico die het interieur van een woonkamer neerzet in een woestijn: juist door het huis weg te halen en ervoor te zorgen dat er iets niet klopt, komt de huiselijke betekenis van dat interieur naar voren.

Of ik denk aan een inhuurkracht die alle plantjes op een trap wegbrandt. Het ironische is dat de inhuurkracht precies deed wat hij of zij diende te doen, zij het op de verkeerde plaats. Het kunstwerk is een uitzonderlijke plaats waar de gewone regels niet gelden. Daardoor viel de handeling van de inhuurkracht op. En daardoor kan ons ook de gebruikelijke onopvallendheid ervan opvallen.

De normale, niet-uitzonderlijke stad is een ruimte ontdaan van ‘onkruid’ en ‘ongedierte’ waarin verdelging normaal en begroeiing uitzonderlijk is. Net als de akker van Timothy Morton moet die normale ruimte vooral een heleboel niet zijn.

Zo kunnen we op die trap in Utrecht toch maar mooi over onze eigen vanzelfsprekendheden struikelen.

Verder lezen

De Chirico, G. (1992). Hebdomeros. Cambridge, MA: Exact Change.


Meer:

1 Comment

  1. Goede verklaring waarom veel van onze bewoonde-, bedrijfs- en industriële ruimte juist vooral een heleboel niet is. Maar juist daardoor wel de kenmerken van surrealisme draagt. En waardoor mensen zich surrealistisch gedragen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *