Door Donovan van der Haak (afgestudeerd in filosofie aan Tilburg University)

Illustratie: Clara Stokhof

We leven in een land met een grote diversiteit aan opvattingen over welke richting we samen op zouden moeten gaan, en over wie ‘wij’ als Nederlanders nu eigenlijk zijn. De Tweede Kamer herbergt momenteel maar liefst achttien verschillende fracties, en op de gemiddelde familieverjaardag komen er ongeveer net zo veel verschillende visies samen.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Vaak zijn onze visies onverenigbaar, en dit leidt regelmatig tot wederzijds onbegrip en pijnlijke botsingen.

Als jouw vreemde oom Henk tussen twee happen taart door voor de zoveelste keer de standpunten van jouw politieke vijand begint te verdedigen, hoe kan je daar dan het beste mee omgaan? Om deze vraag te beantwoorden, raadpleeg ik twee vergelijkbare, maar toch ook uiterst verschillende filosofen: Nazi-ideoloog Carl Schmitt en mijn eigen professor Hans Lindahl. Op het eerste gezicht lijkt die combinatie misschien wat curieus, maar we zullen zien dat we er veel van kunnen opsteken.

Henk en Ingrid

Veel mensen denken dat onze politieke opvattingen door de tijd heen steeds verder uit elkaar zijn gegroeid. Politicologisch onderzoek wijst echter uit dat dat eigenlijk wel meevalt. Maar hoe verklaren we dan het direct waarneembare onbegrip dat veel mensen lijken te hebben voor mensen die op een andere partij stemmen?

Wij Nederlanders, voor PVV’ers zijn dat Henk en Ingrid

Dat wordt duidelijk als we de aandacht verschuiven van de polarisatie van onze inhoudelijke overtuigingen, naar ‘affectieve polarisatie’: een groeiend gevoel van wantrouwen en aversie tussen mensen met verschillende politieke voorkeuren. Zulke wederzijdse afkeer tussen groepen met verschillende standpunten zien we wel degelijk in Nederland.

Politicoloog Eelco Harteveld drukt het als volgt uit: “Een PVV’er is voor een GroenLinkser veelal iemand van een andere planeet en andersom.” PVV’ers hebben een totaal ander beeld van wie ‘wij’ als Nederlanders zijn dan kiezers van andere partijen. ‘Wij Nederlanders’, voor hen zijn dat Henk en Ingrid. Ook verschillen kiezers van uiteenlopende partijen met elkaar van mening over wat ‘wij’ als collectief wel en niet zouden moeten doen – of het nou gaat om klimaatbeleid, abortus of Zwarte Piet.

Hoewel onze opvattingen over thema’s als deze inhoudelijk altijd al verschilden, kunnen we vandaag de dag maar weinig begrip opbrengen voor mensen met andere, voor ons vreemde ideeën over dit soort kwesties. Progressieve studenten plakken stickers met ‘fuck FvD’ op hun laptop; aanhangers van sterk conservatieve partijen ridiculiseren op hun beurt de linkse ‘snowflakes’ die altijd maar overal door gekwetst zijn. Hoe kunnen we proberen om, ondanks onze verschillen, toch op een goede manier met andersdenkenden omgaan?

Vriend en vijand

Ondanks dat Carl Schmitt een prominent lid was van de NSDAP, kunnen we zijn theorie gebruiken om op die vraag een antwoord te vinden. Volgens Schmitt kan de politiek herleid worden tot het onderscheid tussen het eigene (wij) en het vreemde (zij), wat voor hem gelijk staat aan het onderscheid tussen vriend en vijand. Waar het eigene een herkenbare opvatting over onze identiteit en levensstijl betreft, is het vreemde vijandelijk omdat het een existentiële bedreiging voor ons kan vormen. Het vreemde trekt onze eigen identiteit in twijfel.

Wilders komt niet alleen op voor Henk en Ingrid, maar zet Henk en Ingrid ook op tegen Fatima en Mohammed

In de ogen van aanhangers van sommige politieke partijen wordt de Nederlandse identiteit bedreigd door de komst van immigranten en vluchtelingen. Geert Wilders komt niet alleen op voor Henk en Ingrid, maar zet Henk en Ingrid ook op tegen Fatima en Mohammed. Aan de andere kant van het politieke spectrum worden zulke ideeën op hun beurt als bedreigend beschouwd voor onze eigen identiteit, namelijk als een gevaar voor een Nederland dat tegen discriminatie is en voor vrijheid van godsdienst.

Om het eigene tegen het vreemde te beschermen, stelt Schmitt een radicale oplossing voor: als de verschillen zo groot worden dat het vreemde een significante, existentiële bedreiging voor het eigene begint te vormen, dan moet de vijand simpelweg worden uitgeschakeld, zodat de eigen waarden en identiteit worden beschermd.

Het vreemde vreemd laten

We kunnen het onderscheid tussen het eigene en het vreemde ook anders bekijken. Hans Lindahl neemt in eerste instantie het onderscheid tussen het eigene en het vreemde van Schmitt over. Volgens hem is dat echter niet per se gelijk aan het onderscheid tussen vriend en vijand. Ook al bevraagt het vreemde wie wij zijn en wat we zouden moeten doen; het hoeft niet per se onze vijand te zijn.

We zullen nooit helemaal hetzelfde denken als de mensen om ons heen

Lindahl geeft het voorbeeld van de U’wa, een volk in Colombia met voor ons ongebruikelijke, niet-Westerse waarden. Toen een oliebedrijf in een stukje van hun land wilde gaan boren, dreigde het volk als collectief zelfmoord te plegen, omdat het land voor hen heilig is. Hoewel de U’wa wellicht ‘vreemd’ overkwamen op de rest van de Colombianen, hoefde de groep niet als vijand te worden bezien – zij wilden namelijk enkel hun eigen wetten kunnen naleven, zonder mee te gaan in het Colombiaanse politieke en economische systeem.

Lindahl en Schmitt focussen op een vrij radicale vreemdheid, zoals die van de U’wa. Wij Nederlanders staan echter nog wel in hetzelfde collectief. Zo belooft zowel de PVV als GroenLinks om de Nederlandse constitutie te verdedigen. Toch moeten we ons realiseren dat we nooit een eenduidig perspectief zullen krijgen op wie ‘de’ Nederlander is. We zullen nooit helemaal anders, noch helemaal hetzelfde zijn en denken als de mensen om ons heen.

Deze gedachte spoort ons aan om, naast het uitdragen van onze eigen normen en waarden, toch ook het vreemde vreemd te laten. Volgens Lindahl moeten we verder gaan dan inclusiviteit: in plaats van groepen andersdenkenden in te sluiten en hen net als ons te maken, kunnen we hen ook juist laten voor wie zij zijn. Ongeacht onze politieke verschillen kunnen we proberen om elkaar te accepteren en elkaars menselijkheid te blijven inzien.

En zo leren we wat ons te doen staat, de volgende keer dat ome Henk plaatsneemt op de praatstoel. We kunnen de dialoog met hem aangaan, maar moeten oppassen om zijn vreemde ideeën niet direct als ‘vijandelijk’ af te schrijven. In plaats daarvan moeten we hem gewoon een beetje vreemd laten.

Verder lezen

Lindahl, Hans. 2013. Fault Lines of Globalization. Oxford: Oxford University Press.

Schmitt, Carl. 1931. The Concept of The Political. New Jersey: Rutgers University Press.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

2 Comments

  1. Toen iemand mij zei dat we om verschillende redenen een groot immigratieprobleem hebben en als beste oplossing aangaf ze in kleine bootjes de zee op te sturen, gaf ik als antwoord: we hebben geen immigratieprobleem maar een leiderschapsprobleem.
    We waren het snel eens: zorg voor een streng en kordaat asielsysteem, waarin gelukszoekers direct worden teruggestuurd en mensen in nood goed worden opgevangen om tzt weer terug te gaan als het kan. Doorbreek het niet uitgesproken gedoogbeleid door vluchtelingen als goedkope arbeidskrachten voor het bedrijfsleven te zien.
    Zo had hij het nog niet bekeken.
    Dus het advies is: zoek een overeenkomst op een hoger abstractieniveau en op achterliggende feiten waarover je het eens bent. En kijk verder dan je neus lang is.

Laat een antwoord achter aan Ronald Heijman Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *