Door Roy Dings (Onderzoeker Ruhr University, Bochum)

Mensen houden zichzelf voor de gek: ons eigen gedrag weten we altijd te rechtvaardigen en vervelend nieuws krijgt steevast een andere interpretatie.

Dát mensen zichzelf voor de gek houden, daarover zijn de meeste filosofen het wel mee eens. Maar hoe is dat eigenlijk mogelijk; zelf zowel bedrieger als bedrogene te zijn? Binnen de analytische filosofie ontstond rond 1960 een discussie over het paradoxale en ietwat mysterieuze karakter van zelfbedrog. Twee problemen stonden hierbij centraal.

Ten eerste de zogeheten ‘statische paradox’. Deze houdt in dat iemand die zichzelf bedriegt zowel p als niet-p zou moeten geloven, zoals ‘ik heb ongelijk’ maar ook ‘ik heb gelijk’. Volgens veel filosofen is dat een impossible state of mind.

Ten tweede de ‘dynamische paradox’: de intentie om jezelf te bedriegen zou het bedrog moeten ondermijnen. Immers, als je weet dat je bedrogen wordt dan mislukt het bedrog.
Alfred Mele stelt in zijn boek Self-deception unmasked (2001) dat het bestaande debat de (doorgaans impliciete) aanname heeft dat zelfbedrog vergelijkbaar is met ‘gewoon’ of ‘interpersoonlijk’ bedrog, maar dan binnen één individu.

Die aanname leidt tot de twee bovengenoemde paradoxen. Om deze te vermijden stelt Mele voor om zelfbedrog voortaan te benaderen als een vorm van gemotiveerde bias in plaats van analoog aan interpersoonlijk bedrog. Vanuit het perspectief van gemotiveerde bias is het niet zo dat iemand p denkt en zichzelf probeert te overtuigen van niet-p. In plaats daarvan bestaat zelfbedrog uit het selectief omgaan met informatie. Dat wil zeggen, onder invloed van verlangens en emoties ontstaan bepaalde vormen van bias.
Dit idee van Mele is in meerdere opzichten groots. Ten eerste omdat hij de klassiek filosofische strategie toepast om de vooronderstellingen in een discussie opnieuw onder de loep te nemen. Ten tweede omdat hij een alternatief naar voren schuift dat past bij onze intuïties. En ten slotte omdat hij zijn alternatieve verklaring inbedt in tal van experimentele resultaten uit de psychologie.

Dit is een aflevering uit de rubriek ‘Een Kleine Ode Aan een groots idee’. In ongeveer 300 woorden looft een Nederlandse of Vlaamse auteur een al dan niet vergeten filosofisch pareltje.

Verder lezen

Davidson, D., 1985, “Deception and Division,” in Actions and Events, E. LePore and B. McLaughlin (eds.), New York: Basil Blackwell.

Mele, A.R. (2001). Self-deception Unmasked. New Jersey: Princeton University Press.

Deweese-Boyd, Ian, “Self-Deception”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2017 Edition), Edward N. Zalta (ed.), URL = <https://plato.stanford.edu/archives/fall2017/entries/self-deception/>.

Dings, R. (2017). Social strategies in self-deception. New Ideas in Psychology47, 16-23.


Meer:

1 Comment

  1. Zelfbedrog gaat prima samen met zelfbescherming, uitbanning van existentiële angst.
    Voorbeeld is religie, een firewall tegen angst (onzekerheid)
    Existentiële angst komt voort uit ons bewustzijn, dat overal “waarom” aan toevoegt. Het besef van onwetendheid is een last. De kerk is gespecialiseerd in antwoorden op vragen over het onbekende. De wetenschap kan deze rol niet vervullen, want wetenschappelijke ontdekkingen werpen weer een veelvoud aan nieuwe vragen op. Zelfbedrog dempt angst.
    De ontkerkelijking transformeerde God naar Moeder Aarde, zodat nu milieu organisaties de nieuwe kerkvaders zijn. Extreem weer is “de wraak van Moeder Aarde” en zonnepanelen op het dak de nieuwe aflaten. Kassa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *