Door Marjolein de Boer (Postdoc Tilburg University)

Sinds de geboorte van de eerste ‘reageerbuisbaby’ in 1978 hebben onvruchtbaarheidsbehandelingen een enorme vlucht genomen. Er wordt geschat dat er al acht miljoen baby’s zijn geboren met behulp van dit soort behandelingen. En met de huidige technologische ontwikkelingen op het gebied van (on)vruchtbaarheid is de verwachting dat dit aantal in de toekomst nog veel groter zal worden.

Grofweg twee derde van de onvruchtbaarheidsbehandelingen leidt niet tot een kind

Hoewel dit soort medisch ingrijpen de kans op het krijgen van een kind vergroot, is het allerminst een zorgeloze weg naar het ouderschap. Grofweg twee derde van de onvruchtbaarheidsbehandelingen leidt niet tot een kind. Veel vrouwen worden niet zwanger tijdens de behandeling of krijgen een miskraam, en anderen krijgen een doodgeboren kindje. Ook vragen de bijbehorende hormoonbehandelingen, het monitoren van het lichaam, het plannen van seks, en het tussentijdse wachten vaak veel van deze vrouwen en hun omgeving. 

Een belangrijke vraag is dus wat het betekent voor vrouwen om een onvruchtbaarheidsbehandeling te ondergaan. Hoewel dit in eerste instantie vooral een empirische en sociaalwetenschappelijke vraag lijkt, is het wel degelijk ook een filosofische vraag. Het is een fenomenologische vraag naar de ervaring van de mens van zichzelf, anderen, en haar leefomgeving, en dus uiteindelijk een vraag naar de complexe verhouding tussen mens en wereld. Een fenomenologie van onvruchtbaarheid kan bovendien helpen om een antwoord te geven op de ethische vraag hoe we ‘goed’ voor vrouwen in onvruchtbaarheidsbehandelingen kunnen zorgen. Redenen genoeg om ervaringen van onvruchtbaarheidsbehandelingen nader te bestuderen.

Veel van deze vrouwen zeiden terug te verlangen naar de tijd voor dit verlies

Verlies, melancholie en rouw

De afgelopen twee jaar heb ik vrouwen die een onvruchtbaarheidsbehandeling hebben ondergaan geïnterviewd. Wat opviel was dat zij allemaal spraken over verlies, ongeacht of de behandeling slaagde of niet. De meeste vrouwen waren tijdens hun behandeling één of meerdere keren zwanger. Maar deze zwangerschappen leidden lang niet altijd tot de geboorte van een levend kind. Velen van hen spraken daarom over het verlies van een foetus of een kind. Daarnaast vertelden sommige vrouwen dat zij vervreemd raakten van hun partner tijdens de turbulente behandelingsperiode. Of zij spraken over een bevredigend seksleven dat verloren is gegaan doordat seks enkel in het teken van voortplanting kwam te staan. Ook praatten vrouwen, wanneer de behandeling niet succesvol bleek, over het verlies van hoop op een toekomst als moeder. Anderen vertelden juist over het verlies van een kinderloze toekomst, als de langgekoesterde wens om moeder te zijn uitkwam, maar de realiteit tegenviel. 

Veel van deze vrouwen zeiden terug te verlangen naar de tijd voor dit verlies: naar toen zij zwanger waren, een fijn liefdesleven hadden, of een mooie toekomst voor zich zagen als moeder. We zouden deze vrouwen melancholisch kunnen noemen. 

Sigmund Freud is een van de meest invloedrijke denkers over melancholie. Hij verstaat onder melancholie het wanhopige verlangen om verzoend te worden met een object dat verloren is gegaan. Dit verlangen heeft grote gevolgen voor de manier waarop een melancholicus betekenis geeft aan zichzelf en het leven. Het zorgt ervoor dat het heden en de toekomst als minder betekenisvol wordt ervaren dan het verleden. De melancholicus leeft als het ware in het verleden. 

Veel geïnterviewde vrouwen rouwen door verhalen te vertellen over hun verlies

Gezien dit effect van melancholie is het volgens Freud van belang om melancholie te overwinnen, namelijk door te rouwen. Voor Freud betekent rouwen dat je je losmaakt van het object dat je verloren hebt. Dit wil niet zeggen dat het verloren object aan betekenis verliest: het object, en de band daarmee, moet een nieuwe plaats krijgen in het levensverhaal van de persoon. Tijdens mijn onderzoek kwam ik een specifieke manier van rouwen tegen. Veel geïnterviewde vrouwen rouwen door verhalen te vertellen over hun verlies. Dit noemt de hermeneutische filosoof Paul Ricoeur narratieve rouw. Erica, een van de vrouwen die ik interviewde, is hiervan een voorbeeld.

Erica’s narratieve rouw

Toen Erica 28 weken zwanger was beviel ze van haar doodgeboren zoontje. Ze vertelt dat ze “er alles voor over heeft” om terug te keren naar de tijd dat ze zwanger was. Toen had ze namelijk het gevoel dat ze “echt” moeder was. Wanneer ik met haar doorpraat over dit verlangen, vertelt ze mij over de bevalling. Ze zegt zich nog maar weinig te herinneren, maar naarmate ze verder vertelt komen steeds meer details terug. Bijvoorbeeld het moment net na de bevalling. Ze wist meteen hoe ze haar zoontje vast wilde houden: “Het voelde zo natuurlijk.” Na een lange pauze vervolgt ze: “Op een dag zal ik een goede moeder worden.”

Het lijkt erop dat het vertellen van haar verhaal tijdens het interview Erica een mogelijke uitweg uit haar melancholie biedt. Het helpt haar te herinneren dat het “zo natuurlijk” voelt haar zoontje vast te houden. En deze herinnering zorgt ervoor dat ze niet alleen terugverlangt naar het verleden, maar ook een toekomst voor zich ziet als “een goede moeder.” 

Ricoeur laat zien hoe een dergelijk narratief rouwproces in elkaar steekt. Elke keer dat wij een verhaal vertellen, stelt hij, wordt het verhaal iets anders verteld. Er komen nieuwe dingen bij, en sommige aspecten verdwijnen of worden anders verteld. Daarmee krijgt hetgeen waar het verhaal over gaat met elke vertelling een iets andere betekenis. In het opnieuw vertellen van verliesverhalen kan het verlies dus ook een andere betekenis krijgen. Verhalen kunnen de melancholicus helpen het verleden een nieuwe betekenis te geven, en daardoor weer vooruit te kijken, zoals het geval is voor Erica.

Leanne’s moeilijke rouw

Narratieve rouw is zeker niet eenvoudig. Dit zien we bij Leanne, een andere vrouw die ik heb geïnterviewd. Na een succesvolle behandeling krijgt Leanne een miskraam. Die ervaart ze als een groot verlies. Ze probeert het hevige verlangen naar de tijd dat ze zwanger was los te laten; maar elke keer als ze over haar miskraam praat, voelt ze “weer opnieuw die pijn.” Het “allermoeilijkste” vindt ze dat “al dat gepraat ook net zo goed niets kon opleveren.” 

Als we, steeds opnieuw, een luisterend oor bieden bij verliesverhalen, zal dit hopelijk voor sommige vrouwen leiden tot het vermogen hun melancholie los te laten

Inderdaad, verhalen vertellen over verlies is geen garantie dat een nieuwe betekenis van het verlies, één die helpt het verleden los te laten, zich aandient. Vrouwen lijken hun verhalen te moeten vertellen om te rouwen. Maar het gehoopte resultaat van deze verhalen, namelijk een nieuwe, helende betekenis kunnen geven aan het verlies, lijkt niet afgedwongen te kunnen worden. 

Het belang van geduld 

Daarmee lijkt rouwen een belangrijke, maar ongrijpbare plaats in te nemen in de context van onvruchtbaarheidsbehandelingen. Voor vrouwen is het vertellen over hun verlies een mogelijke, en wellicht de enige, uitweg uit een verlammende melancholie die samen kan gaan met deze behandeling. Maar het loslaten van hun melancholisch verlangen door middel van narratieve rouw kost tijd en is vaak moeilijk. Bovendien is het uiteindelijk niet voor iedereen weggelegd. Het succes van hun rouwproces is immers afhankelijk van een onafdwingbare nieuwe betekenis die uit het vertellen van verliesverhalen voortvloeit. 

Wat mij betreft stemt deze conclusie niet tot somberheid maar tot een oproep voor ‘geduldige’ zorg voor vrouwen die onvruchtbaarheidsbehandelingen (hebben) ondergaan. Als we, steeds opnieuw, een luisterend oor bieden bij verliesverhalen, zal dit hopelijk voor sommige vrouwen leiden tot het vermogen hun melancholie los te laten.

Verder lezen

Boer, M.L. de, Bondevik, H., Solbraekke, K.N. (2019) ‘Beyond pathology. Women’s lived experiences of melancholy and mourning in infertility treatment’, online first in: BMJ Medical Humanities. URL:https://mh.bmj.com/content/early/2019/06/06/medhum-2018-011586

Freud, S. 1958 (1917). “Mourning and Melancholia.” In The Standard Edition of the Complete Psychological Works of Sigmund Freud, geredigeerd door J. Strachey and A. Freud, 243-258. 

Ricoeur, Paul. 1999. “Memory and Forgetting.” In Questioning Ethics: Contemporary Debates in Philosophy, 5-12: Routledge.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *