Door Stefan Wintein (Universitair docent Erasmus Institute for Philosophy and Economics)

Door Conrad Heilmann (Universitair hoofddocent Erasmus Institute for Philosophy and Economics)

Verkiezingen, verdelingen en spelletjes: allen moeten ze fair zijn. Maar wat is fair? In de Westerse filosofie wordt deze vraag voor het allereerst beantwoord door Aristoteles:

“Fairness vereist dat gelijken gelijk behandeld moeten worden, en ongelijken ongelijk, waarbij op proportionele wijze recht wordt gedaan aan relevante overeenkomsten en verschillen.”

Welke verschillen en overeenkomsten zijn relevant? Volgens een zeer invloedrijk antwoord op die vraag, gegeven door John Broome, vereist fairness proportionaliteit naar claims. Charlie heeft 10 euro geleend van Alice en 20 van Bob, maar heeft slechts 15 euro beschikbaar om terug te betalen. Wat is fair?

Broome zegt dat Alice en Bob claims hebben als we het hun, grofweg, verschuldigd zijn om een goed te geven. Claims zijn een bepaald type reden om iets aan iemand te geven, en hebben een objectief karakter. Alice en Bob hebben een voorkeurom zoveel mogelijk terug te krijgen, maar voorkeuren zijn subjectief en geven geen aanleiding tot claims. Geleend geld, maar ook het aantal behaalde stemmen in verkiezingen, hebben een objectief karakter en doen dit wel.

Fairness vereist proportionaliteit en niet dat de sterkste claim wint. Bob mag een sterkere claim hebben, maar het is unfairals Alice niks krijgt: in een proportionele, faire verdeling, krijgt Alice 5 en Bob 10 euro. Evenzo zijn “winner takes all” verkiezingssystemen (zoals in Groot-Brittannië) unfair: uitgebrachte stemmen op verliezende partijen worden niet weerspiegeld in het parlement.

Bij verkiezingen en schulden is het dus duidelijk hoe claims tot stand komen. Dit maakt het claim concept tot een nuttig algemeen begrip om de relevante overeenkomsten en verschillen tot uitdrukking te brengen.

Maar er zijn ook veel problemen waarvoor het complex en onzeker is wat de claims zijn. Bijvoorbeeld, wat bepaalt de sterkte van claims bij de verdeling van schaarse medische behandelingen, zoals IC-plekken? Het claim concept moet verder ontwikkeld worden om dergelijke vragen te beantwoorden: er is meer samenwerking nodig tussen filosofen, economen en sociale wetenschappers om het grootse idee van Aristoteles te realiseren. 

Verder lezen

Aristoteles. Ethica Nicomachea.

Broome, J. (1990). Fairness. Proceedings of the Aristotelian Society, 91, 87-101.

Heilmann, C. & Wintein, S. (2017). How to be fairer. Synthese 194, 3475-99:

https://link.springer.com/article/10.1007/s11229-015-0967-y

Verweij, M & Pierik, R. (2020). Het pijnlijke gesprek over ziekenhuisbedden moet juist nu gevoerd worden. Bij Nader Inzien, 23 maart 2020:

Wintein, S. & Heilmann, C. (2017). Eerlijkheid voor kleine partijen. Bij Nader Inzien, 7 augustus 2017:


Meer:

7 Comments

  1. De term ‘claim’ suggereert echter wel een subjectief element. En het probleem lijkt me dat zodra je het subjectieve element eruit haalt, het begrip eigenlijk weinig doet in deze context. De claim van een jong en gelukkig iemand op voorrang op de IC wordt daarmee niets meer dan de vraag wat de `objectieve’ waarde van een jong en gelukkig leven is t.o.v. andere levens. En dat is de vraag die sowieso al voorligt in de (mijns inziens terecht) consequentialistische benaderingen van het triage-vraagstuk.

    1. Bedankt! Onze alledaagse notie van een `claim’ heeft wellicht een subjectieve connotatie, de notie van een claim zoals die een rol speelt in Broome’s theorie heeft dit niet. Claims, volgens Broome, zijn niet gebaseerd op de voorkeuren van individuen. Verder zijn claims een bepaald type reden om een goed aan iemand te geven: consequentialistiche redenen zijn een ander type reden. Stel dat Alice en Bob allebei een schaars medisch goed nodig hebben en dat Alice 1 jaar jonger is dan Bob (“all else being equal”). Alice heeft dan wellicht een sterkere claim op het goed dan Bob precies dan als we het (jongere) leven van Alice `objectief’ meer waard vinden dan dat van Bob. Een strikt consequentialistische benadering zou het goed aan Alice geven, want dat heeft de beste gevolgen. Maar dit is niet per se het fairste. In tegenstelling tot consequentialistische redenen dienen claims niet `gewogen’ te worden: fairness vereist dat er op proportionele wijze recht aan ze wordt gedaan en dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het goed onder Alice en Bob te verloten. Fairness (claims) en consequentialistische redenen spelen allebei een belangrijke rol bij morele beslissingen.

    1. Absoluut waar. En we zullen er meer van schrijven.

      Voor een discussie over het fundamentele verschil tussen theoretiseren over fairness zelf (zoals Aristoteles, Broome,…), en theorieën waarin noties van fairness een belangrijke rol spelen (zoals Rawls,…), kunt u dit artikel altijd raadplegen:
      https://link.springer.com/article/10.1007/s11229-015-0967-y
      Er staat er zelfs een hele sectie over Rawls in, getiteld “Coda: fair division problems, allocative justice, distributive justice”.

  2. Het lijkt mij dat claims goed moeten worden onderbouwd en toegelicht. Alle relevante aspecten kunnen worden ingebracht. Daarnaast moeten degenen die deze onderbouwde claims beoordelen, neutraal kunnen afwegen en beslissen. Bij maatschappelijke vraagstukken zijn deze laatsten m.i. gekozen politici die de kaders stellen. De uitvoering binnen de kaders, op het gebied van triage en leven en dood, ligt bij artsen. Verantwoording alleen op basis van de gestelde kaders. Een getrapte en gedeelde verantwoordelijkheid dus.

  3. Blij te zien dat jullie met Aristoteles beginnen, Stefan en Conrad! Maar waar jullie alle soort ‘fairness’ – wat dat precies ook is – op een hoop gooien (‘Verkiezingen, verdelingen en spelletjes’), maakt Aristoteles een fundamenteel onderscheid tussen private kwesties, waarvoor principes van verdeling en rectificatie gelden, en politieke kwesties, waarvoor een beginsel van gelijkheid van vrije mensen geldt. In de politiek wordt bij Aristoteles niets verdeeld; er wordt alleen het bestaan van vrije mensen als gelijken ‘gedeeld’, of ‘meegedeeld’ – een idee dat je natuurlijk ook bij Hannah Arendt vindt. Politiek is juist datgene wat zich aan distributie onttrekt. Misschien is dat, by the way, ook wel de reden dat je bij iemand als Rawls over politiek juist heel weinig kunt vinden.

    1. Dank je wel Gijs! We merken op dat er veel verschillende zaken gezegd wordt dat ze `fair’ zouden moeten zijn. Dit geeft aanleiding tot het stellen naar de vraag wat `fairness’ dan precies, of ongeveer, is. Broome ontwikkelt een theorie over fairness, zoals hij in de eerste zin van zijn artikel (1990) zegt: `as it applies to the distribution of goods between people’. Ook (welvaarts-) economen spreken over `fairness’ als zij het over het verdelen van goederen hebben. Maar de economische `fairness’ noties, bijvoorbeeld in de vorm van no-envy, zijn gebaseerd op voorkeuren (en niet op claims) en radicaal anders dan een Broomeaanse notie van fairness. Kortom, het is zeker niet zo dat we alle soorten `fairness’ op een hoop gooien, verre van dat.
      En natuurlijk, er is inderdaad veel meer in Aristoteles dat een “Ode” verdient. Als filosofen die geïnteresseerd zijn in het begrip fairness zelf, worden we natuurlijk aangetrokken door Aristoteles’ concept van proportionaliteit: en dat speelt dan ook een sleutelrol in veel nieuwere theorieën over fairness. Ook willen we verdedigen dat er veel aspecten van de politiek en andere levenssferen zijn waarin een begrip van fairness als proportionaliteit ten opzichte van claims ons veel kan leren. Dat Aristoteles nog veel meer te zeggen had over rechtvaardigheid en de politieke arena zou waarschijnlijk het onderwerp moeten zijn van een andere “Ode”!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *