Door Egbert Ulijn (Masterstudent, Universiteit Amsterdam)

Nederlanders zijn boos, en dat voelt zo langzamerhand eigenlijk heel gewoon. Boeren rijden met hun tractoren over de snelweg en bezetten het Binnenhof. Bouwers kieperen grote hoeveelheden zand op het Malieveld. De wet overtreden om op te komen voor je idealen lijkt wel mainstream geworden als je naar het nieuws kijkt.

Ethisch gezien is het lastig om een eenduidige houding aan te nemen tegenover burgerlijke ongehoorzaamheid. Protestacties roepen ergernis op en perken de vrijheden van omstanders in, maar staan tegelijkertijd voor een belangrijk democratisch recht. Zitten er eigenlijk grenzen aan burgerlijke ongehoorzaamheid?

Rawls en de boeren

Politiek filosoof John Rawls doet in A Theory of Justice een poging om deze grenzen te bepalen. Hij introduceert een gedachtenexperiment, de zogenaamde ‘originele positie,’ waarbij een groep mensen beslist hoe hun ideale maatschappij in elkaar dient te zitten. De groep weet niet welke etniciteit, sociale status of gender ze zullen hebben. Het idee is dan ook dat ze daarom zullen kiezen voor een maatschappij waarin iedereen gelijkwaardig is, en niet voor een staat die één bepaalde groep voortrekt.

De mogelijkheid om ongehoorzaam te zijn waarborgt deze gelijkwaardigheid. Protestacties vormen een laatste redmiddel om de overheid te overtuigen dat een bepaalde groep wordt benadeeld. Je mag volgens Rawls alleen ongehoorzaam zijn als er sprake is van mensenrechtenschendingen.

Rawls stelt duidelijke voorwaarden aan burgerlijke ongehoorzaamheid: er mag geen geweld gebruikt worden, er moet rekening worden gehouden met de vrijheid van anderen en protestacties mogen alleen als het via de legale weg niet lukt.

Wanneer is gedrag gewelddadig? Is het blokkeren van een weg al een teken van geweld?

Zou Rawls achter de boeren en de bouwers staan? Het lijkt me niet. De protesten van de laatste maanden gaan helemaal niet over mensenrechten, maar over het bestaansrecht van bedrijven. De boeren en bouwers worden niet onderdrukt door het kabinet, maar hebben gewoon te maken met een transparant politiek beleid.

Ook voldoen de protesten hoogstwaarschijnlijk niet aan de door Rawls opgestelde voorwaarden. Het is bijvoorbeeld maar de vraag of de actiegroepen er alles aan hebben gedaan om eerst via de legale weg te protesteren.

Eerlijke gesprekspartner

Zijn al die protesten van boeren en bouwers dan onrechtvaardige vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid? Dit gaat toch wat ver. Over het algemeen vinden we het belangrijk dat mensen zich mogen uitspreken tegen het beleid van de overheid, ook als er geen sprake is van mensenrechtenschendingen. Ze zijn misschien irritant, die boeren en bouwers, maar het feit dat ze opkomen voor hun idealen vormt een belangrijk democratisch recht, zelfs als daarbij wetten worden overtreden.

De grenzen die Rawls opstelt voor burgerlijke ongehoorzaamheid zijn dus te streng, vindt ook politiek filosoof Robin Celikates. Ze staan te ver van de werkelijkheid af. Wanneer is gedrag bijvoorbeeld gewelddadig? Is het blokkeren van een weg al een teken van geweld? En wanneer beperk je anderen in hun vrijheid?

Flink tegengas geven is af en toe nodig

Om dichterbij de essentie van ongehoorzaamheid te komen, pleit Celikates voor een ‘democratische benadering.’ Protestacties dienen te worden beschouwd als een middel voor burgers om een eerlijke rol op te eisen binnen maatschappelijke debatten. De politiek heeft per definitie meer macht dan burgers om een debat naar zich toe te trekken. Flink tegengas geven is af en toe nodig.

Burgerlijke ongehoorzaamheid leent zich daar uitstekend voor. Het blokkeren van wegen of bezetten van gebouwen zijn belangrijke middelen geworden om onvrede op de politieke agenda te zetten. Burgers worden eerlijke gesprekspartners waar de overheid rekening mee moet houden. En met succes: nog nooit hebben boeren en bouwers zo vaak aan talkshow- en onderhandelingstafels gezeten. 

Grenzen van ongehoorzaamheid

Toch blijft de vraag: wat zijn nou die grenzen van burgerlijke ongehoorzaamheid? Is het überhaupt mogelijk om duidelijke richtlijnen op te stellen?

Een goed protest vindt de juiste balans tussen de politieke boodschap en de methode van protest. Het is een wankel evenwicht. Een protest met veel geweld overschaduwt het belang van een actiegroep, terwijl een protest zonder confrontatie genegeerd kan worden door de politiek. Enige schuring, zonder overmatig gebruik van geweld, is vaak nodig om echt serieus genomen te worden.

Nog nooit hebben boeren en bouwers zo vaak aan talkshow- en onderhandelingstafels gezeten

Maar waar de grens ligt, blijft vaag. En dat is ook niet gek. Ongehoorzaamheid speelt juist met de spanning tussen wat er op het spel staat en hoe ver men daarvoor wil gaan.

Toch kunnen we met de visie van Celikates één belangrijke richtlijn opstellen: burgerlijke ongehoorzaamheid dient een maatschappelijk debat te verrijken en niet in de weg te staan. Een protest moet zorgen voor een eerlijke discussie in de samenleving. Niet alleen de politiek dient te bepalen wie een belangrijke gesprekspartner is, ook burgers moeten hier inspraak in hebben. Iedereen moet kunnen meepraten.

Kan een protest dan te ver gaan? Zeker. Op 18 december bezetten honderden boeren het Mediapark in Hilversum. Zogezegde ‘fake news’ journalisten van de NOS worden gestoord en geïntimideerd tijdens hun werk. Van hoofdredacteur Marcel Gelauff wordt zendtijd geëist. Belachelijk natuurlijk: het protest staat hier duidelijk niet meer in het teken van een eerlijk maatschappelijk debat. Vrije pers, zonder intimidatie en beperkingen, geldt als een vereiste voor een eerlijk gesprek.

Waar wegblokkades de politiek letterlijk en figuurlijk even stil laat staan bij een belangrijk maatschappelijk debat, staat fysieke intimidatie een vruchtbaar debat juist in de weg. Protesten moeten de aandacht van machthebbers trekken en niet hun blik vertroebelen. Niet alleen omdat dat het rechtvaardigst is, maar ook omdat burgerlijke ongehoorzaamheid dan het effectiefst is.

Bij een ongehoorzaam protest mag het dus af en toe flink schuren. Sterker nog, dat moet ook.


Meer:

2 Comments

  1. Met de conclusie dat burgelijke ongehoorzaamheid, zonder intimidatie, als signaal naar het democratisch proces, mogelijk moet zijn, lijkt mij de grens nauwkeurig bepaald. Dus bijvoorbeeld wel blokkeren, maar niet personen intimideren, vechten of vernielen. Verder kan de frequentie van overlast de boodschap versterken.

  2. Boeren en vissers worden al lang getreiterd met steeds nieuwe regels die investeringen vergen die niet terugverdiend kunnen worden omdat zich weer nieuwe regels aandienen. Dat is onbehoorlijk bestuur. Plannen maken voor landbouw en visserij is prima, maar dan over veel langere termijn. De boeren acties waren zeer ordelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *