Door Marjan Slob (Auteur, spreker en columniste)

Al dwalend op het wereldwijde web kun je zomaar twee spoken ontmoeten, het ene mannelijk en het andere vrouwelijk. Het zijn echte spoken, want je kunt door hun lichamen heen waden zonder dat ze weerstand bieden. Het zijn lijven, maar ook weer niet. Ze zijn onstoffelijk.

De man heet Joseph Paul Jernigan. Toen hij nog leefde, pleegde hij een inbraak en een moord, waarvoor hij op 39-jarige leeftijd per injectiespuit werd geëxecuteerd in Waco, Texas. De naam van de vrouw is niet bekend gemaakt. Ze stierf aan een hartaanval toen ze 59 jaar oud was.

Beiden stelden hun lichaam ter beschikking aan de wetenschap. De Amerikaanse National Library of Medicine heeft van dit gebaar gebruikgemaakt. In de tweede helft van de jaren tachtig bedacht dit instituut dat het graag zou beschikken over een ‘complete, anatomisch gedetailleerde driedimensionale representatie van het normale mannenlichaam en vrouwenlichaam.’ Het werd het Visible Human Project gedoopt.

Het doel van het project is om deze beelden heel precies te linken aan de gangbare terminologie. Medicijnenstudenten kunnen zo zonder te snijden leren hoe een echte schildklier eruitziet, of een slaapkwab, en hoe dit anatomische onderdeel precies gepositioneerd is in een normaal lichaam. Professionals krijgen een referentielichaam ter beschikking dat ze uitgebreid kunnen raadplegen – dat wil zeggen: mits ze een licentie hebben gekocht van de National Library of Medicine.

Je kunt bij dit project tal van narrige vragen stellen

Het was een hele onderneming om dit voor elkaar te krijgen. Eerst werden de dode lichamen volledig gescand in een mri-scanner en een ct-scanner. Een mri levert een tweedimensionaal beeld op, maar een ct is eigenlijk een röntgenapparaat met een roterende straal, dus dat geeft driedimensionale informatie. De informatie van beide scanmethodes werd gecombineerd tot een driedimensionaal beeld van het ‘referentielichaam’ – het lijk transformeerde hier als het ware tot een digitaal format. Daarop werden de lichamen in blauwe gelatine bevroren en in vier gemakkelijker te hanteren stukken gehakt.

Die stukken werden weer gescand via mri- en ct-technieken, maar nu veel preciezer – millimeter voor millimeter in het geval van Jernigan, en de anonieme vrouw werd zelfs per éénderde millimeter verbeeld. Daartoe werd steeds een plakje weefsel van het grote stuk geschaafd, waarna het verse snijvlak werd gescand. De informatie die al die duizenden beelden opleverde, kon vervolgens in het aangelegde referentielichaam worden geplakt.

Het resultaat is een soort flipboekje van de doorsnede van een lichaam. Sinds 1994 kun je door het lichaam van de man heen bladeren en eind 1995 is ook het lichaam van de vrouw beschikbaar gekomen.

Je kunt bij dit project tal van narrige vragen stellen. ‘Mensen’ zijn dus kennelijk stevige Amerikanen? Wat ook opvalt, is dat de man in de praktijk veel vaker wordt gebruikt, terwijl zijn resolutie nota bene drie keer slechter is. De vrouw blijkt vooral in zwang bij gynaecologen die hun studenten iets bij willen brengen over de anatomie van de vrouwelijke voortplantingsorganen.

Het bekende ellendige verhaal wordt hier weer gereproduceerd voor digitale tijden: eerst is er de man, daarna de vrouw. Die vrouw is vooral interessant vanwege haar seksuele functie. En waar deze Adam in de media flink wat aandacht trekt (hij wordt gepresenteerd als de iconische misdadiger die na zijn dood iets goeds wilde doen) boft hij niet met zijn Eva. Wat heb je nu aan zo’n oude, niet eens meer vruchtbare vrouw! Nee, daar kunnen de media niets mee.

Feitelijk zijn Jernigan en de vrouw louter virtueel geworden

Enfin. Wat bij mij blijft hangen, wat ik op een of andere manier hoogst symbolisch vind voor wat deze wetenschap met ons doet, is dat Jernigan en zijn vrouwelijke compagnon letterlijk niet meer bestaan als lichamen. Die afgeschaafde plakjes waren namelijk dermate dun en dermate uitgedroogd door het bevriezingsproces, dat ze ter plekke in poeder uiteenvielen. Weg. Er viel niets te begraven. Zoals de gaten in je sokken vallen en je denkt: waar is de sok gebleven? Nooit vind je stukken sok terug.

Op de scans is nog wel te achterhalen hoe ze eruit moeten hebben gezien: Jernigan een forse man met een vlezig gezicht en een korte nek, de naamloze vrouw kleiner en ietwat mollig. Maar feitelijk zijn Jernigan en de vrouw louter virtueel geworden. Datasets. Kopieën zonder vleselijk origineel.

Sinds de ict-revolutie is het in veel wetenschappelijke disciplines mode om profielen op te stellen van al wat leeft – waaronder dus mensen. Profielen geven inzicht en kunnen heel nuttig zijn. Maar identificeer je er nooit mee – en laat je er niet mee identificeren!

Totale beschikbaarheid en totale transparantie kosten je je leven.

Vergeet nooit dat een profiel slechts een aggregaat is van de laatste statistische waarheden, een beeld samengesteld op grond van indicatoren die van tevoren door een of ander projectteam zijn bepaald. Voor dat profiel van jou is nooit naar jou persoonlijk gekeken. Het is gemodelleerd naar een in cyberspace verdampt referentielichaam. Daarmee heeft je profiel veel weg van confectiekleding: als je een beetje een doorsneemaat hebt, dan zal een profiel je aardig passen. Maar een profiel kan ook veel te ruim of veel te krap zitten. En echt mooi, echt sjiek, echt op jou toegesneden wordt het nooit.

Persoonlijk trek ik uit het lot van Jernigan en de vrouw een politieke les: totale beschikbaarheid en totale transparantie kosten je je leven. Je verdampt waar je bij staat. En mocht je dat een tikkeltje te dramatisch in de oren klinken, dan valt toch niet te ontkennen dat profilering leidt tot psychologische nivellering. Je wordt als mens een waarschijnlijkheid, en als je pech hebt een risicofactor. Een individu ben je in ieder geval niet meer.

Dit is een licht bewerkt fragment uit ‘Hersenbeest: filosoferen over het brein en de menselijke geest’ (Lemniscaat) waarmee Marjan in 2017 de Socratesbeker won.


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *