Door Lien De Proost (PhD-studente Erasmus MC)

Door Rosalie Waelen (PhD-studente Universiteit Twente)

Illustratie: Wies Tesselaar

Eva is 27 jaar oud, al lange tijd weet ze dat ze geen kinderen wil. Nu niet, maar ook later niet. Eva’s vrienden nemen haar wens om kinderloos te blijven niet serieus. “Wacht maar tot wij allemaal kinderen hebben, dan hebben we het er nog eens over”, zeggen ze steeds. Ook Eva’s moeder gelooft haar niet: “Ach, ik wilde ook nog geen kinderen op mijn 27ste, dat komt nog wel.” Zelfs de huisarts hecht weinig waarde aan haar woorden: “Sterilisatie? Daar ga je spijt van krijgen.”

Eva is er klaar mee. Waarom zouden anderen beter weten wat zij wil? En waarom is het zo moeilijk om te geloven dat een jonge vrouw géén kinderwens heeft? Wij stellen dat Eva onrecht wordt aangedaan.  Het negeren of bagatelliseren van haar getuigenis van vrijwillige kinderloosheid is een vorm van getuigenisonrecht (testimonial injustice).

Getuigenisonrecht is een categorie van ‘epistemische onrechtvaardigheid’, een concept dat werd geïntroduceerd door filosofe Miranda Fricker. Getuigenisonrecht doet zich voor wanneer iemands woorden niet gehoord of naar waarde geschat worden. De oorzaak van dit onrecht is doorgaans een vooroordeel van de toehoorder.

Getuigenisonrecht in sociale context

Binnen haar vrienden- en familiekring wordt Eva’s verklaring van vrijwillige kinderloosheid weggewuifd. De reden hiervoor is niet dat het feitelijk onmogelijk is geen kinderen te willen of dat Eva bekend staat als grappenmaker. Nee, het zijn twee gebruikelijke vooroordelen over vrouwen die haar vrienden ervan weerhouden Eva serieus te nemen. 

Waarom is het moeilijk te geloven dat een jonge vrouw géén kinderwens heeft?

Het eerste vooroordeel is dat vrouwen nu eenmaal een kinderwens hebben en iemand ‘ongewoon’ of ‘abnormaal’ is wanneer dat verlangen ontbreekt. Het tweede gaat over de rol van de vrouw. Voor een lange tijd was het krijgen van en zorgen voor kinderen de belangrijkste levenstaak van een vrouw.

Tegenwoordig heeft een jonge vrouw alle vrijheid om er een hele hoop andere ambities en levensdoelen op na te houden. Maar meer dan bij mannen, wordt bij vrouwen nog steeds vooronderstelt dat er iets in hun leven ontbreekt wanneer zij geen gezin hebben.

Deze vooroordelen zorgen ervoor dat men liever zal concluderen dat Eva nog te jong is, er ‘nog niet aan toe is’, dan haar gebrek aan een kinderwens te accepteren. Door haar verklaring van vrijwillige kinderloosheid niet te geloven, ontkennen Eva’s naasten haar capaciteit om weloverwogen, belangrijke levenskeuzes te maken. Dit is getuigenisonrecht en kan zowel haar autonomie en zelfvertrouwen, als haar vriendschappen schaden. 

Getuigenisonrecht in medische context

Ook bij de huisarts wordt Eva niet gehoord. Haar vraag om sterilisatie wordt niet serieus genomen. De huisarts is ervan overtuigd dat Eva ‘van gedachte zal veranderen’ en ‘spijt zal krijgen van haar keuze’.

Dat kan uiteraard gebeuren, we willen dan ook niet stellen dat een arts zomaar een sterilisatie moet uitvoeren wanneer daarom gevraagd wordt. Maar we moeten ons wel afvragen of de mogelijkheid van spijt het in twijfel trekken van Eva’s getuigenis rechtvaardigt.

Vrouwen mét een kinderwens worden wel op hun woord geloofd

Laten we een vergelijking maken met een jonge vrouw die wél kinderen wil, maar daar een fertiliteitsbehandeling voor nodig heeft. Wanneer zij met een vraag om IVF naar de huisarts gaat, zal haar kinderwens niet ter discussie gesteld worden.

Er zal niet besproken worden dat ze van gedachte kan veranderen of zelfs spijt kan krijgen van haar keuze voor een leven met kinderen. Er kan zelfs worden overgegaan tot een fertiliteitsbehandeling, die in de meeste gevallen vergoed wordt door de zorgverzekering. 

In beide situaties vraagt een jonge vrouw aan de huisarts om een medische ingreep, gebaseerd op een bewuste en weloverwogen keuze die verregaande gevolgen heeft voor haar toekomst. Het verschil is dat de getuigenis van de ene vrouw naar waarde wordt geschat en die van de andere vrouw in twijfel wordt getrokken.

Jonge vrouwen die een kinderwens hebben of onvrijwillig kinderloos zijn worden geloofd op hun woord. Waarom is dat niet het geval bij vrijwillige kinderloosheid? Het bagatelliseren van de getuigenis van een patiënt is een vorm van getuigenisonrecht en in strijd met de biomedische principes van respect voor autonomie en niet-schaden. Daarbij hoort spijt die voortkomt uit een bewuste en weloverwogen keuze van een wilsbekwaam persoon wellicht simpelweg bij het leven.

Het accepteren van vrijwillige kinderloosheid

Er zijn veel goede redenen om geen kinderen te willen. Sterker nog, misschien wel meer redenen dan er zijn om wél kinderen te willen.

Misschien wil Eva geen kinderen omdat ze bepaalde genetische aandoeningen niet wil overdragen, omdat ze niet voldoende financiële middelen heeft om haar kinderen én haarzelf een goed leven te geven, omdat ze het klimaat tegen overbevolking wil beschermen, omdat ze wil voorkomen een ongelukkig kind op de wereld te zetten, omdat ze het een te grote verantwoordelijkheid vindt, omdat ze haar carrière absolute voorrang wil geven, of simpelweg omdat ze haar nachtrust niet wil opofferen.

We kunnen nooit met volledige zekerheid weten wat we in de toekomst willen

Maar ondanks al die goede redenen heerst er nog altijd een maatschappelijk onvermogen om te accepteren dat iemand vrijwillig kinderloos kan zijn.

Vroeger moesten vrouwen minstens 30 jaar oud zijn om gesteriliseerd te mogen worden. Tegenwoordig geldt er geen leeftijdsgrens meer, maar moeten vrouwen ‘slechts’ zeker zijn van hun zaak. Maar hoe bepaalt men wanneer dat het geval is?

We kunnen nooit met volledige zekerheid weten wat we in de toekomst willen. Toch vinden we het doorgaans geen probleem dat jongvolwassenen keuzes maken die hun verdere levensloop beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan studiekeuzes, investeringen, trouwen en – inderdaad – het krijgen van kinderen. 

Wij stellen dat een jonge maar wilsbekwame volwassene gehoor dient te krijgen wanneer hij of zij uitspreekt geen kinderen te willen. Het negeren of bagatelliseren van vrijwillige kinderloosheid, zowel in sociale als medische context, is een vorm van epistemische onrechtvaardigheid.

Een onrechtvaardigheid die bovendien extra zwaar weegt omdat het niet zomaar iemands kennis, maar iemands zelfkennis is die niet naar waarde wordt geschat. Hoe zorgen we ervoor dat vrijwillige kinderloosheid sociale acceptatie vindt? 

Verder lezen:

Beauchamp, Tom L., Childress, James F. Principles of Biomedical Ethics (Seventh Edition). New York: Oxford University Press. 2013.

McQueen, Paddy. A Defence of Voluntary Sterilization. Res Publica, 26. 237-255. 2020.

Fricker, Miranda. Epistemic injustice: Power and the ethics of knowing. Oxford: Oxford University Press. 2007.


Meer:

4 Comments

  1. Goed stuk! Dank hiervoor. Ik moest ook denken aan Elisabeth Barnes hoofdstuk “Taking Their Word For It” uit The Minority Body, wat ook gaat over respect voor eigen voorkeuren die anderen onterecht beschouwen als “adaptive” en testimonial injustice.

  2. De vraag luidt:
    “Hoe zorgen we ervoor dat vrijwillige kinderloosheid sociale acceptatie vindt?”
    Mijn antwoord:
    1. goede opvoeding waarin het krijgen van kinderen, de voor en tegens, het vooroordeel van de omgeving én het ontwikkelen van een eigen mening hierover centraal staan, ook voor jongens en mannen.
    2. idem voor het onderwijs
    3. opnemen als onderdeel in de studie van (huis)artsen, psychologen en maatschappelijk werkers
    4. journalistieke aandacht
    5. thema aan de orde stellen op sociale media
    6. lees een boek waarin dit aan de orde komt

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *