Door Lev Avitan (spoken word-artiest en masterstudent aan de Radboud Universiteit Nijmegen)

Dat voornamelijk dode oude witte mannen de revue passeren in filosofiecurricula wereldwijd is nu wel bekend. Er zijn genoeg redenen aangedragen om dit fenomeen te rechtvaardigen en evenveel redenen om dit fenomeen los te laten en het curriculum diverser en inclusiever te maken.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Soms lees ik dat het diversifiëren van het curriculum mede een kwestie is van herkenning. Dat studenten die afwijken van de witte, mannelijke heteronorm zich ook moeten kunnen herkennen in de denkers die besproken worden. Representatie is namelijk belangrijk voor de ervaring dat je erbij hoort en het gevoel dat je vergelijkbare kansen hebt als anderen.

Ik had graag verplicht denkers gelezen die zelf ook racisme en Islamofobie hebben ervaren en doorleefde kennis hebben van opgroeien in armoede, het trauma van migratie en het beperkt beheersen van de dominante taal. Niet alleen omdat ik delen van mijzelf in hen zou herkennen, maar omdat ik meen dat deze ervaringen, veelal niet ervaren door de dode witte mannen die het curriculum domineren, het denken van een mens verrijkt met inzichten die waardevol zijn voor de filosofie.

Hoewel ik herkenning in de lesstof dus aanmoedig, voel ik toch de noodzaak om te waken en waarschuwen voor het volgende: laten we oppassen dat we de dode witte mannen niet vervangen door denkers die op dezelfde wijze denken als zij.

Dit artikel is onderdeel van een serie over diversiteit.
Andere artikelen in deze serie:
Deel 1: Waarom Bij Nader Inzien start met een serie over diversiteit (redactie)
Deel 2: Hoe dekoloniseer je het curriculum? Drie lessen uit de praktijk (Seunghyun Song)
Deel 3: Het belang van Afrikaanse filosofie (Angela Roothaan)
Deel 4: Waarom diversiteit belangrijk is: het gevaar van stereotypes (Wouter Cohen)
Deel 5: We moeten af van de feitenvrije canon (Carlo Ierna)
Deel 5: We moeten af van de feitenvrije canon (Carlo Ierna)
Deel 7: Hoe poëzie kan helpen om filosofie te dekoloniseren (Divya Nadkarni)

Diversiteit van denken

Ik zeg hier specifiek ‘op dezelfde wijze denken’ omdat ik hier niet verwijs naar de inhoud van hun denken en schrijven. Ik verwijs specifiek naar de manier van redeneren/mediteren/filosoferen; de methodiek waarmee de denker hun onderwerp of vraagstelling benadert.

De meeste vrouwelijke, non-heteronormatieve en niet-witte denkers hebben alsnog een formele opleiding aan een westerse leerinstelling afgerond, of aan een leerinstelling die gemodelleerd is naar het westerse model. De vakken aan zo’n opleiding worden veelal afgerond aan de hand van formele eisen en criteria.

Ik kan begrijpen dat leerinstellingen dergelijke formele eisen hanteren om een kwalitatieve maatstaf aan te houden waarmee alle studenten gelijk beoordeeld kunnen worden. Dat neemt niet weg dat we op die manier nalaten een diversiteit van denken te bevorderen.

Filosofische meditatie

Het is belangrijk om te vermelden dat deze formele eisen een uitdrukking zijn van een witte, heteronormatieve, mannelijke norm omdat ze in die hoedanigheid tot stand gekomen zijn. De referent, de norm op basis waarvan kwaliteit beoordeeld wordt, is enkelvoudig en enkelzijdig. De klassieke opvattingen van kwaliteit sijpelen erin door.

Laten we de dode witte mannen niet vervangen door denkers die op dezelfde wijze denken als zij

Dit zien we terug in de beoordelingscriteria, die waarden voorstaan als objectiviteit, logische consistentie en samenhang, concrete structuur en helderheid in de argumentatielijn. Ik twijfel er niet aan dat we met deze middelen kwalitatieve filosofie kunnen bedrijven, maar ik denk ook dat we bijzondere en waardevolle inzichten mislopen door alles door de kwaliteitszeef van dode witte mannen te halen.

Met deze zeef doen we niet alleen potentiële nieuwe inzichten tekort die op alternatieve onderzoekswijze tot stand zijn gekomen, maar ook bestaande inzichten die volgens deze zeef niet voortkomen uit kwalitatieve kennisproductie. Er is een zee aan filosofische meditatie te vinden in de schrijfsels en kunstwerken van mensen over de hele wereld, die de hele geschiedenis beslaan; filosofische meditatie die wij alleen als zodanig kunnen erkennen en herkennen mits wij onze witte, heteronormatieve, mannelijke zeef loslaten.

Muzikaal samenspel

Dit is natuurlijk geen nieuw of zelfbedacht idee; de afgelopen jaren raken steeds meer academici uitgekeken op het produceren van hetzelfde academische riedeltje en groeit het bewustzijn van deze normatieve zeef. In het werk van Fred Moten en Stefano Harney, die samen The Undercommons schreven, vinden we bijvoorbeeld een alternatieve vorm van filosofische meditatie door middel van het samen schrijven.

Steeds meer academici raken uitgekeken op het produceren van hetzelfde academische riedeltje

Moten en Harney proberen in muzikaal samenspel een denken te ontwikkelen dat ontkomt aan de koloniale fundamenten waarop de academie is gebouwd. Door de associatieve manier waarop ze begrippen en concepten benaderen, leest hun werk als een vrije jazzimprovisatie. Ook de klanken van de woorden, de ritmiek van de zinnen en de stijlvorm van de alinea’s wekken creatieve gedachtegangen op.

Hun schrijven doet me denken aan een cypher, een term uit de hiphop, waar rappers, breakdancers en/of beatboxers bij elkaar komen in een cirkel en elkaar opvolgen in spontane creatie van nieuwe lines, dance moves of beats.

Creatief denken

In plaats van een concrete vooropgestelde structuur, volgen de creatievelingen en denkers in kwestie eerder een losse, associatieve lijn van gedachtegangen die met elkaar in samenhang staan. Op die manier weten ze inzichten te ontaarden die ze middels de normatieve zeef niet hadden kunnen opbrengen.

Dit is een pleidooi voor het denken dat mag zingen, dansen en rappen; rijmen, roffelen en rollen; schuren, schaven en schateren

Dit is ergens vergelijkbaar met hoe Derrida op associatieve wijze zijn deconstructie hanteerde om betekenis voorbij de tekst te raken. De meerwaarde van muziek, poëzie, creativiteit en spel in filosofische meditatie is ons dus niet volledig onbekend in de westerse academie. Toch is de aanwezigheid en waardering ervan beperkt in de huidige curricula.

Daarom dus een pleidooi voor het creatieve denken: het denken dat mag zingen, dansen en rappen; rijmen, roffelen en rollen; schuren, schaven en schateren; en nog veel meer actieve werkwoorden die met de bewegelijke woekering van het denken corresponderen. En een pleidooi om dit creatieve denken haar rechtmatige plaats in de academie te verlenen als waarlijke vorm van kennisproductie. Zo includeren we diverse denkers met diverse wijzen van denken.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

2 Comments

  1. Ik ben het eens met de noodzaak tot modernisering, actualisering, emancipatie, democratisering, verbreding.
    Maar zie het creatieve proces en de uitkomsten daarvan slechts als een mogelijke bron van potentieel belangrijke actuele denkrichtingen en denkwijzen. Dan zal alsnog op basis van criteria een selectie moeten worden gemaakt om de nieuwe filosofische parels te identificeren om opgenomen te kunnen worden in het curriculum.
    Om te bevorderen dat de kwaliteit omhoog gaat en te voorkomen dat filosofie niet verwaterd door over democratisering. Ter bescherming van het wetenschappelijke gehalte.

    1. Beetje slordig geformuleerd:
      Om te bevorderen dat de kwaliteit omhoog gaat en te voorkomen dat filosofie verwatert door over democratisering.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *