Door Esmée van den Wildenberg (afgestudeerd aan Radboud Universiteit)

Je kent ze wel: discussies over Black Lives Matter, #MeToo, zwarte piet en de dekolonisatie van onze instituties tijdens dat aanvankelijk ‘gezellige’ familiefeestje, etentje met vroegere vrienden, of in de collegebanken. Na het voeren van deze discussies blijf ik vaak achter met een ongemakkelijk gevoel: vaker wél dan niet betrap ik mezelf erop dat mijn emoties de overhand krijgen in het gesprek.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Met cynische ondertoon belicht ik de bekrompen, werkelijk achterhaalde standpunten van mijn gesprekspartner. Eén ding is duidelijk: de heersende morele polemiek omtrent deze onderwerpen maakt dat een daadwerkelijk gesprek tussen beide uitersten – die van de ‘woke persoon’ en de ‘toxische witte persoon’ (een tussenpositie lijkt onmogelijk) – doorgaans uitblijft.

De paradoxen van de woke-beweging

In Wie Wat Woke? Een cultuurkritische benadering van wat we (on)rechtvaardig vinden rekent auteur Walter Weyns met vlijmscherpe pennenstreken af met de door hem vermeende tegenstrijdigheden en absurditeiten binnen de woke-beweging. Weyns is zich ervan bewust dat er niet zoiets is als de woke-beweging, en toch lijkt er een bepaalde mentaliteit of radicale overtuiging te zijn die woke personen bindt.

Het boek is daarom ingedeeld in twee delen: ‘Het Woke Geloof’ en ‘De Woke Werken’. Het eerste deel bespreekt voornamelijk de verschillende overtuigingen en idealen van de woke persoon. Het tweede deel buigt zich vervolgens over de uiteenlopende taken die dit met zich meebrengt.

In plaats van ruimte te creëren voor conversaties, wakkert de woke-beweging volgens Weyns vooral angst aan

Het werk leest als een marathon. In rap tempo neemt Weyns zijn lezer langs de vele aspecten van de woke-beweging: intersectionaliteit, diversiteit, performativiteit, binariteit, waarheid, allemaal passeren ze de revue. Weyns uit onder andere zijn zorgen over de ‘angst voor uitsluiting’ – ook wel de cancelcultuur genoemd – die de woke-beweging voortbrengt.

In plaats van ruimte te creëren voor conversaties, en daarmee dus de mogelijkheid tot groei, wakkert de woke-beweging volgens hem vooral angst aan. Angst om de verkeerde ‘mening’ te hebben, het verkeerde te zeggen, te doen — met alle gevolgen van dien. Staat deze cancelmentaliteit bovendien niet recht tegenover één van de hoogste woke waarden, namelijk die van diversiteit en inclusiviteit?

Perceptie en relativisme

Opvallend is dat vanaf de eerste pagina duidelijk is aan welke zijde van de polemiek Weyns zichzelf positioneert. Die van de woke-beweging is het in ieder geval niet. Meevarend op de argumenten van andere woke-sceptici, lijkt Weyns onder andere te stellen dat institutioneel racisme mogelijk een kwestie van perceptie is. Een verschuiving in het zwaartepunt van het historische narratief wekt namelijk de indruk dat niet alleen slavernij, maar ook ‘kwaadaardig paternalisme’ of antiracisme de oorzaak kunnen zijn van kansenongelijkheid tussen groepen.

Deze twijfels over de door racisme (of door perceptie van racisme, volgens Weyns’ formulering) veroorzaakte onrechtvaardigheid in onze samenleving worden verderop in het boek nog eens uitgelicht wanneer Weyns de vraag stelt of de woke-persoon zich niet schuldig maakt aan (omgekeerd) racisme en discriminatie.

Is Weyns’ relativering niet slechts een poging om seksistische en/of racistische claims van de dominante groep te kunnen legitimeren?

Deze perspectiefwisseling gebruikt Weyns veelvuldig in zijn boek en lijkt op het eerste gezicht misschien een teken van nuance. Maar het is goed om te beseffen dat deze ogenschijnlijke nuancering of relativering van oudsher in dienst staat van de status quo. Ze wordt vaak aangehaald om kritiek op de dominante opvatting in de maatschappij te neutraliseren en ontkrachten.

Zoals de feministische wetenschapsfilosoof Sandra Harding het kernachtig heeft verwoord: door de geschiedenis heen verschijnt relativisme als een intellectuele mogelijkheid, en als een ‘probleem’, voor de dominante groepen alleen daar waar de hegemonie (de universaliteit) van hun gezichtspunten wordt uitgedaagd.

Wanneer we deze kritiek doortrekken naar Weyns’ perspectief-argument kunnen we ons dus afvragen of zijn relativering niet slechts een poging is om seksistische en/of racistische claims van de dominante groep te legitimeren. De vraag die bovenal overblijft, is waarom Weyns het nodig acht om zaken van oppressie te relativeren tot een kwestie van (individueel) perspectief. Zeker wanneer hij als witte man volgens deze claims tot een dominante groep gerekend zou (kunnen) worden. 

De witte, toxische man

Evident is dat er voor Weyns, een witte man, een aantal belangen op het spel staan. Zo stelt hij dat de grootste vijand van de woke persoon ‘de witte ziel’ is, die zijn ultieme verpersoonlijking vindt in ‘de witte man’. Deze man zou volgens de woke persoon, door zijn wit-zijn, ‘toxisch’ zijn.  Met andere woorden, de witte man moet van zijn troon gestoten worden. Misschien moeten we hem gewoon naar Pluto sturen zodat hij daar, volledig afgezonderd en niet langer in staat om zijn medemens onrecht aan te doen, eens goed over zijn zonden na kan denken.

Weyns versterkt vooral de bestaande polemiek tussen de verschillende standpunten

Ik moet bekennen: Weyns slaagt er aardig in om de aartsvijand van de woke-persoon te reduceren tot een absurdistische karikatuur. En dat is verraderlijk, want even vergeet je als lezer dat Weyns zelf die ‘witte man’ is — dezelfde man die hij wanhopig tracht te bevrijden uit de klauwen van de woke-beweging.  

Cultuurkritische benadering

De boodschap van Weyns is helder: wordt het niet eens tijd dat we de woke-beweging ook vanuit (een breder) cultuurkritisch perspectief bevragen? Deze vragen zijn op zichzelf meer dan terecht. Er zijn inderdaad tal van tegenstrijdigheden binnen de woke-beweging. Bijvoorbeeld met betrekking tot sociale klasse en klassenongelijkheid. Waarom worden deze thema’s nauwelijks tot niet besproken binnen het woke-circuit? Wat voor gevolgen heeft de cancelcultuur op de universiteit als productieve leeromgeving?

Ondanks deze terechte kritische kanttekeningen is het echter opvallend dat de kritiek op de woke-cultuur groter lijkt en meer aandacht krijgt dan de woke-cultuur zelf. Het probleem zit ‘m dus niet zozeer in Weyns’ vragen zelf, maar in de manier waarop ze gepresenteerd worden. Weyns snoert namelijk van meet af aan de woke-cultuur de mond.

In plaats van een informatief overzicht van de verschillende woke-aspecten te bieden (inclusief geschiedenis, motieven, en belangen) om vervolgens een goed onderbouwde cultuurkritische benadering te leveren van wat ‘we’ als samenleving (bestaande uit woke-personen, woke-critici, en alles daar tussenin) al dan niet rechtvaardig vinden, lijkt Weyns zich vooral op de tweede stap te richten.

Voor dit doeleinde haalt hij de meest extreme posities aan en ontbreekt het aan een bespreking over de (potentieel) terechte kritiek van de woke-beweging. Het boek versterkt daarmee vooral de al-bestaande polemiek tussen de verschillende standpunten. En dat verhaal kent uiteindelijk alleen maar verliezers.

Het boek kan interessant zijn voor degenen die kritiek op de woke-cultuur beter willen begrijpen

Op cultuurkritisch vlak maakt het boek zijn beloftes in ieder geval waar. Hoewel ik het vaak oneens was met de manier waarop Weyns zijn vertoog opzet, heeft het boek me kritisch laten nadenken over specifieke aspecten van de woke-cultuur die ik zo nu en dan stiekem voor lief nam.

Het boek kan daarmee interessant zijn voor degenen die de kritiek op de woke-cultuur eens beter willen begrijpen (zonder dat dit meteen resulteert in een felle discussie tijdens dat familiefeestje of etentje). En ook aan hen die kritisch op de woke-cultuur zijn, kan ik dit boek aanraden; misschien dat zij na het lezen dan eindelijk eens uitleggen waar hun kritiek op gestoeld is.

Walter Weyns, Wie Wat Woke? Een cultuurkritische benadering van wat we (on)rechtvaardig vinden. Pelckmans Uitgeverij, Kalmthout, 240 p., EAN 9789464014440, €20,00.

Verder lezen:

Harding, Sandra. 1987. Introduction: Is there a Feminist Method? In: Feminism and Methodology: Social Science Issues. Bloomington and Indianapolis: Indiana University Press

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

1 Comment

  1. Iedere “beweging” van betekenis heeft zich gekenmerkt, en kenmerkt zich, door de volgende dynamiek:
    1. ontstaan en ontwikkeling
    2. hoogtepunt kwalitatief en kwantitatief
    3. afname betekenis en aantal volgers
    4. marginalisatie en verdwijning
    Een beweging is op zijn hoogtepunt een bepaalde trend en mode bij een deel van de bevolking. Zelfs een levensstijl, expressievorm, identiteit.
    Wat eerst een maatschappelijke trend leek, blijkt achteraf een (over) reactie te zijn op iets van vóór die tijd. Een perceptie, een tijdelijk perspectief, van opiniepioniers, volgers en loslaters.
    We maken er ons nu druk om, later blijkt het vaak wel een functie gehad te hebben in dat specifieke tijdsgewricht, maar tevens een voorbode van een nieuwe, meer genuanceerde reactie daarop of juist het tegenovergestelde.
    Ze noemen dat: maatschappelijke ontwikkeling.
    Leuk voor hobbyisten en liefhebbers en interessant voor wetenschappers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *