Door Bij Nader Inzien (redactie)

Door: Anne Polkamp (KU Leuven)

Vroeger—jaren geleden, maar niet zo veel als ik zou willen—stond ik zelden stil bij het feminisme en deed ik protesten tegen Zwarte Piet af als onzin. Nu schaam ik me al voor deze bekentenis en vraag ik me af hoe ik in hemelsnaam oogkleppen op kon hebben voor het onrecht waar mensen van kleur, vrouwen en andere groepen dagelijks mee geconfronteerd worden. The Faces of Injustice geeft een deel van de verklaring: we negeren het bewijs en de stem van de slachtoffers omdat het comfortabeler is om in een rechtvaardige wereld te leven.

Volgens Shklar speelt dit probleem ook bij politiek filosofen. Geobsedeerd als ze zijn door rechtvaardigheid, dat klatergoud van de normatieve filosofie, vergeten zij bijna om zich af te vragen wat onrecht inhoudt. Haastig definiëren ze het als de afwezigheid van rechtvaardigheid, om zich vervolgens weer te buigen over hun eigenlijke taak: het opstellen van rechtvaardige regels, wetten en instituties. Wat op deze manier verborgen blijft is het feit dat onrecht vaak plaatsvindt binnen het systeem van wetten en regels, dat mensen de neiging hebben om dat te ontkennen—zoals ik deed—en dat de stem van het slachtoffer cruciaal is als je wil weten wat onrecht inhoudt—zoals bleek in de Zwarte Pieten-discussie.

Shklars essay vraagt soms veel van de lezer en is geen systematisch betoog, maar haar verhaal is verhelderend en origineel. En in tijden van normaal-doen-of-oppleuren, waarin het soms lijkt alsof bijna niemand luistert naar degenen die met onrecht te maken hebben, blijft haar boodschap onverminderd belangrijk.

Dit is een aflevering uit de rubriek ‘Een Kleine Ode Aan’. In ongeveer 250 woorden looft een Nederlandse of Vlaamse auteur een al dan niet vergeten filosofisch pareltje.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *