Door Yara Al Salman (Promovendus Universiteit Utrecht)

Stiekem is dit een ode aan twee grootse ideeën, die gaan over dezelfde vraag: hoe bepaal je “hoe vrij” iemand is?

In zijn beroemde essay ‘Two Concepts of Liberty’ stelde Isaiah Berlin dat vrijheid betekent dat je niet gehinderd wordt om dingen te doen. Om dingen te doen, benadrukte hij, en niet om dingen te doen die je wil. Dus om na te gaan hoe vrij iemand is, moeten we tellen hoeveel acties die persoon kan ondernemen. Hoe belangrijk die acties voor die persoon zijn, maakt daarbij niet uit.

Berlin dacht je anders tot een absurde conclusie komt. Stel dat je opgesloten zit in een kamer. Ben je dan vrij, als je de kamer niet uit wilt? Is een slaaf vrij, die tevreden is met zijn/haar lot? Deze manier van denken leidt volgens Berlin tot een vorm van zelfbedrog. Onderdrukte mensen zullen zich terugtrekken in hun “innerlijke citadel” en zich wijs maken dat ze toch vrij zijn, door hun eigen wensen aan te passen. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

De Canadese filosoof Charles Taylor ging hier fel tegenin. Als we iets willen zeggen over vrijheid, betoogde hij, dan moeten we ook kijken naar het belang van de handelingen. Want stel, er is een land waar je geen vrijheid van religie hebt, maar wel weinig verkeerslichten (laten we even aannemen dat dit geen gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid). En vergelijk dit nu met een land waar je wel vrijheid van religie hebt, maar ook heel veel verkeerslichten. Ben ik nu minder vrij in het tweede land, omdat ik daar vaker gehinderd wordt in mijn handelingen? Taylor noemde deze conclusie “diabolisch.” We zouden zo de ergste dictaturen kunnen vergoelijken, als er maar voldoende triviale handelingen zijn die men daar kan uitvoeren.

Nu zitten we met een dilemma: moeten we wel of niet het belang van de handelingen meenemen in de analyse van vrijheid? Berlin en Taylor vochten het uit tegen de achtergrond van de totalitaire dictaturen en opstanden tegen het imperialisme in de twintigste eeuw. De vraag blijft onverminderd relevant voor de analyse van machtsverhoudingen vandaag. Veel politiek filosofen hebben zich hierover gebogen, maar de oplossingen zijn tot nu toe onbevredigend. Er gaat altijd iets verloren van de intuïties die we hebben over vrijheid en onderdrukking. Berlin en Taylor lijken allebei gelijk te hebben, maar ze spreken elkaar tegen. Dus blijven we schipperen tussen twee grootse ideeën.

Verder lezen

Het klassieke debat vindt plaats in twee prachtige essays, die met een passie zijn geschreven die ik niet kan imiteren:

Isaiah Berlin, ‘Two Concepts of Liberty’, in Four Essays on Liberty. London: Oxford University Press, 1969.

Charles Taylor, ‘What’s Wrong with Negative Liberty,’ in A. Ryan (ed.), The Idea of Freedom, Oxford: Oxford University Press, 1979

Voor een overzicht van hoe dit debat zich heeft ontwikkeld en hoe het zich verhoudt tot de bredere discussies over vrijheid, zie Ian Carter’s artikel in de Stanford Encyclopedia of Philosophy. Hier vindt u ook verwijzingen naar een derde visie, ‘republikeinse vrijheid’. Maar dat is voer voor een andere Kleine Ode.

Tot slot: zijn eigen argumenten ten spijt, verspreekt Berlin zich in zijn werk meerdere keren en zegt dan dat het belang van handelingen moet worden meegenomen in de analyse van vrijheid. Zie voor een commentaar op dit “interne conflict” John Gray’s “On Negative and Positive Freedom,” Political Studies 28 (1980): 507-526.


Meer:

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *