Door Thomas Nys (Universiteit van Amsterdam)

“Give me the freedom to destroy,
Give me a radioactive toy”
Porcupine Tree

Ik kan de laatste tijd niet meer douchen zonder aan de conservatieve filosoof Roger Scruton te denken. Dat zit zo.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Wij hebben thuis een hele grote glazen douchewand en het installeren van dit meubel had nogal wat voeten in de aarde. Die glazen wand moest namelijk in één stuk, via de trap, naar de zolder gemanoeuvreerd worden. Het ding was loodzwaar en de montage was een architecturaal hoogstandje. En hij was vooral héél duur. Dat laatste is belangrijk.

Telkens als ik onder de douche sta word ik herinnerd aan de goede afloop van dit kunst-en-vliegwerk en het puike vakmanschap. Dat is een positief gevoel dat opwelt tussen warm water, zeep en bellen en in de licht desoriënterende geur van een Marokkaanse hamam in een regenwoud.

Maar zodra ik klaar ben met douchen, begin ik aan wat – na bladblazen – misschien wel de meest mensonterende, bourgeois-taak is die er bestaat: met een wissertje de waterdamp wegwissen om kalkaanslag op de wand te vermijden. Dat is, laten we eerlijk zijn, ultiem vernederend. En dat is ook precies wat het hoort te zijn, omdat je als volwassen persoon, in je blote kont, aan het knielen bent voor De Dingen.

Ik ervaar schuldgevoel tegenover Nietzsche

En dan volgt de existentiële schaamte. “God is dood, wij hebben hem gedood, en wie zal het bloed van onze handen wassen? Moeten wij niet zelf goden worden?” Zoiets zei Nietzsche, toch? Nou, dat laatste laat bij ons thuis nog even op zich wachten, want daar hupt de waterdamp-wissende Laatste Mens als aardvlo in de douchebak.

Ik ervaar dus zoiets als schuldgevoel tegenover Nietzsche. Ik vraag mezelf niet af, “Wat zou Jezus doen?”, maar “Wat zou de Übermensch doen?” En dan denk ik: niet wissen, dat staat vast. Maar goed. Hier wis ik dan, ik kan niet anders.

Maar waarom kan ik niet anders? Wel, omwille van de kalkaanslag die ik wil vermijden. Maar waarom wil ik die vermijden? Omdat die douchewand zo duur was.

En op dat moment – “Top of the morning, Sir!” – stapt Roger Scruton de badkamer binnen.

De gedachte laat me immers niet los dat ik nooit of te nimmer zo secuur zou zorgdragen voor die wand als het niet mijn eigendom was geweest. En het verband tussen eigendom en zorg is iets wat Scruton benadrukt heeft. In hotels wis ik bijvoorbeeld nooit. Het kan me niet schelen dat de volgende douchegast in een compleet wit-beslagen cabine komt te staan. Na ons, de kalkhoudende zondvloed. Maar niet wanneer het mijn wand betreft.

Dat is uiteraard niet netjes. Vakantie betekent niet dat je ook een ‘moral holiday’ moet nemen. Als jij iets vervelend vindt, dan vinden anderen dat waarschijnlijk ook. Maar zolang de verwaarlozing van de douchecabine niet op een of andere manier in mijn nadeel is, voel ik weinig animo om voor die wand (en die toekomstige gasten) te zorgen.

Niemand loopt warm voor dé natuur, maar zet er een hek omheen en alles wordt anders

En dát is, aldus Scruton, een uiterst relevant inzicht voor het klimaat- en milieuprobleem. Als je wil dat mensen zorgdragen voor de natuur, dan moet je die verkavelen, privé-eigendom maken. Want als het hun stukje natuur is, dan zijn mensen ook automatisch bekommerd. Van douchewand tot achtertuin, je gaat je eigen spullen niet verwaarlozen.

Niemand loopt warm voor dé natuur, iets op afstand, iets daarbuiten, iets waar je weleens een wandelingetje in maakt. Maar zet er een hek omheen en alles wordt anders. Alles wordt beter. In Voltaire staat ook niet dat je andermans tuin moet aanharken, alleen die van jezelf. En als iedereen zijn of haar stoep schoonveegt…

Op dat punt sta ik me meestal al af te drogen. Mijn gedrag aan de douchewand lijkt Scruton gelijk te geven.

Maar dan herinner ik me weer de betekenis van eigendom: de vrijheid om er mee te doen wat je wil. De vrijheid om het te vernietigen. Om de douchewand kapot te slaan, mijn vrouw en buren te verbijsteren en als ‘filosoof met een hamer’, met een turquoise handdoek om de lendenen, te midden van de gruzelementen uit te roepen: “Ik was ‘m zat. We kopen wel een nieuwe!” 

Nee, de natuur als eigendom, het lijkt me geen goed idee.

Over and out, Roger.

Verder lezen

Roger Scruton (2013). Green Philosophy: How to think seriously about the planet. Londen: Atlantic Books.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

3 Comments

  1. Je lichaam is zowel eigendom als je zorg. Zorgen voor natuur is zorg voor je zelf.
    Wij drogen de douchewanden zonder aan Nietzsche te denken. Niet uit liefhebberij. In hotel niet. Maar leggen wel de dekens recht.

  2. Hilarische blog, dank Thomas. Probeer nu al uren het beeld van Thomas in zijn blote kont, druk in de weer met het bourgeois wissertje, weg te blokken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *