Door Thijs Menting (gepromoveerd aan Universiteit van Potsdam.)

Bij het opmaken van een voorlopige tussenstand van de ‘survival of the fittest’ lijkt de mens voorop te liggen. Vroeger waren verschijnselen zoals meteorietinslagen of vulkaanuitbarstingen verantwoordelijk voor een overgang van het ene naar het andere geologische tijdperk. Tegenwoordig is dat anders.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Aardwetenschappers spreken sinds enkele jaren van het Antropoceen: een geologisch tijdperk waarin de mens de bepalende factor op aarde is geworden. Als startpunt wordt vaak aan het einde van de Tweede Wereldoorlog aangeduid. Het eindpunt is nog lang niet in zicht.

Bij hun analyse van het Antropoceen kijken de aardwetenschappers specifiek naar de toestand van negen ‘planetaire levensondersteunende systemen’. Voor al deze systemen is een zogenaamde planetaire grens geformuleerd. Binnen de grens is het veilig, daarbuiten raakt de dynamiek van het systeem onherroepelijk uit balans.

Terwijl we de natuur steeds meer in onze greep krijgen, raken we de controle over de planetaire systemen steeds verder kwijt

Op het gebied van biodiversiteit en biochemische processen (stikstof en nitraat) zijn de planetaire grenzen door toedoen van de mens al ver overschreden. Als het gaat om klimaat en landgebruik zijn de grenzen inmiddels ook in zicht.

Het arcadische mantra

Terwijl we de natuur steeds meer in onze greep krijgen (denk aan bio-industrie, genetische modificatie, geneeskunde), raken we de controle over de planetaire systemen steeds verder kwijt. Daarom worden ook filosofen gedwongen om hun wereldbeeld te herijken.

Tot ver in de twintigste eeuw gold de Aristotelische doctrine. De mens is een animal rationalis: een met rede begaafd wezen dat een exclusieve toegang heeft tot taal om met anderen te spreken en geïnformeerde beslissingen te nemen. Maar de hiërarchie die er in de Aristotelische theorie lijkt te bestaan tussen mens en natuur, irriteert postmoderne denkers zoals Donna Haraway en Bruno Latour. Daarom formuleren zij een alternatieve orde.

In hun ogen is het een dwaling van het Westerse denken om te veronderstellen dat er een fundamenteel onderscheid bestaat tussen de rationele mens en de door instincten gedreven rest van de flora en fauna. Daarom benadrukken ze juist onze afhankelijkheid van en verwevenheid met ‘niet-mensen’.

Om de scheidslijn tussen mens en natuur af te breken, leggen deze denkers de focus op het lichamelijke en instinctieve aspect van de mens en vragen ze tegelijkertijd aandacht voor allerlei vormen van intelligentie in de natuur. Zo ontstaat een ander narratief, dat op zijn beurt een andere realiteit tot gevolg heeft.

Levensgrote problematiek wordt gebagatelliseerd tot een kwestie van storytelling

Volgens deze filosofen zijn wij mensen, net als alle andere organismen, slechts een onderdeel van de natuur. Wij zijn een radartje in het geheel, “een gezicht in het zand op de vloedlijn van de zee”, zoals filosoof Michel Foucault schrijft. Binnen de natuurlijke orde zijn we even belangrijk (of onbelangrijk) als alle andere delen.

Als we eenmaal beseffen dat we een nietig onderdeel uitmaken van de oneindig prachtige en complexe natuur, dan behandelen we haar met meer respect en kunnen we ons beter schikken naar haar behoeftes. Ik noem dit het ‘arcadische mantra’, vrij naar het Grieks romantische ideaalland Arcadië waar mens en natuur nog in innige verbinding mochten floreren.

Nu we steeds meer tegen de planetaire grenzen aanlopen, biedt het arcadische mantra dus niet alleen een alternatief verhaal, maar ook een oplossing en een geruststellende therapie. Maar daar ligt precies de ideologische valkuil.

Als we niet oppassen, bagatelliseert het arcadische mantra levensgrote problematiek tot een kwestie van storytelling en subjectieve ervaring. Hoog tijd voor een kritische beschouwing. 

Het falen van het arcadische mantra

Volgens het WWF is tussen 2004 en 2017 wereldwijd een stuk tropisch bos ter grootte van Marokko verdwenen. Dat bos is niet verdwenen vanwege natuurlijke processen, maar doordat mensen besloten om ruimte te maken voor landbouw, infrastructuur en mijnbouw; een typisch Antropoceen fenomeen dus.

Vanuit arcadisch perspectief is dit maar moeilijk te duiden. Als bos en ontbosser zo innig met elkaar verstrengeld zijn, wat maakt het dan uit dat de één ruimte inneemt van de ander? En als de mens en de vele soorten die in het bos leefden gelijkwaardig aan elkaar zijn, hoe heeft de mens het bos dan in zo’n rap tempo kunnen ontbossen?

 We moeten onze plek in de natuurlijke orde erkennen in plaats van te vluchten in romantische gedachtenkronkels

Als we al onderdeel uitmaken van de natuur, zoals Haraway en Latour suggereren, dan staan we bovenaan de voedselketen met pesticiden, kettingzaag en geweer in de hand.

Op dit punt zouden arcadische denkers wellicht kunnen tegenwerpen dat zij niet zozeer beschrijven hoe de feiten er op dit moment voor staan, maar hoe de wereld er eigenlijk uit zou moeten zien. Ze bedoelen niet dat mens en natuur daadwerkelijk in harmonie leven met elkaar, maar dat ze zo’n situatie wensen.

Maar zelfs als we na deze correctie het normatieve domein betreden, dan is het de vraag of het arcadische mantra noodzakelijk is om het punt te maken dat de arcadische filosofen zouden willen maken.

Je zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat de bio-industrie een ongewenste praktijk is, omdat het grootschalig dierenleed veroorzaakt. Zo’n argument wordt niet sterker door tevens aan te nemen dat de mens een integraal onderdeel van de natuur is. Het arcadische mantra is dus slechts ideologische ballast.

Dit wordt onderschreven door onderzoek van de religiewetenschapper Aike Rots. Hij deed onderzoek naar de invloed van de Japanse natuurreligie Shinto (denk: Myazaki’s Spirited Away) op het gedrag van haar aanhangers. Conclusie: die invloed is vooral lokaal waar te nemen, namelijk op de betrokkenheid bij de aanleg en het onderhoud van het lokale bos.

Aan natuurwetten valt niet te tornen, aan menselijke wetten wel

Rots heeft echter geen effect kunnen vinden van Shinto op bijvoorbeeld de mate van ontbossing in Japan, de walvisjacht of de verduurzaming van het Japanse energiesysteem. Anders gezegd: arcadisch therapeuten zouden de invloed van een natuurinclusieve levensbeschouwing op het menselijk handelen nog wel eens kunnen overschatten.

Een wildere natuur begint bij onszelf

Een wilde en vitale natuur is vooral een uitkomst van de manier waarop wij – mensen – zaken als wetgeving, belasting, landgebruik en economie inrichten. Geen kraanvogel die daarover kan beslissen. Het zijn uitkomsten van menselijk samenleven die kunnen worden aangepast als inzichten veranderen.

De intrede van het Antropoceen is een geschikt moment om wat fundamentele discussies te voeren over dit soort mensenstructuren. Filosofen zullen daarbij een belangrijke rol spelen om centrale begrippen zoals natuur, aarde en mens te verduidelijken en de ethische dimensie zichtbaar te maken.

Natuur wordt gevormd door de manier waarop wij – mensen – zaken als wetgeving, belasting, landgebruik en economie inrichten

De natuur daarentegen volgt eigen regels. Het is evident dat ze allerlei oplossingen heeft voor problemen die aardwetenschappers aankaarten, maar die ontwikkelt ze over het algemeen niet dankzij, maar ondanks menselijke interventie.

Aan natuurwetten valt niet te tornen, aan menselijke wetten wel. Als we de natuur daadwerkelijk meer ruimte willen geven, dan moeten we allereerst onze plek in de natuurlijke orde erkennen – in plaats van te vluchten in allerlei romantische gedachtenkronkels.

Verder lezen

Foucault, Michel – De woorden en de Dingen (Boom Filosofie, 2021)

Haraway, Donna – Staying with the Trouble (Duke University Press, 2016)

Latour, Bruno – Facing Gaia (Polity Press, 2017)

Pacheco, P., et. al. – Deforestation fronts: Drivers and responses in a changing world. (WWF, 2021)

Rockström, J., et. al. – A safe operating space for humanity. Nature 461: 472-475 (2009)

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

6 Comments

  1. Geachte heer Menting,
    Wanneer we deze posities, waarvoor dank, tot in de kleinste details zouden kunnen bespreken, – hetgeen hier om even onbegrijpelijke als onbekende redenen absoluut onmogelijk is -, dan zou u mij ongetwijfeld toestaan een stortbui van tegenspraken te voorspellen. Want het eenvoudige feit dat wij de natuur permanent zijn én worden, en niet één of ander losjes gefantaseerd deel in ons hoofd zonder dat wij zouden ademen, eten en drinken, zet deze posities op de helling.

  2. Latour en arcadisch, romantisch denken? Toon mij één citaat uit zijn werk om die claim te ondersteunen. Ik kan ‘em niet vinden.
    Kortom, fabuleer je tegenstander en je hebt altijd gelijk.

    1. Helemaal mee eens!

      Nota bene uit het boek van Latour dat hier geciteerd wordt: “Contrary to what the nostalgics say, coming back down to Earth has nothing to do with some longing for Arcadian rurality” (p. 244).

      Latour schrijft al decennialang boeken over alles wat er mis is met ons concept van ‘natuur’ én met de gedachte dat wij een ‘onderdeel’ van de natuur zouden zijn.

      Dit flutstuk kaapt een gedachte (dat het beter zou zijn om arcardische sentimenten af te doen als ideologische ballst) die al meer dan 20 jaar centraal staat in Latours werk.

  3. Met het uitroeien van de mammoet en veel later de bijna-uitroeiing van de bizon heeft de mens tekenen gegeven van zijn destructief vermogen en domme kracht. Daarna is de destructie en domheid in een fatale stroomversnelling gekomen met nu duizenden destructieve concepten . Tot voor een paar honderd jaar vormde de mens een in toenemende mate dominant, maar toch een redelijk harmonieus onderdeel van de natuur. De huidige destructieve concepten plus de schaalgrootte waarin dit plaatsvindt, o.a. door de enorme bevolkingstoename en toename van kennis, hebben ons niet buiten de natuur geplaatst, maar de natuur van binnenuit desastreus ondermijnd, en plaatselijk al vernietigd. Met het potentieel om onszelf te vernietigen, maar niet de aarde en de natuur.
    Er zijn 2 richtingen:
    1. wij leren omgaan met onze verworvenheden en keren terug naar het zijn van een harmonieus onderdeel van de natuur
    2. of wij vernietigen onszelf, en een deel van de natuur. De aarde en een ander deel van de natuur zal blijven bestaan en het incident mens zal als klein intermezzo, verdwenen zijn. Wellicht met uitzondering van een paar slimmerds en rijken. Die kunnen dan vanaf de basis weer beginnen.

    1. Uitstekend geformuleerd, Ronald.
      Ik vrees dat diegenen die overleven na onze collectieve zelfvernietiging heel snel zullen vaststellen dat al hun geld en al hun slimmigheid niet langer volstaan voor hun nieuwe begin. Omdat ze vergaten hoe afhankelijk zij waren van alle existentiële diensten van miljoenen minder gefortuneerden, inmiddels overleden. Als ik dat goed inschat zal een dergelijk nieuw begin nooit meer levensvatbaar zijn voor gelijk wie, zelfs niet met oneindig veel geld en een oneindige intelligentie.

      1. Je hebt gelijk: ik herformuleer mijn laatste zin:
        Die kunnen dan vanaf de basis weer proberen te beginnen, maar tevergeefs.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *