Door Maarten van Doorn (Radboud Universiteit)

Sinds de introductie van de iPhone in 2007 zijn diensten als WhatsApp, Instagram en de cloud niet meer weg te denken. De producten en diensten van de tech-elite hebben ons gedrag en ons denken diepgravend beïnvloed en het beschavingsproces een nieuwe wending gegeven. Hoe hebben ze dat in zo’n korte tijd voor elkaar gekregen?

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Wij nihilisten: Een zoektocht naar de geest van digitalisering (De Bezige Bij, 2021) is een eloquent zelfonderzoek naar het waarom van onze collectieve digitale bekering uit de pen van filosoof Hans Schnitzler (1968). Zijn diagnose: de wereld die big tech ons voorschotelt, is ook de door ons gewenste wereld. Hun programmeurs geven ons wat we willen, “hun ambities en dromen [zijn] de onze.”

Al dat ons rest is een focus op persoonlijk levensgeluk, gemak en comfort

Prima vraag-aanbodmechanisme, toch? Nou nee, want ons digitale onderkomen heeft fundamentele gebreken: sociale media zijn verslavende radicaliseringsmachines, nepnieuws ondermijnt de democratie en data gestuurde beslissingen en advertenties maken van privacy en autonomie een grap. Als dat zo is, en als die weerzinwekkende realiteit in onze reflectie is opgetuigd, dan is het de hoogste tijd om ons te bezinnen op het waarom ervan.

Nihilisme in een digitale wereld

Hier legt Schnitzler de link tussen nihilisme en digitalisering die uit de titel spreekt. Nietzsche zag het goed: God is dood. Hogere waarden en betekenisgevende narratieven hebben hun zeggingskracht verloren. Al dat rest in zo’n vacuüm is een focus op persoonlijk levensgeluk, gemak en comfort.

Nietzsche’s laatste mens wil nog wel ervaringen opdoen zolang ze maar veilig, behaaglijk en pijnloos zijn. Vandaar de populariteit van de geriefelijke en onbekommerde comfort zone van de door de nieuwe goden “gefabriceerde dompelrealiteiten”. De digitale wereld biedt een schier oneindige hoeveelheid aan vlucht- en kuurmogelijkheden en is daarmee het – lichtelijk treurige en nihilistische – antwoord op de zingevingscrisis.

Schnitzler wijst op de excessen van het ‘dataïsme’ – denk aan een lector ‘pr en social media’ die met zijn smartphone zijn dochters trackt

Zoals Adolfus Huxley in 1932 al schetste in Brave New World: een wereld waarin een gesimuleerde en verbeterde variant van de realiteit de oneffenheden van de natuurlijke wereld verdringt, is niet per se wenselijk – Schnitzler geeft hier het treffende voorbeeld van snapchatdysmorfie. Het transhumanistische idee dat menselijke en biologische wetten slechts hinderpalen zijn voor meer groei, meer geluk en langer leven, heeft iets angstaanjagends.

Ook al zijn groei, geluk en leven nastrevenswaardige doelen, onze onderbuik komt in opstand als we ze door hacken proberen te verkrijgen. Zelfs al zouden we dan, op een bepaalde manier, allemaal gelukkig zijn. Schnitzler agendeert prangend de ethische vragen die opkomen omtrent onze toekomstige bewustzijnbouwers.

De kunst van speculatie

Zijn “pamflettistische essay” voelt regelmatig aan als een betoog, toch waarschuwt hij ons in de inleiding dat Wij nihilisten soms “speculatief en associatief van aard” is. In die meer beschouwende passages is het boek op zijn sterkst. Meanderend langs een indrukwekkend aantal denkers die hij soepel aan elkaar schrijft, zijn Schnitzler’s bespiegelingen bij vlagen inzichtelijk en fraai geformuleerd.

Overtuigend wijst hij ook op de excessen van het ‘dataïsme’ – denk aan een lector ‘pr en social media’ die er content mee is dat hij met zijn smartphone zijn dochters trackt. Of aan futurist Ray Kurzweil die (toekomstige) kunstmatige intelligentie zonder blikken of blozen een goddelijke status toekent.

Facebookgebruik leidt juist tot depolarisatie en bijna niemand zit in een filterbubbel

Bij een aantal van Schnitzler’s andere betogen knaagt er echter iets. Dat onze digitale infrastructuur vergiftigd is, functioneert als startpunt van zijn zelfonderzoek. Omdat die aanname het startpunt is, wordt ze niet verdedigd. Dat is een legitieme zet, maar de lezer die twijfels koestert bij deze assumptie zal aarzelen om op de trein van Schnitzler’s gevolgtrekkingen te springen.

Om een paar voorbeelden te geven: de invloed van nepnieuws lijkt veel minder groot dan gedacht (studie 1, 2, 3). Een aantal recente studies vond verrassend dat Facebookgebruik leidt tot depolarisatie (1, 2, 3) en niet zorgt voor verminderde mentale gezondheid (1, 2, 3). Het Cambridge Analytica “schandaal” – Schnitzler refereert er expliciet aan – was hoogstens een briesje in een shotglaasje (1, 2, 3). Ook zit er bijna niemand in een filterbubbel (1, 2, 3) en worden er nog minder van ons misleid door gemicrotargete advertenties (1, 2, 3).

Het kan natuurlijk dat Schnitzler tegenwerpingen paraat heeft tegen die onderzoeken. Of andere digitaliseringseuvels in gedachten heeft dan de hierboven genoemden. Mijn punt: het is vooral spijtig dat de informatie die Schnitzler’s verhaal compliceert en nuanceert geen aandacht krijgt.

Want misschien is het niet zozeer dat de doorsneegebruikers van WhatsApp, Google Assistent en TikTok opeens nihilistisch zijn geworden en daarom al die veronderstelde ellende voor lief nemen, maar dat we – nihilistisch of niet – gewoon niet zoveel rampspoed creëren door af en toe een appje te sturen. En dat we daarom niet nihilistisch hoeven te zijn om dat met goed geweten te doen.  

Conclusie: Schnitzler schrijft fraai en brengt veel interessante reflecties te berde. Het is daarom des te jammer dat zijn negatieve sentiment jegens digitalisering hier en daar de nauwkeurigheid van zijn redenering of bewijsvoering ietwat lijkt te handicappen. Zijn zelfonderzoek naar het waarom van onze collectieve digitale bekering blijft niettemin lezenswaardig.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

1 Comment

  1. Het waren niet de industriele revolutie en de fossilisering van de maatschappij, en nu niet de digitalisering die de oorzaken zijn van het nihilisme, zingevingscrisis en de ondermijnig van de maatschappij. Wel het niets ontzienende neoliberlisme van de naar geld, macht en ultieme persoonlijke vrijheid strevende kapitalisten en kleptocraten en hun faciliteerders en de massa van moderne slaven.
    Binnen deze cultuur is leeghoofdigheid, oppervlakkigheid en verslaving in ontelbare vormen, de basis van anti maatschappelijk denken, houding en gedrag. Nu dit zo massaal is geworden lijkt het de nieuwe maatschappelijke orde te zijn geworden.
    Gebrek aan moreel leiderschap op alle niveaus versterkt deze trend.
    Laten we hopen dat we slechts in een overgangstijd leven, naar een periode dat we wel zinvol weten om te gaan met onze verworvenheden. En dat antimaatschappelijk gedrag niet meer wordt getollereerd.
    In de duurzaamheids omwenteling, die zelfs versterkt wordt door een onrechtmatige en niet getollereerde oorlog in Oekraine, zie ik een lichtpunt van hoop dat we aan het begin staan van een nieuwe orde. Deze zal bevochten moeten worden op de rotzakken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *