Door Mels-Werner Dees (masterstudent Wijsbegeerte, Universiteit Gent)

In Nederland spreken collega’s elkaar doorgaans niet meer met ‘u’ aan. En toch: veel intiemer dan trakteren met taart voor een verjaardag en keuvelen over vakantie-ervaringen wordt het met zakelijke relaties zelden. Zo komen we bijvoorbeeld privé niet zomaar bij elkaar op bezoek.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Sinds ruim een jaar is dat anders. We voeren functioneringsgesprekken aan de keukentafel, onderhandelen over contracten op zolder en worden, zoals de schrijver van deze tekst, ontslagen aan een bureau in de slaapkamer. Ook onze inrichting en het uiterlijk van de huisdieren zijn inmiddels bij de collega’s bekend.

Dergelijke mate van intimiteit kennen we zelfs bij veel van onze beste vrienden niet. We betreden zelden elkaars slaapkamer, tenzij er sprake is van ziekenbezoek, of afscheid van een stervende.

Ons huis is heilig

Dit privacy-aspect van thuiswerken is onderbelicht, maar heeft een onmiskenbare impact. Zelfs in deze profane tijd heeft onze woning een sacraal karakter. Mooi zijn de woorden van Willem Frederik Hermans in Het behouden huis. “Ik raakte zó onder de indruk dat ik in de vestibule mijn voeten veegde”, zegt het hoofdpersonage, een soldaat die tijdens de oorlog drie jaar lang als een beest leefde en daarbij zijn ‘goede manieren’ verloor. Bij het betreden van een warm, nog maar net verlaten huis lijkt het alsof hij zich weer “behoorlijk gedragen moest”.

Online vergaderen is een vorm van digitale huisvredebreuk

We zien het speciale karakter van een woning ook terug bij het juridische begrip ‘huisvredebreuk’. De begrippen ‘huis’ en ‘vrede’ worden bij elkaar gevoegd. Je verstoort als insluiper de vrede van het (t)huis van een ander. Dit delict wordt in Nederland beschouwd als een misdrijf en kan worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.

In zekere zin hebben we dagelijks te maken met een vorm van digitale huisvredebreuk als we met ons werk communiceren. Met de komst van online ‘collaboration platforms’ zoals Teams en Zoom vervagen de grenzen tussen wonen en werken, tussen binnen en buiten, tussen bedreiging en veiligheid. Sterker nog: we klagen als wanden of deuren zorgen voor een slechte verbinding. IT-leveranciers voorzien in de nabije toekomst trouwens nog innovatievere manieren van thuiswerken. Volgens Dell zorgt 5G er straks bijvoorbeeld voor dat we een Zoom-gesprek werkelijk ervaren als een ontmoeting tussen personen.

Houvast

De eigen woning is bijzonder. Natuurlijk kunnen we ons thuis voelen in een leuk restaurant of kolkend voetbalstadion – maar je bent er als gast. Dit geldt ook voor onze arbeidsplek. Hoe leuk collega’s ook zijn, hoe (relatief) geschikt je leidinggevende zich ook opstelt: je bent er werknemer. De arbeidsplaats blijft de buitenwereld.

In de barre buitenwereld kan de mens moeilijk leven. Zonder woning verliezen we ons houvast. Het ontbreekt de mens dan aan een “plek waar zijn wegen vanuit gaan en waarnaar ze terugkeren”, stelt Otto Friedrich Bollnow in zijn boek Mensch und Raum.

Nu de scheiding tussen huis en buitenwereld vervaagt, dreigen we dakloos te worden

We moeten die plek als mens doorgaans zelf creëren, ons er vestigen en de locatie tegen aanvallen van buiten verdedigen. Dit lukt alleen met een eigen woonruimte. Daar vinden we rust en vrede. We hebben het voorrecht zelf te bepalen voor wie we de deur opendoen, en wie we buiten laten staan. Dat voorrecht is, volgens Bollnow, wezenlijk voor ons.

Muren houden Zoom niet tegen

Om in rust en vrede te kunnen wonen, zijn beschermende muren nodig. Die snijden uit de grote algemene ruimte een bijzondere private ruimte, schrijft Bollnow. De grote algemene ruimte en de bijzondere private ruimte hebben een totaal verschillend karakter. De buitenruimte is de ruimte van de bezigheden in de wereld, waar steeds ‘uitdagingen’ te pareren zijn. In de woning kunnen we die bedreiging en alertheid loslaten.

Nu de scheiding tussen huis en de buitenwereld vervaagt, dreigen we dakloos te worden. Dat is een gevaar, lezen we bij Bollnow, als hij Goethes Faust aanhaalt: “Bin ich […] der Unbehauste? Der Unmensch ohne Zweck und Ruh.” Wanneer de onbehuisde mens een onmens is, dan volgt daaruit dat de mens slechts als behuisde waarlijk mens kan zijn. Wie een thuis, een eigen domein ontbeert, is dan geen mens meer, aldus Bollnow.

In vrede blijven

In Bauen Wohnen Denken beschouwt Martin Heidegger het begrip ‘wonen’. Heidegger gaat graag linguïstisch terug naar de kern van het fenomeen dat hij bestudeert. Het Gotische ‘wunian’ betekent volgens hem ‘zich ophouden’ – wonen, dus. Maar het woord staat ook voor ‘tevreden zijn’, ‘tot vrede gebracht’ en ‘in vrede blijven’. Deze fundamentele waarde van wonen is alleen mogelijk als het huis ons eigen hoekje in de wereld is.

Wie geen thuis heeft, is geen mens meer

Vaak gaat het bij ICT-innovaties over een adequate beveiliging tegen hackers, virussen en zogenaamde ‘security-lekken’. Het wordt tijd ook onze digitale huisvrede, de meest intieme ‘security’, te bewaken. Zoals we de deur gesloten houden voor ongenode (fysieke) gasten, of hen in elk geval weren bij de drempel, zo willen we ook de vitrage kunnen sluiten voor zij die via het beeldscherm met ons communiceren – juist als het zakelijke relaties zijn.

Deze mate van afweer is, zoals de Vlaamse filosoof Harry Berghs schrijft, nodig als we willen dat onze woning “de bijna zelfgenoegzame kleine wereld [blijft] waarin men alles verzameld vindt wat voor het dagelijks leven nodig is.”

Verder lezen

Martin Heidegger, “Bauen Wohnen Denken”. Martin Heidegger Gesamtausgabe Band 7. Vittorio Klostermann, 2000.

Otto Friedrich Bollnow, Mensch und Raum. Kohlhammer, 1963.

Gaston Bachelard, La Poétique de l’espace. Presses Universitaires de France, 1957.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

1 Comment

  1. Als je in de auto je zonebril niet opzet, heb je last van de zon. Als je de ramen onbedekt laat kijkt de buurman naar binnen.
    Als je je privé vertrek niet afschermt voor de camera, kijkt je collega in je huis. Koop of maak een gordijn, scherm, of ga aan een muur zitten als achtergrond. Doe je deur dicht voor geluidswering. Dat is praktisch, niet filosofisch. Maar het helpt wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *