Door Laura Molenaar (Afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam)

Wat kunnen we leren van de coronacrisis? In Met elkaar – voor elkaar maakt Patrick Loobuyck de balans op. Kunnen filosofen hier eigenlijk nog iets betekenen, of moeten ze pas op de plaats maken voor virologen, economen en sociologen?

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

Om deze vraag te beantwoorden citeert Loobuyck zijn UGentcollega Johan Braeckman: “[Ik] hoop dat filosofen […] ons bewust helpen te maken van het belang van solidariteit, […] rationaliteit, het belang van vertrouwen […] en de kennis die vanuit wetenschappelijke methodes naar voren is gebracht.”

Dat is precies wat Loobuyck ook in Met elkaar – voor elkaar doet. Hij neemt ons mee, terug naar het begin van de coronacrisis, naar de verschillende maatregelen en de maatschappelijke discussies die daarover werden gehouden. Voor lezers die het boek nu lezen zal het allemaal bekend voorkomen – misschien iets té bekend. Hebben we echt een reminder nodig dat sommige mensen de mondkapjes als muilkorf zagen, of de avondklok disproportioneel vonden?

Tegen de Foucaultianen

Een van de interessantste delen van Loobuycks beschouwing is een kritiek op wat hij de ‘Foucaultianen’ noemt, hedendaagse filosofen als Marli Huijer, René ten Bos, Ad Verbrugge en historicus Bert De Munck.

Michel Foucault waarschuwde voor de disciplinerende werking van instellingen als het ziekenhuis en de gevangenis. Op basis van wetenschappelijke data maakt de staat (belichaamd in instellingen als het ziekenhuis en de gevangenis) onderscheid tussen zieke en gezonde burgers. Dat leidt niet alleen tot een obsessie met gezondheid (kuch, corona-apps, kuch), men vergeet snel dat die wetenschappelijke kennis zélf tot stand komt binnen de machtsstructuren van de staat. De wetenschappelijke basis van het onderscheid tussen ziek en gezond is dus niet zo objectief als we graag geloven.

De overtuiging van de Foucaultianen is volgens Loobuyck zo sterk dat ze de feiten uit het oog verliezen

De Foucaultianen wijzen op die problematische verstrengeling van macht en gezondheid om het overheidsoptreden tijdens corona verdacht te maken, stelt Loobuyck. De Foucaultianen zien “in het coronabeleid een bevestiging van een trend die hen al langer zorgen baart: onze samenleving wordt een controlemaatschappij waarin onder meer vrijheid en privacy steeds meer het onderspit moeten delven.”

Op zich een terechte zorg, vindt Loobuyck, maar hun overtuiging is zo sterk dat ze de feiten uit het oog verliezen, en bijvoorbeeld de schade die het virus aanricht minimaliseren. Hij noemt hen “overdreven achterdochtig”, maar legt helaas niet uit waaróm. Het is een strategie die hij vaker toepast in Met elkaar – voor elkaar.

Hij blijft dicht bij de feiten zelf – de cijfers over de dodelijkheid van het virus, de veiligheid van het vaccin – en zet daartegenover de standpunten van sceptici. Of hij de Foucaultianen hiermee overtuigt is zeer de vraag, want die zijn sceptisch over die feiten en cijfers. Een écht filosofisch debat komt daarmee niet van de grond.

Rechtvaardigheid en vrijheid

Een andere filosoof die Loobuyck graag noemt, is de politiek filosoof John Rawls. Dat gebeurt in een deel van het boek waarin Loobuyck een stap terug doet en de vraag stelt in hoeverre de democratie ten tijde van corona gefunctioneerd heeft. Er werden immers in rap tempo ingrijpende maatregelen genomen die vóór de pandemie ondenkbaar waren. En waren de pers en het parlement – met name in het begin – niet wat onkritisch over het overheidsbeleid?

De lockdowns en beperkingen hebben de ongelijkheid alleen maar vergroot

Loobuyck ziet in onze samenleving een bepaalde opvatting van vrijheid die al te vinden is bij Rawls, en die hij treffend samenvat: “Ik ben vrij om met mijn vuist te zwaaien tot aan het puntje van jouw neus.” Hij gebruikt dit vrijheidsbegrip, samen met het schadebeginsel van John Stuart Mill (“De overheid mag onze vrijheid slechts beperken als we van onze vrijheid gebruik zouden willen maken om anderen te schaden”) om uit te leggen waarom de coronamaatregelen rechtvaardig waren. Ze zijn namelijk wel vrijheidsbeperkend, maar ook bedoeld om grotere schade te beperken. 

De discussies rondom de coronamaatregelen brengen Loobuyck ertoe om filosofisch te reflecteren op basiswaarden zoals rechtvaardigheid. Daarvoor gebruikt hij nog een ander idee van Rawls: diens concept van de basic structure of society. De mate waarin een samenleving rechtvaardig is zou niet moeten afhangen van de goodwill en ‘burgerzin’ van mensen zelf, zegt Rawls. Het moet daarentegen in de structuur van onze maatschappij ingebakken worden. Een les die we zouden moeten trekken uit de pandemie.

Oplossing

Maar dat is helaas slechts ten dele gelukt. De lockdowns en beperkingen hebben de ongelijkheid alleen maar vergroot en er werd juist een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid. Daarmee komen we bij de titel van het boek: alleen met elkaar én voor elkaar kunnen we deze problemen oplossen, zegt Loobuyck.

Het past bij een combinatiedenker dat hij geen vurig pleidooi voor één bepaald standpunt houdt

Hij beroept zich op het begrip solidariteit om de ontstane polarisatie en het wantrouwen te temperen. De coronamaatregelen zijn een oproep tot solidariteit. Je vaccineert je niet alleen voor je eigen gezondheid, maar ook voor die van een ander. Alleen als we ons allemaal aan de maatregelen houden, lukt het om de crisis eronder te krijgen.

Geen vurig pleidooi

Hoewel Loobuyck interessante ideeën verbindt aan de coronacrisis, blijf je als lezer soms wat onbevredigd achter. Dat heeft te maken met voorgenoemde strategie om bij de feiten te blijven en niet op filosofisch niveau met zijn tegenstanders te sparren. Het komt ook door Loobuycks schrijfstijl. Die is nogal hak-op-de-tak, en bij vlagen clichématig: “Soms was het [corona]beleid te streng, soms veel te laks”; “Bepaalde schade en heel wat overlijdens waren mogelijk te vermijden. Daarover is het laatste woord vast nog niet gezegd”. Tja.

In de inleiding noemt Loobuyck zich een ‘combinatiedenker’, die oog heeft voor de complexiteit en ambivalentie van de werkelijkheid. Het past bij een combinatiedenker dat hij geen vurig pleidooi voor één bepaald standpunt houdt, maar vurige pleidooien maken een filosofisch boek soms juist interessant.

Maar Met elkaar – voor elkaar bevat ook mooie en meer diepgravende passages, zoals de bovengenoemde analyses van Foucault en Rawls. Voor lezers die nieuw zijn in de filosofie, en juist door de coronacrisis geïnteresseerd zijn geraakt, bevat dit boek een aantal mooie eyeopeners.

Patrick Loobuyck, Met elkaar – voor elkaar. De kunst van het samenleven in crisistijd, Pelckmans Uitgevers, Kalmthout, 2021, 269 p., ISBN 9789464014457, €20,00.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Steun ons

Doneer Word vriend

1 Comment

  1. Bij een pandemie is niet de cruciale vraag: welke filosoof volg ik,
    als wel: wat moeten we doen om sterfte te vermijden en kwetsbare mensen te beschermen.
    De praktijk wijst uit dat dan belangrijk zijn:
    . voorbereid zijn
    . snel en adequaat handelen
    . rigoreuze maatregelen niet schuwen
    . de mensen meenemen in de bestrijding en maatregelen
    .Communicatie en motivatie
    . appel op verantwoordelijkheid voor de ander
    . De kwetsbaren centraal stellen, niet de economie en de financien.
    .proportionaliteit blijven nastreven
    . fouten accepteren binnen de goede bedoelingen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *