Door Friso Timmenga (Rijksuniversiteit Groningen)

De geschiedenis is een verhaal dat wij elkaar vertellen. Dit verhaal komt tot stand door historische feiten aaneen te rijgen en van interpretatie te voorzien. Helaas beïnvloedt de ouderwetse koloniale blik nog altijd de manier waarop wij over de geschiedenis denken. Hierdoor zien we de belangrijke rol van Afrikaanse, Aziatische en Amerikaanse volkeren in de totstandkoming van moderne wetenschap en filosofie vaak over het hoofd. Om hier iets aan te doen schreef David Graeber Piratenverlichting.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

De inzet van Graebers boek is ambitieus: laten zien dat de wortels van de Verlichting niet in Europa liggen, maar in piratennederzettingen op Madagaskar. Deze nederzettingen experimenteerden volgens Graeber al vroeg in de 18e eeuw met democratisch zelfbestuur. De piraten maakten daarbij geen onderscheid op grond van geslacht of ras. De verhalen over deze vrije en vooruitstrevende piratenrijken zouden in Europa vervolgens de Verlichting in beslissende mate beïnvloed hebben.

Piratenverlichting is geen historisch verslag, maar een anti-geschiedenis

Zoals je begrijpt, is dit natuurlijk een nogal veelomvattende claim die je onmogelijk in 200 bladzijdes hard kunt maken. En inderdaad: als je Piratenverlichting als een normaal geschiedenisboek leest, moet je concluderen dat Graeber zijn hand overspeelt. Bij het einde aangekomen is het nog altijd zeer de vraag welke invloed de Malagassische piraten hadden op denkers zoals Denis Diderot of Germaine de Staël.

Een anti-geschiedenis

Maar hebben we hier wel te maken met een normaal geschiedenisboek? Ik denk het niet. Piratenverlichting is geen historisch verslag, maar een anti-geschiedenis. Zoals Graeber halverwege het boek toegeeft, is hij namelijk bezig met een opzettelijke provocatie:

“Een bewust politiek experiment uitgevoerd door mensen die Malagassisch spraken is een historisch verschijnsel van een soort waarop de huidige geschiedschrijving het minst is toegerust. Als zoiets zich zou voordoen, zou het historici grote moeite kosten om het te analyseren of zelfs maar als zodanig te erkennen.”

Net zoals een piratenschip heeft ook dit boek een dubbele bodem, die de geheime schat verbergt. Op het eerste gezicht gebruikt Graeber geschiedkundige methodes om zijn punt te maken. Hij lijkt als een keurig historicus te werk te gaan. Wie tussen de regels doorleest, ziet echter dat Graeber diezelfde methodes tegen de geschiedschrijving zelf keert. De vraag is: waarom?

Het antwoord heeft te maken met de koloniale blik die ik boven noemde. Het Europese superioriteitsgevoel komt nergens zo sterk naar voren als wanneer we het over ‘onze’ Verlichting hebben. Mensenrechten, democratie en de moderne wetenschap zijn typisch Europese uitvindingen die het Verlichte Westen aan de primitieve volkeren in de rest van de wereld heeft gegeven. Toch?

Door dit gangbare beeld te destabiliseren wil Graeber ons historisch besef dekoloniseren. Hij maakt daarmee een weloverwogen keuze. Sommigen richten in dit kader namelijk liever rechtstreeks hun pijlen op de Verlichting. Door het racisme van Kant en Hegel te benadrukken laten dit soort denkers zien dat de Verlichtingsdenkers niet zo verlicht waren als we vaak denken. Graeber daarentegen verdedigt juist de positieve waarde van de Verlichting, terwijl hij haar niet-Europese oorsprong benadrukt.

Radicale kritiek

Dat Graeber deze strategie toepast in Piratenverlichting valt wel te begrijpen. Hij focust namelijk vooral op de politieke kant van de Verlichting, zoals democratie en de gelijkheid tussen man en vrouw. Dat zijn ideeën waar wij (terecht) het meest trots op zijn.

Maar je kunt je natuurlijk ook afvragen hoe het zit met het rationalisme, individualisme en reductionisme dat aan de Verlichting ten grondslag ligt. Laat Graeber met dit werk niet een veel radicalere kritiek op de Verlichting en haar rol in het rechtvaardigen van kolonialisme en slavernij links liggen?

We mogen niet zomaar het gangbare historische plaatje aannemen

Hoewel Graeber de donkere kant van de Verlichting zeker aanstipt, denk ik dat hij in dit boek vooral wil aantonen hoe angstaanjagend weinig we eigenlijk weten over de geschiedenis. Omdat veel cruciale feiten ontbreken is geschiedschrijving in de praktijk een moeilijke opgave. We mogen daarom niet zomaar het gangbare historische plaatje aannemen dat de geschiedenis bestempelt als een proces van vooruitgang met het Westen voorop.

Dit is een belangrijk punt. Zoals Dipesh Chakrabarty in zijn boek Provincializing Europe namelijk beschrijft, vormt deze vooruitgangsgedachte de kern van onze koloniale blik. Door de geschiedenis op te vatten als een eenrichtingsweg van primitiviteit naar moderniteit rechtvaardigde het koloniale systeem zichzelf eeuwenlang als beschavingsmissie. Door juist deze geschiedopvatting onderuit te halen beroof je het kolonialisme van zijn centrale argument.

Historische acrobatiek

Daarmee wordt het boek eigenlijk nog raadselachtiger. Want in hoeverre ontkracht Graeber het koloniale verhaal van universele vooruitgang daadwerkelijk? Verlegt hij de oorsprong van deze vooruitgang niet simpelweg naar Madagaskar?

Graebers historische acrobatiek zal niet bij iedereen in de smaak vallen

We moeten denk ik terug naar de dubbele bodem van dit boek. Door de oorsprong van de Verlichting buiten Europa te leggen hoopt Graeber dat de koloniale vooruitgangsgedachte vanzelf uit elkaar spat. Hoewel deze krachtige provocatie briljant bedacht is, vraagt het wel veel doorzettingsvermogen van de lezer.

De lezer moet namelijk mee op Graebers piratenavonturen, terwijl niet helemaal duidelijk is of Graeber zelf wel in deze avonturen gelooft. De historische acrobatiek rondom een geschiedenis waarvan (zoals Graeber toegeeft) 99% van de feiten verloren zijn gegaan zal daarom niet bij iedereen in de smaak vallen.

Toch zullen ook critici toe moeten geven dat Piratenverlichting een fascinerend spektakelstukje is, waarbij met name de inleiding en conclusie interessante overpeinzingen bevatten over de geschiedenis. Daarnaast heeft Graeber duidelijk grondig onderzoek verricht. En laten we eerlijk zijn: een filosofieboek vol epische piratenavonturen, hoe vaak kom je dat nou tegen?

Friso Timmenga is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

Volg ons op

TwitterInstagramFacebook

Op de hoogte blijven per mail?

Wanneer wil je een e-mail ontvangen?

Steun ons

Doneer Word vriend