Door Dick Timmer (Promovendus, Universiteit Utrecht)

Onlangs speelde ik een hoofdrol in een spotprent in Trouw.

Dat was vanwege een interview eerder die week over ‘vliegen’. Over wat ik er als filosoof van vind dat mijn generatie, zeg maar de mensen tussen de 25-34 jaar, zich het meest milieubewust noemt en tegelijk het vaakst de lucht in gaat.

Ik zei dat focussen op individuele verantwoordelijkheid geen vruchtbare manier is om de luchtvaart te veranderen. Dat vliegen ‘bredere vragen’ oproept, bijvoorbeeld over wat een ‘goed leven’ is. En ik vroeg me hardop af of vliegvakanties altijd als ‘luxe’ tellen.

‘Filosofenpraat’, aldus een ingezonden brief, om het oude gezegde ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ te omzeilen. En toen kwam dus die spotprent – scherp, grappig en gevat. Daarin vloog ik, eco-ethiek studerend, naar Curaçao.

Hoort ‘vliegen’ bij het goede leven?

Deze kritiek werpt een terecht punt op: als zelfs degenen die verandering nodig vinden er niet voor zorgen, wie dan wel? En: deze kritiek laat zien hoe we dit debat níet moeten voeren als we de luchtvaart écht willen veranderen.

Dit artikel is onderdeel van de serie over de luchtvaart op BNI.
Andere artikelen in deze serie:
Deel 1: Vliegen, verantwoordelijkheid en het goede leven (Dick Timmer)
Deel 2: Hoe we het debat over de luchtvaart moeten voeren (Ingrid Robeyns)

Ja, de luchtvaart is een onwaarschijnlijk grote vervuiler. Iedereen die vliegt, draagt daaraan bij. Dus stop met vliegen! Ook dat had ik kunnen zeggen. Wie milieubewuste vliegers hypocriet wil noemen, prima. Ik vlieg soms voor mijn werk; ik kan mijn handen niet in onschuld wassen.

Maar ‘vliegen’ roept twee cruciale vragen op die individuele verantwoordelijkheid overstijgen. En bovendien: we weten hoe de luchtvaart kan veranderen – ik kom daar later op terug. We moeten het alleen nog doen.

Het goede leven

De eerste vraag is wat een ‘goed leven’ is. Daarmee bedoel ik het soort leven dat in onze samenleving voor iedereen toegankelijk moet zijn. Bijvoorbeeld: goede gezondheidszorg, onderwijs, vrije tijd, en primaire levensbehoeften.

Hoort ‘vliegen’ bij het goede leven?

Eén keer overstappen en je zit vanuit Enschede in Bali of Peru

Al decennialang bevorderen collectieve keuzes de toegankelijkheid en wenselijkheid van vliegen. In ons verwachtingspatroon is vliegen normaal en draagt het bij aan onze kwaliteit van leven. Iemand die succesvol is, heeft veel van de wereld gezien. Vakantie vier je liefst ver weg. Stages buiten Europese grenzen en verre buitenlandverblijven? Goed voor je CV!

Dat idee van het goede leven en de rol van vliegen daarin is niet zómaar een idee. Het is een idee dat ons denken en onze maatschappij structureert.

Een voorbeeld. Wat hebben Almelo, Almere, Amersfoort, Arnhem, Assen, Breda, Bussum, Den Bosch, Den Haag, Delft, Deventer, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Enschede, Groningen, Heerenveen, Hilversum, Hoofddorp, Nijmegen, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Meppel, Purmerend, Rotterdam, Schiedam, Steenwijk, Utrecht, Venlo, Weesp, Zaandam en Zwolle gemeen? Vanuit al deze steden kun je eens of vaker per uur met de trein naar Schiphol reizen. En dan is er nog de snelweg, de bus, enzovoorts.

Eén keer overstappen en je zit vanuit Enschede in Bali of Peru.

Dit is het ‘idee’ dat vliegen bijdraagt aan een goed leven in volle glorie. Het is een zwaar idee, bestaande uit ijzer, asfalt, en meer van dat soort materialen.

Hoe bereiken we een vliegtuigluwe wereld?

Daarom dus die ‘bredere vragen’. Hoe ziet een samenleving eruit die van duurzaam leven de standaard maakt? Welke verwachtingen passen daarbij over of en hoe vaak we kunnen vliegen?

Voor veel vervuilende consumptie bestaan gelukkig goede of steeds betere alternatieven. Maar er komt de komende decennia geen duurzaam alternatief voor verre vliegreizen. En dus moeten wij af van het idee dat veel vliegen bij het goede leven hoort.

Het klimaat kan zich de huidige luchtvaart niet veroorloven. Onze wereld moet vliegtuigluw worden.

De vliegtuigluwe wereld

De tweede vraag is: hoe bereiken we een vliegtuigluwe wereld?

De optimist zal zeggen: we kunnen investeren in wat wél kan. Duurzame infrastructuur, een Europees treinnetwerk, noem maar op. Elk individu dat niet hoeft te vliegen is een volgende stap richting een duurzame toekomst.

Mijn reden om te vliegen is toch zeker belangrijker dan de jouwe?

Maar als we onze impact op het klimaat verregaand willen veranderen, is dit echt niet genoeg. Om een vliegtuigluwe wereld te bereiken, moeten we af van het idee dat vliegen een recht is, of dat het oké is ‘gewoon omdat het kan’. We moeten toe naar een wereld waarin vliegen uitzonderlijk is.

Dát is het idee dat we uit ijzer en asfalt op moeten trekken; dat is het idee dat ons denken en onze maatschappij moet structureren.

De luchtvaartindustrie vindt discussies over individuele verantwoordelijkheid fantastisch. Vliegtuigmaatschappijen leveren een ‘dienst’. Of mensen daar gebruik van maken, ja, dát is de echte vraag. Zo blijft de bal bij de individuele consument liggen.

Bovendien plaatst deze framing mensen tegenover elkaar. Stoppen met vliegen raakt iedereen op een andere manier. Het raakt de luxereiziger die een vliegvakantie ‘verdient’. Maar ook degenen die werken in de toerismesector. Het raakt mensen met familie ver weg. Of mensen die voor hun werk veel reizen moeten. Mensen die maar heel soms het vliegtuig pakken. En natuurlijk ook mensen die proberen zo duurzaam mogelijk te vliegen.

We moeten kijken naar instituties, belangen, en ideeën

Door de focus op individuele verantwoordelijkheid roept de ene groep de andere groep continu ter verantwoording. Mijn reden om te vliegen is toch zeker belangrijker dan de jouwe? Zo doet niemand een stap terug.

De luchtvaart veranderen

In plaats van te focussen op individuele verantwoordelijkheid moeten we kijken naar instituties, belangen, en ideeën.

Instituties bepalen de regels van het spel dat wij de ‘samenleving’ noemen – denk aan impliciete en expliciete gedragsnormen, wet- en regelgeving, de publieke en private sectoren, enzovoorts. Doordat instituties gedrag en beleid in een bepaalde richting sturen, beïnvloeden ze de waarschijnlijkheid van bepaalde uitkomsten.

Om instituties, belangen en ideeën te veranderen is slagkracht nodig

Een voorbeeld: als vakantievluchten goedkoop, sociaal geaccepteerd en vrij toegankelijk zijn, dan zal vliegen vaak aantrekkelijker zijn dan duurdere en langere treinreizen. Hoe aantrekkelijk vliegen is, wordt dus bepaald door instituties.

Om de luchtvaart te veranderen moeten we dus instituties hervormen. Om maar wat te noemen: meer belasting heffen op vervuiling en kerosine, minimumprijzen voor tickets, een jaarlijks individueel vliegbudget dat niet overschreden mag worden, alternatieven aantrekkelijker maken, politieke instituties op Europees niveau gericht op de verduurzaming van de luchtvaart.

Verder moeten we kijken naar de belangen van degenen die voor verandering kunnen zorgen. Tegenover het belang van de luchtvaart moet een belang komen dat de samenleving richting vliegtuigluwte duwt.

Een voorbeeld: de luchtvaartlobby beweert dat Schiphol en vliegveld Lelystad noodzakelijk zijn voor de economische stabiliteit en groei van Nederland. Zo probeert het te laten zien dat iedereen hetzelfde belang heeft: een groeiende luchtvaart. De overheid omdat het ‘banen’ moet garanderen. De burger omdat die van banen en groei profiteert. De reiziger omdat vliegen eenvoudig, snel en effectief is.

De luchtvaartindustrie heeft een helder verhaal: groei, concurrentie en vrijheid

Wie kan hier een belang tegenoverstellen; een ‘tegenbelang’ dat voldoende politieke en economische slagkracht heeft om verandering te bewerkstelligen?

Een groeiende luchtvaart doet elke poging om klimaatverandering serieus tegen te gaan teniet. Iedereen die een belang heeft bij duurzaamheid, heeft dus een tegenbelang – zou de overheid hierin niet het voortouw moeten nemen?

Een ander tegenbelang komt, bijvoorbeeld, van mensen die last hebben van vliegtuiggerelateerde milieuvervuiling en geluidsoverlast. En sectoren die duurzaam reizen mogelijk maken. Zoals de trein – die kan op dit moment simpelweg niet met de luchtvaart concurreren.

Welk idee dominant is, bepaalt hoe het ‘probleem’ van de luchtvaartsector wordt geframed

Naast instituties en belangen moeten we ook kijken naar ideeën. Dat zijn de relevante morele waarden, zoals duurzaamheid, onze plichten richting toekomstige generaties, economische stabiliteit, enzovoorts. Ook het idee van het goede leven valt hieronder. Maar ‘ideeën’ gaan ook over de kennis die we hebben over de luchtvaart, duurzaam vliegen, het klimaat en onze samenleving – en wie die kennis precies heeft.

Welk idee dominant is, bepaalt welke vragen over de luchtvaart beleidsmakers relevant vinden, welke wet- en regelgeving voorrang krijgt, en hoe het ‘probleem’ van de luchtvaartindustrie wordt geframed.

De luchtvaartindustrie heeft een helder verhaal over relevante ideeën. De uitbreiding van Schiphol en de nieuwe luchthaven in Lelystad zijn noodzakelijk om ‘economische groei’ te realiseren. Lage belastingen zijn noodzakelijk om Nederland te laten ‘concurreren’. En vliegen geeft de burger ‘vrijheid’.

Het idee van het goede leven en de rol van vliegen daarin structureert ons denken en onze maatschappij

Er zijn tenminste twee soorten antwoorden op dit dominante verhaal. Allereerst zijn er tegenwerpingen – klopt het verhaal van de luchtvaart wel? Zo is het onduidelijk wat de precieze rol is die de luchtvaart speelt in de economische groei van ons land. En is de vrijheid en het gemak van vliegen soms niet ook met andere vervoersmiddelen te realiseren?

Naast tegenwerpingen zijn er ook tegen-ideeën – alternatieve opvattingen over wat waardevol is. Misschien moeten we af van ‘economische groei’ als maatstaf om beslissingen over de luchtvaart te maken. Of moeten we het belang van zulke groei inbedden in een bredere notie van welvaart, waar ook klimaat en milieu onder vallen. Of misschien moeten we simpelweg met minder genoegen nemen.

Slagkracht

Een belangrijk principe in theorieën over maatschappelijke, economische en politieke verandering is dat instituties, belangen en ideeën niet zomaar veranderen. Om iets in beweging te zetten, is slagkracht nodig. Slagkracht die hier noodzakelijk is om de luchtvaart te veranderen.

Laten we de lucht vliegtuigluw maken

Politici, het zakenleven, grote lobbyorganisaties: hoe stoppen we de vervuiling van de vliegtuigindustrie? Onderwijs, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven: hoe maken we succes niet langer afhankelijk van verre vliegreizen? Kunstenaars, artiesten en influencers: hoe ziet een leven waarin vliegluwte de standaard is eruit?

En ja, hier hoort ook bij: wat kun jij doen?

In de woorden van de huidige crisis: alleen samen krijgen we het vliegprobleem onder controle. Laten we de lucht vliegtuigluw maken.

De luchtvaartindustrie stelt ons voor een enorme uitdaging in het realiseren van een duurzame toekomst. Dit is het eerste artikel in een serie filosofische reflecties op de luchtvaart op Bij Nader Inzien. Heb je een idee voor een artikel dat in deze serie zou passen? Mail dan naar Dick Timmer (k.d.timmer@uu.nl) of Willem van der Deijl (w.j.a.vdDeijl@tilburguniversity.edu).


Meer:

4 Comments

  1. Het steekwoord “luw” bedoeld als zeer weinig, is inderdaad de oplossing voor talloze grote wereldomvattende problemen, zoals veroorzaakt door:
    Vliegtuigen
    Vervuilende industrie
    Plastics
    Fossiel gebaseerd verkeer en transport
    Fossiele brand- en aandrijfstoffen
    Intensieve landbouw en veeteelt
    Vernietiging van natuur en leefvormen
    Uitdijende wereldbevolking
    Ongezonde, klimaat- en milieu belastende voeding via supermarkten
    Productie, distributie en consumptie van niet duurzame producten
    etc.
    Zij veroorzaken directe en indirecte ondermijning van klimaat, milieu, rust, leven, gezondheid, veiligheid, voedselketen etc. Ondermijning van het leven op aarde.

    Als de mensheid 40 jaar geleden was gestart met een effectieve wereldwijde campagne om de genoemde probleemgebieden op te lossen via het aanspreken van individuele verantwoordelijkheid, dan zouden we nu wat verder zijn in het bewustzijn en ontvankelijkheid van de problemen en de oplossingen.
    Het is echter niet gebeurd en we weten nu dat de transitie lang niet snel genoeg gaat om de wereld te redden. We zien dat de veroorzakers van de problemen hun gedrag nauwelijks kunnen en willen aanpassen. Dat de mens zijn individuele en collectieve verantwoordelijkheid niet neemt, omdat hij daartoe niet in staat is. Het is inherent aan de mens, die door zijn aantal en zijn onnatuurlijke, egoïstische en destructieve gedrag en opportunistische mentaliteit hierin faalt. Wij zijn de domme apensoort.
    Maar ook door gebrek aan constructief leiderschap aan de destructieve mens. Leiding die gericht zou moeten zijn op continuit van de levende aarde, in al zijn verschijningsvormen. Met de mens als veroorzaker van de risico’s daarvoor en de enige macht die in staat is om de risico’s weg te nemen. Met als alternatief dat de mens moet en ook zal verdwijnen.

    Het is daarom niet meer aan de individuele mens en organisaties, om hun verantwoordelijkheid te nemen, die hebben gefaald.
    Overheden, het liefst tegelijk mondiaal, maar anders, per continent of per land, of per gemeente, dienen de verantwoordelijkheid overkoepelend te nemen en wel direct. En niet een beetje stap voor stap, maar rigoureus
    Daarbij heb je voorlopers nodig, die achterlopers en achterblijvers meetrekken. De voorlopers vinden we in alle geledingen van de maatschappij. Zij nemen de dwingende leiding. Dat kent risico’s en veel strijd, maar de voorlopers zullen uiteindelijk het sterkst uit de strijd komen. Vanuit creativiteit, innovatie, kennis, leiderschap, imago en reputatie, navolg gedrag, concurrentie- en voorkeursposities en de bewijsvoering van de juiste weg.
    Zij gaan de meerwaarde bieden, waar niets tegenop kan, en bouwen en nieuwe machtspositie op. Die zij gaan gebruiken om de achterblijvers te dwingen om mee te gaan in de nieuwe duurzame orde. Men moet wel volgen of krijgen anders sancties opgelegd.
    De vraag is nu: is deze utopie haalbaar?
    Indien niet, dan gaan onze directe nakomelingen zeer slechte tijden tegemoet, die zich kenmerken door ongecontroleerde massa migratie, extreme oorlogen, droogte, hitte, mislukkende oogsten, extreem weer, verstikkende lucht, dode grond, dode wateren en hoge zeeën, uitroeiing alom. Onze wereldeconomie zal structureel drastisch inkrimpen en armoede en gebrek zal de nieuwe standaard worden.
    De keuze is aan onze huidig levende generaties.
    Een nieuwe duurzame economie en maatschappij of een kleine economie voor enkelen en geen maatschappij in een niet leefbare wereld.

    1. Mooi gezegd, maar helaas wel iets om pessimistisch van te worden: het is te laat voor individuele verantwoordelijkheid, maar overheden doen te weinig… Is er geen individuele verantwoordelijkheid om het collectief bij te sturen? En hoe dan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *