Door Ruth Kleczewski (MA Universiteit Groningen)

Racisme in Nederland is een probleem dat nog altijd wordt onderschat. Hoewel er de laatste jaren steeds meer aandacht voor is in het publieke debat – denk aan Zwarte Piet, Black Lives Matter, maar ook de toeslagenaffaire – loopt het filosofische debat in Nederland achter. In de Verenigde Staten bestaat een ruim aanbod aan filosofische theorieën over racisme, ook wel critical race theory genoemd.

In hoeverre kunnen deze Noord-Amerikaanse theorieën helpen met het verklaren van racisme in Nederland?

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook en Instagram.

De Nederlandse context

Ten eerste heeft Nederland een andere geschiedenis dan de VS. Nederland heeft de trans-Atlantische slavernij gefaciliteerd en heeft koloniën gehad, maar de uitbuiting van de tot slaaf gemaakte mensen vond plaats aan de andere kant van de oceaan. Dit doet niet af aan de ernst ervan, maar het betekent wel dat de slavernij in het land zelf minder zichtbaar was.

Het idee van Nederland als tolerant land staat erkenning van racisme in de weg

Nederland is ook vandaag de dag een geval apart. We zijn in Nederland geneigd om huidskleur of ras niet te erkennen als onderscheidende factoren. We hebben het bijvoorbeeld over achterstandsscholen in achterstandswijken en zeggen liever niet ‘zwarte scholen’.

Dit is een vorm van zogenaamde kleurenblindheid. Door te doen alsof huidskleur geen rol speelt, lijkt het alsof er geen sprake is van racisme. Helaas leven we in een maatschappij waarin huidskleur wel degelijk een onderscheidende factor kan zijn. Het ontkennen hiervan is problematisch.

Een ander belangrijk aspect is dat Nederlanders zichzelf graag zien als tolerant en zich hierachter verschuilen wanneer er wordt gesproken over racisme. Maar tolereren is niet hetzelfde als accepteren. Het idee van Nederland als tolerant land staat erkenning van racisme in de weg.

Witte onwetendheid

Hoe is deze ontkenning van racisme te verklaren? Noord-Amerikaanse theorieën komen hier van pas.

Een voor de hand liggend startpunt is Charles Mills. Mills verklaart ontkenning van racisme aan de hand van white ignorance, witte onwetendheid. Witte onwetendheid manifesteert zich als witte mensen iets niet weten of zich ergens onbewust van zijn vanwege hun witte huidskleur en positie in de samenleving.

Hoe zorg je ervoor dat je iets niet weet?

Toegepast op Nederland kunnen we bijvoorbeeld aan het volgende voorbeeld denken: het is geen witte onwetendheid als een heleboel witte Nederlanders niet weten wie hun huidige minister van Buitenlandse Zaken is. Dit gebrek aan kennis heeft immers niets te maken met hun huidskleur of positie in de samenleving. Maar als een heleboel witte Nederlanders denken dat het allemaal wel meevalt met die slavernij of met discriminatie op basis van huidskleur bij het vinden van een baan of woning, dan is er sprake van witte onwetendheid.

Het onderscheid tussen witte onwetendheid en racisme is lastig. De twee concepten komen niet met elkaar overeen, maar zijn wel sterk met elkaar verbonden. De opvatting dat slavernij wel meeviel en dat het allemaal verleden tijd is, kan het gevolg zijn van een gebrek aan educatie. Er is tegenwoordig steeds meer aandacht en ruimte voor deze kant van de geschiedenis in onderwijs, maar dit is een recente ontwikkeling. Als je dit als wit persoon niet goed hebt meegekregen, is er geen sprake van expliciet racisme. Er is weliswaar sprake van racisme, maar het speelt zich af op een impliciet niveau.

De filosofische discipline ‘epistemologie’ (ook wel kenleer) stelt zich onder andere de vraag hoe je tot kennis komt. Je kunt bijvoorbeeld kennis verwerven door iets mee te maken of door te lezen. Mills analyseert de epistemologie van onwetendheid en draait de vraag om: hoe voorkom je kennis? Hoe zorg je ervoor dat je iets niet weet?

Drie epistemische ondeugden

José Medina geeft antwoord op deze vraag. Hij identificeert drie epistemische ondeugden. Dit zijn opvattingen en overtuigingen die in de weg staan van kennis. Wat houden die ondeugden in? En hoe verhouden ze zich tot de Nederlandse context?

De eerste ondeugd die Medina bespreekt is epistemische arrogantie. Hiervan is sprake wanneer iemands eigen ideeën altijd worden geaccepteerd en nooit in twijfel worden getrokken. Een mogelijk gevolg hiervan is dat racistische vooroordelen blinde vlekken worden, omdat ze nooit worden uitgedaagd. Op het moment dat deze vooroordelen wel worden uitgedaagd, bijvoorbeeld door instanties als KO Zwarte Piet, ontstaat veel weerstand.

Epistemische luiheid is een gebrek aan nieuwsgierigheid dat maatschappelijk gevormd en zorgvuldig gearrangeerd is. Witte mensen die nooit het slachtoffer van racisme zijn geweest, maken zich schuldig aan epistemische luiheid als ze geen moeite doen om te begrijpen wat racisme is en hoe slachtoffers van racisme zich voelen. Als we dit toepassen op de Nederlandse context, zien we dat tolerantie epistemische luiheid kan versterken. Mensen kunnen zich verschuilen achter het idee van Nederland als tolerant land om geen moeite te hoeven doen.

Het onderscheid tussen witte onwetendheid en racisme is lastig

De derde epistemische ondeugd die Medina bespreekt is epistemische kortzichtigheid. Dit gaat verder dan iets niet opmerken. Het gaat over negatieve cognitieve aandacht ofwel actieve verzwijging of verhulling. Medina geeft als voorbeeld een seksistische man die bij voorbaat nooit iets serieus neemt als het door een vrouw wordt gezegd. Epistemische kortzichtigheid is in Nederland terug te zien in de redenering dat Zwarte Piet niet racistisch zou kunnen zijn, omdat Sinterklaas een onschuldig kinderfeest is. Deze opvatting heeft enkel aandacht voor het feestelijke deel van de traditie en weigert andere delen ervan te zien.

Noord-Amerikaanse theorieën over racisme komen van pas

Racisme in Nederland kan vanuit theoretisch oogpunt beter worden geduid door te kijken naar Noord-Amerikaanse theorieën. Niet alle elementen van deze theorieën zijn bruikbaar. Nederland heeft een specifieke, unieke historische context en racisme is in Nederland vaak minder zichtbaar dan in bijvoorbeeld de VS. Maar Medina’s epistemische ondeugden zijn zeer geschikt om beter te begrijpen wat er schuilgaat achter racistisch gedachtegoed in Nederland.

Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van Ruth Kleczewski, waarvoor ze in 2021 de Jan Brouwer Scriptieprijs van de KMHW ontving. 

Verder lezen

Medina, José. The Epistemology of Resistance. Gender and Racial Oppression, Epistemic Injustice, and Resistant Imaginations. Oxford: Oxford University Press, 2013.

Mills, Charles. The Racial Contract. Ithaca: Cornell University Press, 1999.

Mills, Charles. Black Rights / White Wrongs. The Critique of Racial Liberalism. Oxford: Oxford University Press, 2017.

Nimako, Kwame, and Glenn Willemsen. The Dutch Atlantic. Slavery, Abolition and Emancipation. London: Pluto Press, 2011.

Sullivan, Shannon, and Nancy Tuana. Race and Epistemologies of Ignorance, Albany: State University of New York Press, 2007.

Vond je dit een goed artikel? Bij Nader Inzien zet zich in voor de verspreiding van serieuze filosofische kennis en analyse. We kunnen het platform draaiende houden dankzij de inzet van vrijwillige auteurs en redacteuren en de steun van lezers zoals jij. Word daarom vriend van BNI of steun ons met een donatie.

Meer:

5 Comments

  1. De drie epistemische ondeugden zijn zeker goede invalshoeken om racisme in de wereld te verklaren.
    Maar ik zou “witte onwetendheid” vervangen door “onwetendheid”. Niet alleen de witte mens kan racistisch zijn maar alle kleuren mensen t.o.v. alle kleuren mensen.
    En dit is van alle tijden:
    https://www.wikikids.nl/Racisme
    Extreem gesteld: dit artikel kan als racistisch beschouwd worden, in het kader van het publieke debat hierover.
    En wat de Noord Amerikanen betreft: die plaatsen racisme éénzijdig in het licht van het eigen verleden en heden van de witte bevolking t.o.v. de zwarte bevolking. en vergeten alle andere vormen van racisme.
    Er zijn m.i. 3 methoden om racisme te verminderen:
    – studie en opleiding
    – opvoeding
    – interculturele samenwerking en -samenleving

    1. Mee eens. Ik denk dat we heel duidelijk stelling moeten nemen tegen mensen die menen allerlei dingen die slecht zijn in onze maatschappij “wit” te noemen. Dit werkt sterk polariserend en is racistisch.

      Natuurlijk moeten we tegen de bedoelde slechte dingen ageren, en die verbeteren, maar dat label “wit” moet weg, doe je dat niet, dan bereik je niets.

      1. Uw punt zou wellicht hout snijden als niet iedere keer als zwarte mensen iets dat de negatieve connotatie ‘zwart’ draagt (vooral) witte mensen zich daar sterk tegen verzetten.

        In uw schrijven gaat u bovendien ten onrechte uit van een gelijke positie van witte en zwarte mensen in onze maatschappij.

    2. Het lijkt erop dat u het belangrijk vindt dat niet uit het oog moet worden verloren dat niet alleen zwarte mensen worden gediscrimineerd en niet alleen witte mensen discrimineren.

      Daarmee miskent u het punt dat de auteur probeert te maken, namelijk het verklaren van een bepaalde type racisme in een bepaald land aan de hand van een theorie uit een ander land.

      Een reactie zoals die van u getuigt van weinig begrip van wat onderzoek doen precies inhoudt, weinig begrip omtrent het onderwerp waar u over schrijft en een hoog Calimero-gehalte aan uw zijde.

  2. En natuurlijk zijn het weer de witte mannen die op hun teentjes getrapt zijn door dit artikel. Je hebt een superrelevant en goed stuk geschreven.

Laat een antwoord achter aan Jan Sierdsma Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *